Het asiel- en migratiebeleid van de voorbije drie jaar

Print
7 JUNI 2010 - Het asiel- en migratiebeleid van de voorbije regering werd beheerst door de discussie over de regularisatie van illegalen. Van alle andere punten uit het regeerakkoord (verstrenging van de snel-Belgwet, striktere criteria voor gezinshereniging, verhoogde strijd tegen de schijnhuwelijken,…) kwam helemaal niets in huis en ook de plannen voor het invoeren van economische migratie werden opgeborgen, behalve voor datgene waartoe Europa ons verplicht heeft. Ondertussen liepen de asielcentra overvol en bestreden de verantwoordelijke minsters en staatssecretarissen elkaar met vuur en verve. Het beleid was ideologisch gekleurd en lobby-gestuurd. Wetenschappelijke onderbouwing en statistieken bleven uit. Een voorlopige evaluatie.

1. ILLEGALEN

In het regeerakkoord van Leterme-I stond dat illegalen die "duurzaam in België verankerd zijn" een verblijfsvergunning zouden krijgen. Ze zouden "om humanitaire redenen geregulariseerd worden".

De periode Turtelboom-Arena

De eerste Belgische minister van Migratie, Annemie Turtelboom (Open Vld), zou daarvoor een circulaire uitvaardigen. Omdat zij dit zo objectief mogelijk wilde doen, ontwikkelde ze een puntensysteem. "Duurzame verankering" zou berekend worden op basis van allerlei criteria: taalkennis, werk, schoolgaande kinderen, deelname aan verenigingsleven e.d. Iedere illegaal moest 7 op 10 halen.

De vreemdelingenorganisaties wezen dit systeem af en eisten een wet met de criteria voor regularisatie. Omdat die er niet kwam, organiseerden de vreemdelingenorganisaties overal in het land hongerstakingen, kerk- en kraanbezettingen tegen wat het "hardvochtige beleid" van minister Turtelboom werd genoemd. Op een bepaald moment waren meer dan 1.000 illegalen in hongerstaking. Soms kwamen ze niet eens in aanmerking voor om het even welke vorm van regularisatie of hadden ze zelfs geen verzoek ingediend.

Aan Turtelboom werd verweten "niemand te willen regulariseren". Uit de cijfers blijkt evenwel dat tot dan toe - op de periode van minister Patrick Dewael na - nog nooit zoveel illegalen werden geregulariseerd als onder Turtelboom (11.335 in 2007 en 8.369 in 2008. De socialistische ministers Tobback en Vande Lanotte regulariseerden in de jaren negentig gemiddeld zo'n 250 personen per jaar, Tobback wilde de regularisatie om humanitaire redenen zelfs afschaffen.

Turtelboom zelf breidde de wettelijke mogelijkheden tot regularisatie om humanitaire redenen per circulaire uit en zorgde ervoor dat illegale gezinnen met kinderen niet meer in gesloten centra werden geplaatst voor ze verwijderd worden, maar in privéwoningen. Ze kregen ook elk een coach om hen te begeleiden. Door deze maatregel verdwijnt nu eén op de vier in de natuur. Maar Turtelboom had de perceptie en vooral dan de televisie, die steevast de emotionele toer op ging in illegalenzaken, tegen.

Binnen de regering ontstond veel heisa over het illegalenvraagstuk. Minister van Maatschappelijke Integratie Marie Arena (PS) weigerde iedere verdere discussie over de punten die Open Vld en CD&v na aan het hart lagen: de strijd tegen de schijnhuwelijken, de beperking van de gezinshereniging, de verstrenging van de nationaliteitswet. Bovendien verhinderde Arena dat de Dienst Vreemdelingenzaken de illegalen die in haar opvangcentra verbleven, kon laten oppakken om ze uit het land te zetten. Tot op heden is daarover nog altijd geen akkoord.

Vicepremier Milquet (cdH) ging nog een stapje verder: zij saboteerde het beleid van Turtelboom openlijk door de hongerstakende illegalen in kerken te bezoeken en ze een spoedige regularisatie te beloven. Turtelboom week echter niet.

