Het discriminatierapport van het CGKR voor 2009

Print
31 AUGUSTUS 2010 - Er moet een duidelijke, eenvormige en ruime definitie komen van wat een 'gehandicapte' precies is en hun aantal moet overal op dezelfde manier worden geteld. Dat meent het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) in zijn nieuwste jaarverslag over discriminatie in 2009. Het CGKR kreeg in 2009 2.888 klachten binnen, een derde meer dan in 2008, maar uiteindelijk bleek toch bijna twee derde niet gegrond. Bij de parketten liepen 974 zaken binnen. Daarvan was begin 2010 al 67% geseponeerd. Het CGKR behandelt nog steeds niet alle groepen gelijk. Ondanks de toenemende homohaat heeft het nog altijd geen beleid terzake en ook voor oudere werklozen en alleenstaanden is dat er niet.

Het CGKR stelde zopas zijn jaarverslag voor 2009 voor. Vorig jaar kreeg het CGKR 2.888 nieuwe meldingen van discriminatie binnen, een derde meer dan in 2008, maar bijna evenveel als in 2007. Voor twee derde van deze meldingen opende het Centrum een dossier. In 2009 gaat het dan om 1.859 dossiers. Maar slechts bij 84% van deze dossiers (1.564) was het CGKR ook bevoegd.

WAAROM DISCRIMINEREN MENSEN?

Hoe is de top vijf van de redenen waarom mensen discrimineren? Het gaat hier om de discriminatiegronden waarop het CGKR zijn dossiers samenstelt. Het totale aantal dossiers (1.692) is iets hoger dan het aantal dossiers waarvoor het CGKR bevoegd is, omdat in één dossier meerdere criteria aan bod kunnen komen (bv. ras en geloof samen).

* Racisme prijkt bovenaan met 827 nieuwe dossiers (49%). Het gaat voor een derde om racisme in de media en op het internet. In het eerste semester van 2009 nam het aantal meldingen over antisemitisme enorm toe, maar het CGKR verklaart dat door de militaire operatie van het Israelische leger in de Gazastrook. Na deze actie neemt het aantal klachten weer af. Maar cijfers over het aantal antisemitische meldingen geeft het verslag niet.

* Discriminatie van gehandicapten volgt met 289 nieuwe dossiers of 15% van het totaal. Het ging voor een derde om lichamelijk gehandicapten (van wie 11% blinden en 7% doven) en er waren ook 14% chronisch zieken bij, zoals diabetespatiënten. Veertig procent van de klachten van gehandicapten gaat over gebouwen die ontoegankelijk zijn of diensten die geweigerd worden (geweigerde toegang tot restaurants of taxi's met blindenhonden; weigering van verzekeringen aan chronisch zieken). Daarnaast gaat nog eens 31% over de arbeidssituatie van gehandicapten (onterechte medische aanwervingscriteria en verzoeken voor redelijke aanpassingen van de infrastructuur op het werk). Het CGKR wil deze discriminaties wegwerken. Het CGKR plaatst zijn verslag in het teken van de gehandicapten (zie hieronder).

* Daarna volgt discriminatie op basis van geloof met 227 dossiers (13% van het totaal). Het gaat in 87% om moslim(a)s. En eveneens in 87% van deze dossiers over islamofobie is er volgens het CGKR ook echt sprake van islamofobie. Het gaat maar in 40% van het aantal islamofobiedossiers om islamofobie die door de antidiscriminatiewet kan worden aangepakt.

Dit criterium geloof en islamofobie is het enige waarbij wordt vermeld hoeveel dossiers ook echt gegrond zijn in de ogen van het CGKR.

Over de hoofddoek stelt het CGKR dat er in de werksfeer al voldoende instanties bestaan om te beslissen wat kan en wat niet kan. Maar voor het onderwijs moet er een decreet komen.

* Op de vierde plaats staat discriminatie op basis van seksuele geaardheid met 104 dossiers (of 6%), voornamelijk voor pesten op het werk en cyberhate. Het CGKR besteedt aan dit soort discriminatie amper 10 regels in een rapport van 179 pagina's.

* En tenslotte is er nog discriminatie op grond van leeftijd met 86 nieuwe dossiers (5% van het totaal). Hier gaat het vooral om 45-plussers en om discriminatie met betrekking tot aanwerving en bij hospitalisatieverzekeringen.

WAAR DISCRIMINEREN MENSEN?

