Eén regering kan het niet opnemen tegen de machtige voedingsindustrie die al te veel suikers en vetten in haar producten stopt. Veel regeringen wel

Print
VLAM, de organisatie die Vlaamse landbouwproducten moet promoten, pakte gisteren uit met een nieuw onderzoek naar onze consumptie van groenten en fruit, precies één dag nadat de Wereldgezondheidsorganisatie weer eens een waarschuwing de wereld had ingestuurd over een dreigende obesitasepidemie.

Conclusies van beide organisaties: we eten almaar minder fruit en groenten, en tegen 2030 zijn de Belgische vrouwen de dikste van Europa. Het gaat dus niet goed met onze gezondheid. We eten duidelijk de verkeerde dingen en dat blijven we hardnekkig doen. Hoe kan dat toch? Nooit eerder werd er meer over gezondheid geschreven en gelezen, nooit eerder in de geschiedenis van de mensheid bestonden er zo veel verschillende diëten, nooit eerder investeerde de overheid zo veel geld in de promotie van gezonde voeding en nooit werd er meer medisch onderzoek gedaan naar wat gezond voor ons is en wat niet.

En toch blijven we al die goede raad in de wind slaan. Hoewel we vaak van goede wil zijn. Volgens de VLAM-studie willen we wel fruit kopen, maar we hebben geen tijd om het te schillen. We willen wel groenten in huis halen, maar wanneer en hoe moeten we ze klaarmaken? Een heel herkenbare frustratie voor mensen met een drukke baan, en zeker voor stellen met twee drukke banen... en kinderen... en een sociaal leven.. en hobby’s.

We weten wel wat we zouden moeten eten, maar we komen er gewoon niet toe. Te druk, druk, druk. Aan de andere kant van de sociale ladder klinkt een ander verhaal. Obesitas wordt almaar meer een ziekte van arme mensen, van mensen die niet voldoende geïnformeerd zijn over gezonde voeding en die in onwetendheid kiezen voor kant-en-klaarmaaltijden en snacks die op het eerste gezicht goedkoop lijken.

Dokters en sociologen pleiten dan ook voor nog meer informatie- en sensibiliseringscampagnes van de overheid. Alles kan altijd beter natuurlijk, maar alleen maar informeren en sensibiliseren lijkt niet de juiste strategie. De resultaten van al die campagnes zijn tot nu toe niet overweldigend en gezond eten blijft een persoonlijke kwestie, een zaak van motivatie en doorzettingsvermogen vaak.

De overheid kan niet permanent over ons bord waken. Uiteindelijk is wat we eten onze verantwoordelijkheid. De overheid kan wel iets doen aan de verleidingen waar we moeten aan weerstaan: frisdrankautomaten op scholen verbieden en bepaalde gezondheidsnormen opleggen aan schoolmaaltijden bijvoorbeeld.

Als kinderen van jongs af aan gezond én lekker leren eten, heb je meer kans dat ze het de rest van hun leven blijven doen. En toch kan één overheid alleen het obesitasprobleem niet oplossen. Eén regering kan het niet opnemen tegen de machtige voedingsindustrie die al te veel suikers en vetten in haar producten stopt.

Veel regeringen samen kunnen dat misschien wel. Waarom zou Europa geen richtlijn kunnen uitvaardigen die het suikergehalte in frisdrank en ontbijtgranen met een paar gram verlaagt? Europa heeft zich ooit gemoeid met de hoeveelheid schimmel in blauwe kaas en de gisting van streekbieren. Dan moet het toch machtig genoeg zijn om enkele maatregelen te nemen die de gezondheid van de Europese burger echt ten goede komen. 

Nu in het nieuws