De hoorzittingen over seksueel misbruik in de Kerk

Print
21 OKTOBER 2010 - De voorbije maand liepen 103 nieuwe klachten over seksueel misbruik in de Kerk binnen bij het federaal parket. Dat zegde Lieve Pellens van dat federaal parket in een hoorzitting in de Kamercommissie Justitie. Die ondervroeg gisteren het college van procureurs-generaal en de federale procureur over het seksueel misbruik in de Kerk. Eerder had ze al Peter Adriaenssens aan de tand gevoeld. Er viel - onderhuids - vrij scherpe kritiek te beluisteren op de Brusselse onderzoeksrechter Wim De Troy die Operatie Kelk leidt, maar ook op advocaat Walter Van Steenbrugge, die klachten namens slachtoffers afhandelt. Peter Adriaenssens pleitte voor een verlengingstermijn voor seksueel misbruik tot 15 jaar. Een overzicht van de hoorzittingen.

Omdat de Kamer nog niet kon beslissen of er nu een parlementaire onderzoekscommissie, een bijzondere expertencommissie, een gemengde commissie met de Senaat, of helemaal geen aparte commissie over seksueel misbruik in de Kerk komt, organiseerde de Kamercommissie Justitie in afwachting van die beslissing alvast enkele hoorzittingen over de thematiek. Ze hoorde achtereenvolgens: Peter Adriaenssens (voorzitter van de gelijknamige, nu opgedoekte Commissie binnen de Kerk), Frank Schins (voorzitter van het college van procureurs-generaal), Johan Delmulle (federale procureur) en Lieve Pellens (verbindingsmagistraat tussen de voormalige Commissie-Adriaenssens en de parketten). De Kamercommissie had gisteren ook eremagistrate Godelieve Halsberghe, de voorgangster van Peter Adriaenssens bij de Commissie-Adriaenssens, willen ondervragen, maar zij kwam niet opdagen "omdat ze in Frankrijk woont, al oud is en de verplaatsing te veel energie vraagt". Deze hoorzittingen leverden toch nog wel een reeks nieuwe elementen op.

1. PETER ADRIAENSSENS

Twee weken geleden werd kinderpsychiater Peter Adriaenssens al gehoord. Nadat hij een overzicht had gebracht van de inhoud van zijn rapport, gaf hij heel wat bijkomende uitleg over diverse punten.

* Kinderpsychiater Peter Adriaenssens wil de verjaringstermijn voor seksueel misbruik van minderjarigen optrekken van 10 naar 15 jaar. Adriaenssens zegde dat hij na de zaak-Dutroux geen voorstander was van een verlenging van de verjaringstermijn voor seksueel misbruik van minderjarigen, omdat hierdoor ook de trauma's van de slachtoffers langer open blijven liggen.

"Maar ondertussen stellen we vast dat jongeren steeds langer bij hun ouders thuis blijven wonen en ook langer in afhankelijkheidssituaties zitten". Daarom is Adriaenssens nu gewonnen voor het voorstel van justitieminister Stefaan De Clerck (CD&V) om de verjaringstermijn op 15 jaar te brengen. (Uit cijfers van Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie, blijkt dat in de 27 lidstaten van de EU in 2008 32% van de mannen tussen 25 en 35 jaar nog bij hun ouders woonden en 20% van de vrouwen. Voor België waren de cijfers in 2008: 9% van de vrouwen en 18,8% van de mannen. Als we in België de leeftijdscategorie tussen 18 en einde 24 jaar bekijken, dan woont nog 71,9% van de vrouwen en 86,2% van de mannen bij (één van) zijn ouders, nvdr).

De kinderpsychiater verwees ook naar een experiment in Boston in de Verenigde Staten. Daar werd de verjaringstermijn voor seksueel misbruik in de Kerk gedurende twee jaar even afgeschaft om de generatie slachtoffers die nu over de vijftig is, de kans te geven om ook klacht in te dienen. Na twee jaar wordt de oude regeling opnieuw van kracht. Adriaenssens "gaf dit mee als idee", hij bepleitte het niet echt. "Slechts een minderheid deed een beroep op deze regeling".

* De kinderpsychiater zei verder dat een meerderheid van de slachtoffers van seksueel misbruik in de Kerk geen sanctie vraagt, maar eerder bemiddeling en erkenning van zijn slachtofferschap. De slachtoffers staan heel huiverig tegenover een parlementaire onderzoekscommissie, "ze haken af bij dat idee", aldus de prof. "De meeste slachtoffers wilden ook géén verdere hulpverlening of therapie", luidde het nog.

