Een kleiner leger is geen slechter leger

Een kleiner leger is geen slechter leger

Print

Welke waren de thema’s in de Wetstraat deze week? De vermogensbelasting, natuurlijk... De nakende stakingen en het sociaal overleg. En, heel ongewoon, het leger…

Zelden is het Belgisch leger meer over de tongen gegaan dan de voorbije dagen. Eerst zou het nogal meevallen met de besparingen op Defensie, zo dacht men te kunnen afleiden uit het regeerakkoord. Het leger zou begrotingsgewijze zelfs opgewaardeerd worden. Uit de cijfertabellen komt echter een heel ander verhaal tevoorschijn. De komende vijf jaar moeten de militairen 1,55 miljard euro besparen.

Het valt te vrezen dat dit vooral ten koste van mensen zal gaan. Van de huidige 32.000 personeelsleden zouden er op termijn slechts 20 à 22.000 overblijven. Een flinke klap voor de arbeidsmarkt, maar is dat aantal ook genoeg om de opdrachten te vervullen die het leger de jongste jaren worden toegeschoven? De generaals twijfelen.

De tijden zijn veranderd. De Koude Oorlog is voorbij, al bewijst Oekraïne dat we moeten blijven opletten voor mijnheer Poetin. De voornaamste taken voor ons leger lijken de jongste jaren in het buitenland te liggen. Op verzoek van de VN of de NAVO reizen ‘onze jongens’ de wereld rond. Van Azië over het Midden-Oosten tot in Afrika.

Dat zijn dure opdrachten, maar ze zijn wel noodzakelijk willen we een rol van betekenis blijven spelen op het internationale toneel. België kan moeilijk lid van de NAVO blijven, laat staan het hoofdkwartier van dit militaire bondgenootschap opeisen, wanneer we alle moeilijke, dure missies en operaties aan de anderen overlaten. Veiligheid en solidariteit kosten geld.

Maar slimme solidariteit kan ook besparingen meebrengen. Waarom kunnen enkele Europese landen geen afspraken maken over specialisaties? Waarom moeten België en Nederland dezelfde nieuwe vliegtuigen, schepen, voertuigen en wapens aankopen?

De NAVO is beter gediend met kleine, performante legers die samenwerken, dan met logge, verouderde, geldverslindende mastodonten die misschien wel veel jobs

creëren, maar onvoldoende zijn uitgerust en getraind voor hedendaagse opdrachten. Er is wel een ondergrens. We moeten opletten dat ons ABL niet zó klein en arm wordt dat niemand nog brood ziet in samenwerking.

.

Nu in het nieuws