CGKR: het jaarrapport mensenhandel van 2010

14 OKTOBER 2010 - Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) wil één Europese sociale inspectie om economische mensenhandel tegen te gaan. En ook één Europese opvangregeling voor slachtoffers van mensenhandel. Dat schrijft het CGKR in zijn jaarrapport over mensenhandel dat vandaag werd voorgesteld. De mensenhandelsnetwerken maken steeds meer gebruik van detacheringen en schijnzelfstandigen. Gedwongen prostitutie gebeurt nu minder dan vroeger, maar nog vooral bij de Roma. In de economische sector stelde het CGKR vorig jaar ook mensenhandel vast in nieuwe sectoren: de pluimveekweek, de asfaltwerkers, de toiletsector aan tankstations, de Pakistaanse nacht- en telefoonwinkels en Turkse bakkerijen en slagerijen. We brengen een overzicht van de belangrijkste evoluties en aanbevelingen en formuleren enkele bedenkingen.

John De Wit

SEKSUELE MENSENHANDEL

Wat stelt het CGKR vast over seksuele mensenhandel, uitbuiting met het oog op prostitutie?

* De criminele netwerken worden kleiner en professioneler. Het gaat om echte business-netwerken en "lerende organisaties". Ze richten soms zelf reis- of tewerkstellingsorganisaties op om hun criminele bedoelingen onduidelijk te maken.

* De link tussen pooier en prostituée wordt onderbroken, zodat de bestrijding van het netwerk moeilijker wordt en de mensenhandelspraktijken minder zichtbaar zijn. Tussen pooier en hoer komen gezelschapsdames en vitrineverhuurders of Belgische marginalen die als stromannen de bars voor de pooiers runnen. Dit soort mensen int dan de gelden in plaats van de pooiers. Hierdoor wordt ook minder geweld gebruikt.

* Het misbruik van schijnzelfstandigen neemt toe om zo de uitbuiting te verdoezelen. Een aantal meisjes wordt drie maanden als "zelfstandige" aan het werk gezet. De meisjes krijgen drie maanden de tijd om hun administratie te regelen. Eén van de vennootschappen van de pooier sluit samenwerkingsakkoorden af met de meisjes, zodat de pooier niet meer aansprakelijk is voor hun illegaliteit. Na drie maanden vertrekken de meisjes naar een andere vennootschap van dezelfde pooier, waar het systeem zich herhaalt. De eerste vennootschap gaat dan failliet. Dat systeem maakt de strijd tegen de seksuele uitbuiting bijzonder moeilijk.

* De netwerken organiseren schijnhuwelijken voor slachtoffers die hier illegaal verblijven, om zo politie-invallen te bemoeilijken.

* De grote hoop van de slachtoffers kiezen bewust en vrijwillig voor de prostitutie, maar toch zijn ze slachtoffers van mensenhandel omdat ze veel te weinig verdienen en in erbarmelijke omstandigheden moeten werken. De meeste van dit soort slachtoffers komen uit Bulgarije en Roemenië.

* De loverboytechniek (waarbij een sympathieke jongen een zwak meisje op zich verliefd laat worden en haar na enige tijd dwingt tot prostitutie, nvdr) vindt het CGKR vooral terug bij Albanese en Turkse pooiers, maar ze raakt toch ruimer verspreid. Opmerkelijk is dat deze Turkse en Albanese pooiers steeds meer op zoek gaan naar afhankelijke meisjes die ze met drugs kunnen betalen, zodat ze volledig afhankelijk worden.

* De gedwongen prostitutie is niet helemaal verdwenen, maar ze neemt wel af. Het CGKR vindt haar voornamelijk in Roemeense netwerken van Roma. Bij deze groep vind je ook de meeste minderjarige slachtoffers.

ECONOMISCHE UITBUITING

Hier zien we dezelfde trends. Economische uitbuiting en mensenhandel vindt men traditioneel in:

* de land- en tuinbouw. Dat gebeurt vooral in de fruitpluk met Indische slachtoffers en sinds vorig jaar ook in de pluimveesector, waar Polen als schijnzelfstandigen werden uitgebuit.

