Liégeois: "Politiek immobilisme wurgt rechtsstaat"

Print
2 SEPTEMBER 2010 - Door vertaalfouten in de nieuwe assisenwet kunnen pogingen tot moord in Vlaanderen naar de correctionele rechter, maar in Franstalig België moeten zij bij het assisenhof blijven. Dat is een van de pijnpunten die de Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois woensdag aansneed in zijn mercuriale. Dat is een rede ter gelegenheid van de opening van het nieuwe gerechtelijk jaar. Liégeois maakte een rapport van 168 pagina's over de nieuwe assisenwet. Hij kaartte het probleem al op 18 februari aan bij de justitieminister. In zijn mercuriale hekelde Liégeois vooral het immobilisme van de politiek, waardoor de broodnoodzakelijke hervormingen voor justitie uitblijven en dat volgens hem de rechtsstaat wurgt. Een gesprek met de hoogste magistraat van het openbaar ministerie in Antwerpen en Limburg.

Wat is er mis met de nieuwe assisenwet van 21 december 2009?

Er staan vertaalfouten met verstrekkende gevolgen in. Zo kan een poging tot moord in Vlaanderen voor de correctionele rechtbank komen maar in Franstalig België moet ze naar het hof van assisen.

De nieuwe wet (zie: hier) wilde het assisenhof ontvetten en het parlement wilde daarom dat de pogingen tot misdaden waarop levenslang staat, naar de correctionele rechter kunnen worden gestuurd. Die kan dan tot 2O jaar cel opleggen.

Maar de Nederlandse en de Franse tekst verschillen. In de Nederlandse tekst moeten de misdàden die de dader poogde te plegen, strafbaar zijn met levenslang om naar de correctionele rechter te kunnen gaan. In de Franse tekst moeten de pogingen zélf strafbaar zijn met levenslang. Maar er zijn bijna geen pogingen tot misdaden strafbaar met levenslang, behalve enkele pogingen tot misdaden tegen de menselijkheid. Gevolg is voor Franstalig België: de pogingen tot moord blijven bij assisen. In Vlaanderen kunnen ze naar de correctionele rechter en dat zal ook meestal gebeuren.

Hebt U dat proberen te veranderen?

Het gaat om een simpele vertaalfout. Wij hadden die eerst willen rechtzetten met een erratum, maar dat kon niet omdat de Koning het perkament waarop de wet staat, al ondertekend had. En dan kan een erratum in het Staatsblad niet meer.

Daarna wilden wij een circulaire maken om te verduidelijken dat de pogingen tot moord naar de correctionele rechter moeten kunnen gaan. Want dat was de wil van de wetgever. Maar dat wilden Brussel en sommige Waalse collega's niet. Zij zegden dat de Franse tekst van de wet heel duidelijk was en een duidelijke tekst mag niet geïnterpreteerd worden door een circulaire.

Daarom legden wij op 18 februari 2010 dit probleem voor aan de minister van Justitie. We vroegen om de assisenwet opnieuw te wijzigen om de foutjes te herstellen. Maar de minister liet ons weten dat "een pas gestemde wet niet gewijzigd kan worden". Zoiets schijn je niet te doen. Dus blijft de fout overeind. We proberen het nu op te lossen door testcases. We zullen zien welke tekst de rechters volgen: de Nederlandse of de Franse.

Dat is niet de enige fout uit de nieuwe assisenwet?

Nee,het is ook onduidelijk of diefstallen met geweld, gijzelingen en diefstallen van kernmateriaal die gepaard gaan met foltering met andere verzwarende omstandigheden, naar de correctionele rechter kunnen worden gestuurd of niet. De tekst spreekt zichzelf op dit vlak tegen.

