Lijsttrekkers en ministers krijgen meer voorkeurstemmen

Lijsttrekkers en ministers krijgen meer voorkeurstemmen

Lijsttrekkers en ministers krijgen meer voorkeurstemmen

Print
Leeftijd, beroep, geslacht spelen allemaal geen enkele rol in het aantal voorkeurstemmen dat een kandidaat bij de verkiezingen behaalt. Doorslaggevend zijn de plaats op de lijst en het feit of iemand minister is.

Dat blijkt uit nieuw onderzoek van professor Bart Maddens (politologie, KULeuven) bij 4.481 kandidaten tijdens de voorbije verkiezingen voor de Kamer en het Vlaams Parlement.

Lijstduwer = derde plaats

De lijsttrekker haalt gemiddeld 3,7% meer voorkeurstemmen dan de andere kandidaten. Dat effect van de plaats op de lijst zakt snel weg: het is nog 0,85% extra voor de tweede plaats, 0,53% voor de derde. Vanaf de zevende plaats is er geen enkel effect meer. De lijstduwersplaats levert net zoveel extra stemmen op als de derde plaats. Het aantal plaatsen op een lijst speelt geen enkele rol.

Wie aan de verkiezingen deelneemt als (uittredend) minister ziet zijn voorkeurstemmen met 1,67% stijgen. Bij ex-parlementsleden is er nog een effect van 0,33% en bij burgemeesters nog 0,30%. Maar schepenen en gemeenteraadsleden hoeven niet op extra-voorkeurstemmen te rekenen door hun functies.

Een bijkomende investering door de kandidaat zelf van 1 eurocent per kiezer leidt tot een verhoging van het aantal voorkeurstemmen met 0,26%.

JDW

MEEST RECENT