* de bouwsector. Hier heb je vond het CGKR vooral Braziliaanse netwerken. Maar ook de Turkse bouwuitbuiters doen het goed: zij laten hun aangekochte krotwoningen renoveren door Ottomaanse Bulgaren.

* de horeca. De mensenhandelspraktijken (werken onder het minimumloon, uurrooster van 60 uur per week, verbod op contacten met derden, in beslag nemen van identiteits- en bankdocumenten) begonnen voornamelijk in de Chinese restaurants, maar zijn volgens het CGKR nu verspreid over de hele horeca.

Nieuwe sectoren van economische uitbuiting vind je volgens het CGKR:

* bij Bulgaars-Turkse bakkers en slagers;

* in Indo-Pakistaanse nacht- en telefoonwinkels, waar veel met schijnzelfstandigen wordt gewerkt;

* in Pakistaanse carwashbedrijven, die eveneens op schijnzelfstandigen draaien;

* bij georganiseerde Pakistaanse netwerken die benzinestations uitbaten.

* in de toiletsector in tankstations langs autowegen waar meestal Russische slachtoffers worden tewerk gesteld;

* bij de Belgisch-Turkse afvalverwerking.

Het CGKR besteedt in zijn jaarrapport bijzondere aandacht aan de economische mensenhandel. Het Centrum wijst daarbij op het misbruik van schijnzelfstandigen en (vanuit het buitenland) gedetacheerde werknemers en zelfstandigen om sociale wetten te omzeilen, extreem lage lonen uit te betalen, arbeidstijden niet te respecteren e.d.

En verder wijst het CGKR ook nog op andere vormen van mensenhandel: illegalen die gedwongen worden om misdrijven te plegen. Het gaat hier voornamelijk om Marokkaanse illegalen die door coördinatoren in Marokko hier tot drugshandel worden gedwongen. Vooral in Charleroi komt dit verschijnsel nogal voor.

MENSENSMOKKEL

Mensensmokkel, waarbij de slachtoffers op hun eigen verzoek tegen zware betaling naar een bepaald land worden gebracht gebeurt vooral door Indiërs (Sikhs), Koerdische Turken, Koerdische Irakezen en Afghanen. Vooral de Koerden, die de parkings langs de autosnelwegen controleren, zijn bijzonder gewelddadig.

De politie stelt in deze sector een nieuwe strategie vast: zogenaamde smokkelslachtoffers dienen klacht in bij de politie tegen hun eigen trafikanten om het beschermd statuut van slachtoffer te krijgen. In feite zijn ze geen slachtoffers, maar gewone leden van het netwerk zelf.

Waarom doen ze dat? Deels om de politie uit te testen. Bijvoorbeeld om te weten hoeveel informatie over het netwerk de politie al bezit. Deels om lopende telefoontaps en observaties stil te leggen, zodat de politie de toppen van het netwerk niet kan vangen. Na zo'n klacht moet de politie immers openlijk optreden door huiszoekingen en het oppakken van verdachten en dan valt iedere discretere opsporingsmethode stil.

CIJFERS

* In 2009 stelden de politiediensten 2.758 inbreuken van economische uitbuiting vast. In 191 was er mensenhandel. Cijfers over seksuele uitbuiting ontbreken in het rapport.

* De parketten stelden in 2009 3.790 gevallen van mensenhandel en -smokkel vast. 362 gingen over mensensmokkel. Maar volgens het CGKR, dat de cijfers overigens niet analyseert, noch vergelijkt met 2008, valt een aantal van deze parketdossiers niet onder de definitie van mensenhandel (bv. het "gewone" illegaal verblijf en de hulp daarbij, de "gewone" uitbuiting van bedelaars, de "gewone" huisjesmelkerij). Om hoeveel zaken het gaat verduidelijkt het CGKR niet. Waardoor de parketcijfers onbruikbaar worden.

