Kamer keurt boerkaverbod goed

Print
2 APRIL 2010 - De Kamercommissie Binnenlandse Zaken heeft woensdag unaniem een wetsvoorstel van de MR goedgekeurd dat de dracht van de boerka en de nikab bestraft. Alle partijen stemden voor, ook de Groenen die toch wel wat juridische bezwaren hadden. Zij vreesden dat Sinterklaas verboden zou worden en dat het arrest tegen de Mechelse SM-rechter een boerkaverbod in de weg staat. We gaan achtereenvolgens in op: het wetsvoorstel zelf; de motieven van de indieners van het voorstel; de parlementaire discussie; het aantal boerkadraagsters en hùn motieven; de manier waarop het buitenland de problematiek aanpakt; de juridische problemen. Daarna geven we enkele bedenkingen.(UPDATE 23 JULI 2011: Dit stuk bevat een update in het onderdeel over de parlementaire discussie. Het boerkaverbod werd op 23 juli 2011 van kracht..)

WAT ZEGT HET VOORSTEL?

Het voorstel wil de boerka en de nikab uit het straatbeeld bannen. Bij de boerka wordt het hele lichaam verstopt achter een groot doek, ook de ogen, die achter een gaasnetje verwijnen. Bij de nikab is het hele lichaam verstopt op een klein spleetje voor de ogen na.

Het goedgekeurde voorstel bestraft evenwel niét het dragen van de boerka en de nikab op zich, maar wel "het dragen van gezichtsversluierende kleding die zover gaat dat betrokkene niet meer kan geïdentificeerd worden". Daarop komt 7 dagen cel en 137,5 euro boete.

Door een amendement van Leen Dierick (CD&V) kunnen de gemeenten ook zelf een reglement uitvaardigen om de boerka te verbieden en daarop een boete van 250 euro zetten, als het parket overtredingen van het boerkaverbod niet wil vervolgen. Momenteel kon dat reeds en naar schatting twintig gemeenten hebben zo'n reglement (o.a. Molenbeek, Antwerpen, Gent, Maaseik…).

Het verbod geldt niet voor allerlei festiviteiten (carnaval, Sinterklaas), en evenmin als de versluierende kleding door andere wetgeving wordt opgelegd (bv. motorhelmen door het verkeersreglement) of als ze wordt opgelegd door een arbeidsreglement (lashelmen bv.).

WAAROM DIT VOORSTEL?

Wat zijn de motieven van de indieners van het voorstel?

1. De MR-politici Daniel Bacquelaine, Corinne de Parmentier en Xavier Baeselen verwerpen het multiculturalisme:

* omdat het de samenleving niet als één coherent geheel ziet, maar wel als een samenraapsel van groepen met elk hun eigen culturen;

* omdat de eis tot eigenheid voorgaat op de eis tot deelname aan de samenleving;

* omdat individuen opgelost worden in de gemeenschap waartoe ze behoren;

* omdat het "recht op afzondering" van de eigen culturele groep leidt tot wederzijdse miskenning, angst voor de ander en wederzijdse spanningen;

* omdat het cultuurrelativisme dat aan de basis van het multiculturalisme ligt, leidt tot de ontkenning van beginselen als gelijkheid en vrije keuze.

De indieners zijn wel gewonnen voor het interculturalisme, waar ieder mens als individu wordt gezien, los van welke cultuur dan ook. Ze pleiten voor een samenlevingsmodel waarbij de rechten van de mens universeel zijn en boven alle culturen staan.

2. Tweede belangrijk motief is de openbare veiligheid: iedereen moet herkenbaar zijn in de openbare ruimte.

3. Derde motief is de schending van de broederlijkheid. De indieners volgen hierbij de visie van de Franse schrijfster en echtgenote van voormalig justitieminister onder president Mittérand, Elisabeth Badinter. Zij vindt dat de boerka de regels der wellevendheid schendt omdat de draagsters hiermee zeggen dat ze absoluut niet in contact wensen te treden met anderen. De draagsters eigenen zich het recht toe om anderen te bekijken, maar willen zelf niet bekeken worden. De boerka is een vorm van symbolisch geweld vanwege de draagster, menen Badinter en de indieners.

