Verdere schaalvergroting en professionalisering van de kinderopvang lijkt onvermijdelijk

Vroeger heetten ze onthaalmoeders, nu opvanggezinnen, maar het gaat nog altijd over dezelfde mensen: vrouwen en (zeer uitzonderlijk) mannen die in hun eigen huis kinderen van werkende ouders opvangen.

Kris Vanmarsenille

Twintig jaar geleden bracht ik mijn kinderen naar een onthaalmoeder en schreef ik voor de krant artikelen over het belabberde statuut van die onthaalmoeders en over de velen onder hen die afhaakten. Vandaag gaat het nog altijd niet goed met de onthaalmoeders/opvanggezinnen. Er geven meer mensen in de sector hun werk op dan dat er nieuwe bij komen. Minister Vandeurzen is bezig aan “een strategische oefening rond de plaats en het belang van gezinsopvang in Vlaanderen”, zo laat hij naar aanleiding van deze cijfers weten. Nog altijd komt een derde van de op te vangen kinderen in Vlaanderen bij een gezin terecht, maar het systeem staat al twintig jaar onder druk en het ziet ernaar uit dat de crèches een almaar grotere rol zullen spelen in de kinderopvang. Dat is begrijpelijk, maar spijtig.

Twintig jaar geleden hadden onthaalmoeders eigenlijk geen statuut. Ze werden betaald per dag per kind. Ze hadden geen wettelijke vakantie, ze bouwden geen pensioenrechten op, en als een kindje eens niet kwam omdat mama een vrije dag had, kregen ze geen vergoeding. Gelukkig zijn die tijden voorbij. Er is serieus gesleuteld aan het statuut. Je wordt nog altijd niet rijk met gezinsopvang, maar je bent sociaal veel beter beschermd. Opvanggezinnen worden bovendien beter begeleid.

Toch is de druk op hen alleen maar toegenomen. De kwaliteitseisen zijn verstrengd, de controles toegenomen. Dat is op zich een goede zaak, maar het maakt het beroep ook minder aantrekkelijk. Onthaalgezinnen moeten soms serieus investeren in veiligheid en inrichting van hun huis. Bovendien stellen ouders van nu steeds hogere eisen, niet alleen wat de kwaliteit betreft, ook op het vlak van flexibiliteit. Steeds meer willen ze hun kinderen uitbesteden op uren die zeer moeilijk combineerbaar zijn met het gezinsleven van de onthaalouders.

Een verdere schaalvergroting en professionalisering van de kinderopvang lijkt dan ook onvermijdelijk. Crèches met flexibele uren en een flexibele inzet van personeel voldoen vaak beter aan de vraag van de ouders. Die trend doet zich ook voor in onze buurlanden.Toch zijn sommige kinderen en ouders beter af met die kleinschalige opvang, met een rustige tweede thuis, met altijd dezelfde vrouw of man die voor hen zorgt. Opvanggezinnen zijn en blijven een heel waardevol alternatief voor crèches. Vlaanderen mag deze vorm van kinderopvang niet zomaar laten wegkwijnen. Het is een troef dat Vlaamse ouders nog altijd de keuze hebben. En om aan de grote vraag te voldoen, hebben we verschillende soorten opvang nodig. Opvanggezinnen spelen een mooie rol in onze samenleving.

Mensen die deze rol op zich willen nemen, verdienen een behoorlijk loon en gedegen begeleiding en ondersteuning. Hopelijk komt minister Vandeurzen in zijn strategische oefening tot deze conclusie.