© GvA

Auto’s mogen zicht op stroom niet verpesten

Het lijkt een triviale discussie, maar dat is het niet: wat doen we met de auto’s in de grootscheepse heraanleg van de Antwerpse Scheldekaaien, die voor de komende vijftien jaar is gepland?

Lex Moolenaar

Toen in de vorige legislatuur toenmalig burgemeester Patrick Janssens en schepen van Stadsontwikkeling Ludo Van Campenhout (in die tijd nog Open Vld, nu N-VA) hun Masterplan voor de kaaien presenteerden, leek het een droom. Een lange boulevard van zes kilometer langs het water, die de Antwerpenaars en de toeristen in telkens weer andere sferen zou laten genieten van de stad en de stroom.

Een eeuw lang had de stad met haar rug naar de rivier geleefd. Die stommiteit zou nu worden hersteld. Er werd vergeleken met de Ramblas in Barcelona. Die vergelijking gaat stedenbouwkundig niet op, behalve dan als je wil aanvoeren dat stadsvernieuwing bepalend kan zijn voor het imago van je stad in de rest van de wereld. Barcelona is top, Antwerpen heeft nog een hele weg af te leggen.

De vernieuwing van de Scheldekaaien is in die context wel cruciaal. Om bezoekers te kunnen ontvangen, moet er ruimte zijn om auto’s te parkeren. Oorspronkelijk zouden er parkings komen aan de noordelijke en de zuidelijke kant van de kaaien. Nu is beslist dat de parking die eerst zou worden aangelegd bij Sint-Andries, verschuift naar de binnenstad, tussen het Zuiderterras en het Steenplein. Daar is de behoefte inderdaad het grootst.

Tot zover volgen we huidig N-VAschepen Rob Van de Velde in de benadering die hij zelf ‘pragmatisch’ noemt. Maar we hebben wel veel moeite met de gedachte dat de toekomstige privé-exploitant zelf mee mag bepalen in welke mate de parking zich boven- of ondergronds zal bevinden.

Als het hart van de Scheldekaaien ook na de grondige facelift toch een woestenij van blik en beton blijft, dan spat de droom van de Antwerpenaar uiteen. Schepen Van de Velde heeft nog tijd om zijn definitieve keuze te bepalen. In dit geval zou ik die niet overlaten aan de privésector. Het gaat om een van de belangrijkste Antwerpse infrastructuurprojecten van deze eeuw.