Adriaenssens stelde verder dat een aantal slachtoffers in hun streven naar erkenning van hun slachtofferschap via het internet op zoek gingen naar medeslachtoffers uit hun school of internaat. "Maar er kwamen slechts 2 positieve reacties. Nogal wat gevonden medeslachtoffers reageerden woedend. Zij wilden het verleden helemaal vergeten".

* Adriaenssens zegde dat zijn Commissie zo'n 60 dossiers grondiger kon onderzoeken en daarvan gingen er 15 naar het gerecht. "Het gaat dan om dossiers waarin de feiten niet verjaard zijn én dossiers waarin dader en slachtoffer elkaar tegenspreken. We hielden er rekening mee dat tussen de 3 en de 7% van de aangiftes vals kan zijn. Dat blijkt uit alle buitenlandse studies. We konden natuurlijk alleen maar oordelen over de dossiers die we in de bewuste acht weken voor de inbeslagname wat grondiger konden onderzoeken".

"In deze 15 gevallen werd aan de Kerk voorgesteld om de priester uit zijn functies te ontzetten en dat werd altijd gevolgd", zo zei de kinderpsychiater. Adriaenssens zegde dat hij zelfs "vier priesters had ontmoet die het seksueel misbruk toegaven, terwijl hun zaak door het parket was geseponeerd of terwijl ze door de rechtbank waren vrijgesproken omdat ze daar de feiten hadden ontkend".

* Was er een doofpot? "Bij de huidige kerkelijke leiding vond ik geen enkele aanwijzing van een doofpot. Kardinaal Danneels kwam nooit tussenbeide in de werking van mijn commissie, hij nam geen enkele keer contact op. Ook aartsbisschop Léonard liet mij volledig doen, hij kwam niet tussen. De huidige bisschoppen voelen zich machteloos, ze willen vooral een oplossing voor het probleem. Maar over vroeger moet ik natuurlijk vaststellen dat het seksueel misbruik in de pastorale context erg grote vormen aannam en toch niet bekend geraakte. En dan moet je besluiten dat er structureel iets mis was".

De prof wees erop dat er de voorbije jaren niet alleen bij het gerecht weinig klachten binnenliepen. Ook bij de Vlaamse Centra voor Kindermishandeling was dat zo. Daar kwamen in 23 jaar tijd amper 6 klachten binnen over seksueel geweld in de Kerk. "Hoe komt het dat de slachtoffers ook niet naar die centra stapten?", vroeg Adriaenssens zich af. Hij pleitte terzake voor de oprichting van een onafhankelijk centrum voor de slachtoffers. Dat moet bij de Gemeenschappen komen. "Daarin moeten hulpverleners eerst met het slachtoffer overleggen over wat het wil. Maar het slachtoffer moet in dat centrum zowel zorg als een gerechtelijke afhandeling van zijn zaak kunnen krijgen".

Op de vraag waarom zo weinig slachtoffers uit Franstalig België kwamen (amper 51, tegen 458 uit Vlaanderen) opperde Adriaenssens dat in de periode van de feiten Wallonië al bijna geen privé-internaten meer had, maar nog slechts openbare. Dus moest er wel minder seksueel misbruik door geestelijken zijn. Hij beklemtoonde ook het bestaan van een 'taalgrens' in Europa: "In de noordelijke staten heb je een grote bewustwording rond seksueel misbruik in de Kerk en in de zuidelijke bijna geen. De grens loopt eigenlijk door België".

* Adriaenssens stond sceptisch tegenover de invoering van een meldingsplicht voor mensen met een beroepsgeheim. "Waar zo'n plicht bestaat, zie je dat ze toch weer wordt omzeild".

2. HET OPENBAAR MINISTERIE

Wat leren we uit de hoorzittingen met de vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie? Zij brachten nogal wat nieuwe elementen aan.

A. COORDINATIETAAK FEDERAAL PARKET

Het federaal parket moet de afhandeling van klachten over seksueel misbruik in de Kerk coördineren. Het moet nagaan of niet dezelfde klachten door verschillende parketten tegelijk behandeld worden en het moet beslissen welk plaatselijk parket dan bevoegd is. Het moet vervolgens de klacht naar dat parket doorsturen. Bevoegd is "het parket van de laatste bekende woonplaats van de verdachte". Het federaal parket van kan uit verschillende bronnen meldingen binnenkrijgen: van de slachtoffers; van de Commissie-Adriaenssens; van andere plaatselijke parketten; uit burgelijke partijstellingen bij de onderzoeksrechters.