En mede-indienster Corinne de Parmentier besloot: "In Iran en Afghanistan vechten vrouwen om de boerka te mogen afleggen. Het is onzin om hem dan hier toe te laten".

WAT VONDEN DE ANDERE PARTIJEN?

Deze soms hoogdravende motieven komen niet in andere voorstellen terug. Andere politici menen vooral dat de boerka een symbool is van de onderdrukking van de vrouw en daarom moet worden verboden. Wat leerde de parlementaire discussie?

Filip De Man (VB) beklemtoonde dat de Kamer nu een wetsvoorstel van het VB van zes jaar geleden goedkeurt. Het voorstel werd in 2003 nog verketterd als extreem-rechts, maar nu inhoudelijk mee goedgekeurd door de groenen. Die verkettering was toen merkwaardig omdat nog voor het VB zijn voorstel had ingediend, de toenmalige directeur van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding, Johan Leman, zich al voor een boerkaverbod had uitgesproken, nl. op 17 oktober 2002 in Gazet van Antwerpen. Eén van de belangrijkste motieven van het VB-voorstel was - volgens VB-parlementslid Annick Ponthier - dat vrouwen niet moeten gestraft worden met algehele bedekking van hun lichaam omdat de moslimmannen zich seksueel niet kunnen beheersen. En ook dat de boerka een provocatie tegenover het Westen is.

De Man zelf viel uit tegen de dubbelzinnigheid van Open Vld omdat minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom (Open Vld) nog in december 2009 tegen een wettelijk boerkaverbod was. Zij vond dat de huidige regeling op de identiteitscontroles in de wet op het politieambt volstond.

Bart Somers (Open Vld) was blij met de nieuwe wet omdat ze "de waardigheid van ieder individu respecteert en de vrouwen niet levenslang dwingt om in een kerker rond te lopen". Somers beklemtoonde dat ook de veiligheid een motief is om het boerkaverbod in te voeren. In Frankrijk werden al bankovervallen gepleegd in boerka. Eric Thiebaut (PS) noemde het verbod "een pleidooi voor de rechten van de mens, een weigering om vrouwen te negeren".

Voor Ben Weyts (N-VA) was het verbod goed omdat het moslims - in tegenstelling tot wat de tegenstanders van een boerkaverbod zeggen - net niét stigmatiseert: "Momenteel worden alle moslims al te vaak geassocieerd met vrouwen in boerka. Dat wordt na dit voorstel onmogelijk". Dalila Douifi (sp.a) waarschuwde voor "te zware symboliek rond deze wet". De sp.a is voor een volledig boerkaverbod, maar ze meent dat dit maar een heel klein puntje is. "De meerderheid zou beter werk maken van een degelijk asiel- en vreemdelingenbeleid. Dat is nu een puinhoop".

Alleen Zoë Genot en Fouad Lahssaini (Ecolo) noemden het huidige voorstel "buitensporig en tegen de fundamentele vrijheden". De groene partij, die zich inhoudelijk evenwel ook tegen de boerka uitspreekt en die het voorstel van boerkaverbod mee goedkeurde, vreesde toch dat "de slachtoffers van gedwongen boerkadracht hierdoor niet geholpen zullen worden, want ze zullen nu gewoon thuis moeten blijven".

De Groenen vreesden dat "de wet onduidelijk is en Sinterklaas verbiedt" en ze wilden het voorstel eerst voorleggen aan de Raad van State. Ze hadden dit al enkele malen geprobeerd, maar zonder succes. Ze verwezen naar Frankrijk, waar president Sarkozy een wetsontwerp dat de boerka wil verbieden wél heeft voorgelegd aan de Raad van State. "Die heeft op 25 maart jl. tal van opmerkingen gemaakt om het verbod te verfijnen. We zouden daar beter rekening mee houden als we niet willen dat deze wet later door het Grondwettelijk Hof wordt vernietigd", waarschuwde Zoë Genot.

Ben Weyts (N-VA) reageerde namens alle andere partijen: "Er zal toch wel iemand naar het Grondwettelijk Hof trekken tegen deze wet. We zien later wel wat dat oplevert. Het is nu belangrijk om de wet te stemmen. Het voorstel van Ecolo om ook in België naar de Raad van State te gaan is eigenlijk gefilibuster om de wet te vertragen".

Eerder had Corinne de Parmentier (MR), die verjaarde, erop aangedrongen om de wet te stemmen "als verjaardagsgeschenk" en daar gingen de meeste commissieleden mee akkoord.

(UPDATE 23 JULI 2011: De plenaire zitting van de Kamer keurde donderdag 29 april 2010 het boerkaverbod unaniem goed. Er waren twee onthoudingen van de sp.a-ers Bruno Tuybens en Magda Raemaekers. Tuybens motiveerde zijn onthouding met drie bedenkingen. Het boerkaverbod zou de isolatie van de gesluierde vrouwen mogelijk versterken, omdat ze helemaal niet meer buiten zouden (mogen) komen, zo vond hij. Hij vreesde ook dat de vrijheid van meningsuiting te zeer wordt beperkt. Er kan z.i. geen verband tussen criminaliteit en boerkadracht vastgesteld worden en daarom rijst de vraag of dit verbod wel zinvol is. Als derde reden van zijn onthouding gaf Tuybens het verzoek van Amnesty International op. De mensenrechtenorganisatie riep Kamer én Senaat op om het boerkaverbod ongedaan te maken omdat het "de godsdienstvrijheid schendt". Senator Bart Tommelein (Open Vld) wilde toen dat de Senaat het ontwerp zou evoceren, omdat hij wilde nagaan of het wel strookte met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. De Senaat deed dit ook, maar plots verviel alles door de verkiezingen van 13 jui 2010. Na deze verkiezingen plaatste de Kamer het boerkaverbod opnieuw op zijn agenda. Op 23 april 2011 werd het boerkaverbod bijna unaniem door de Kamer goedgekeurd. Alleen Eva Brems (Groen! en voormalig voorzitster van Amnesty International) stemde tegen, twee andere groenen (Meyrem Almaci en Zoë Genot) onthielden zich. Op 17 mei 2011 besloot de Senaat om het voorstel niét te evoceren, zodat het nu wet kan worden. In zijn jongste jaarverslag over de mensenrechten bekritiseerde Amnesty International het Belgische boerkaverbod omdat het "de culturele en religieuze rechten van vrouwen die de boerka vrijwillig dragen, schendt". Ondertussen kondigde de Franstalige Ligue des Droits de L'Homme al aan dat hij naar het Grondwettelijk Hof trekt om de wet te laten vernietigen. Het Belgische boerkaverbod is het tweede wettelijke verbod van boerka's en nikabs in Europa. Frankrijk was eerst. Het boerkaverbod werd op 23 juli 2011 van kracht en op die dag raakte bekend dat twee vrouwen naar het Grondwettelijk Hof stapten om het verbod te laten schorsen én vernietigen, nvdr. EINDE UPDATE 23 JULI 2011)

HOEVEEL GEVALLEN?

Hoeveel boerkadraagsters zijn er? De cijfers werden in de parlementaire discussie in België niet vermeld, ze staan ook niet in de ingediende wetsvoorstellen. Ze staan wel in het Franse rapport-Gerin van de Assemblée Nationale, de Franse Kamer van Volksvertegenwoordigers.

* Voor België schat het CAL (Centre d'Action Laïque) het aantal boerkavrouwen op 270, het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding op 200. Op een totaal van ruim 400.000 moslims (sommigen zeggen: 650.000 moslims).

De Franse parlementaire commissie-Gerin bezocht voor haar studie van de boerkadracht twee Belgische gemeenten met een boerkaverbod in het politiereglement. Molenbeek voerde het in (weliswaar als verbod om het gezicht te verbergen) en dat leidde tot 34 processen-verbaal. In Dison bij Luik werden 10 vrouwen geverbaliseerd sinds 1 januari 2009. In Antwerpen werden al twee vrouwen geverbaliseerd.