De periode Wathelet-Courard

Zes maanden na de val van premier Leterme over de Fortisaffaire en het aantreden van premier Van Rompuy, kwamen er in juli 2009 twee nieuwe staatssecretarissen: Annemie Turtelboom werd vervangen door Melchior Wathelet (cdH). De PS verving Marie Arena door Philippe Courard. De hele migratieproblematiek was nu in Franstalige handen gekomen. En PS en cdH waren het wél eens over het beleid dat moest worden gevoerd.

Er kwam vrij snel een richtlijn om illegalen met duurzame banden en uitzicht op tewerkstelling te regulariseren. Want de zeven andere discussiepunten, die tot op dat ogenblik op aandringen van Open Vld en CD&V aan de regularisatie van illegalen gekoppeld waren (o.a. over schijnhuwelijken, de snel-Belgwet, het misbruik van de studentenvisa, het akkoord tussen de Dienst Vreemdelingenzaken en Fedasil om illegalen uit de centra te kunnen repatriëren, de economische migratie...), werden na de verwijdering van Turtelboom als Migratieminister losgekoppeld. Ze zouden "in september 2009" behandeld worden.

Maar toen veranderde de regering opnieuw en de onderhandelingen over de zeven andere punten sleepten zich voort. Uiteindelijk kwam er een akkoord op ministerieel niveau over een verstrenging van de snel-Belgwet. Maar dan viel de regering en uiteindelijk werd geen enkel van deze zeven punten gerealiseerd. Alleen de regularisatie van illegalen kwam er.

Tussen 15 september en 15 december 2009 konden illegalen die hier vijf jaar ononderbroken verbleven hadden en die hier duurzame banden hadden ontwikkeld, een verblijfsvergunning van onbeperkte duur krijgen. Illegalen die hier twee en half jaar verblevenven en een arbeidscontract op zak hebben, konden een verblijfsvergunning van één jaar krijgen. Dat zegde een richtlijn van de regering.

Deze richtlijn was uiteindelijk vager dan het puntensysteem van Turtelboom, maar de vreemdelingenorganisaties protesteerden niet, terwijl er nu nochtans meer mogelijkheid tot willekeur was. De vreemdelingenorganisaties volgden de Franstalige politici die beloofden dat de regularisatie "genereus" zou zijn. Tijdens de voorbereidende gesprekken waren cijfers tot 80.000 kandidaat-geregulariseerden genoemd.

Het VB trok naar de Raad van State tegen de richtlijn en die vernietigde haar op 9 december 2009. Volgens de Raad wijzigde de instructie van de regering de vreemdelingenwet zonder parlementaire tussenkomst. Volgens die wet kan je alleen maar vanuit het buitenland vragen of je in België mag verblijven, behalve in "buitengewone omstandigheden". Wat die buitengewone omstandigheden zijn werd ook uitdrukkelijk bepaald: een ernstige ziekte, een burgeroorlog in het herkomstland. Maar een "lange asielprocedure" of "een goede integratie", "naar werk zoeken", horen daar niet bij. De illegalen moesten hun verzoek tot regularisatie volgens de Raad van State indienen vanuit het buitenland, niet vanuit België zelf. Door de illegalen toch de mogelijkheid te geven om hun regularisatieverzoek vanuit België in te dienen, wijzigde de regering volgens de Raad van State de wet. En dat kan alleen maar door een andere wet, niet door een richtlijn. Die werd dus vernietigd.

Staatssecretaris Wathelet liet het niet aan zijn koude kleren komen. Hij liet de regularisatie gewoon doorgaan volgens de criteria uit de vernietigde richtlijn, om "de rechtszekerheid voor de mensen zonder papieren te garanderen". Wathelet zegde dat hij regulariseerde "op basis van zijn discretionaire bevoegdheid" en hij hanteerde daarbij de vernietigde criteria. Dat was onwettelijk, maar niemand protesteerde er tegen. Merkwaardig, want de vreemdelingenorganisaties hadden toch gevochten om een regeling met duidelijke criteria voor regularisatie. Nu die er plots niets meer was, kwam er geen enkel protest omdat de regularisatie verder ging zonder duidelijke criteria.