En dan zijn er problemen bij de straffen die de correctionele rechter kan opleggen voor pogingen tot moord. Voor recidisten kunnen die straffen hoger zijn dan wat het assisenhof kan geven, terwijl assisen toch voor veel zwaardere misdrijven geldt. Iemand die voor de tweede keer een poging tot moord pleegt, kan van de correctionele rechter 40 jaar cel krijgen, maar van het assisenhof slechts 30 jaar. Da's volkomen onlogisch. Het kan tot gekke toestanden leiden waarbij mensen die veel minder zware feiten gepleegd hebben zwaardere straffen kunnen krijgen dan heel zware criminelen.

De nieuwe assisenwet bepaalt ook dat misdaden waarop meer dan twintig jaar staat door drie correctionele rechters behandeld moeten worden. Maar zulke zaken bestaan niet, want een correctionele rechter behandelt geen misdaden, alleen wanbedrijven.

En bepaalde artikelen die door de nieuwe wet ingevoerd worden, spreken elkaar flagrant tegen. Volgens het nieuwe artikel 410 van het wetboek van strafvordering mag het parket-generaal altijd in cassatieberoep gaan tegen een vrijspraak op assisen, volgens artikel 409 niet.

Een wet moet wel duidelijk, helder en eenvoudig zijn en dat is deze wet niet.

Is het parlement dan mislukt in zijn wens om de assisenprocedure korter en efficiënter te maken?

Absoluut. Neem nu de "pariteitseis", de eis dat de jury slechts voor twee derde uit hetzelfde geslacht mag zijn samengesteld. Dat betekent dat wij veel meer mensen moeten oproepen om uitgeloot te worden om als gezworene te zetelen. Vroeger waren er dat 30, nu zijn het er al 90. Van al deze mensen moet een klein voorafgaand onderzoek gedaan worden en we moeten bijna drie keer zoveel dagvaardingen versturen. Dat kost dus veel extra werk en veel extra tijd.

En dan zijn de parketten er nog in geslaagd om die pariteitseis te beperken tot de eerste loting. Dus: tot de eerste twaalf juryleden die effectief moeten zetelen, verkozen zijn. De pariteitseis geldt dus niet voor de plaatsvervangers. Aanvankelijk wilde het parlement die eis immers ook handhaven als effectieve juryleden ziek zouden worden en dus vervangen moeten worden. Hoeveel mensen zouden we dan niet moeten uitloten? En erger: wat als net op het einde van de zaak-Dutroux een man ziek wordt en de enige plaatsvervanger een vrouw is? Dan zouden we de assisenzaak moeten stoppen en helemaal overnieuw beginnen.

Zo'n pariteitseis is waanzinnig in een land dat geen geld heeft voor justitie. Ik heb 200 assisenzaken gecoacht en er is nooit enig probleem geweest met de samenstelling van de jury op het vlak van de geslachten. Maar nu dreigen problemen te ontstaan. Het parlement is tussengekomen om problemen die niet bestonden te scheppen.

Is dat in de assisenwet ook zo op andere vlakken?

Ja, minstens op twee gebieden. Zo is er nu vooraleer een assisenzaak begint een "preliminaire zitting" tussen de partijen en de voorzitter. Die dient om de lijst van de getuigen vast te leggen. Vroeger bestond die zitting niet en er was nog nooit enig probleem. We organiseerden het verloop van de zitting op een informele bijeenkomst.

Nu die preliminaire zitting er is, vraagt men ons meestal toch nog een informele bijeenkomst voor de preliminaire zitting om de afspraken te maken! Door deze overbodige preliminaire zitting duurt het nu minstens zes maanden vooraleer we een zaak die naar de volksjury is verwezen ook effectief voor het assisenhof kunnen brengen. Vroeger was dat vier maanden. Het duurt door de nieuwe wet dus langer om een zaak voor assisen te brengen dan vroeger.