* Van de slachtoffers zelf

Tot nu toe - na een maand werking - zijn er dat 103. Het federaal parket stuurde hiervan 53 dossiers naar plaatselijke parketten, waarvan 48 in Vlaanderen: 11 in Leuven, 7 in Brussel, 5 in Gent en Hasselt, 4 in Dendermonde, 3 in Antwerpen en Kortrijk en de rest 2 of 1.

Lieve Pellens, die dit soort klachten op het federaal parket behandelt, zegde dat de meeste slachtoffers niet op wraak uit zijn, maar op erkenning. "Bij hen speelt vooral schaamte over de feiten. En ook schaamte omdat ze niet geloofd werden door hun familie. De meeste slachtoffers in deze dossiers deden hun verhaal voor de eerste keer aan mij".

"De meeste feiten zijn verjaard", zo stelde Pellens, maar in de helft van de zaken is de datum van de feiten nog niet vast gesteld. Van de zaken waarin die datum wel gevonden is, ging 39% van de klachten over feiten tussen 1940 en 1980 en slechts 5% over zaken van na 1990. Op de vraag van de parlementsleden of het wel de moeite was om al die zaken, die al duidelijk verjaard zijn, dan toch nog eens naar de parketten te sturen, antwoordde Pellens, dat "dit voor de slachtoffers belangrijk is en dat de parketten moeten nagaan of de daders geen latere feiten hebben gepleegd waardoor toch nog vervolging mogelijk is".

Het oudste slachtoffer uit deze reeks van 103 was 82 jaar, het jongste 23 jaar. 76% van de slachtoffers zijn mannen, die gemiddeld 49 jaar oud zijn. De feiten spelen zich af in een pastorale context (47%) of met priesters op een school (26%). In de helft van de gevallen is de dader gekend en van de gekende daders is 28% nog in leven.

* Van de Commissie-Adriaenssens

Federaal procureur Johan Delmulle zegde dat hij de 13 dossiers die hij van de Commissie-Adriaenssens kreeg (Adriaenssens zelf sprak van 15 dossiers, nvdr) naar de bevoegde lokale parketten heeft gestuurd: 3 naar Brugge, 2 naar Hasselt, Tongeren en Ieper, en dan nog telkens één naar Veurne, Kortrijk, Turnhout en Dinant. Hij ging wel eerst na of onderzoeksrechter De Troy daartegen geen bezwaren had. Er was dus slechts één Franstalig dossier in deze groep en 11 van deze klachten werden ingediend na de huiszoeking waardoor de dossiers van de Commissie-Adriaenssens in beslag werden genomen.

* Van de andere parketten

Delmulle: "Acht parketten die onderzoeken over seksueel misbruik in de Kerk voeren hebben ons gevraagd of elders ook zaken tegen dezelfde verdachten of over dezelfde feiten onderzocht worden. De Raad van Procureurs heeft op 10 september aan de Brusselse procureur gevraagd om aan onderzoeksrechter De Troy een lijst met de namen van de 91 daders en de slachtoffers uit zijn dossier op te vragen. We hebben deze gegevens nog altijd niet."

* Uit burgerlijke partijstellingen

Daarnaast zijn er nog 13 burgerlijke partijstellingen van slachtoffers bij de Brusselse onderzoeksrechter Wim De Troy voor feiten die ook bij een ander parket in onderzoek zijn. Delmulle: "Daar kunnen we voorlopig niets aan doen. We moeten nagaan wie bevoegd is en wie het best geplaatst is om het onderzoek te voeren: het andere parket of onderzoeksrechter De Troy. En daarvoor moeten we weer weten voor welke feiten de procureur van Brussel een onderzoek vroeg aan De Troy en dat weten we nog altijd niet exact. Als we dan vinden dat een ander parket beter geplaatst is om het onderzoek te voeren dan De Troy, dan moeten die burgerlijke partijstellingen naar daar. Maar de procedure om die burgerlijke partijstellingen naar dat ander parket te sturen, is juridisch erg ingewikkeld. We moeten dat via de raadkamer doen. En die raadkamer zal allicht geen beslissing nemen, zolang ze niet duidelijk weet waarvoor De Troy nu precies bevoegd is en of hij zijn boekje niet te buiten is gegaan. Voorlopig gebeurt er dus niets. Deze klachten bemoeilijken mijn coördinatietaak erg".