Voorlopige resultaten

Tussen augustus 2009 en april 2010 kreeg de Dienst Vreemdenlingenzaken 28.351 aanvragen tot regularisatie binnen. Eén aanvraag kan echter gaan over meerdere personen. De collectieve regularisatie startte op 15 september en liep tot 15 december, maar nog vele dossiers kwamen later binnen.

In de eerste vier maanden van 2010 werden 8.862 illegalen geregulariseerd om humanitaire redenen. Ter vergelijking: in heel 2009 kregen 14.830 illegalen een verblijfsvergunning om humanitaire redenen. In deze cijfers zijn de regularisaties om medische redenen niet begrepen.

Het uiteindelijke totaalcijfer valt (voorlopig) lager uit dan wat was voorspeld. De vraag rijst hoe dit komt: was het probleem dermate overroepen in de media dat de meeste politieke partijen er zover naast zaten met hun prognoses? Of willen sommige illegalen zich niet laten regulariseren omdat ze dan wellicht hun zwart werk verliezen terwijl ze toch niet veel risico lopen om uit België verwijderd te worden? We zullen het nooit weten.

De regering heeft in 2010 87 miljoen euro uitgetrokken voor OCMW-steun aan geregulariseerde illegalen. Philippe Courard, staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie, stelde dat de regering 25.000 geregulariseerde illegalen verwacht. Uit eerdere onderzoeken bleek dat de helft daarvan van OCMW-steun zal leven. Er is dus dit jaar 87 miljoen voor financiële hulp voor 12.500 geregulariseerden en dan nog eens voor 3.000 andere asielzoekers die vanuit de centra naar de OCMW's moeten.

Medische regularisaties

Het aantal illegalen dat om medische redenen een verblijfsvergunning in België vraagt, steeg tijdens de voorbije regeerperiode ook al spectaculair. In heel 2008 vroegen 5.426 illegalen om medische redenen een regularisatie aan, in de eerste elf maanden van 2009 al 8.151, zo zegde Meclhior Wathelet aan Kamerlid Leen Dierick op 6 januari. Recentere cijfers zijn er nog niet.

Illegalen die zo zwaar ziek zijn dat hun leven in gevaar is of die aan een ernstige ziekte lijden die in hun herkomstland niet kan worden behandeld, kunnen tijdelijk een verblijfsvergunning in België krijgen. In 2003 kregen 392 illegalen zo'n tijdelijke verblijfsvergunning, in 2007 2.100, in 2008 1.576.

40% (!) van de bewuste illegalen zijn psychiatrische patiënten. Wathelet antwoordde dat de verdubbeling van het aantal aanvragen te wijten is aan het feit dat de illegalen uit de media wisten dat de Dienst Vreemdelingenzaken geen artsen ter beschikking had tussen januari en juni 2009. Nu zijn er 6 artsen in dienst om de ziektes te controleren. Als in de eerste de elf maanden van 2009 slechts 438 illegalen geregulariseerd werden om medische redenen, dan komt dat omdat de meeste aanvragers op andere gronden een verblijfsvergunning konden krijgen, bv. door de collectieve regularisatie, en dus niet in de medische statistieken zitten.

De staatssecretaris zegde dat men niet weet aan welke ziektes deze mensen lijden. Men weet ook niet of deze illegalen na hun regularisatie effectief werden opgenomen. Leen Dierick (CD&V) besloot dat we ook niet weten of die regularisatie terecht was, noch wat er van die 40% psychiatrische patiënten is geworden.

Verwijderingen

Het aantal verwijderingen van illegalen uit het land daalde gestaag, maar de trendbreuk heb je hier in het eerste jaar van de regering-Leterme, onder de "hardvochtige" minister Annemie Turtelboom dus. In 2006 - net voor Leterme-I - werden in totaal 11.725 illegalen verwijderd, vrijwillig of gedwongen. In 2009 waren er dat 8.106. Dat is een daling van 30,9% in vier jaar tijd. Als je alleen de echte repatriëringen vergelijkt dan bedraagt die daling zelfs 48%.

