© VUM

Politieagenten zien wangedrag van collega’s te snel door de vingers

Politierekruten leren nauwelijks hoe ze best reageren wanneer ze voor een moreel dilemma staan. Onder meer daardoor zijn sommigen bereid wangedrag van collega’s te verzwijgen, leert een doctoraat van de KU Leuven, waarover De Standaard woensdag bericht.

sdv

Annelies De Schrijver, criminologe aan de KU Leuven, onderzocht hoe integriteit bij jonge politie-inspecteurs zich ontwikkelt. Daarvoor ondervroeg ze ruim vierhonderd rekruten (verspreid over zes scholen) op verschillende momenten tijdens hun opleiding en stage. Een aantal onder hen werd ook apart geïnterviewd.

Uit haar doctoraat blijkt dat tijdens de opleiding tot inspecteur de aandacht voor integriteit beperkt is. Daardoor maken de politieagenten soms afwegingen die niet helemaal deontologisch verantwoord zijn. Kiezen tussen de bescherming van een collega die buiten de lijntjes kleurt en integer te werk gaan, stevent daardoor vaker af op de eerste optie. Wanneer een politieagent een verdachte fysiek mishandelt om zo de naam van een medeplichtige te weten te komen, dan moet zijn collega dat in principe melden als getuige van politiegeweld. In de praktijk wordt dit nauwelijks gedaan, omdat de inspecteur voor een moreel dilemma komt te staan. Zijn directe collega ‘verklikken’ is op dat moment niet makkelijk. Ook ander fout gedrag van collega’s, bijvoorbeeld over alcohol- of drugsgebruik, wordt daardoor vaak verzwegen.

Te weinig aandacht bij opleiding

Elke school heeft het vak deontologie, maar daarmee houdt het vaak op. Het maakt slechts een zeer klein deel uit van het opleidingsjaar: tussen de acht en de veertien uren in totaal. De invulling van het vak verschilt ook zeer sterk. 'Tijdens de opleiding neemt de kennis van de regels over integriteit uiteraard toe', zegt De Schrijver. 'Maar de vaardigheden die gepaard gaan met reageren op morele dilemma’s veranderen nauwelijks nog bij de rekruten. Dat komt doordat er tijdens de opleiding weinig aandacht voor is.'