Het rapport van de Commissie-Adriaenssens

10 SEPTEMBER 2010 - De Commissie-Adriaenssens wil de verjaringstermijn voor seksueel misbruik herbekijken, omdat de meeste slachtoffers de verjaring willen afschaffen. Ze pleit ook voor een Dag van Slachtoffers in de Kerk. Die Kerk moet daderhulp organiseren, zwaardere interne straffen opleggen aan daders die zich pas melden nadat hun slachtoffer de zaak al bekend heeft gemaakt en een solidariteitsfonds voor slachtoffers oprichten. Dat staat in het eindrapport van de Commissie-Adriaenssens dat vandaag werd voorgesteld en aan de bisschoppen en de Hoge Raad voor Justitie is bezorgd. Adriaenssens zegde nog dat hij geen doofpot voor seksueel misbruik in de Kerk heeft gevonden.

John De Wit

De Commissie Adriaenssens werd in 1997 opgericht om slachtoffers van seksueel misbruik in de Kerk deskundige hulp te bieden. Een jaar terug werd de bekende Leuvense kinderarts, Peter Adriaenssens, voorzitter en op 24 april 2010 raakte bekend dat de Brugse bisschop Roger Vangheluwe zijn neef jarenlang seksueel had misbruikt. Vanaf dan stroomden de klachten bij de Commissie binnen. In totaal waren er zo'n 475 meldingen op het moment dat de Brusselse onderzoeksrechter Wim De Troy alle dossiers in Leuven in beslag nam en de Commissie met haar activiteiten stopte. De commissie stelde vandaag haar eindverslag voor. Wat blijkt uit de analyse van de dossiers van de 475 slachtoffers, die naar de commissie stapten?

WIE ZIJN DE SLACHTOFFERS?

* Twee derde van de slachtoffers zijn mannen, een derde vrouwen. Er zijn amper 45 meldingen uit Franstalig België. Waarom dat zo is, kon Peter Adriaenssens niet verklaren. 80% van de slachtoffers is momenteel ouder dan veertig jaar.

* Gemiddeld zijn de slachtoffers 12 jaar als het misbruik start, maar één was slechts twee jaar oud. Vrouwelijke slachtoffers zijn gelijkmatig over alle leeftijden verspreid, maar naarmate ze ouder worden stijgt het risico. Bij de jongens is er een risicopiek tussen 10 en 14 jaar.

* Het seksueel misbruik bestaat niet alleen uit aanrakingen en masturbaties, maar ook uit anale en orale penetratie. Het gaat soms om ernstige feiten, zo blijkt uit een serie getuigenissen in het rapport. Maar anderzijds hebben sommige slachtoffers het in de gepubliceerde klachten over "seksueel misbruik" zonder de feiten te specifiëren. En sommige klachten gaan over fysiek geweld, over "bekijken" van naakte lichamen, over pesten of over chantage die met het (door het slachtoffer niet afgekeurde) seksueel misbruik werd gepleegd door derden. Kortom: de lijst van gepubliceerde klachten is erg heterogeen.

* Er is seksueel misbruik in àlle religieuze ordes, zo stelt Adriaenssens. Maar geen enkel feit werd door nonnen gepleegd. De daders zijn allen mannen.

* Slechts 5% van de gekende slachtoffers stapte naar het gerecht.

* De meeste feiten gebeurden tussen de jaren vijftig en het einde van de jaren tachtig, doorgaans in internaten waar men in die periode soms maar om de drie weken naar huis mocht. Volgens de Commissie gebeurde het misbruik in àlle scholen voor jongens. Na 1985 is er een scherpe daling van het aantal slachtoffers. De oudste feiten gaan terug tot 1941.

* Twee op de drie slachtoffers die al door de Commissie persoonlijk werden ontmoet hadden de feiten in hun jeugd aan hun ouders verteld, maar bijna niemand werd geloofd.

* De helft van de gekende daders is momenteel al overleden, maar 91 leven nog.

* De Commissie stuurde 13 klachten naar het gerecht. Het gaat om zaken na 1990.

WELKE GEVOLGEN?