Het CGKR geeft ook een top vijf van de maatschappelijke sectoren waarover zijn dossiers gaan. Het totaal aantal dossiers is hier 1.564.

* De media prijken bovenaan(404 of 25%), in vier op de vijf gevallen gaat het om cyberhate voornamelijk tegen moslims. In 2009 waren er vier keer zoveel klachten terzake als in 2006 en toch nog 100 meer dan in 2008.

In 2009 stelt het CGRK een nieuwe vorm vast: websites die oproepen tot waakzaamheid in verband met de islam, maar die "op een subjectieve wijze de scherpste verzen uit de Koran brengen of het islamgevaar willen bewijzen aan de hand van nieuwsfeiten" en die daarbij "een flagrant gebrek aan objectiviteit aan de dag leggen". Ook "lasterlijke of wansmakelijke boodschappen" horen in deze categorie. Volgens het CGKR valt dit onder de vrijheid van meningsuiting, maar gaat het om cyberhate "als dit soort boodschappen zich voortdurend herhaalt". Terzake betreurt het CGKR dat het geen middel heeft om Facebook aan te pakken, omdat deze website Amerikaans is en de vrijheid van meningsuiting daar absoluut is.

* Dan volgen arbeid en tewerkstelling (381 dossiers of 24%), meestal over aanwervingsprocedures en pesten.

* Levering van goederen en diensten (321 of 21%) staan op de derde plaats. Hier vertegenwoordigen de meldingen over huisvesting een derde van de klachten en daarbij gaat het in 4 om de 10 gevallen om het weigeren van een huurcontract op raciale gronden, in 1 op de 4 dossiers op financiële gronden, in 1 op de 7 dossiers op grond van een handicap.

Verder handelt dit onderdeel over verzekeringen.

Het aantal dossiers over weigeringen aan cafés en andere horeca bedraagt 40 in totaal. Voor twee derde gebeurt de weigering op basis van ras of ethnie, voor een vijfde op basis van handicap.

* Allerlei samenlevingsproblemen volgen (148 of 9%). Het gaat hier vooral om burenruzies (46% van dit soort zaken).

* Op vijf staat het onderwijs (87 of 6%), voornamelijk het secundair.

WAT DOET HET CGKR?

In totaal verklaarde het CGKR verklaarde 30% van de 1.224 dossiers, die in mei 2010 al verwerkt waren, gegrond en in nog eens 13% is er een "vermoeden van discriminatie".

In 29% van de dossiers is er geen discriminatie en in 25% zijn er onvoldoende elementen om dat te beoordelen. Deze laatste twee groepen tekenen dus voor 54% van de klachten waarvoor het CGKR zich bevoegd verklaard heeft.

Het CGKR maakt geen opsplitsing al naar gelang de klachten gegrond of ongegrond werden bevonden per maatschappelijke sector. Dat doet het evenmin per discriminatiecriterium, behalve bij islamofobie.

In totaal ondernam het CGKR in 19 dossiers gerechtelijke stappen, hetzij door zich burgerlijke partij te stellen in een strafzaak of door een vordering bij de burgerlijke rechter. Daarnaast werden nog 47 eenvoudige klachten ingediend om een haatmisdrijf te onderzoeken. In totaal werden dus in 66 dossiers gerechtelijke stappen ondernomen.

WAT DOEN POLITIE EN PARKET?

* De politiediensten registreerden in 2009 1.198 feiten van discriminatie, een kleine honderd minder dan in 2008. Daar kwamen nog 11 feiten van negationisme (ontkennen of goedkeuren van de Holocaust door de nazi's bij). Opmerkelijk is dat het aantal feiten van homofobie met twee derde steeg (van 34 naar 54). Het gaat om de sterkste stijging van alle onderdelen waarop de racisme- en discriminatiewet betrekking hebben. Maar volgens Open Vld-senator Bart Tommelein, die de problematiek bestudeerde, is dat laatste nog een grove onderschatting omdat de politie onvoldoende de homofobe context registreert (zie: hier).

* Wat doen de parketten met deze zaken? Hier gaat het om nog slechts 974 dossiers. Waar de ruim 200 overige dossiers van de politie gebleven zijn is niet duidelijk.

77,1% van deze dossiers bij de parketten gingen over racisme. De rest gaat over allerlei misdrijven waarvan alleen maar de codes worden vermeld (56C bv.) zonder enige uitleg wat die codes betekenen.