Ook waarom het totale aantal dossiers met 10,5% is gedaald in vergelijking met 2008 wordt niet verklaard, het CGKR stelt wel vast dat "een begin van vergelijking nu mogelijk wordt".

* In 2009 kregen 124 slachtoffers het speciale beschermingsstatuut. Deze zogenaamde Payokeregeling biedt illegale slachtoffers een verblijfsvergunning als ze hun uitbuiter mee helpen klissen. De helft van deze slachtoffers werd economisch uitgebuit, nog eens 44 (35%) seksueel. Het CGKR stelt vast dat dit aantal gedaald is, maar geeft geen vergelijkende cijfers noch uitleg daarover.

* De drie erkende centra voor slachtofferhulp startten in 2009 158 nieuwe begeleidingen op. Daarnaast meldden zich nog 584 slachtoffers zonder dat enige begeleiding werd gestart. Verdere uitleg ontbreekt.

* In 2009 vielen 188 veroordelingen voor mensenhandel en mensensmokkel: 181 gevangenisstraffen (157 celstraffen onder de vijf jaar en 24 boven de vijf jaar), 160 boetes, 62 verbeurdverklaringen.

* In 2009 heeft het CGKR zelf zich in 12 dossiers burgerlijke partij gesteld: 7 betroffen seksuele uitbuiting, 5 economische uitbuiting. Daarnaast was er nog een burgerlijke partijstelling in 3 dossiers van mensensmokkel.

AANBEVELINGEN

* Drugsverslaafde slachtoffers van mensenhandel worden vaak vergeten. Er is een acute nood aan psychomedische en juridische begeleiding voor deze groep.

* Er moet een internationaal systeem van slachtofferopvang komen, zodat slachtoffers uit Nederland in België kunnen worden geholpen.

* Vooral voor de lokale politie is mensenhandel geen prioriteit meer. Dat moet veranderen.

* Er zijn meer rechercheurs naar mensenhandel nodig. Hun aantallen worden momenteel overal uitgedund om budgettaire redenen.

* De tarieven die de communicatiebedrijven aanrekenen voor telefoontaps zijn te hoog. De regering moet ze heronderhandelen.

* Er moet opnieuw parlementaire commissie voor de mensenhandel komen.

Het CGRK heeft ook een aantal specifieke aanbevelingen rond economische mensenhandel.

* De lokale politie moet bij woonstcontroles meer letten op aanwijzingen van economische uitbuiting en mensenhandel.

* De sociale inspecties beperken hun vaststellingen bij hun controles nog te vaak tot "zwart werk", terwijl ze dieper zouden moeten graven om misbruiken met gedetacheerden en schijnzelfstandigen te ontmaskeren. Daarvoor moeten ze ook meer middelen krijgen.

* Op het federaal parket is een specialist in sociale wetgeving nodig.

* Er is meer Europese samenwerking nodig door één Europese sociale inspectiedienst op te richten. Maar ook door de creatie van één Europees computersysteem voor de documenten waardoor een buitenlandse werknemer in een ander land wordt gedetacheerd om er te gaan werken en door meer samenwerking bij inbeslagnames.

* De opdrachtgevers van werken (vnl. in de bouw) moeten mee aansprakelijk worden gesteld als hun onderaannemers iemand economisch uitbuiten.

BEDENKINGEN

1. Het rapport is onaf. Cruciale informatie over de burgerlijke partijstellingen (de meest in het oog springende activiteit van het CGKR op het vlak van mensenhandel, nvdr) ontbreekt: waarom stelt het CGKR zich in de ene zaak burgerlijke partij en in de andere niet? Volgens welke regels wordt dit beslist? Om welke zaken gaat het? Wat kosten deze burgerlijke partijstellingen? Wat zijn de resultaten ervan? De gegevens ontbreken en dat is een democratisch deficit. Want zo is controle feitelijk onmogelijk.

2. Op statistisch gebied is het rapport een warboel: de cijfers die verschillende diensten aanreiken worden niet geanalyseerd en niet met elkaar vergeleken. Er is ook geen vergelijking met vorige jaren. De evoluties die het CGKR vaststelt in de sector mensenhandel zijn grotendeels nattevingerwerk. Termen als "steeds meer", "vaak" en "meestal" komen veel voor, maar een cijfermatige studie ontbreekt.

3. Ook een analyse van de rechtspraak ontbreekt. Het CGKR beperkt zich tot een opsomming en samenvatting van vonnissen en arresten. Het problematiseert de rechtspraak niet, maakt geen synthese van markante evoluties of belangrijke nog bestaande pijnpunten. De arresten die samengevat worden, zijn niet bijgevoegd of gepubliceerd zodat intersubjectie verificatie, de basis van iedere wetenschap, onmogelijk is.

4. De meeste mensenhandelsnetwerken zijn volgens het CGKR-rapport blijkbaar in allochtone handen. Ze hebben ook meestal allochtone slachtoffers. Hoe dat komt wordt niet verduidelijkt. Evenmin worden speciale aanbevelingen voor de ontmanteling van die allochtone mensenhandelsnetwerken voorgesteld.

5. Er zijn trouwens maar weinig echte aanbevelingen. Dat lijkt merkwaardig, maar een verklaring kan deze zijn. De analyses van de afdeling mensenhandel van het CGKR staan haaks op de aanbevelingen die de afdelingen migratie en discriminatie van datzelfde CGKR formuleren. Zo lezen we in het mensenhandelsrapport dat schijnhuwelijken steeds meer worden misbruikt om politiecontroles naar economische of seksuele uitbuiting te bemoeilijken. Je zou dan een pleidooi verwachten om het aantal schijnhuwelijken te beperken. Dat doet het mensenhandelsrapport echter niet. Het verwijst terzake gewoon naar het migratierapport. En daar konden we lezen dat er in bepaalde grootsteden …te veel gespeurd wordt naar schijnhuwelijken: "Er mag geen systematische opsporing van schijnhuwelijken gebeuren". (Voor die aanbevelingen in het antidiscriminatierapport van 2009, zie: hier, nvdr.)

We vinden ook geen aanbevelingen terug om illegalen makkelijker op te sporen, terwijl zij toch de eerste slachtoffers van mensenhandel zijn en ze tot 23% van de migranten in de EU zouden vertegenwoordigen. En terwijl de gedwongen seksuele uitbuiting van voornamelijk minderjarigen zich volgens het mensenhandelsrapport voornamelijk situeert in het "moeilijk doordringbare milieu van de Roma", vinden we toch geen voorstellen om die gedwongen mensenhandel daar in het bijzonder aan te pakken. Dat ligt blijkbaar moeilijk, want het discriminatierapport wil immers meer rechten voor Roma tegenover overheid en politie.

6. Het CGKR heeft vele opdrachten en die kunnen niet meer tegelijk worden uitgevoerd. Het is duidelijk dat de studie en de bescherming van slachtoffers van (zelfs de ergste vormen van mensenhandel, nl. de gedwongen seksuele uitbuiting van minderjarigen door de Roma) ten koste gaat van de studie van discriminatie van bepaalde maatschappelijke groepen. De strijd tegen mensenhandel en de strijd tegen discriminatie kunnen tegenstrijdige beleidsmaatregelen noodzakelijk maken. Het is in het belang van beide groepen slachtoffers (die van discriminatie en die van mensenhandel) dat hun belangen door verschillende organisaties zouden worden verdedigd en niet door één en dezelfde. Want die kiest dan impliciet voor één van deze groepen en verwaarloost of minoriseert de andere. Het CGKR zou dus beter ontvet worden.

Lees ook:

Wie zijn de slachtoffers van mensenhandel in België?

Het regeringsplan van 2008 tegen mensenhandel

Prostitutie is een knelpuntberoep

MEER OVER John De Wit

Nu in het nieuws