Adriaenssens beklemtoonde de nefaste gevolgen van het seksuele misbruik. "Het tast de twee fundamenten van iedere menselijke relatie aan: basisvertrouwen en veiligheid. De priester die de minderjarige vertrouwde bleek niet betrouwbaar en het slachtoffer voelt zich daardoor erg onveilig".

De slachtoffers hebben meestal tot op heden nog allerlei lichamelijke klachten zoals slapeloosheid, eet- en alcoholproblemen of impotentie. Velen gebruiken medicatie. De partner en de kinderen van het slachtoffer wordt ook tot slachtoffer gemaakt, er is dus sprake van "secundaire victimisering". Voor hen moet vele meer aandacht gevraagd worden, meent Adriaenssens.

WAAROM ZWEGEN ZE?

Waarom zwegen vele slachtoffers als kind? Om meerdere redenen, meent Adriaenssens.

* Ze waren bang omdat de dader zo nabij was. Het misbruik gebeurde doorgaans in katholieke internaten waar men soms maar om de drie weken naar huis mocht. De dader was alomtegenwoordig en had ook veel invloed op de ouders van het slachtoffer.

* Vele slachtoffers waren ook bang om niet geloofd te worden. Twee op de drie zegden dat ze hun ouders hebben ingelicht, maar die geloofden en steunden hen niet. Eén zeldzame getuige werd wel geloofd, de ouders stapten naar de politie. Die stelde een proces-verbaal op en dan hoorde men er niets meer van. Voor drie op de vier slachtoffers is dit de eerste keer dat ze het seksueel misbruik melden, hetzij aan de Kerk, hetzij aan Justitie.

* De slachtoffers zwegen ook uit angst voor de gevolgen. Meestal was dat angst om van school gestuurd te worden. En tegelijkertijd angst voor de dader die ze bijna constant bij zich hadden. Adriaenssens meent dat de samenleving zich grondige vragen moet stellen over een internaatsysteem waar kinderen drie weken wegblijven en de ouders zo weinig supervisie hadden op de opvoeding van hun nageslacht. Sommige slachtoffers waren ook bang voor de gevolgen voor hun opvoeding, omdat een aantal geestelijken die hen misbruikte, hun studies financierden.

WAAROM IN DE KERK?

Adriaenssens geeft drie risicofactoren op, die seksueel misbruik in de Kerk extra makkelijk maakten:

* De Kerk is strikt hiërarchisch georganiseerd. Op het moment van de feiten was er weinig plaats voor discussie. In de meeste gevallen werd die kerkelijke gezagsrelatie nog eens gecombineerd met een pedagogische gezagsrelatie omdat de dader niet alleen priester maar ook leraar was.

* Het opvoedsysteem kende weinig empathie, onderdanigheid was de kern. Daders van seksueel geweld hebben bovendien zelf heel weinig empathie met hun slachtoffers: ze denken dat de slachtoffers het aangenaam vinden omdat zij als daders het prettig vonden.

Opmerkelijk is verder dat in de bewuste internaten ook nog lekenleraars werkten. Die hebben al die jaren niets gemerkt, ondanks soms heel duidelijke bijnamen (den bok, den trekker e.d.).

* De macht van de Kerk kon een bepaald soort personen aantrekken, die speciale interesse hadden voor seksueel misbruik. Adriaenssens denkt dat er in de bewuste periode geen enkele school was zonder seksueel misbruik van jongens.

Maar de theorie dat het celibaat de priesters dermate in crisis brengt dat ze pedofiele praktijken toepassen, vond de Commissie niet terug in de ondervragingen van daders. "Het komt weinig voor en die daders richtten zich dan toch eerder op oudere jongens".

Adriaenssens stelt vast dat na 1985 het aantal slachtoffers scherp daalt. Dat komt door de vrije val van het aantal roepingen. Daardoor moesten de priesters zich vooral op hun pastorale taken concentreren en minder op het werk als leraar. Dat gold ook voor pedofiele priesters en daardoor verviel de aantrekkelijkheid van het beroep van priester voor mensen met speciale interesses in seksueel misbruik.

WAAROM DEED DE KERK NIETS?