Wie evenwel het eerste jaar van de regering-Leterme met het laatste vergelijkt, komt tot veel lagere percentages. In 2007 vertrokken 8.745 illegalen, al dan niet vrijwillig, in 2009 waren er dat nog 8.106. Er is dus amper 7,5% verschil tussen het beleid van minister Turtelboom en dat van staatssecretaris Wathelet. Maar het verschil is wel een verdere daling van het aantal verwijderingen. Als je alleen de echte repatriëringen vergelijkt kom je tot een verschil van 20% tussen 2007 en 2009. Vorig jaar telde de Dienst Vreemdelingenzaken 3.443 echte gedwongen repatriëringen.

De top vijf voor 2009 van de verwijderde illegalen is : Roemenen (676 of 19,6%), Brazilianen (378 of 10,9%), Bulgaren (296 of 8,5%), Marokkanen (248 of 7,2%) en Albanezen (133 of 3,8%).

2. ASIEL

Wat is de huidige stand van zaken in het asieldossier? Aan de hand daarvan kunnen we het beleid van de voorbije regering afmeten. Hier zijn twee tendenzen duidelijk: het aantal asielzoekers stijgt door de regularisatie; de opvangcentra zitten voller en voller, met hallucinante taferelen tot gevolg, die alleen maar een verder aanzuigeffect bevorderen.

A. Stijging aantal asielzoekers

* Het aantal asielzoekers stijgt. In 2007 liepen 11.115 aanvragen binnen, in 2009 17.186, een stijging van 55%. In 2010 (tot en met mei) waren er al 7.168 aanvragen. Dat laatste is eveneens een stijging van 52% in vergelijking met de eerste vijf maanden van 2007. Het aanzuigeffect van de collectieve regularisatie is daar niet vreemd aan.

* De asielzoekers kwamen het voorbije jaar (tussen mei 2009 en mei 2010) vooral uit: Kosovo, Rusland (Tjetjenen!), Afghanistan, Irak en Guinee.

* Binnen deze groep asielzoekers steeg het aantal meervoudige asielaanvragen tot een vierde (24,7%) van het totaal in 2009. Meervoudige asielaanvragen worden ingediend door een asielzoeker die al eerder is afgewezen, maar die een "nieuw element" naar voor wil brengen. Sommige asielzoekers doen dat tot 23 keer. Vaak is dat nieuwe element niet nieuw. De strategie achter de meervoudige aanvragen is doorgaans om langer in het land te kunnen blijven. De asielzoeker cumuleert allerlei procedures om zolang in België te kunnen blijven dat hij uiteindelijk geregulariseerd kan worden.

De regering nam einde december 2009 maatregelen. Na twee afgewezen asielaanvragen heb je voortaan geen recht op opvang meer. Hierdoor zakte het aantal meervoudige asielaanvragen in de eerste vier maanden van 2010 naar 16%.

* Het aantal erkende asielzoekers steeg aanvankelijk, maar daalt nu weer. In 2007 bedroeg het 22,5% van de aanvragen, in 2009 24,5%, in 2010 (tot einde mei) 18%.

B. Opvang

De problemen rond asielzoekers spitsten zich tijdens de voorbije legislatuur vooral toe op de opvang.

De wet voor opvang van asielzoekers van 12 januari 2007 zegt dat asielzoekers tijdens de hele asielprocedure, die in principe nog slechts een jaar magen duren, alleen nog materiële steun krijgen. Ze krijgen een dak boven hun hoofd, eten, drinken, kleren, onderwijs en medische verzorging, maar geen geld meer, zoals vroeger nog wel het geval was. Door deze wet wilde de toenmalige regering het aantal asielzoekers afremmen.

De nieuwe wet zegt dat de asielzoekers gedurende de eerste vier maanden van hun verblijf in België in een collectief opvangcentrum van de federale overheid moeten wonen. Na die vier maanden kunnen ze doorstromen naar een individuele woning.

De federale asielcentra zitten overvol, en nu nog veel voller dan in 2007. Op 31 april 2010 verbleven er 18.882 mensen in heel de opvang, hotels in begrepen. Fedasil had toen 18.531 plaatsen in zijn eigen instellingen en nog eens 1.200 hotelkamers. Tijdens de voorbije legislatuur creërde de regering wel 2.773 plaatsen bij.

Wie zit in deze centra?