En vooral: procedurekwesties, zoals een onwettige huiszoeking, een illegale telefoontap, kunnen vanaf nu niet meer voor de bodemrechter worden aangekaart als dat al voor de Kamer van Inbeschuldigingstelling was gebeurd. Vroeger probeerden de advocaten dit soort kwesties zowel tijdens het vooronderzoek bij de KIB als tijdens de strafzaak zelf bij de correctionele rechter aan te brengen. Het parlement wilde dat dit niet meer zou kunnen in assisenzaken omdat dit de procedure te veel zou belasten. Maar het veranderde dat ineens ook voor àlle andere strafprocedures. Assisen vertegenwoordigt amper 0,02% van alle strafzaken, maar de wet is wel gewijzigd voor àlle strafzaken. Ik weet niet of het parlement zich dat wel realiseert. Dit is een aardverschuiving.

De assisenwet was toch nodig van het Europees Mensenrechtenhof in Straatsburg?

Inderdaad. Straatsburg vond in het arrest-Taxquet dat het assisenhof zijn de beslissing over de schuld of onschuld van een verdachte moest motiveren. Dat deden wij tot Taxquet niet. Maar was het om die verandering door te voeren nodig om een wet van 237 artikelen te stemmen? Liefst een derde van het wetboek van strafvordering verandert of wordt verplaatst. De wet levert ons veel extra werk op, ze maakt de procedure niet efficiënter of simpeler, maar wel ingewikkelder en langer. En ze kost meer. En als we alle pogingen tot misdaden effectief naar de correctionele rechter krijgen - ook in Franstalig België - , dan zullen er hooguit 10% minder assisenzaken zijn.

Ik moet hier voor één keer Renaat Landuyt gelijk geven. Het was - zoals hij voorstelde - beter geweest om uitsluitend het aspect van de motivering van de assisenuitspraken te wijzigen en de assisenwet voor de rest zo te laten. Met de wet die men nu gemaakt heeft, kan men assisen beter afschaffen. Dat zou men voor de efficiëntie van justitie toch beter doen.

Wat gaat U nu doen?

We zullen dit in oktober opnieuw aankaarten bij het parlementaire Comité voor Wetsevaluatie. Die parlementsleden moeten fouten en pijnpunten uit wetten corrigeren. Wij hebben als openbaar ministerie zelf al drie keer een evaluatie van fouten in wetten gemaakt. Al onze parketmagistraten signaleren ons problemen die zij hebben met nieuwe wetten en wij bundelen die. Ook een groot deel van de zetelende magistratuur doet daar nu aan mee. In oktober zullen we al voor de vierde keer onze analyse van fouten in nieuwe wetten aan dat Comité voorleggen. We werden nog nooit uitgenodigd om onze visie toe te lichten. Het gaat hier blijkbaar om een virtueel comité.

Maar we blijven onze eigen evaluaties van de wetten toch indienen omdat we niet willen dat de politici later zeggen dat zo'n Comité voor Wetsevaluatie niet nodig is omdat er toch niemand fouten in wetten signaleert.

Waarom die desinteresse van het parlement?

De politieke partijen zetten bijna uitsluitend nog mensen op hun lijsten die veel stemmen halen. Maar als die mensen verkozen zijn, kunnen velen hun moeilijke taak niet aan, omdat wetgeven echt wel een ingewikkelde klus is. De politici zouden zich moeten laten begeleiden door competente mensen, specialisten die in staat zijn om de wetgeving te vereenvoudigen en het aantal wetten te verminderen. Als de politieke partijen die mensen niet hebben, dan kunnen ze om advies vragen aan mensen die het kunnen weten en die niet uit eigen belang handelen.

Als ik in het parlement kom ervaar ik echter een zekere vijandigheid tegenover het openbaar ministerie. Ik begrijp niet goed waarom, want het openbaar ministerie is niet partijdig, het vertegenwoordigt - in tegenstelling tot de balie, die een partijdig belang vertegenwoordigt - het openbaar belang.

Wij moesten als korpschefs van de parketten allemaal een cursus management volgen. Men heeft ons nu aangesteld als managers, maar als wij iets voorstellen dan luistert het parlement er niet naar. Dat is toch een eigenaardige houding tegenover een manager. Waarom moeten de korpschefs van de parketten en het college van procureurs-generaal een beleidsplan maken als er geen gevolg aan wordt gegeven?