Van de 974 dossiers die in 2009 opgestart waren, was op 10 januari 2010 zo'n 67,5% geseponeerd. De seponeringspercentages liggen het hoogst in Hasselt (88%), Tongeren en Turnhout (elk 83,3%). Ze liggen het laagst in: Dendermonde en Namen (50%) en Brugge (51,9%). Ook Antwerpen seponeert eerder weinig (61,2%).

Uiteindelijk waren nog maar slechts 18 zaken uit 2009 voor de correctionele rechter gebracht, of 1,86%. De rest was nog in onderzoek of werd afgehandeld met strafbemiddeling (12 of 1,23%). In Leuven was het aantal dagvaardingen het grootst (14,3%, maar het gaat slechts om 3 zaken), voor Gent (4,35% of 2 zaken) en Antwerpen (4,17% of 6 zaken).

GEHANDICAPTEN

Het CGKR zet zijn jaarrapport in het teken van de gehandicapten omdat ons land op 1 augustus 2009 het VN-Verdrag inzake Personen met een Handicap heeft goedgekeurd, maar nog niet geratificeerd. Het CGKR stelt terzake volgende dingen vast:

* Er is géén eenduidige definitie van wat een gehandicapte precies is. Het Europees Hof van Luxemburg hanteert een beperkte, louter medische definitie, het leunt aan bij het medisch model dat handicap als een bron van belemmeringen ziet. Het VN-verdrag volgt een socialere visie, die meer wijst op de onmogelijkheid van een gehandicapte om volwaardig aan de maatschappij deel te nemen en dus ook meer de nadruk legt op de aanpassingswerken die de samenleving voor gehandicapten moet doen. Het CGKR is voor deze laatste definitie en wil ook mensen met een chronische ziekte, zoals diabetespatiënten, onder de definitie brengen.

* Er is in België geen officiële telling van het aantal gehandicapten, we weten dus niet hoeveel er zijn, want de cijfers zitten overal versnipperd en de registratie gebeurt overal anders. Volgens de FOD Sociale Zekerheid hadden einde 2009 536.907 personen een medische erkenning. Er waren 152.694 personen die een vervangingsinkomen kregen omdat ze gehandicapt waren en er waren 307.053 parkeerkaarten voor gehandicapten. Volgens het RIZIV waren einde 2007 223.634 personen meer dan één jaar arbeidsongeschikt.

* Gehandicapten hebben bovendien te weinig mogelijkheden om te werken. In 2008 werkten in Vlaanderen 16.694 gehandicapten in beschutte werkplaatsen. Dat zijn er dubbel zoveel als in Brussel en Wallonië samen, maar toch te weinig, meent het CGKR.

Bij de ambtenarij is het nog slechter gesteld. Slechts 0,9% van de federale ambtenaren is gehandicapt.

Bij de Gewesten zie je grote verschillen. Vlaanderen streeft er naar om tegen 2015 het percentage gehandicapten onder zijn ambtenaren op te trekken tot 4,5%. Aanvankelijk moest dat al tegen 2010 in orde zijn, maar momenteel is nog maar 0,93% van de Vlaamse ambtenaren gehandicapt. Ook Wallonië, dat 2,5% als streefcijfer voorop had gesteld, haalt zijn streefdoel slechts in twee organisaties. Brussel wil 2% gehandicapten onder zijn ambtenaren, maar over de resultaten zijn geen cijfers.

* Het CGKR wil ook minder gehandicapten in het buitengewoon onderwijs. Ze moeten zoveel mogelijk in het gewone onderwijs. Ook hier zijn grote communautaire verschillen. In Vlaanderen heb je 48.000 leerlingen in het buitengewoon onderwijs en 8.759 gehandicapten in het gewone onderwijs, of 0,81% van de schoolbevolking. De Franse Gemeenschap scoort slechter: ruim 30.000 leerlingen in het buitengewoon onderwijs en amper 1.700 in het gewone onderwijs. "Dit is in beide gemeenschappen te weinig en de situatie verslechtert nog. In Finland bv. zit 17% van de gehandicapten in het gewone onderwijs", zo betoogde CGKR-directeur Jozef De Witte. Het CGKR is gewonnen voor "inclusief onderwijs", waarbij de gehandicapten tussen de leerlingen in het gewone onderwijs worden gemengd om de integratie in de samenleving te bevorderen.

