Belgen weten niet wat ze drinken

Belgen weten niet wat ze drinken

Food

Belgen weten niet wat ze drinken

Print
De Belgen weten dat voldoende drinken belangrijk is voor hun gezondheid. Maar we onderschatten het belang van variatie. Verder weten we vrij weinig over welke plaats de verschillende dranken innemen in onze voeding. Dat blijkt uit een rondvraag door iVOX.

Voldoende drinken is van levensbelang: zo zijn we beter bestand tegen vermoeidheid, zorgen we voor een goede lichamelijke en geestelijke conditie en een optimale celwerking. Bovendien helpt het om onze lichaamstemperatuur op peil te houden en onze afvalstoffen te verwijderen. De Belgen erkennen het belang van een goede hydratatie: 68% zegt dat voldoende drinken van levensbelang is. Maar de gevolgen van onvoldoende hydratatie zijn niet volledig gekend: 64% weet dat het hoofdpijn kan veroorzaken, 59% weet dat het vermoeidheid tot gevolg kan hebben en slechts 29% weet dat het tot prikkelbaarheid kan leiden.

We weten precies hoeveel we moeten drinken: 1,5 liter of meer per dag zegt 91% van de ondervraagden. Het Europese Agentschap voor Voedselveiligheid (EFSA) raadt een dagelijkse vochtinname aan van 2 à 2,5 liter waarvan minstens 1,5 liter afkomstig uit dranken. Wat we echter niét weten is hoeveel vocht we per dag verliezen: nl. 2 tot 3 liter per dag via transpiratie, urine, uitademing etc. Slechts 13% van de Belgen kan dit dagelijkse vochtverlies juist inschatten. We weten al evenmin hoeveel vocht uit voeding en dranken kinderen dagelijks nodig hebben: het EFSA beveelt 1,6 liter aan. Slechts 1 op 4 Belgen is hiervan op de hoogte.

Gevarieerd drinken

85% van de Belgen denkt dat ze voldoende drinken. De Belgische Voedselconsumptiepeiling toont aan dat dit alleen maar geldt als we álle niet-alcoholische dranken in beschouwing nemen. Wanneer enkel de dranken uit de basis van de voedingsdriehoek worden bekeken (water, koffie, thee, ongesuikerde of light frisdrank) drinkt slechts 25% van de Belgen ouder dan 15 genoeg. Gevarieerd drinken heeft dus een aantoonbaar gunstig effect op onze dagelijkse vochtinname. Dat inzicht heeft de Belgen nog onvoldoende bereikt: nauwelijks de helft (49%) gaat akkoord met de stelling dat variatie in wat we drinken een positief effect heeft op onze dagelijkse vochtinname.

Bovendien denkt 30% van de Belgen dat alcoholische dranken ook kunnen bijdragen aan onze dagelijkse vochtinname. Alcoholische dranken vormen nochtans een aparte categorie vanwege hun lager watergehalte en het dehydraterende effect van de alcohol.

Wanneer aan de Belgen wordt gevraagd wat we het meest drinken dan staan frisdranken op één met 49%, gevolgd door koffie (19%) en water (18%). Maar de Belgische Voedselconsumptiepeiling laat zien dat de Belg vooral water drinkt (38%), zelfs bijna tweemaal méér dan koffie (21,2%), en driemaal méér dan frisdrank (12,2%).

De Belgen hebben ook moeite met het inschatten van het aandeel van dranken in onze totale dagelijkse energie-inname: 2 op 3 schat dit hoger dan 30% of weet het doodeenvoudig niet. Alle dranken samen staan echter in voor 14,3% van die energie-inname. 55% van onze totale dagelijkse energie wordt geleverd door graanproducten (22,3%), vlees (12,1%), melkproducten (10,6%) en vetten (10%). Binnen de drankencategorie leveren de alcoholische dranken met 5,7% de meeste calorieën. Frisdranken zijn goed voor 3,8% en melkdranken voor 2,6% van de dagelijkse calorie-inname.

NIET TE MISSEN