Transfoob geweld wordt amper aangegeven

Foto: Patrick Post

Transfoob geweld wordt amper aangegeven

Print

Slechts 6 procent van de slachtoffers van verbaal, psychisch of seksueel transfoob geweld doet daarover aangifte. Voor fysiek en materieel geweld steeg dat evenwel tot 20 procent. Dat blijkt uit onderzoek aan de UAntwerpen, dat woensdag werd voorgesteld.

Onderzoekers vroegen 260 transgender respondenten om hun ergste geweldervaringen te beschrijven. Van 278 situaties werd een analyse gemaakt van de context, de dader en de aangiftebereidheid.

Een eerste vaststelling is dat het geweld vaak op veilig geachte locaties plaatsvond, zoals thuis, het werk of op school. Fysiek en seksueel geweld komen ook vaak voor in het uitgaansleven of horeca, of op een openbare plek. De uitlokkende factor bleek vooral de vaststelling te zijn van iemands transgenderachtergrond of -identiteit, al kan ook uiterlijk een rol spelen. Voor seksueel en materieel geweld was er vaak geen bijzondere aanleiding.

Meestal zijn meerdere daders betrokken bij het ergste voorval. In de overgrote meerderheid van de gevallen gaat het om West-Europese mannen ouder dan 20 jaar - vaak een bekende van het slachtoffer. ‘Een uitzondering is het seksueel geweld. Daar is in de meeste gevallen sprake van slechts één, onbekende dader. De helft heeft een West-Europese afkomst en ruim 30 procent is van Noord-Afrikaanse afkomst. Met de nuancering dat dit natuurlijk over een subjectieve inschatting van het slachtoffer gaat’, zegt Motmans.

De lage aangiftebereidheid komt er volgens de wetenschapper enerzijds doordat het slachtoffer de feiten zelf minimaliseert, maar ook omdat men denkt dat politie en gerecht weinig kunnen doen. ‘Wie een aangifte deed, is meestal niet erg tevreden over de aanpak door de politie. De overheid zou hier een belangrijke signaal kunnen geven door misdrijven met transfobie als haatmotief enerzijds duidelijk te registreren, wat nu niet gebeurt, en ook de strafverzwaring voor transfobie door te voeren zoals eerder al gebeurde voor homofobie’, aldus de onderzoeker.

Minimaliseren en verzwijgen vormen volgens Motmans een groot gezondheidsprobleem, bijvoorbeeld op het vlak van zelfmoordgedachten. Een op de drie ondernam zelfs effectief een zelfmoordpoging. Het risico daartoe werd groter na een geweldervaring.

Nu in het nieuws