De Antwerpse deejay en producer Merdan Taplak groeide op met Turkse televisie en Belgische frieten. Zijn dubbele achtergrond zorgt voor een verrassende blik op de stad en de wereld. Die deelt hij elke week in de weekendkrant van Gazet van Antwerpen.

Eerste GVA-column Merdan Taplak: Dubbelbloed

Merdan Taplak

Eerste GVA-column Merdan Taplak: Dubbelbloed

Print

De Antwerpse deejay en producer Merdan Taplak groeide op met Turkse televisie en Belgische frieten. Zijn dubbele achtergrond zorgt voor een verrassende blik op de stad en de wereld. Lees hieronder zijn eerste column voor GVA.

7 talen sprak hij. Zeven. Arabisch, Farsi (Perzisch), Dari (Afghaans), Pasjtoe (de tweede taal in Afghanistan), Turks, Grieks en Engels. Ik leerde De Afghaan kennen op de VDAB in Antwerpen, waar ik een tijdje een computercursus gaf aan nieuwkomers. Mijn klasje zat vol migranten uit alle uithoeken van de wereld: Tibetanen, Colombianen, Irakezen, Somaliërs, Tunesiërs, allemaal samen met De Afghaan.

Ze belandden in mijn klasje in de Copernicusstraat, vlak bij het Centraal Station. Ik begeleidde hem en zijn klasgenoten in een cursus, waar ze praktische computerdingen leerden: hoe een mail verzenden, hoe online solliciteren, hoe een cv opstellen, zo’n dingen. Enkelen onder hen zaten er verplicht, anders verloren ze hun uitkering. De meesten deden het om bij te leren en om de dagen te vullen. Om zin te geven aan hun bestaan: gauw de kinderen naar school brengen en dan de tram op richting Centraal Station om daar een getuigschriftje te behalen.

Hij, een vluchteling uit de grensstreek met Pakistan, kwam elke morgen gezwind de klas binnen: “Goeiemorgen Merdan, goed geslapen?” Hij gooide zijn jas op zijn stoel, startte zijn pc op en ging iedereen individueel begroeten. “Rachid, hoe is je rug?” Rachid, een Noord-Afrikaan van eind veertig (slechts 5 talen), glimlachte en reikte De Afghaan de hand. De Afghaan rondde zijn oefening af en ik bekeek zijn cv.

Een leven vol drama samengevat op een A4. Dari en Pasjtoe leerde hij thuis, Arabisch kreeg hij op school. Dan weggejaagd uit zijn geboortestreek door de Taliban en Farsi geleerd in Iran. Vervolgens in Istanbul beland en dan naar Griekenland. Ik vroeg wat hij van Antwerpen vond: “Ja is mooie dorp, maar geen mooie bergen zoals in Khost in Afghanistan”, treiterde hij me. “Maar ik hier blijven, ik wil Nederlands leren”. Bijna 8 talen sprak hij. Acht.