Katapult schiet boodschappen over ‘doodendraad”

Print
Berendrecht-Zandvliet-Lillo - De laatste molenaars van de houten molen van Zandvliet vluchtten in het begin van de Eerste Wereldoorlog naar Nederland. In Ossendrecht vonden ze onderdak. Om de ‘doodendraad’ te passeren gebruikten ze een grote katapult.

 “Mijn grootvader was het op een na jongste kind. Mijn grootouders hadden vijf zonen en vijf dochters en waren de laatste bewoners van de molen in Zandvliet. Dat was een houten korenwindmolen die werd gebouwd in 1548. Er werd gesproken over de Spaanse molen, omdat hij dateert uit de tijd dat de Spanjaarden het hier voor het zeggen hadden. De familie Peeters-Broos was het laatste molenaarsgezin dat de windreus operationeel hield. Een zware storm in 1923 takelde de houten molen erg toe. Mijn grootmoeder kwam te laat en had niet meer de kracht om de molen voor de storm in de juiste richting te zetten. De gevolgen waren navenant. Datzelfde jaar nog werd de Spaanse molen gesloopt”, legt Paul uit.

“De vrees voor de oprukkende Duitse soldaten en de angst voor oorlog zorgden ervoor dat de familie vluchtte naar familie in Nederland.  Mijn grootmoeder was op dat moment zwanger van mijn vader Henri. Op 30 juli werd mijn vader geboren en enkele dagen later brak de oorlog uit. Mijn grootouders aarzelden niet meer en vertrokken richting Ossendrecht. Net over de grens in de Langeweg woonde familie langs moeders kant”, aldus Paul Peeters. Een ander familielid woonde aan de Belgische kant van de grens.

 “Om toch contact te blijven houden ontwikkelden de tantes en mijn grootouders een ingenieus communicatiesysteem :  een katapult. Hiermee konden boodschappen over de doodendraad worden geschoten. De Duitse militairen hebben nooit iets geweten van dit speciale communicatiemiddel”, zegt Paul Peeters.

Lees het volledige artikel donderdag in Gazet van Antwerpen, editie Noord.

Meer nieuws uit Antwerpen

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio