“Er zijn op deze aarde slechtere plaatsen om oud te worden, maar we mogen ons hoofd niet in het zand steken”

Foto: Jimmy Kets

“Er zijn op deze aarde slechtere plaatsen om oud te worden, maar we mogen ons hoofd niet in het zand steken”

Print

De levensverwachting stijgt. Elke generatie wordt gemiddeld een jaar ouder. Een goede zaak natuurlijk, maar ook een dure affaire.

Om de pensioenen betaalbaar te houden, moet de leeftijdsgrens worden opgetrokken. Ook de ziekteverzekering dreigt in de problemen te komen. Niet iedereen die 85 jaar wordt, blijft gezond. Hoe ouder we worden, hoe meer (medische) zorgen we nodig hebben. Bovendien zitten de zorg- en rusthuizen overvol. Ze barsten uit hun voegen, met lange wachtlijsten tot gevolg. Nu nog wel, maar hoe lang nog? Blijven ze betaalbaar?

Een onderzoek van de collega’s van De Tijd voorspelt sombere tijden. De ligdagprijzen dreigen de komende jaren spectaculair te stijgen. Van gemiddeld 1500 euro nu naar 1800 binnenkort. Zonder rekening te houden met de rekeningen voor pakweg de dokter, de kapper, de wasserij of andere hulpmiddelen. Wie heeft zoveel pensioen?

Moet de overheid dan maar in grotere mate bijspringen? Vandaag draagt Vlaanderen 1,8 miljard euro bij in de factuur van 3,3 miljard euro voor alle rusthuizen samen. Kan het die inspanning opdrijven? Niet met de huidige begrotingscijfers. Dan zullen er onvermijdelijk nieuwe (belasting)inkomsten nodig zijn. Kunnen we die solidariteit opbrengen?

Over de vergrijzing zijn al vele boeken volgeschreven. De opeenvolgende regeringen zagen het probleem van ver aankomen, maar ze hebben er onvoldoende aan gedaan. Pogingen zoals het Zilverfonds van Johan Vande Lanotte waren meer voor de galerij dan om de factuur van de grijze golf op te vangen.

De jaren ’90 stonden in het teken van de sanering van de overheidsfinanciën. België moest in de eurozone geraken, met alle besparingen en extra lasten van dien.

In het nieuwe millennium kwam er budgettaire ruimte, maar de paarse regeringen deelden liever cadeaus uit dan de centen opzij te zetten voor de zeven magere jaren. Het zou wel loslopen. Maar toen kwam de financiële crisis en stond alles weer in het teken van de begroting.

De conclusie is dat we er dus niet klaar voor zijn. Mensen die hun leven lang hebben bijgedragen voor hun pensioen en de sociale zekerheid dreigen weldra (veel) meer uit eigen zak te moeten betalen om de laatste decennia van hun leven min of meer comfortabel door te brengen.

Met een gemiddeld (privé)pensioen van 1200 euro is dat echter niet evident. Velen vrezen – heel begrijpelijk – dat ze hun eigen woning zullen moeten verkopen of veel te vroeg aan hun zuurverdiende spaarcenten moeten knabbelen om alle facturen te kunnen betalen.

Wat heb je aan een gezegende leeftijd als je dag in dag uit moet piekeren over hoe rond te komen? Als je niet meer zelfstandig kan wonen en geen opvang vindt? Ik vrees dat onze politici onvoldoende beseffen dat veel mensen op middelbare leeftijd met levensgrote vragen zitten. “Hoe zal ik dat redden?” vraagt de veertiger en de vijftiger van vandaag zich af.

We mogen ons niet bezondigen aan doemdenken. Er zijn op deze aarde slechtere plaatsen om oud te worden. Zeer zeker. Maar we mogen evenmin ons hoofd in het zand steken en denken dat het allemaal wel zal in orde komen. Want zo werkt het niet.

.

Nu in het nieuws