* Overal in Europa en in Noord-Afrika (Marokko, Algerije, Libië, Tunesië) draagt slechts een heel kleine minderheid van de moslimvrouwen de boerka of de nikab, maar in Afghanistan en Pakistan is dat bepaald niet zo.

WIE DRAAGT DE BOERKA?

In Frankrijk werd het probleem bestudeerd door de minister van Binnenlandse Zaken Brice Hortefeux. Hij schatte het aantal boerkavrouwen in zijn land op minstens 1.900. Het gaat om jonge vrouwen, de helft is beneden de dertig en 90% beneden de veertig. Slechts 1% is minderjarig. Twee op de drie boerkavrouwen hebben de Franse nationaliteit en de helft komt al uit de tweede of zelfs derde generatie. Liefst 26% zijn bekeerlingen.

En sterker: 41% zijn salafisten. Het salafisme is een extremistische strekking in de islam. Het werd in 1928 gesticht door de Egyptische Moslimbroederschap als verzet tegen de kolonisatie en tegen de westerse decadentie die daaruit voortvloeide. Deze islamitische 'protestanten' willen leven zoals de zuiveren (de Salaf) uit de tijd van Mohamed. De salafisten interpreteren de Koran letterlijk, zijn tegen alle regels die later zijn toegevoegd en verwerpen iedere sociologische contextualisering van de islam. In principe is het salafisme apolitiek, geweldloos en richt het zich op bekering van andere moslims die "aangetast" zijn door westerse invloeden. Frankrijk zou 12.000 salafisten tellen, die een vijftigtal moskeeën controleren. Maar zo luidt het: de salafisten zijn niet hiërarchisch gestructureerd of zelfs maar georganiseerd, ze jutten elkaar vooral op via het internet. Het is een vorm van "protestantisme", die zich eigenlijk tegen imams verzet en die geen band tussen Allah en de gelovige duldt. Recentelijk liet de salafistische strekking zich veel sterker horen op politiek vlak. De boerka is het uithangbord van het salafisme, zo heet het nog.

Deze analyse is merkwaardig omdat volgens het rapport-Gerin bijna alle islamtheologen zeggen dat de boerka niét voortvloeit uit de Koran, maar veeleer een pre-islamitisch element is uit de clanmaatschappijen van West-Azië. De boerka symboliseert in die zin de totale onderdrukking van de vrouw door de patriarchale clan.

WAAROM DRAGEN ZE DE BOERKA?

Het rapport-Gerin somt een aantal redenen op.

* Meisjes zoeken religieuze zuiverheid en willen zich distantiëren van de consumptiemaatschappij.

* Anderen gedragen zich conformistisch en passen zich aan de waarden van de hun omringende gemeenschap aan. De invloed van het salafisme speelt in die groepen zeker een belangrijke rol.

* Nog anderen willen respectabel overkomen in een bedreigende omgeving. Ze willen niet dat moslimjongens hen nafluiten of uitschelden voor hoer en kleden zich daarom in boerka. Dan zijn ze veilig.

* Een laatste groep wordt gewoon gedwongen, hetzij letterlijk, hetzij uit "vrijwillige slavernij", zoals het rapport-Gerin met een fraaie verwijzing naar het standaardwerk van de la Béotie, de vriend van de Franse filosoof Montaigne stelt. Deze dwang werd in Frankrijk vastgesteld tegenover minderjarigen en in bepaalde wijken. (Uit onderzoek van het Belgische Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding, bleek dat 25% van de Marokkaanse vrouwen die in België verblijven, zegde onder druk gezet zijn om de hoofddoek te dragen. Het gaat hier natuurlijk maar om de hoofddoek en niet om de boerka, maar bij de boerka, die veel ingrijpender is, zal allicht een hoger percentage vrouwen gedwongen worden nvdr).

WAT DOEN ANDERE LANDEN?

* Buiten Europa is de boerka verboden in een beperkt aantal landen: Singapour, Tunesië.