* In juni 2007 tekenden de gewone asielzoekers voor slechts 32,6% van de cliënteel van de gewone centra. Het ging om 3.861 personen. Begin mei 2010 was dit aantal gestegen tot 11.440 of 69% van alle opgevangen cliënten. Voor deze mensen zijn de centra bedoeld en Fedasil geeft voortaan ook prioriteit aan hen. "Illegalen worden sinds kort geweigerd omdat ze er te lang kunnen verblijven", zo licht Fedasil-woorvoerster Mieke Candaele toe.

* In juni 2007 tekenden de afgewezen asielzoekers, die nog een beroepsprocedure bij de Raad van State hadden lopen nog voor 45,8% de cliënteel, nu nog slechts voor 3% (502). Het gaat om illegalen, die eigenlijk het land zouden moeten verlaten, maar tegelijkertijd hebben ze door arresten van de arbeidshoven recht op materiële opvang.

* Derde grote groep zijn mensen die al wettig in België mogen verblijven en die dus in de centra niet thuishoren. Ze verblijven toch in de centra omdat ze nog geen andere verblijfplaats hebben gevonden.

Deze groep bestaat uit twee subgroepen. Een eerste subgroep tekende begin mei 2010 voor 7,5% van de bewoners (1.241 mensen) en ze bestond uit erkende vluchtelingen (1,8%), asielzoekers die het "subsidiair statuut" hebben gekregen (0,6%), geregulariseerde illegalen (1,9%), illegalen van wie het verzoek om hier om medische redenen een verblijfsvergunning te krijgen ontvankelijk is verklaard (3,2%).

Daar komen nog eens 1.447 personen (8,7%) bij die een regularisatie-aanvraag om humanitaire redenen hebben ingediend en om die reden wettig in het land zijn of van wie de verblijfsvergunning verlengd is. Beide groepen samen zijn goed voor 16,2%. Allemaal mensen die wettig in het land mogen verblijven en dus eigenlijk niet in de centra thuishoren.

* Een vierde grote groep bewoners van de centra bestaat uit illegale gezinnen met kinderen. Begin mei waren er 496 (of 3%) personen in dit geval. Daar komen nog eens 1.374 gewone illegalen bij (8,3% van de bewoners van de centra). Samen dus 11,3%.

Dus: de centra zitten nog steeds vol met mensen die er niet thuis horen, hetzij omdat ze een verblijfsvergunning voor België hebben, hetzij omdat ze illegalen zijn die verwijderd moeten worden. Vooral de groep illegale minderjarigen met hun ouders vormt een probleem omdat zij in het land mogen blijven tot de minderjarige meerderjarig is, tenzij ze zelf weg willen.

De hotels

En dan heb je sinds mei 2009 nog gemiddeld zo'n 1.200 asielzoekers op hotel. Daar worden asielzoekers geplaatst als de eigen centra van Fedasil vol zijn. Op 12 mei 2010 zaten 1.024 asielzoekers op hotel. Fedasil-verantwoordelijke Mieke Candaele: "Enkele maanden terug besloten we dat 1.200 asielzoekers op hotel een maximum is. Als een asielzoeker nu het hotel verlaat, wordt zijn plaats daar niet meer ingevuld. Tegen het einde van dit jaar moet dit systeem afgebouwd zijn."

Zijn die hotels duur? Candaele: "Het verblijf van een asielzoeker in een opvangcentrum kost 17 euro meer dan een verblijf op hotel. Het opvangcentrum kost gemiddeld 53 euro per persoon per dag. Die som is hoger dan de kosten van een hotelkamer omdat ook de medische verzorging, de personeelskosten, de juridische en sociale bijstand in die som van de centra begrepen zijn. Tot die opvang zijn wij immers wettelijk verplicht. En de hotels waar wij tijdelijk asielzoekers plaatsen zijn echt geen luxe hoor. Een hotelkamer kost ons 30 euro en de asielzoeker krijgt nog 6 euro om te eten. Dat is het goedkoopste wat je in Brussel kan vinden. Door die asielzoekers daar te plaatsen, overtreden we trouwens de Europese regels en daarom moet het ook zo snel mogelijk stoppen. De asielprocedure van mensen die op hotel verblijven, wordt tijdelijk stilgelegd omdat deze mensen hun gewone rechten niet kunnen uitoefenen".

