Omega Diamonds vrijgesproken in douanezaak

Foto: Patrick De Roo

Omega Diamonds vrijgesproken in douanezaak

Print

De correctionele rechtbank van Antwerpen heeft Omega Diamonds donderdag vrijgesproken in de zaak die de Administratie Douane en Accijnzen had aangespannen. De rechtbank oordeelde dat de Belgische douanewetgeving niet toegepast kan worden, omdat die strijdig is met de Europese wetgeving. Er is bijgevolg geen rechtsgrond om Omega Diamonds te veroordelen. Ook elf andere beklaagden gaan vrijuit. De Douane had ettelijke miljarden euro’s gevorderd, maar grijpt daar dus naast.

Omega Diamonds had tussen 2003 en 2008 364 zendingen ruwe diamant uit Zwitserland en de Verenigde Arabische Emiraten ingevoerd. De firma zou de vergunningen daarvoor op basis van valse documenten verkregen hebben. Volgens het openbaar ministerie en de Douane waren de steentjes in waarde verhoogd, werden er nieuwe facturen opgesteld en kregen ze ook andere Kimberly-certificaten waarop niet vermeld stond dat ze uit Angola en Congo kwamen. Omega Diamonds heeft altijd betwist dat ze niet correct gehandeld had.

Douane en Accijnzen dagvaardde Omega Diamonds, haar oprichters Sylvain G. en Arye L., vertrouwenspersoon Marc M., de financiële experts Andy B. en Yves V.D.V., de firma Tulip Diamonds in Dubai en zaakvoerders van firma’s uit Genève en Dubai. De Douane vorderde minstens 4,6 miljard euro van hen: de tegenwaarde van de ingevoerde diamanten plus dan nog een boete van 2,29 miljard euro.

‘Non bis in idem’

Negen van de twaalf beklaagden beriepen zich voor de rechtbank op het “non bis in idem”-principe. Dat zegt dat je niet een tweede keer vervolgd kunt worden voor een feit waarvoor je reeds gestraft werd en de beklaagden verwezen daarvoor naar de minnelijke schikking van 160 miljoen euro die vorig jaar gesloten werd.

De rechtbank oordeelde echter dat dat principe nog niet kan worden toegepast, omdat het Hof van Cassatie de bekrachtiging van de schikking nog definitief moet maken. De negen beklaagden konden dus nog vervolgd worden, maar de rechtbank stelde dat er geen rechtsgrond was om hen te veroordelen. De wetsbepalingen waarop Douane en Accijnzen haar vordering steunde, kunnen immers niet worden toegepast omdat ze in strijd zijn met Europese wetgeving.

Douane en Accijnzen geeft volgens de rechtbank zelf aan dat de vergunningswetgeving en de controlemechanismen hier strenger zijn om België een voortrekkersrol te laten spelen en om de degelijkheid van de Antwerpse diamantmarkt te promoten. “In dit licht is het duidelijk dat de toepassing van de reglementering in huidig dossier in strijd is met het Unierecht en de handelspolitieke bevoegdheden overschrijdt die werden toegekend aan de lidstaten”, stelt de rechtbank in het vonnis.

Wat de drie overige beklaagden betreft, werd de strafvordering onontvankelijk verklaard, omdat hun rechten van verdediging geschonden werden. Zij waren niet betrokken in de zaak waarin de minnelijke schikking werd gesloten en hadden herhaaldelijk om inzage in dat dossier gevraagd. Ze hadden echter nooit toelating gekregen, terwijl de Douane wél inzage kreeg.

.

Nu in het nieuws