* In Europa is er geen volledig verbod.

Sommige Europese landen verbieden wel àlle religieuze tekenen (en dus ook de boerka) in gemeenschapsscholen, zoals Nederland en Vlaanderen. In andere landen mogen de scholen zelf een verbod op alle religieuze tekenen opleggen (Engeland, Ierland, de VS, Wallonië).

Andere Europese landen verbieden de dracht van alle religieuze tekenen voor bepaalde ambtenaren (politie en rechters in Denemarken, leraren in een aantal Duitse staten en Luxemburg), nog andere verbieden specifiek de boerka voor alle openbare ambtenaren (twee Duitse deelstaten: Berlijn en Hessen).

* In Nederland kan de toegang tot het openbaar vervoer geweigerd worden aan boerkadraagsters en in Maastricht is het om veiligheidsreden verboden om je gezicht te verbergen. Nog in Nederland heeft Geert Wilders (PVV) een voorstel tot algemeen boerkaverbod ingediend. Hij wil er 12 dagen cel en 3.350 euro boete op zetten. De Tweede Kamer heeft al in 2006 een resolutie gestemd om een of ander boerkaverbod mogelijk te maken. CDA en VVD willen echter een neutralere formulering, ze willen een verbod om kleren te dragen die identificatie onmogelijk maken. Binnen de PVDA zijn Job Cohen, huidig lijsttrekker voor de gemeenteraadsverkiezingen, en Ahmed Aboutaleb, huidig burgemeester van Rotterdam, gewonnen voor een vermindering van de werkloosheidsuitkering voor boerkadraagsters die door hun kledij geen werk vinden. Tot op heden is er nog geen wet.

* Frankrijk pakt het probleem het grondigst aan. Het land heeft een parlementaire commissie opgericht onder leiding van de communist André Gerin, een notoir tegenstander van de boerka. Die maakte een uitvoerig rapport dat aan het parlement werd voorgesteld op 26 januari 2010. Daarna - op 25 maart 2010 - formuleerde de Franse Raad van State een aantal bedenkingen en voorstellen. Momenteel is ook daar nog geen beslissing. In Frankrijk is de Moslimexecutieve wel gewonnen voor een boerkaverbod. (Dat laatste is in België niet het geval: de Moslimexecutieve, de Werkgroep BOEH! (Baas op Eigen Hoofd, pleitbezorgsters van de hoofddoek) en de Wergkroep Neutraliteit, die vindt dat de dracht van religieuze tekenen de neutraliteit van de overheid niet in het gedrang brengt, zijn tegen. Sommige van deze groepen hebben nu al aangekondigd dat ze naar het Grondwettelijk Hof zullen stappen tegen het boerkaverbod, nvdr).

JURIDISCHE PROBLEMEN?

Welke bedenkingen kunnen vanuit juridische hoek worden aangebracht tegen een boerkaverbod? De Franse Raad van State bracht ze allemaal in kaart. De argumentatie is - behalve op het gebied van de "laïcité" - veralgemeenbaar naar België. We geven ze hierbij, met weglating van het typisch Franse element.

A. De Franse Raad meent dat een zuiver verbod van boerka en nikab juridisch niet haalbaar zijn. Alle gronden waarop je het zou kunnen funderen, zijn betwistbaar, meent de Raad. Zo'n verbod wordt in België weliswaar niet ingevoerd, maar toch kunnen de redenen waarom de Raad het verbod verwerpt belangrijk zijn, omdat ze ook worden aangehaald als motivering van de wet die in België wél werd gestemd.

* De waardigheid en de vrijheid van de mens wordt vaak ingeroepen door bepleiters van een boerkaverbod. De Franse Raad verwijst terzake naar het arrest-Aurousseau (de Mechelse SM-rechter!) van 17 februari 2005 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Volgens dat arrest behoort het tot de waardigheid en de vrijheid van de mens dat iedereen mag leven volgens zijn eigen overtuigingen, zelfs als die hem fysiek en moreel in gevaar brengen maar anderen niet schaden. (Wat het arrest-Aurousseau precies zegt, vindt je in dit stuk, nvdr.)