Geen opvang, maar dwangsommen

En tenslotte zijn er nog asielzoekers die geen opvang kregen.

* Een aantal onder hen stapte naar de burgerlijke rechtbank om opvang te eisen. Brusselse kortgedingrechters legden de staat daarbij dwangsommen van gemiddeld 500 euro per dag op.

Fedasil betaalde tussen 2 november 2009 en 22 maart 2010 232.250 euro aan dwangsommen uit aan zevenendertig verzoekers, die meerdere personen kunnen vertegenwoordigen als het om een gezin gaat. Candaele: "Fedasil betaalt slechts als de aanvrager ook echt recht heeft op opvang; als zijn advocaat om betaling vraagt, nadat het vonnis aan de staat is betekend en als de aanvrager ondertussen nog geen opvangplaats heeft."

De vraag rijst hierbij wie daadwerkelijk van die dwangsommen profiteert: de asielzoeker of zijn advocaat.

* Volgens Vluchtelingenwerk Vlaanderen is er echter een veel grotere groep asielzoekers die geen opvang kreeg. Sinds oktober 2009 gaat het volgens hen al om 3.007 asielzoekers. Zij verdwijnen gewoon in de natuur. Mieke Candaele van Fedasil hierover: "De opvangwet laat ons toe om bij overmacht asielzoekers door te sturen naar de OCMW's voor financiële steun. Dat is hier gebeurd. Veel van die mensen bieden zich aan bij de OCMW's van de grootsteden. Maar Brussel bv. weigert om hen ten laste te nemen. Daarom pleiten Fedasil én de OCMW's van de grote steden voor de herinvoering van een spreidingsplan als het opvangnetwerk oververzadigd is. Alleen zo kunnen de lasten evenwichtig verspreid worden over het hele land. We weten niet waar die mensen zijn. Een aantal zal geholpen zijn door een OCMW, anderen hebben hopelijk een oplossing gevonden bij familie of vriendin, nog anderen hebben ongetwijfeld ons land alweer verlaten.."

Ondertussen bleek ook dat de asielzoekers na hun opvangperiode naar de grote steden trekken en dat daar de OCMW's overbelast worden met hun problemen.

Vermelden we nog dat sinds 12 januari 2010 asielzoekers die langer dan zes maanden in de procedure zitten mogen werken. Ze krijgen daarvoor een tijdelijke arbeidskaart C van hun Gewest. Tot 30 april reikte Vlaanderen 1.743 van die kaarten uit. Of de asielzoekers dan ook effectief werken en waar weet het Vlaams Gewest niet.

Dus: het opvangbeleid holt hopeloos achter de feiten aan, voornamelijk door de toename van het aantal asielzoekers ten gevolge van de regularisatiecampagne. Maar ook omdat in de asielcentra nog altijd te veel mensen zitten die er niet thuishoren, maar die door onenigheid in de regering toch niet verwijderd konden worden. Een aantal maatregelen (zoals plaatsing op hotels) spreken tot de verbeelding en hebben een bijkomend aanzuigeffect.

3. BESLUIT

* Het migratiebeleid van de voorbije regering was net geen open grenzen-beleid. De regering beloonde uitdrukkelijk illegalen met een verblijfsvergunning, terwijl deze mensen toch de wet niet hebben nageleefd. Daarmee stuurde ze een dubieus signaal uit naar al die mensen die de wet wél naleven. De regering regulariseerde bovendien op basis van een richtlijn die onwettig werd bevonden door de Raad van State, maar na die vernietiging deed ze gewoon door "om de rechtszekerheid te garanderen".

* Het beleid kenmerkte zich door voortdurende onenigheid binnen de regering zelf. In de eerste twee jaren was er openlijke tegenwerking van de ene minister tegen de andere. Toen senatrice Nahima Lanjri (CD&V) in haar ontwerpbesluiten over de evaluatie van de toepassing van de asielwet een pleidooi wilde opnemen om in de toekomst nog slechts één minister bevoegd te maken voor alles wat met migratie te maken had, mocht dat niet eens van de Senaatscommissie Binnenlandse Zaken. Maar toch zou dat een deel van de oplossing kunnen zijn. En ook het CGKR bepleit het in zijn evaluatie van het gevoerde migratiebeleid.