BEDENKINGEN

1. Het jaarrapport staat statistisch nog niet op punt. Er is wel een beduidende verbetering in vergelijking met vorig jaar. Het rapport van 2009 is gekruid met allerlei methodologische bespiegelingen wanneer cijfers elkaar op het eerste gezicht schijnen tegen te spreken.

Het is echter niet helemaal duidelijk hoeveel van de meldingen over discriminatie uiteindelijk gegrond of ongegrond zijn verklaard, omdat het CGKR dat alleen berekent op een beperkt staal van de dossiers waarvoor het bevoegd is. Ook met informatie over het gevolg dat het CGKR zelf aan klachten geeft, is het Centrum heel karig. Hier krijg je alleen cijfers voor het totale aantal dossiers én voor de dossiers van islamofobie. Voor alle andere criteria (ras, seksuele voorkeur, handicap...) en voor alle maatschappelijke sectoren (onderwijs, arbeid, horeca...) waarin gediscrimineerd wordt, moeten we het doen met het aantal aangemelde dossiers, gegronde en niet-gegronde klachten samen dus. Blijven focussen op die grote hoop van terechte én onterechte klachten samen kan tot foute beleidsvoorstellen leiden omdat de grootte en de aard van een probleem foutief kunnen worden ingeschat. Bovendien: als het CGKR stelselmatig onterechte klachten uit een bepaalde groep krijgt, dan is er duidelijk iets mis met het imago van het CGKR zelf.

Cruciale begrippen of verschillen in statistieken worden soms evenmin verduidelijkt. Dat is bv. zo bij de parketcijfers, waar men met onuitgelegde codes werkt.

2. Het democratisch deficit bij de belangrijkste en meest zichtbare activiteit van het CGKR, de gerechtelijke stappen, blijft bestaan. Het onderdeel dat hierover gaat beslaat slechts 7 regels. Maar in tegenstelling tot vorig jaar vernemen we nu wel al hoeveel gerechtelijke acties het CGKR ondernam.

Een bescheiden vooruitgang. Bescheiden, want we vernemen niet voor welk soort zaken het CGKR naar het gerecht gaat: het rapport vermeldt noch de criteria (ras, seksuele voorkeur, handicap…), noch de maatschappelijke sectoren (onderwijs, werk…). We weten ook niet welk soort procedures het CGKR in welke gevallen precies opstart. We mogen ook de resultaten niet kennen, noch de kostprijs of de opbrengst van die gerechtelijke acties. En vooral: het CGKR maakt nog altijd niet duidelijk waarom het bepaalde feiten vervolgt en andere niet. Terwijl de parketten een uitgeschreven vervolgingsbeleid moeten hebben, heeft het CGKR dat niet. De indruk van willekeur blijft hier bestaan.

3. Belangrijke theoretische debatten gaan aan het CGKR klaarblijkelijk voorbij. Het doctoraat van Jogchum Vrielink dat aantoont dat de antidiscriminatie- en antiracismewet meestal ongrondwettig worden toegepast wordt niet besproken, er worden ook geen maatregelen voorgesteld om die ongrondwettige toepassing te verhinderen. Het onderdeel over de rechtspraak beperkt zich tot een samenvatting in een tiental regels van enkele belangrijke rechtzaken, zonder enige duiding.

4. Het CGKR interesseert zich meer voor sommige gediscrimineerde groepen dan voor andere. De gediscrimineerde groepen worden niet gelijk behandeld door het CGKR.

Erg veel aandacht gaat naar 'islamofobie', waarbij zelfs 40% van de klachten "gegrond" worden verklaard als de feiten waarover het gaat géén overtreding van een antiracisme- of antidiscriminatiewet vormen. Dat gebeurt bij geen enkele andere gediscrimineerde groep. Waarom deze uitspraken en gedragingen die geen wet overtreden, dan toch "islamofoob" zijn, hoe bepaalde uitspraken of gedragingen in deze groep moeten worden ondergebracht en hoe dit verschijnsel dan moet aangepakt worden, is niet duidelijk. Het CGKR volstaat met een verwijzing naar zijn erg zwakke studie van het vorige jaar over islamofobie.