Als de Kerk al reageerde op seksueel misbruik, was dat meestal door een overplaatsing van de dader. Een andere sanctie nam men niet. Het rapport van de Commissie-Adriaenssens geeft drie redenen op waarom de Kerk niet of heel weinig reageerde op seksueel misbruik.

* Omdat er zoveel strikte regels bestaan dat een priester in hoge mate autonoom is. Dat geldt ook voor een bisschop: de ene bisschop heeft niets te zeggen over de andere.

* Er bestaat ook geen cultuur om macht ter discussie te stellen in de Kerk.

* Angst voor schade en vernietiging van de organisatie leidde tot ontkenning van de problematiek.

Adriaenssens zegde dat de Kerk reageerde als de echtgenote van een man die zijn dochter incestueus verkracht. "Ze ziet het niet, ontkent het en als ze er door iemand op gewezen wordt, gelooft ze het ook niet. Dat kan niet waar zijn, zegt ze dan. Zo reageerde de Kerk in die dagen", meent Adriaenssens. Maar hij zegt ook dat hij nù geen doofpot voor seksueel misbruik in de Kerk heeft gevonden. "Zo'n negentig slachtoffers stapten met hun verhaal naar een bisschop en de meesten vonden daar gehoor. We vonden nù geen aanwijzingen van stilzwijgen of afspraken om slachtoffers te negeren", zei Adriaenssens.

WELKE AANBEVELINGEN?

Wat beveelt de Commissie aan?

* De verjaringstermijn moet worden herbekeken. Vele slachtoffers dringen aan op een afschaffing van die termijn. In het parlement werden al wetsvoorstellen van Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld) en van de MR besproken om de verjaringstermijn van tien op dertig jaar te brengen. Het voorstel van Open Vld werd als basis van de discussie genomen, maar het leidde voorlopig tot niets.

Ondertussen heeft Lahaye-Battheu haar voorstel opnieuw ingediend omdat het eindrapport van de commissie- Adriaenssens aantoont dat "slachtoffers pas na een lang verwerkingsproces de moed vinden om naar het gerecht te stappen". "De huidige korte verjaringstermijnen druisen in tegen het rechtvaardigheidsgevoel van de slachtoffers en maatschappij", zo zegt ze.

N-VA steunt het voorstel nu volmondig en wil het zo snel mogelijk op de agenda van de Kamercommissie Justitie zetten. Renaat Landuyt (sp.a) wil de verjaring in dit soort zaken afschaffen "omdat het leed van het slachtoffer niet verjaart". De sp.a pleit voor een "waarheidscommissie", zoals die door Desmond Tutu over de mishandelingen tijdens het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime werd georganiseerd. Zo'n waarheidscommissie zou voor Landuyt kunnen onder de vorm van een parlementaire onderzoekscommissie over seksueel misbruik. Ook Groen! willen de verjaringstermijnen herzien "na een grondig debat in een parlementaire onderzoekscommissie over seksueel misbruik in de Kerk. Alleen CD&V is terughoudend. De partij vindt het voorstel "instant-wetgeving".

Als al deze partijen die verjaringstermijn willen verlengen, waarom deden ze het dan vorig jaar niet? Tijdens hoorzittingen over het voorstel van Lahaye-Battheu spraken nogal wat deskundigen, onder wie Kristine Kloeck, de directeur van Child Focus zich namens de slachtoffers uit tégen een verlenging van die termijnen. Justitieminister De Clerck overwoog wel om hem van tien op vijftien jaar te brengen. Na deze hoorzittingen plaatste niemand echter het probleem nog op de agenda, ook De Clerck niet. (Meer informatie over dit debat, vindt U hier, nvdr.)

* Ook seksueel misbruik in andere religies moet worden opgevangen, omdat in het buitenland feiten bekend zijn bij de Getuigen van Jehova, de protestanten en de moslims. Adriaenssens pleit voor een vertrouwenscentrum voor volwassenen, dat niet alleen seksueel misbruik aanpakt, maar ook geweld.

* De Kerk moet meer aandacht hebben voor de partners van de slachtoffers, want ook zij zijn slachtoffer.