Dit was impliciet een scherpe kritiek op Meester Walter Van Steenbrugge, die de meeste van deze klachten heeft ingediend, maar de naam "Van Steenbrugge" viel niet. Maar het was ook een impliciete kritiek op de werkgroep Mensenrechten in de Kerk, die slachtoffers heeft opgeroepen om zich "gratis burgerlijke partij te stellen bij onderzoeksrechter De Troy".

B. WERKWIJZE ONDERZOEKSRECHTER DE TROY

De Gentse procureur-generaal Frank Schins was nogal scherp voor de werkwijze van de Brusselse onderzoeksrechter De Troy.

"Ook wij (het college van procureurs-generaal) weten nu nog altijd niet welke feiten De Troy moest onderzoeken. Het zou gaan om dossiers die eremagistrate Godelieve Halsberghe aan de Brusselse federale gerechtelijke politie heeft bezorgd. Maar wij wilden weten: om welk soort feiten gaat het (aanranding, verkrachting, openbare zedenschennis) en zijn de slachtoffers wel minderjarig? We wilden ook weten of de strafvordering misschien al verjaard was. Want als dat zo is, dan kan er helemaal geen onderzoeksrechter inschakeld worden. En we wilden weten of De Troy wel territoriaal bevoegd is voor wat hij doet en voor de afhandeling van de 13 burgerlijke partijstellingen in zaken die al elders lopen. Wat doet de burgerlijke partijstelling van de neef van ex-bisschop Vangheluwe in Brussel, terwijl de feiten zich afspeelden in het gerechtelijk arrondissement Brugge en zowel de dader als het slachtoffer in dat arrondissement wonen? Wij weten het niet, de Kamer van Inbeschuldigingstelling zal het moeten uitwijzen. Maar een Brussels onderzoeksrechter is niet bevoegd voor alle feiten van seksueel misbruik in heel België. Om het anders te zeggen: als het Gentse gerecht een onderzoek doet naar een inbraak in de Innovation in Gent, dan is het niet bevoegd voor alle inbraken in Innovations overal in België he". Aldus Schins.

Federaal procureur Delmulle deed er nog een schepje bovenop. De Troy had Delmulle nog voor zijn huiszoekingen in Mechelen en Leuven gevraagd om een "embargoprocedure" in te stellen met betrekking tot zijn onderzoek. Bij zo'n procedure mogen de gegevens uit het onderzoek tijdelijk niet worden doorgespeeld naar de ANG, de algemene nationale databank van de politie. Een embargoprocedure kan worden ingesteld als er gevaar dreigt voor personen. Bijvoorbeeld voor het leven van een informant of een undercoveragent. Maar die embargoprocedure kan ook als er gevaar dreigt voor het gerechtelijk onderzoek, bijvoorbeeld door lekken naar de pers. De onderzoeksrechter kan zo'n procedure vragen, maar de federale procureur moet er mee akkoord gaan. Als de procedure wordt ingesteld, weten de 40.000 politiemensen die de ANG kunnen raadplegen niets af van de zaak die bezig is.

Delmulle: "Ik ging akkoord met deze procedure omdat ik niet wilde dat in de aanloop naar de huiszoekingen zo'n belangrijk onderzoek zou lekken in de pers. We passen dit soort embargo's nog wel toe: in 2009 zo'n 90 keer. We deden het bv. toen we de huiszoekingen in het terrorismedossier van de extreemlinkse Turkse PKK gingen doen. Maar als ik had geweten dat De Troy huiszoekingen bij de Commissie-Adriaenssens wilde doen, had ik nooit mijn toestemming gegeven. Omdat ik daardoor immers hét coördinatie-instrument bij uitstek (de ANG) buiten spel zou hebben gezet. Ik vernam van deze huiszoekingen via de pers en trok daags na deze zeer zichtbare huiszoekingen mijn toestemming in. Maar De Troy wilde daar niet van weten, hij gaf zijn speurders de opdracht om niets naar de ANG door te spelen. "Gegeven is gegeven", zegde hij over mijn toestemming. Ik moest de procureurs schrijven dat de ANG onbetrouwbaar was, want ze werd niet gevoed met de zaken van De Troy. Uiteindelijk besliste de politie dan toch zelf de ANG te voeden, nadat ik het standpunt van het college van procureurs-generaal over de toepassing van de embargoprocedure had gevraagd en uit hun antwoord bleek dat ik gelijk had. Probeer op deze wijze maar eens te coördineren."