* De gelijkheid van man en vrouw kan volgens de Raad al evenmin gebruikt worden om een boerkaverbod uit te vaardigen. Die gelijkheid kan alleen maar tegenover anderen worden ingeroepen, tegenover mannen die discrimineren dus. Niét tegenover de persoon die uit vrije wil de boerka draagt als haar fysieke integriteit niet wordt bedreigd. (Een nogal juridisch-technisch en misschien wat wereldvreemd argument, nvdr).

* De openbare veiligheid kan ook geen basis voor een algemeen verbod zijn, omdat er geen (of te weinig) incidenten bekend zijn waarbij een boerka de openbare veiligheid werkelijk in gevaar bracht en omdat de boerka daarvoor momenteel te marginaal gedragen wordt.

Als je een algemeen boerkaverbod uitvaardigt, dan kan dat alleen maar om minderjarigen te beschermen, meent de Raad. En zelfs dan kan getwijfeld worden aan het nut van straffen tegen de mensen die de boerka dragen. De vraag rijst of je met zo'n algemeen verbod "de moslims" niet stigmatiseert en de polarisatie niet doet toenemen. Tenslotte zal een algemeen boerkaverbod al snel leiden tot "vervangingsstrategieën": de boerka wordt dan vervangen door een masker of een kap e.d.

De Franse Raad van State wijst dus een zuiver boerkaverbod af. In België wordt dat echter alleen nog maar verdedigd door LDD.

B. Wat wil de Raad dan wel? De Raad meent dat alleen een algemeen verbod om je gezicht te verbergen mogelijk is. Zo'n verbod wordt momenteel ingevoerd in België, door de wet die de Kamercommissie Binnenlandse Zaken woensdag heeft goedgekeurd. Maar volgens de Franse Raad kan zo'n verbod alleen maar ter bescherming van de openbare veiligheid en het kan nooit overal en altijd gelden.

De Raad wil dat de préfet (een soort van dirco, de coördinator van de politiediensten op het vlak van ordehandhaving, of beter nog: de arrondissementscommissaris, nvdr) in zijn departement bepaalt wanneer een verbod kan worden opgelegd in het belang van de openbare veiligheid. Het verbod moet gerechtvaardigd zijn door (waarschijnlijke) verstoringen van de openbare orde en het mag niet overdreven zijn op materieel, persoonlijk en geografisch gebied. Iemand kan niet verplicht worden om zijn gezicht altijd en overal zichtbaar te laten.

In de strijd tegen de identiteitsfraude kan men bv. een algemeen boerkaverbod opleggen in rechtbanken, aan scholen waar kinderen afgehaald worden, in ziekenhuizen, aan universiteiten als examens worden afgelegd, in banken als geld wordt afgehaald.

Als sanctie pleit de Raad niet voor een boete, maar wel voor een verwijzing naar een bemiddelingsinstelling. Daar moet de overtreedster enige tijd een soort van opleiding volgen.

Terzake is ook nog belangrijk te vermelden dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in het arrest-Dahlab tegen Zwitserland van 15 februari 2001 besloot dat het dragen van de hoofddoek beschermd wordt door het recht om zijn godsdient te belijden. Dat recht is niet absoluut en kan in bepaalde gevallen beperkt worden, maar gemeenten die een reglement uitvaardigen om de boerka te verbieden moeten daar beslist rekening mee houden, zo schrijft Alain Duchatelet in het Handboek Openbare Orde. Duchatelet wijst erop dat bv. het Antwerps politiereglement waardoor een vrouw die gewoon in boerka op straat loopt beboet kan worden, vanuit de Europese rechtspraak problematisch kan zijn, omdat het verbod niet evenredig is met het doel dat men wil realiseren.

