Cipier móét op 37ste met ziektepensioen

Foto: Karel Hemerijckx

Cipier móét op 37ste met ziektepensioen

Print

“Moet ik nu echt op mijn 37ste met pensioen?” Cipier Bart Deblaes kreeg deze week een pijnlijke beslissing te horen. “Ik snap het niet. De regering zegt dat zieken meer moeten werken. Wel, ik wil werken, maar ik mag niet.” Bart Deblaes is niet alleen: een kleine 50.000 ambtenaren zijn met ziektepensioen gestuurd, lang voor hun 65ste.

“U bent op medische gronden ongeschikt voor elke functie. U vervult daarom de voorwaarden om definitief vervroegd te worden gepensioneerd.” Die mededeling kreeg Bart Deblaes (37) deze week te verwerken. Pijnlijk, des te meer omdat hij om de oren geslagen wordt met berichten over langdurig zieken die sneller weer aan het werk moeten. “Waarom kunnen ze voor mij dan geen werk vinden?” vraagt hij zich af.

Deblaes heeft veel pech gehad de voorbije jaren. Hij werd als voetganger door een auto op­geschept, viel zwaar met zijn motor door de schuld van een fietser, en had ook een ongeval op het werk. Het gevolg is dat hij vreselijke pijnen lijdt die alleen met pijnstillers draaglijk zijn. “Ik snap ook wel dat ik – verdoofd door de pijnstillers – niet meer als cipier aan de slag kan. Maar ze hadden mij toch een andere job kunnen geven?”

Medex, de medische dienst van het ministerie van Volks­gezondheid, besliste er anders over, en wou Bart vervroegd met pensioen sturen. Daardoor zou hij de rest van zijn leven amper 700 euro per maand krijgen. “Onderhoud daar maar eens je gezin van”, zegt Bart. Dus ging hij in beroep, en kreeg uiteindelijk de kans halftijds aan de slag te gaan als administratief bediende. “Maar ze zetten me in een Franstalige werkomgeving, en bovendien was ik dagelijks langer onderweg dan ik aan het werk was.”

Die job mislukte dus, en daarom heeft Medex nu beslist om Bart Deblaes definitief met ziektepensioen te sturen. “Kunnen ze mij niet in een of andere administratie in Leuven een halftijdse baan geven? Ik ben zeker dat ik dat aankan.”

Het antwoord daarop is blijkbaar neen. “Daar zijn de structuren veel te strikt voor”, zegt dokter Paul Theuwis, de man die bij Medex waakt over de ziektepensionering. “Het probleem is dat ambtenaren vastbenoemd zijn in een bepaalde functie bij een bepaalde dienst, telkens met eigen sta­tuten. Een cipier bijvoorbeeld kunnen we niet zomaar over­hevelen.”

Ziektepensioen wordt afgeschaft

Jaarlijks worden zo’n 2.500 tot 3.000 ambtenaren met ziekte­pensioen gestuurd. Volgens een studie van de Antwerpse universiteit loopt hun totale aantal op tot 46.500. Als je weet dat alle administraties samen zo’n 750.000 ambtenaren tellen, dan is dus één op de zestien met ziektepensioen. De meesten zijn vijftigers, maar jaarlijks krijgen toch ook zo’n twintig ambtenaren onder de 35 het verdict te horen. Ze krijgen een pensioen in verhouding tot hun aantal gewerkte jaren, en dreigen zo in armoede te belanden.

De regering beseft dat het ziektepensioen in de huidige vorm niet houdbaar is. “Wij willen ook niet dat jonge mensen zo vroeg met pen­sioen gestuurd worden. Bovendien is hun pensioen dan zo laag dat ze in armoede ­zitten. Daarom werkt de ­regering een plan uit om dat systeem af te schaffen”, zegt Laurence Mortier, woordvoerder van minister van Ambtenarenzaken Steven Vandeput (N-VA). Een “hogere mobiliteit tussen de diensten” moet daarbij helpen. Met andere woorden: ambtenaren moeten de kans krijgen om van dienst te veranderen.

Dokter Theuwis van ­Medex kan het enkel maar toejuichen. “Maar makkelijk zal dat niet zijn”, zegt hij. Het probleem is ook dat de ­re­gering niet echt een eigen soort beschuttende werkplaats heeft waar mensen met een arbeidshandicap ­terechtkunnen

.

Nu in het nieuws