© Ludo Mariën

N-VA wil proefperiode voor beginnende werknemers herinvoeren

N-VA wil de proefperiode opnieuw invoeren. Bij de gelijkschakeling van het statuut van arbeiders en bedienden werd die proeftijd voor nieuwe werknemers afgeschaft. Maar volgens Kamerlid Zuhal Demir heeft die afschaffing ervoor gezorgd dat werknemers moeilijker aan een contract van onbepaalde duur geraken. Stefaan Vercamer (CD&V) is evenwel niet overtuigd van het pleidooi.

In Het Nieuwsblad haalt Demir dinsdag een onderzoek aan van SDWorx, waaruit bleek dat bedrijven in de plaats van contracten van onbepaalde duur te geven, “meer en meer een beroep doen op tijdelijke contracten en uitzendwerk”. Ze pleit er voor de proefperiode opnieuw in te voeren. Die zou dan twee maanden duren bij contracten van onbepaalde duur en een maand bij contracten van bepaalde duur.

Daarnaast wil Demir een proeftijd mogelijk maken voor wie een andere job opneemt binnen een bedrijf, bijvoorbeeld bij promotie. “Tijdens de proeftijd kan een van de partijen beslissen terug te keren naar de oude functie, met de vroegere arbeids- en loonvoorwaarden”, redeneert ze. “De werknemer kan zo uittesten of een job wel passend is voor hem, terwijl de werkgever zo zeker kan zijn dat hij terug naar de vroegere toestand kan als het misloopt bij een promotie”.

CD&V sceptisch

Op zijn persoonlijke website reageert haar collega-Kamerlid Stefaan Vercamer terughoudend op het N-VA-voorstel. Hij verwijst daarbij onder meer naar het regeerakkoord, dat een evaluatie van de schrapping door de sociale partners voorziet, en dat de totstandkoming van het eenheidsstatuut een grote evenwichtsoefening was. “Daar nu één element uithalen, is het ganse evenwicht onderuit halen”, vindt de Vlaamse christendemocraat.

Vercamer merkt op dat werkgevers nog steeds de kans hebben werknemers tijdens een korte periode kennis te laten maken met bedrijf. “Hoe verklaar je anders dat er ongeveer 350.000 mensen via uitzendarbeid worden tewerkgesteld? 38 procent daarvan wordt via dit kanaal voor minder dan 2 maanden tewerkgesteld”, luidt het. Ook wijst hij op het bestaan van het “vierde motief” in de uitzendarbeid, waarbij de werkgever de mogelijkheid heeft iemand aan te werven via uitzendarbeid (via korte contracten). Daarnaast kan een werkgever nog altijd twee opeenvolgende contracten van bepaalde duur aanbieden vooraleer het contract van onbepaalde duur verplicht wordt, aldus nog Vercamer.