Nog merkwaardiger wordt het als het CGKR terzake heeft over de "veruiterlijking van religieuze overtuigingen" en de "debatten die daarmee samenhangen" bespreekt. "In maatschappelijke discussies over religieuze bekeringsijver, in het debat over de plaats van de vrouw en de gelijkheid van mannen en vrouwen, over de neutraliteit van de staat, de onderwijsvrijheid en de contractvrijheid, wenst het CGKR geen standpunt wenst in te nemen in verband met religieuze en levensbeschouwelijke visies", zo staat er letterlijk op pagina 113.

"Niet omdat het moeilijke onderwerpen zijn, maar omdat ze deel uitmaken van een ruimer debat waarin de maatschappelijke groepen een standpunt moeten innemen". Dat is tendele onjuist, omdat het CGKR in dit soort debatten soms wel standpunten inneemt. Kijken we naar het hoofddoekenverbod, het minarettenverbod in Zwitserland (een land van buiten de Europese Unie, waarvoor het CGKR niet eens bevoegd is), de wet die de boerka verbiedt in openbare plaatsen (Zie: hier).

Het is vooral nogal makkelijk. Het Centrum weigert dus om zelf oplossingen aan te dragen voor mogelijke geschillen tussen de groepen wiens belangen het verdedigt (moslims, vrouwen, homo's…). Deze non-interventie-politiek wordt echter à la carte toegepast, vooral in het voordeel van moslims.

In schrijnend contrast daarmee staat het onderdeel over discriminatie van homo's, die amper 10 regels waard is in een rapport van 179 pagina's, terwijl de homo's en lesbiennes met meer dan dubbel zoveel zijn als de Belgische moslims.

Bovendien neemt het geweld tegen homo's - vooral in Brussel en Antwerpen - enorm toe, homofobe misdrijven kenden in 2009 de sterkste stijging van alle discriminatiemisdrijven. Recent onderzoek van het Ehsal wees uit dat zes op de tien Brusselse homo's al te maken hadden met verbaal geweld en dat 10 procent al slachtoffer was van fysiek geweld omdat ze homo zijn. Volgens onderzoeken van professor Marc Hooghe (KULeuven) in opdracht van voormalig minister Kathleen Van Brempt (sp.a) is de homohaat bij moslimjongens meer dan twee keer zo sterk is als die van katholieke of vrijzinnige jongens.

Toch heeft het CGKR nog altijd geen enkel beleidsvoorstel terzake. Het had dit de vorige jaren al niet, het wees toen heel snel klachten voor homofobie af (in tegenstelling met klachten over islamofobie, die niet eens een overtreding van een wet moeten zijn om gegrond bevonden te worden door het CGKR) en het heeft het nu nog altijd niet.

Er is alleen een brochure waarin staat dat je als gediscrimineerde homo naar het CGKR kan stappen… Daaraan besteedt het CGKR ook nog eens 17 regels in zijn rapport. Maar een brochure is onvoldoende. Er is geen politiebeleid (noch om de opsporing te stimuleren via gerichte acties of lokhomo's, noch om de registratie van homofobe misdrijven te bevorderen, noch om de stedelijke korpsen te sensibiliseren voor deze problematiek, noch om homogroepen bij de politie of bij de ambtenarij uit de grond te stampen), geen antidiscriminatiebeleid naar de moskeeën en imams toe, geen specifiek beleid voor moslimjongens in de scholen… Homo's en lesbiennes kunnen duidelijk op veel minder belangstelling van het CGKR rekenen dan moslims.

Twee andere groepen die heel stiefmoederlijk behandeld worden zijn senioren en alleenstaanden. In de eerste groep vindt nog amper 7% van de werklozen boven de 55 jaar een baan, maar het rapport stelt geen maatregelen voor. Ook aan mogelijke discriminaties in bejaarden- en verzorgingstehuizen besteedt het CGKR geen letter, terwijl toch ook daar discriminatieproblemen bestaan (zie: hier).

Over alleenstaanden, die al vele jaren vooral fiscaal worden gediscrimineerd, zwijgt het CGKR in alle talen, en dat terwijl deze bevolkingsgroep enorm toeneemt, vooral in de grote steden.

Uit de sterk verschillende behandeling van homo's, ouderen en moslim's alleen al blijkt dat het CGKR de belangen van deze groepen onmogelijk allemaal samen kan blijven behartigen.



Lees ook:

Vrielink: "Antiracismewet wordt vaak ongrondwettig toegepast"

Het racismerapport van het CGKR voor 2008

Centrum Racismebestrijding: jaarverslag 2007


MEEST RECENT