"Voelt U zich dan misleid door De Troy?", wilde kamerlid Bert Schoofs (VB) weten met enige zin voor understatement. Delmulle: "Ik ga geen grote woorden gebruiken, maar laat ons zeggen dat ik mij al gelukkiger gevoeld heb.

De Gentse procureur-generaal Schins voegde er nog aan toe dat "de 475 dossiers van de Commissie-Adriaenssens wellicht nu al gerechtelijk afgehandeld zouden zijn, als ze niet in beslag waren genomen".

C. VERJARINGSTERMIJN

Schins kantte zich net als Demulle en Pellens tegen een verlenging van de verjaringstermijn tot 30 jaar, zoals Sabien-Lahaye-Battheu (Open Vld) voorstelt. "Er zullen enorme problemen ontstaan om de feiten te bewijzen en om de juiste straf op te leggen. Bovendien zal de "redelijke termijn" al snel in de plaats komen van de verjaring. Nù zegt iedereen nog dat de redelijke termijn, waarbinnen een rechtszaak moet afgehandeld zijn, pas begint te lopen op het moment dat het parket kennis krijgt van de feiten en dus niet op het moment van de feiten zelf. Maar als de verjaringstermijnen erg lang worden of zelfs afgeschaft (zoals bv. Renaat Landuyt (sp.a) voorstelt, nvdr), dan zal het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg zich hier vroeg of laat over buigen en zijn rechtspraak wijzigen zodat die redelijke termijn vroeger begint te lopen".

D. WANNEER VERVOLGT PARKET?

De parlementsleden wilden weten "of seksueel misdrijf een klachtmisdrijf is geworden". Ze vonden dat omdat Peter Adriaenssens eerder had gezegd dat het slachtoffer beslist of een zaak naar het gerecht gaat of niet; én omdat in het akkoord met de Commissie-Adriaenssens stond dat de Commissie beslist welke dossiers ze naar het gerecht stuurt. Vele commissarissen gingen er niet mee akkoord dat het parket zwaar seksueel misbruik niet zou vervolgen als het slachtoffer geen klacht indient.

Schins: "Er was geen contract of overeenkomst met de Commissie-Adriaenssens hierover. We hebben alleen een afspraak met haar gemaakt over hoe wij de zaken zien. Maar we behouden al onze rechten om te vervolgen. In het verleden maakten we al dergelijke afspraken over milieumisdrijven, over dopingbestrijding en over de strijd tegen de hormonenzwendel. Maar dat waren telkens afspraken met overheidsinstellingen. Dit keer ging het om een privé-instelling".

"Als we iets horen van ernstig seksueel misbruik seponeren we alleen maar om technische redenen. We onderzoeken de zaken altijd. Maar de aanwijzingen moeten voldoende concreet en ernstig zijn: we kunnen niet zomaar in alle scholen of internaten gaan binnenvallen. Daarom is een klacht nuttig. De zaken van de Commissie Adriaenssens leken echter bijna allemaal verjaard. En als ze verjaard zijn kunnen we niets doen. We kunnen onze beperkte capaciteit en middelen overigens wel voor andere dingen gebruiken. Maar gezien de maatschappelijke impact van dit dossier én om na te gaan of de dader misschien toch niet kon worden vervolgd als hij recentere feiten zou hebben gepleegd, verwijzen we de dossiers nu toch door naar de plaatselijke parketten. Jarenlang hebben de parketten immers niets vernomen van seksueel misbruik in een pastorale relatie, we wilden ook een zicht krijgen op dit speciale milieu".

Lieve Pellens voegde er aan toe dat "de parketten in dit dossier niets te verwijten valt". Van de 103 nieuwe dossiers die zij tot nu toe binnenkreeg was er geen enkel waarin een slachtoffer ooit klacht had ingediend bij politie of parket en zich bekloeg over de slechte behandeling van zijn dossier.


Lees ook:

De politiek over seksueel misbruik in de Kerk

Het rapport van de Commissie-Adriaenssens

Over de Danneelstapes

Over seksueel misbruik in de Kerk

Mogen pedofiele misdrijven pas na 30 jaar verjaren?

Naar een woonverbod voor pedofielen?


Nu in het nieuws