U hekelde in Uw mercuriale ook het politiek immobilisme?

Door het politiek immobilisme van de jongste jaren komt de rechtsstaat in een wurggreep. We stevenen regelrecht af op een leegte van gezag. Bij gebrek aan parlement en regering kunnen de broodnodige beslissingen voor justitie niet genomen worden. Het portret van de politiek lijkt steeds meer op dat van Dorian Gray. Het wordt elke dag iets lelijker. Ieder jaar moeten wij dezelfde dingen opnieuw vragen maar er verandert niets. Telkens iets zou kunnen veranderen valt de regering of is er geen geld. En ondertussen groeit de straffeloosheid en verglijdt het pluralisme in onze democratie naar radicalisme, terrorisme en anarchie. Dat kan niet blijven duren.

Welke initiatieven moeten nog dringend genomen worden?

Uiteraard heb je de Salduz-regels. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg besloot in het Salduz-arrest dat iedere gearresteerde persoon vanaf het eerste verhoor door de politie recht heeft op bijstand door een advocaat. Die regel zou onmiddellijk en met terugwerkende kracht ingevoerd moeten worden.

Vooreerst dit: het Europees Hof gaat met dit arrest zijn boekje te buiten, het stelt zich in de plaats van de wetgever, het stelt zelf wetten op. Ik ga terzake volledig akkoord met de kritiek van de voorzitter van het Grondwettelijk Hof, Marc Bossuyt (zie: hier). Het Europees Hof vormt door zijn eigengereid optreden op termijn zelf een gevaar voor de mensenrechten.

Maar we moeten die arresten nu eenmaal uitvoeren. Er waren hoorzittingen in de Senaat, maar die leidden tot niets, terwijl dringend een wettelijk initiatief nodig is. Ik heb begrepen dat justitieminister Stefaan De Clerck in september nog de Kamercommissie Justitie wil samenroepen om nieuwe hoorzittingen over Salduz te organiseren. Want er is nu een nieuw parlement he.

Vooraleer je de wet wijzigt is het natuurlijk belangrijk dat je weet wat dit gaat kosten. In hoeveel zaken zullen de Salduz-regels moeten worden toegepast, hoe kan dat georganiseerd worden, hoeveel zal het kosten? Dat moet je vooraf weten. Als het gerecht behoorlijk geïnformatiseerd zou zijn, zouden we dat met één druk op de knop weten. Maar Justitie heeft de voorbije decennia veel te weinig geld gekregen, het openbaar ministerie moet nu nog altijd met vier verschillende, onderling niet compatibele, informaticasystemen werken. Dus wordt het wat moeilijker om die cijfers op te zoeken.

Maar met wat moeite zou het kunnen, we zouden enkele maanden alles kunnen registreren en dan de resultaten extrapoleren, zodat we toch een eerste raming van de kosten krijgen. Maar om dat te doen hebben we weer een ondersteuningsdienst nodig. We hebben dit al meerdere keren gevraagd, de wet die dienst mogelijk maakte is gestemd, maar vooraleer ze kon worden uitgevoerd viel de regering. Zo kunnen we dus niet blijven werken.

Kan Justitie ook opbrengen?

Natuurlijk. Wij willen al lang de mogelijkheid tot minnelijke schikking verruimen. Minnelijke schikking moet mogelijk worden in iedere fase van het geding en niet alleen voor de dagvaarding. En het Openbaar Ministerie moet die minnelijke schikking kunnen opleggen. Als de burger er niet mee akkoord gaat, moet hij maar zelf naar de rechter stappen, zoals in Nederland het geval is. Nu krijg je een minnelijke schikking (een verkeersboete bv.) en wie die niet betaalt, moet door ons voor de rechter worden gebracht. Dat leidt tot rechtszaken, die de staat uiteindelijk misschien minder opbrengen. Het systeem zou dus beter omgekeerd zijn: wij leggen een minnelijke schikking op en voeren die onmiddellijk uit. Als de burger niet akkoord gaat, stapt hij zelf naar de rechter. Dat zal veel rechtszaken en kostelijke procedures besparen.

