Moslims willen redelijke aanpassingen op het werk

Moslims willen redelijke aanpassingen op het werk

Moslims willen redelijke aanpassingen op het werk

Print
Vooral laaggeschoolde moslims willen “redelijke aanpassingen” op het werk, zodat men rekening houdt met hun godsdienst. Dat blijkt uit een nieuwe studie van de professoren Ilke Adam (VUB) en Andrea Rea (ULB) in opdracht van het Centrum voor Gelijkheid van kansen en Racismebestrijding (CGKR).

Volgens de antidiscriminatiewet is iedereen verplicht om redelijke aanpassingen te doen voor gehandicapten. Het gaat dan om afritten voor rolstoelgebruikers of stippelvloer en aparte belgeluiden voor blinden. Voor religieuze minderheden is die wettelijke verplichting er niet, maar de Interculturele Dialoog wil die daar ook. Dan gaat het om aparte gebedsruimtes, speciaal eten of het recht om de hoofddoek te dragen.

De professoren Adam en Rea bestudeerden 417 situaties van “redelijke aanpassingen”, in de privésector (o.a. banken, voedings-, distributie- en schoonmaaksector) en de publieke sector (gezondheidszorg, gemeenten, onderwijs). Ze noemen hun onderzoek zelf niet representatief omdat te veel werkgevers weigerden mee te werken.

Wie vraagt redelijke aanpassingen?

Vooral laaggeschoolde moslims vragen om redelijke aanpassingen. Hooggeschoolden doen dat niét, eenvoudig omdat er weinig hooggeschoolde moslims zijn. Met hoe minder men is, hoe minder aanpassingen worden gevraagd.

Bovendien hebben hooggeschoolden meer autonomie in hun werk en vaak een eigen kantoor, waar zij kunnen bidden. In sectoren met veel laaggeschoolde moslims worden de aanpassingen gevraagd.

Welke aanpassingen vragen ze?

Meestal gaat het om een vakantiedag op religieuze feesten zoals het Offerfeest of het Suikerfeest.

Dan volgen de mogelijkheid om een hoofddoek te dragen (vooral in gemediatiseerde en gepolitiseerde sectoren, zoals het onderwijs en de gemeenten) en op de derde plaats komt bidden op het werk (vooral in de voedingssector vraagt men aparte gebedsruimtes).

Maar soms vraagt men ook om niet met mensen van het andere geslacht op een kantoor te moeten zitten, om speciaal eten zonder varkensvlees (vooral in de gezondheidssector) of om niet onder een vrouwelijke baas te moeten werken.

Gaat men er op in?

* Als het bedrijfsleven er op ingaat, dan is dat altijd om economische redenen, bv. om niet te veel personeel te verliezen of om de productiviteit te verbeteren. Zo ging een firma om die reden toch in op de eis van mannelijke moslims om niet onder een vrouw te moeten werken. Ook worden vakantiedagen voor andere religieuze feesten dan de katholieke altijd toegestaan, als dat past binnen het werkrooster. Bidden op het werk wordt toegestaan tijdens de pauzes en in privéruimtes of in ruimtes waar geen buitenstaanders komen. Ideologische redenen spelen zelden mee in de beslissing, hoewel men zich meestal verzet tegen een aantasting van andere rechten (zoals die van de vrouw).

* Ook beslist men geval per geval, zelden of nooit met een algemene regel. De meeste beslissingen worden zonder veel passionele discussie genomen en alles verloopt redelijk informeel.

* De meeste beslissingen worden onder in de hiëarchie genomen: tussen de betrokkenen en de onmiddellijke chef.

* Opmerkelijk is dat de Vlaamse publieke sector veel soepeler is dan de Franstalige. In Wallonië is men meer gehecht aan de neutraliteit van de overheid en er zijn ook veel minder “diversiteitsmedewerkers” dan in Vlaanderen.

Wat wil het CGKR?

Het CGKR zelf wil vrijwillige en overlegde redelijke aanpassingen. Het Centrum is niet voor een wetswijziging waardoor de redelijke aanpassingen verplicht worden, zoals dat bij gehandicapten het geval is.

Reden: gehandicapten kan je niet vergelijken met moslims. Bij gehandicapten zijn de aanpassingen nodig voor hun sociaal overleven (wonen en werken) en daar is een wettelijke verplichting terecht, bij moslims niet. En bovendien moeten de aanpassingen best vrijwillig en in overleg tot stand komen. Ze opleggen per wet zou te veel spanningen veroorzaken.

Het CGKR gaat nu iedereen mobiliseren om de discussie over dit thema te voeren en in overleg tot redelijke aanpassingen te komen.

Meer over het rapport van de Interculturele Dialoog dat aan de basis ligt van dit onderzoek vind je op de expertenpagina van John De Wit.

JDW

.

Nu in het nieuws