BEDENKINGEN

1. Het voorstel roept nog vele vragen op. Zeker op het vlak van de bestraffing. Als de vrouwen de boerka niét vrijwillig dragen, dan zijn zij eerder een slachtoffer dan een overtreder. Moet het parket in de logica van het voorstel dan ook niet de mannen die de boerkadraagsters stimuleren tot hun "vrijwillige slavernij", vervolgen? En op welke grond gaat het parket hen vervolgen: psychisch partnergeweld, bedreiging, wederrechtelijke vrijheidsberoving, vernederende behandeling, misdrijven waarop heel uiteenlopende straffen staan? In vele gevallen zal minstens een klein onderzoekje nodig zijn. Want hoe ga je anders weten of die vrouwen écht vrijwillig de boerka dragen? En de vraag rijst of de overbelaste parketten daar wel toe bereid zijn. Te meer daar de straffen die momenteel op het misdrijf staan, niet meer worden uitgevoerd.

2. Als de parketten dit misdrijf niet vervolgen - en de meeste, zoniet alle parketten, zullen niet vervolgen -, dan kunnen de gemeenten volgens dit voorstel zelf administratieve boetes opleggen. Maar dàt kunnen ze nu ook al, zonder deze antiboerkawet. Waarbij de vraag dan rijst wat het nut eigenlijk is van dit voorstel? Vervolging kan nu dus ook al, de boetes die de gemeenten kunnen opleggen zijn zelfs bijna twee keer zo hoog als de maximumboete die de politierechter volgens het nieuwe wetsvoorstel kan opleggen.

3. Boetes zijn bovendien zeker niet de meest efficiënte manier om de boerka te bestrijden. De voorstellen van de Franse Raad van State om dit via verplichte bemiddeling op te lossen en die van de Nederlandse PVDA om werkloosheidsuitkeringen te verminderen bij boerkadraagsters die geen werk vinden, zullen veel efficiënter zijn. Maar de Kamercommissie Binnenlandse Zaken discussieerde er niet over.

4. Dalila Douifi had dus overschot van gelijk toen ze stelde dat deze wet "vooral symbolisch" is. Deze wet wil iets herstellen wat door een jarenlang foutief migratie- en inburgeringsbeleid is misgelopen. Zolang men dat beleid niet bijstuurt - en er zijn weinig aanwijzingen, noch op Vlaams, noch op federaal niveau dat men dit van plan is -, zal de boerkadracht eerder toe- dan afnemen. En dan is het voorstel dat nu is goedgekeurd beslist dweilen met de kraan open.

5. Frankrijk heeft het probleem grondig bestudeerd, in tegenstelling tot het anti-intellectualistische Belgische parlement, dat geen cijfers, geen internationale vergelijking en geen juridische bemerkingen nodig achtte. In België wacht men op het Grondwettelijk Hof en maakt daarna een "reparatiewet". Zo is dat! Daarbij moet gezegd zijn dat de Kamercommissie toch meerdere zittingen aan het boerkaverbod besteedde. Positief. Want eerder keurde ze in twintig minuten tijd een volledige mozaïekwet op het vlak van asiel goed. Door die wet werd o.a. de bewijslast in asielzaken omgekeerd, zodat de kandidaat-vluchteling geen enkel materieel bewijs van zijn vervolging in zijn herkomstland meer moet voorleggen: de commissaris-generaal moet maar bewijzen dat hij geen vluchteling is. Aan het boerkaverbod is dus veel "harder" gewerkt. En wat is nu de belangrijkste wet?

6. De indrukwekkende Franse studie roept echter ook vragen op over hoever het met ons recht gekomen is. Staat de stortvloed aan verplichtingen waaraan een wetgevend of verorderend orgaan moet voldoen als het een beslissing neemt, de besluitvaardigheid stilaan niet in de weg? Men moet binnenkort een genie zijn om zelfs maar een heel klein deeltje van de wet nog te wijzigen, zonder dat een of andere rechtbank die verandering terugfluit.


**************************************


Het volledige rapport van de Franse Commissie Gerin vind je hier

Zie ook: DUCHATELET, A., e.a., Handboek Openbare Orde, Politeia, losbladig, december 2008


**************************************


Lees ook:

Het multiculturele drama van Paul Scheffer



Nu in het nieuws