Mohamed Abdeslam: “Mijn broer heeft niemand gedood”

Print

“We willen dat Salah zich aangeeft zodat hij ons de antwoorden kan geven waarop we wachten. Voor zijn familie, de families van de slachtoffers en de mensen die ons in het oog houden.” Dat heeft Mohamed Abdeslam, de broer van Salah Abdeslam, de voortvluchtige hoofdverdachte van de aanslagen van Parijs op 13 november, zondag verklaard in het RTBF-programma ‘Les Décodeurs’.

“We hebben liever dat Salah in de gevangenis zit, dan dat hij op een kerkhof ligt”, aldus Mohamed. Hij verklaarde ook dat hij niet alleen hoopt, maar er ook van overtuigd is, dat zijn broer niemand heeft gedood bij de aanslagen in Parijs, maar dat hij op het laatste moment beslist heeft “om terug te keren en niet te doen wat hij van plan was”.

De dagen voor de aanslagen in Parijs was er niets abnormaals te merken aan zijn broers, zegt Mohamed Abdeslam. “Ik heb mijn broers twee of drie dagen voor hun vertrek nog gezien. Er was geen enkel teken. Ze namen geen afscheid, geen vaarwel. Ik stond dicht bij mijn broers, ze maakten deel uit van mijn leven. We spraken over banale dingen.”

Dat Salah gevolgd werd door de Staatsveiligheid, terwijl Brahim probeerde naar Syrië te gaan, daar wist Mohamed Abdeslam niets van, zegt hij. Op de opmerking dat dat moeilijk te geloven is, zegt hij: “De rechter heeft me vrijgelaten. Dat komt omdat ik elementen heb aangedragen die bewijzen dat ik niets te maken heb met dit alles, dat ik niet in Parijs was. Ik heb mijn gsm afgegeven, ik heb niets te verbergen.”

Nu in het nieuws