* De Kerk moet ernstiger straffen opleggen aan daders die zich pas melden als de zaak door de slachtoffers zelf is aangekaart. Ze moet ook daderhulp organiseren.

* De Kerk moeten bovendien een solidariteitsfonds oprichten waarin de plegers geld storten voor de slachtoffers.

* Slachtoffers moeten in de Kerk een aanwijsbare plaats krijgen. De Commissie denkt aan een dag voor slachtoffers van de Kerk of een plaats voor herinnering of gebed.

MOET ER EEN NIEUWE COMMISSIE-ADRIAENSSENS KOMEN?

Zoals geweten is de Commissie-Adriaenssens met haar werk gestopt na de inbeslagname van al haar dossiers door de Brusselse onderzoeksrechter. Voorzitter Adriaenssens vond dat door die inbeslagname de vertrouwenssfeer waarin hij moest werken was geschonden. Ondertussen is wel al een akkoord afgesloten tussen de parketten-generaal en de Commissie. Het federaal parket wordt het aanspreekpunt van de Commissie bij Justitie. Dat federaal parket moet in de toekomst alle nog strafbare, niet verjaarde feiten naar het bevoegde lokale parket verwijzen. Maar nu is er geen Commissie meer. Ondertussen moest - naar verluidt - onderzoeksrechter De Troy alle dossiers van de Commissie-Adriaenssens teruggeven. Naar verluidt, want de inhoud van een arrest van de Kamer van Inbeschuldigingstelling over de inbeslagnames bij de Commissie, mag van de onderzoeksrechter niet bekend gemaakt worden. De dossiers zouden voorlopig nog bij hem zijn omdat er nog een procedure bij het Hof van Cassatie loopt tegen de beslissing tot teruggave.

Kardinaal Léonard kondigde een opvolging voor de Commissie-Adriaenssens aan. Léonard doet zijn initiatief maandag uit de doeken. Maar Peter Adriaenssens zelf wil de Commissie niet meer voorzitten.

Over die aangekondigde opvolgingscommissie zegt het rapport:

* Er moet een opvolging komen, maar die zou best niet "Commissie" heten, omdat dit te veel associaties oproept met parlementaire of onderzoekscommissies. Het rapport volgt daarin de visie van slachtoffer Jan Hartogen, die vindt dat een nieuw orgaan binnen de Kerk vooral een centrum voor erkenning, heling, herstel en verzoening moet worden. Het rapport zelf wil trouwens niet meer spreken van slachtoffers van seksueel misbruik maar wel van overlevers van seksueel misbruik.

* De slachtoffers moeten ook kunnen kiezen tussen pastorale zorg en hulpverlening. Ze moeten zelf kunnen beslissen hoe hun herstel het beste verloopt: wie naar justitie wil, moet dat kunnen doen. Adriaenssens pleit terzake voor een apart meldpunt voor slachtoffers binnen Justitie zelf. Misschien moet anderzijds in het nieuwe orgaan van de Kerk een vertegenwoordiger van Justitie zetelen om na te gaan of alle procedures worden gerespecteerd, zo suggereert het rapport zonder hierover een definitieve uitspraak te doen.

* De slachtoffers moeten adequaat vertegenwoordigd worden. Nu zijn er te veel verschillende groepen, die allemaal namens "de slachtoffers" spreken en verschillende ideeën opperen.

* De Commissie dankt Vlaams minister Jo Vandeurzen omdat hij onmiddellijk na de inbeslagnames van de dossiers door het Brussels gerecht een initiatief lanceerde om de slachtoffers te helpen. Vandeurzen startte ook een overleg met justitie om de verhouding tussen justitie en de hulpverlening te verduidelijken. Dat leidt nog dit najaar tot een gezamenlijk colloquium over de vraag of het beroepsgeheim een beletsel is in de samenwerking welzijn-justitie. Op zo'n verduidelijking dringt de Commissie-Adriaenssens ook aan in haar rapport.

****************************

Het volledig rapport vindt U in dit pdf-document

****************************

Lees ook:

Over de Danneelstapes

Over seksueel misbruik in de Kerk

Mogen pedofiele misdrijven pas na 30 jaar verjaren?

Naar een woonverbod voor pedofielen?

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio