Parket wil "principiële straf" voor strafrechter De Smedt

Het Antwerpse parket-generaal wil een principiële straf voor strafrechter Walter De Smedt. Die stond zopas terecht voor “rechtsweigering”, omdat hij op 28 mei 2009 een gps-dief vrijsprak omdat een eerdere straf tegen die dief niet was uitgevoerd. Volgens dat vonnis van De Smedt waren de nieuwe feiten uitgelokt door de niet-uitvoering van die eerdere straf.

ssimons

De Smedt is een bekend Antwerps strafrechter, die als enige magistraat in België lid was van zowel het Comité I als het Comité P, dat respectievelijke de inlichtingendiensten en de politie controleert.

Het bewuste vonnis van De Smedt veroorzaakte veel verontwaardiging en leidde tot reacties in het parlement. Minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) was zeer boos. Procureur-generaal Yves Liégeois startte een procedure voor rechtsweigering. Dat laatste heb je als een rechter weigert om recht te spreken. Op het misdrijf staat 2.750 euro boete én de mogelijke ontzetting uit de rechten. Dit proces is uniek omdat een vervolging voor "rechtsweigering" zelden gebeurt en altijd tegen rechters die géén vonnis hebben geveld. Maar hier was wél een vonnis.

Placebo-vonnis

Volgens het parket-generaal heeft De Smedt niet echt recht gesproken. "Hij heeft uitsluitend zijn politieke mening over het niet-uitvoeren van de straffen onder de drie jaar in een 'vonnis' gegoten".

Het openbaar ministerie sprak van een “placebo-vonnis”, geen echt vonnis dus. “De Smedt wist immers dat de theorie van de uitlokking nooit kan worden toegepast op een gewone dief en zelfs als dat wel zou kunnen, dan nog zou dit nooit tot de vrijspraak leiden. Door die vrijspraak bleven de burgerlijke partijen in de kou, want zij kregen geen geld. Ze kregen hun recht dus niet.”

Volgens het parket-generaal wist De Smedt heel goed wat hij deed, want in een e-mail aan andere rechters zegde hij “dat het Hof van Beroep zijn vonnis wel zou hervormen”.

Willekeur

Het vonnis van De Smedt bedreigt volgens het openbaar ministerie de onafhankelijkheid van het gerecht. “Want als je een vonnis voor om het even wat mag gebruiken, dan heerst de totale willekeur. Iedere uitspraak kan dan om het even wat inhouden”.

Het openbaar ministerie vroeg een principiële straf en geen ontzetting uit het ambt, “gezien de lange carrière” van De Smedt.

Onafhankelijkheid

Meesters Hugo Coveliers en Walter Damen zegden dat er helemaal geen rechtsweigering is, omdat rechter De Smedt wel degelijk een vonnis heeft geveld. “De Smedt heeft niet geweigerd om recht te spreken, hij hééft recht gesproken. Hij heeft immers een vonnis geveld. En in dat vonnis mag hij naar eer en geweten neerschrijven wat hij wil. Als het openbaar ministerie niet akkoord gaat, dan moet het maar in beroep gaan. Dat deed het trouwens”, zo luidde het.

“Bovendien bewijst het openbaar ministerie niet dat De Smedt wetens en willens geweigerd heeft om recht te spreken."

Voor de advocaten van De Smedt bedreigt de vervolging de onafhankelijkheid van de rechters. “Er dreigt nu vervolging telkens het openbaar ministerie niet akkoord gaat met de inhoud van een vonnis”, zo luidde het. "Bovendien: als Uw Hof De Smedt veroordeelt, dan krijgt het openbaar ministerie een extra rechtsmiddel tegen een vonnis. Het kan dan niet alleen in beroep gaan tegen een vonnis dat het niet goed vindt, maar ook de rechter dagvaarden voor rechtsweigering. En als het parket zoiets kan, dan moeten ook de verdachten en de burgerlijke partijen dat kunnen".

De verdediging vroeg met overtuiging de vrijspraak.

Principes

Rechter De Smedt kreeg het laatste woord: "Iedereen heeft zijn mening gehad over mijn vonnis en ik heb gezwegen. Ik heb gezwegen omdat een magistraat zich niét moet verantwoorden tegenover de publieke opinie, niét tegenover zijn collega's, niét tegenover zijn oversten. Een magistraat moet zijn mening alleen uitspreken in een vonnis".

Als het Hof De Smedt toch zou veroordelen dan wil de strafrechter geen opschorting van de straf, maar een daadwerkelijke straf. "Ik ben een oude man, mijn loopbaan is voorbij. Een opschorting zou een charmante oplossing zijn, maar het gaat hier over principes. Ik heb er 38 jaar voor gevochten, heel mijn carrière lang, en daar trek ik mij aan op in mijn oude dag."

Uitspraak op 21 oktober.

Meer informatie over deze zaak vind je op de expertenpagina van John De Wit.

JDW