Want we moeten het toegeven: als we iedereen die zijn verkeersboete niet betaalt voor de politierecheter moeten brengen dan loopt het systeem strop.

Waarom komt dit systeem er niet?

Het lijkt op verzet van Financiën. Het departement wil niet dat er geld binnenkomt bij Justitie, terwijl de fiscus zich jarenlang niet geïnteresseerd heeft voor onbetaalde boetes.

Justitie zou ook kunnen besparen door snel een wet te maken om de videoconferenties uit te breiden naar strafzaken. Nu expertimenteert ons Hof daarmee in burgerlijke zaken tussen Antwerpen en Hasselt. De Limburgse advocaten moeten niet meer naar Antwerpen rijden om die zaken in beroep te pleiten. Het systeem is een groot succes (zie: hier). Maar videoconferenties kunnen ook nuttig zijn om bepaalde strafzaken, raadkamers en kamers van inbeschuldigingstelling vanuit de gevangenis per videoconferentie te organiseren. Dat zou besparen op transport van aangehoudenen en begeleiding door politie en Veiligheidskorpsen. We zouden die videoconferenties ook moeten kunnen inschakelen voor arrondissementele overlegvergaderingen en internationale rogatoire commissies.

Een andere eis van jullie betreft de BOM-wet?

De wet op de bijzondere opsporingsmethoden voor de politiediensten werd gedeeltelijk vernietigd door het grondwettelijk hof in 2007. Het parlement paste de wet nog altijd niet aan en daardoor zit de politie in de puree. Zo zouden de politiediensten computerhackers systematisch moeten kunnen volgen in hun werkzaamheden op het internet, maar dat mag momenteel niet.

Ook kunnen we geen uitgebreide observaties en telefoontaps doen bij mensen die uit de gevangenis ontsnapt zijn of die zich aan het gerecht onttrekken. Beide dingen moeten dringend worden aangepast.

En tenslotte wilde het Grondwettelijk Hof dat informanten uit het criminele milieu gecontroleerd worden door het parket. Zij zouden geen misdrijven meer mogen plegen zonder toestemming van de procureur. Maar dan is het gedaan met de informanten natuurlijk. Het gaat hier immers niet om politiemensen die in een criminele organisatie infiltreren, maar om informanten uit het milieu zelf. De georganiseerde misdaad wil hen voortdurend testen om na te gaan of zij wel echt tot de bende behoren. Het Grondwettelijk Hof heeft over die informanten een wereldvreemd arrest geveld. Na dit arrest is het gedaan met de informanten.

En de diamantwet (een versneld kort geding om goederen die in beslag genomen zijn bij een huiszoeking door de Kamer van Inbeschuldigingstelling te laten teruggeven, nvdr)?

Tja, daar deed het parlement ook al niet mee voort. De Raad van State vond dat onze voorstellen onvoldoende beroepsmogelijkheden bevatten en daarom indruisten tegen de mensenrechten (zie: hier). Maar dat is volkomen onjuist. Het recht op beroep wordt alleen maar gegarandeerd in een procedure ten gronde, maar dat is zo'n kort geding niet. De Raad van State vond ook dat ons voorstel discriminerend was. Maar dat zie ik ook niet in: wij scheppen gewoon een nieuwe procedure, die door iedereen kan gebruikt worden, naast de bestaande procedures. Waar zit de discriminatie dan? Ik hoop dat het parlement die wet opnieuw oppakt na het reces.



Lees ook:

Wat verandert de Kamer nu aan assisen?

Liégeois strijdt tegen de gerechtelijke achterstand

Liégeois wil de parketten hervormen

Liégeois leidt vanaf 1 september 2007 het college van procureurs-generaal.

Wat stelt het college voor aan de minister van Justitie?

Liégeois: "Privacywet buiten de strafprocedure houden".


.

Nu in het nieuws