Kuifje in Shanghai, dag twee

Print

Kuifje in Shanghai, dag twee

Journalist Bart Timperman is voor een week in Shanghai. Hij volgt er de Antwerpse week en de nationale dag van 13 juni. Hier kan u het dagboek volgen van zijn reis naar Shanghai.

Bij het ontbijt met stijgende verbazing bekeken wat de Aziatische medemens ontbijtgewijs kan verwerken. Mijn broodje kaas verdwijnt in het niets bij de hoeveelheden groentes, vlees en moeilijk te beschrijven gerechten die ik zie op hun borden zie passeren. De neiging om te denken in nummers van onze meeneemchinees is nooit ver weg. Ik die altijd dacht dat de Engelsen kampioen waren in stevig ontbijten, moet alweer een vooroordeel schrappen. We reizen om te leren.

Ik besluit een ruim stuk van de dag te gebruiken om de stad wat te verkennen. Excuseer. Een piepklein stukje van deze reusachtige stad. Eerst wandel ik te voet lukraak door wat straten. Ik leer al snel dat de grote straten vol grote winkelketens steken, die we meestal wel herkennen. Op wat eethuizen met onbestemde menu’s, waarbij de foto’s me opnieuw doen denken aan de extralarge ontbijten van daarvoor. Hel opvallend: alles is kraaknet. En de wegen zijn van iets betere kwaliteit dan onze opgeplamuurde E313.

Ik bedenk dat ik als ik dan toch in de shoppingsfeer zit, ik beter voor het echte spul kies. En ik duik –als man toch wat op mijn hoede – een shoppingcenter in. Al snel besef ik dat het shoppingcenter van Wijnegem een waggelende kleuter is in vergelijking met dit reusachtig kooppaleis.

Voor de shopaholics onder u helemaal barsten van jaloezie: voor zo ver ik er iets van ken, is alles duurder dan bij ons. Het plan om dus al meteen van de zoektocht naar het beloofde pakje voor vrouw en kinderen af te zijn, wordt meteen afgevoerd. Om u een idee te geven. Een verdieping – en geen kleintje- vol cosmetica. Ik geef toe, op mijn leeftijd kan ik iets gebruiken. Maar de keuze is te groot. Dit is inderdaad letterlijk en figuurlijk een goedkoop excuus. Wat ik als shoppinganalfabeet wel zie, is dat ik overal de merken zie die ik associeer met de glossy magazines van bij ons. De modale inwoner van Shanghai komt hier vermoedelijk ook niet. Het zal de uitbaters een zorg zijn. De tent is goed gevuld met inwoners die blijkbaar wel poen hebben.

Na een beklimming van zeven verdiepingen ontdek ik dat er ook een kelder is. Ik beken. Er zijn roltrappen, dus zo zwaar is het ook niet. En ik had maar beter naar de wegwijzers moeten kijken. In de kelder is een supermarkt waar ik op zoek ga naar pleisters voor mijn blaren. Les één: ga nooit met nieuwe schoenen op stap in Shanghai. Les twee: in de supermarkt hebben ze alles. Behalve pleisters. Eens ontsnapt uit de shoppingwaanzin, ontdek ik al snel een apotheek. Goede uitvinding, dat groene kruis.

Alleen is uitleggen wat ik nodig heb, niet evident. Mijn Chinees is niet meteen top. En het Engels van de bediende is even goed. Ik zou het bij ons in het dorp niet durven. Maar eens mijn schoenen en kousen uit, is tenminste de probleemstelling duidelijk. Nu nog de remedie. De dame slooft zich uit met zalfjes allerhande. Tot ze er een woordenboek bijhaalt en ik ‘sticking-plaster’ kan aanwijzen. Aha! Een half uur werk voor wat pleisters van 40 cent. Ik vrees dat ik de Chinese economie niet meteen stimuleer.

Ik draai terug richting hotel en kies voor wat andere straten. Daar is het rustiger en vang ik hier en daar nog een glimp op van wat vermoedelijk authentiek is. Wel opletten dat ik niet struikel over de geparkeerde fietsen en brommers. Want –les 3- een voetpad is in Shanghai iets waar je te voet over mag gaan. Maar het is ook een fiets- en brommerpad annex parking voor alles wat wielen heeft. Als ik iets later een man zie voorbijtuffen op een rammelde bijna vuurspuwende brommer die de bouw van de Chinese muur heeft meegemaakt en vol hippe stickers van Porsche hangt, weet ik het weer. Leve de optimisten!

Tijd voor het ernstige werk. Ik neem in de late namiddag een taxi om mijn officiële papieren om als journalist naar de Expo te mogen op te vissen. Helaas: om de één of andere reden dropt de chauffeur me aan één van de talloze ingangen van de Expo. Ik waggel even mee in de rij aanschuivende medemensen. Tot ik een vrijwilliger zie. Een echte Chinese vrijwilliger. Jawel. Zo lopen er een paar duizend rond op de Expo, perfect herkenbaar aan hun groene uitrusting. Vrijwilliger één verstaat me gewoon niet. Ook niet als ik in het Kempens Engels probeer. Hij wijst naar een tentje in de verte. Een geluk dat ik nieuwe pleisters heb! Ik bespaar u een half uur heen en weer geloop. Uiteindelijk schrijft een lieftallige juffrouw een adres op. “Take taxi to here.” Eigenaardig genoeg weigeren de eerste chauffeurs me mee te nemen. Ik onderzoek mezelf op kwalijke geurtjes, maar ontdek niets dat hun weigering verklaart. Tot ik toch een brave man vind die me wil meenemen. Het blijkt hooguit vijf minuten rijden te zijn. In Shanghai dus ‘achter de hoek’. En dus weinig aan te verdienen. Ik geef de brave ziel de fooi van zijn leven.

Ik ben inderdaad waar ik moet zijn. Tot mijn verbazing moet ik door een metaaldetector zoals je ze bij ons alleen op Zaventem ziet. En word ik daarna nog eens gefouilleerd. Standaard procedure, merk ik. Ik blijk goedgekeurd en kan door. Ik verwacht nog wat bureaucratie, maar tot mijn verbazing sta ik vijf minuten later op straat met de juiste documenten. Alweer een vooroordeel minder.

Ik besluit dat het tijd is voor een drankje. Shoppen en administratie. Voor mij is dat slavenarbeid. Ik proef opnieuw wat lokaal gerstenat. En bevestig mijn eerste indrukken. Die Chinezen brouwen beter dan de buren uit Holland en Duitsland.

Op zoek naar een avondmaal blijkt er in de buurt van mijn hotel keuze te zijn uit allerlei restaurants. Italiaans, Japans, Thai, Mac Donalds, Kentucky..… noem maar op. Omdat ik niet meteen zin heb in een avontuur met de Chinese fastfood zaken omdat ik totaal niet begrijp wat ze serveren, kies ik voor Indisch. Al was het maar om toch een beetje de Aziatische medemens te steunen. Voor nog geen tien euro ben ik gesteld. Eten en drinken. En lekker. Leve India. Ik bedoel: leve China.

Een biertje of twee later merk ik dat de jetlag toch nog niet uit mijn kleren is. En ook op dit terras is niet meteen veel te beleven. Bovendien is het morgen Expodag met de fine fleur van de Antwerpse en Chinese diamantairs. Daar wil ik fris schitteren, natuurlijk….

Bart Timperman

.

Nu in het nieuws