Allochtone bejaarden vinden hulpverlening niet

Allochtone bejaarden vinden hulpverlening niet

Allochtone bejaarden vinden hulpverlening niet

Print
Het Vlaams Gewest telt 80.000 55-plussers van allochtone afkomst, 4,6 procent van alle bejaarden. Maar in grote steden zoals Antwerpen loopt dat percentage op tot 15,5 procent van alle 55-plussers. Dat blijkt uit cijfers van Edith Lodewijckx van de studiedienst van de Vlaamse regering. Ze stelde die voor op een studiedag aan de Universiteit Antwerpen.

Daar bleek vooral dat de gewone hulpverlening de allochtone bejaarden nauwelijks bereikt. Ze gaan wel naar de kliniek, maar andere vormen van hulp kennen ze niet én gebruiken ze niet. Wat zijn de specifieke kenmerken van deze allochtone bejaarden?

* Ze zijn veel mannelijker. Voor 100 vrouwelijke Belgische bejaarden heb je 87 mannen, terwijl er bij de Marokkanen 165 mannen zijn. Waarom is dat zo? De meeste allochtonen kwamen hier om te werken, hun gezinshereniging is onvolledig en het leeftijdsverschil bij hun huwelijken is veel groter (bij Belgen 2 jaar, bij Marokkanen 7 jaar. Dat heeft natuurlijk tot gevolg dat nu nog minder vrouwen boven de 55 zijn dan mannen.

* Bijna alle allochtonen boven de 55 jaar behoren tot de eerste generatie. Maar sommigen zijn minder dan vijf jaar in België. In Antwerpen gaat het om 256 Marokkanen (op 4.500 bejaarden of 5,7 procent) en 55 Turken (op 2.000 Turkse bejaarden of 2,7 procent). Het zijn weduwen die gaan inwonen bij hun jongere kinderen. Deze groep stelt heel speciale problemen (alleen al op het vlak van taal).

* Allochtone bejaarden zijn veel slechter opgeleid dan de Belgische en de allochtone vrouwen nog slechter.

* De gezondheidstoestand van de allochtonen is slechter dan die van de Belgen. Ze worden vlugger ziek, al op hun vijfenvijftigste, en cumuleren al veel jonger meer ziekten. Maar omdat ze sterker zijn dan autochtonen, blijven ze veel langer zorgbehoevend: Belgen 10 jaar, allochtonen meer dan dubbel zo lang. Die slechte gezondheid heeft vele oorzaken: zwaar werk in risicosectoren; migratiestress, zowel door de samenleving hier als door het verlangen om nog terug te keren; een levensstijl met te weinig beweging (vooral bij vrouwen) en te vet voedsel.

* Terwijl autochtone bejaarden veelal alleen wonen (45 procent), wonen bijna alle Marokkanen en Turken bij hun familie. Zij hebben een groot taboe tegenover het rusthuis. Voor hun verzorging doen ze een beroep op hun naaste familie, het rusthuis is iets voor “zielige bejaarden die geen kinderen hebben”. Ze “pendelen tussen de kliniek en thuis”, maar andere vormen van zorg benutten ze niet.

Vandaar dat de hulpverlening zich in een eerste fase moet richten op de thuiszorg, zo vatte dokter Louis Ferrant uit de Anderlechtse wijk Kuregem het samen. Hij wil meer interculturele bemiddelaars, die nu nog alleen maar in de ziekenhuizen functioneren. Zeven jaar geleden werden ze al beloofd voor de hele eerstelijnshulpverlening, maar daar kwam niets van in huis.

De Borgerhoutse huisarts Leo Schillemans sloot daar bij aan: “Antwerpen stelt sinds kort geen tolken meer ter beschikking van de hulpverlening, maar alleen nog van de politie en het gerecht e.d., zodat medische problemen van bepaalde groepen gewoon niet meer kunnen behandeld worden.”

JDW

Nu in het nieuws