De Antwerpse deejay en producer Merdan Taplak groeide op met Turkse televisie en Belgische frieten. Zijn dubbele achtergrond zorgt voor een verrassende blik op de stad en de wereld. Die deelt hij elke week in de weekendkrant van Gazet van Antwerpen.

Merdan Taplak: “Erik en de Grote Stad”

Foto: DF

Merdan Taplak: “Erik en de Grote Stad”

Print

Zijn naam is Erik. Erik groeit op in de Noorderkempen, in een gezin met enkel jongens. Hij maakt krijttekeningen op straat, de auto’s doen blokje rond om niet over de kunstwerkjes te moeten rijden.

Erik kent al zijn buren en alle buren kennen Erik. Hij spookt veel kattenkwaad uit in de weilanden rondom en maakt boomhutten waarbij vele takken sneuvelen. Op de middelbare school komt Erik voor het eerst in contact met meisjes, maar hen echt begrijpen doet hij niet. Zijn beste vrienden in de klas zijn Johan, Floris en Tim. Elke zaterdag gaat hij sjotten met zijn maten, hangt achteraf aan de toog in de kantine.

Na zijn middelbaar trekt Erik naar de Grote Stad om te gaan studeren. “Oei oei, is da ni gevaarlijk daar?” vraagt zijn bezorgde buurvrouw nog. Maar Erik is een doorzetter, benieuwd ook. En in de buurt zijn er geen universiteiten, dus hij moet wel migreren. In de Grote Stad eet hij voor het eerst Indisch, woensdag wereldkeukendag in de studentenresto. Veel te pikant. Hij ziet ook veel negers en begrijpt de heisa rond dat woord eigenlijk niet. Hoezo beledigend?

Op de tram heeft hij medelijden met meisjes met doekskes op hun hoofd, want ze worden allemaal daartoe verplicht. Dat heeft hij gehoord. Als zijn maten op donderdag komen feesten, roepen ze naar de knappe studentes die voorbij fietsen. “U wil ik wel eens mee naar mijn kot nemen!” Dat is toch een compliment, erg ludiek. 10 jaar later woont Erik nog steeds in de Grote Stad, in de stationsbuurt. Hij kent alle buren in zijn blok, en zij kennen Erik. De Grote Stad heeft hem ingepalmd, verbreed, niet meer losgelaten. Maar hij houdt nog steeds niet van Indisch. Te pikant.