* Het asiel-, migratie- en illegalenbeleid werd gevoerd zonder rekening te houden met de wensen van de mensen die hier al verblijven. Een studie van het CGKR wees uit dat twee op de drie bewoners van België (autochtonen én allochtonen) vinden dat België "vol is" en dat er geen mensen meer mogen bijkomen. Voor het gevoerde beleid was geen meerderheid in Vlaanderen, maar al evenmin in Wallonië. Het beleid was lobbygestuurd en emotioneel en ideologisch gekleurd. Wie de premissen wilde bevragen, werd verketterd.

* Terzake stelden we ook hier een tendens vast die eveneens in andere beleidsdomeinen gold: nogal wat Europese richtlijnen werden "half en half" in wet gegoten. Sommige dingen uit deze richtlijnen werden gerealiseerd, andere niet. Kritiek werd ontzenuwd met de bedenking dat "dit moet van Europa". Regeringsleden gebruikten "Europa" als alibi voor een beleid dat zij zelf wilden voeren. Als de Europese mantra werd gezongen, ging niemand nog na of hij wel waar was. Terwijl dat misschien toch wel interessant zou zijn.

* Er werd geen enkele poging ondernomen om de ingewikkelde wetging te vereenvoudigen. Integendeel: via programma- en mozaïekwetten werden nieuwe uitzonderingen en regeltjes ingevoerd, zodat de wet nog minder transparant wordt. Soms duurden de debatten over dergelijke wetten, die nochtans belangrijke gevolgen kunnen hebben, amper een uur.

* Het beleid kenmerkte zich verder door anti-intellectualisme. Het werd gevoerd zonder veel kennis van de basisgegevens. Degelijke statistieken zijn er nog altijd niet.

Nu eens registreert de overheid niets, dan weer de aanvragen, een andere keer de aanvragers. En die aanvragers zijn dan soms alleen de volwassen aanvragers, soms zijn de kinderen erbij. In de communicatie worden die data wel eens door elkaar gehaspeld, wat tot foutieve conclusies bij de ontvangers van de berichten leidt.

De evaluatie van de opvangcentra die de regering liet doorvoeren was niet echt wetenschappelijk te noemen. Uiteindelijk weet de overheid niet precies hoeveel mensen ons land binnenkomen, noch via de gezinshereniging, noch via het visabeleid. Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding klaagde dit al vele malen aan, ook in zijn recentste jaarverslag.

Ook op andere vlakken ontbreken essentiële gegevens. Zo weet de overheid niet of de geregulariseerden om medische redenen na hun regularisatie wel opgenomen werden in een ziekenhuis, noch waar ze dan wel verblijven. Toen senatrice Nahima Lanjri (CD&V) ontdekte dat steeds meer Spaanse Marokkanen naar België komen omdat de werkloosheidsvergoeding in Spanje beperkt is in de tijd en in België niet, moest staatssecretaris Melchior Wathelet toegeven dat hij helemaal niet wist hoeveel Spaanse Marokkanen in België van de werkloosheid of van OCMW-steun leven. Hij stelde zelfs dat dit soort mensen "gedurende de eerste vijf jaar dat ze naar België gekomen zijn, niet gecontroleerd worden". Lanjri drong terzake op meer controle en meer gegevens aan. Maar tot op heden is er niet veel veranderd.

Een beleid kan maar degelijk zijn als het over de basisgegevens beschikt. Soms schermen de politici met de privacywet om bepaalde data niét te registreren of te onderzoeken. Dat argument gaat in dit dossier niet op. Niemands privacy wordt geschonden als de data collectief voor onderzoeksdoeleinden worden verwerkt. Als dat al niet meer mag van de privacywet, dan is er iets mis met die privacywet. Bovendien: het feit dat ook het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding nu aandringt op degelijke en volledige cijfers, ja zelfs op bepaalde vormen van etnische registratie, bewijst dat er helemaal niets mis is met die vraag. Het is een volkomen terecht verzoek om het beleid te kunnen evalueren op ernstige gronden. Maar de overheid deed er tot nu toe niets mee...


**************************************


Het volledige regeerakkoord vindt U in dit artikel:

Het regeerakkoord van Leterme-I



.

Nu in het nieuws