Studente mag na arrest Raad van State toch beginnen aan tandartsopleiding

Studente mag na arrest Raad van State toch beginnen aan tandartsopleiding

Print

Een studente die eind augustus niet slaagde voor het toelatingsexamen tandarts, kan nu toch beginnen aan de opleiding. Dat heeft de Raad van State eerder deze week geoordeeld. Eind september raakte al bekend dat na een herdeliberatie tachtig extra deelnemers aan het toelatingsexamen (tand)arts toch aan de universiteit zouden kunnen starten. Studente Emma Cooreman stapte echter naar de Raad van State om aan te vechten dat zij na die herdeliberatie toch niet geslaagd was, hoewel zij daar recht op meende te hebben. De Raad van State is haar gevolgd. De examencommissie laat aan Belga weten dat ze het arrest nog bestudeert.

Op basis van klachten van studenten die hun examen gingen inzien, werd destijds besloten tot de herdeliberatie. De examencommissie schrapte toen drie vragen, waardoor dus nog eens tachtig studenten aan de opleiding konden beginnen. Cooreman gaf op een van de geschrapte vragen een van de mogelijke antwoorden. Na de herdeliberatie annuleerde de examencommissie weliswaar de giscorrectie, maar Cooreman kreeg voor die vraag geen positief punt. Als ze dat had gekregen, zou ze geslaagd zijn en had ze eind september aan de opleiding kunnen beginnen, luidde de argumentatie van Cooreman voor de Raad van State.

De examencommissie verdedigde haar zaak met het vertrouwensbeginsel, wat inhoudt dat deelnemers die eerder geslaagd werden verklaard, dit resultaat blijven behouden. Een geschrapte vraag toch nog goed- of afkeuren, zou ingaan tegen dat beginsel. Nog in de argumentatie van de examencommissie klinkt het dat dat beginsel “een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur” is, en meldt ze dat er geen sprake is van een inbreuk op het door Cooreman aangehaalde gelijkheidsbeginsel.

De Raad van State volgde die argumentatie dus niet. De Raad stelt onder meer dat dat de vraag doet “rijzen of het verwerven van dat recht op inschrijving gebeurd is op grond van een gelijke of een gerechtvaardigde ongelijke behandeling van de kandidaten, dan wel op grond van een niet-gerechtvaardigde ongelijke behandeling van de kandidaten”.

.

Nu in het nieuws