Senaat stemt nieuwe wet op consumentenbescherming

29 MAART 2010 - Twee weken geleden heeft de Senaat een nieuwe wet op de consumentenbescherming goedgekeurd. De Kamer deed dat eerder al. De Wet betreffende Marktpraktijken en Consumentenbescherming (WMC) moet de wet op de handelsprijktijken van 1991 vervangen. Het gaat grotendeels om de omzetting van een Europese richtlijn. De belangrijkste veranderingen betreffen de solden. Zij blijven bestaan, maar de sperperiode wordt beperkt tot één maand. Het systeem wordt zo goed als oncontroleerbaar. Ook wordt de koppelverkoop toegelaten en krijg je 14 dagen bedenktijd als je iets koopt op het internet in plaats van 7, maar je zal wel vooraf moeten betalen. De wet is nu al op bepaalde punten aan herziening toe. Wij overlopen haar met professor emeritus Rik Swennen (UA, economisch recht), tevens expert bij de Commissie Onrechtmatige Bedingen.

John De Wit

WAAROM DEZE WET?

Swennen: "De wet betreffende Marktpraktijken en consumentenbescherming (WMC) wijzigt de Wet Handelspraktijken (WHP) van 14 juli 1991. Die wet verbeterde de WHP van 14 juli 1971. Die was, op haar beurt, een bijeenbrenging en verbetering van de vele reglementeringen over de detailhandel die sinds de crisis van de jaren dertig waren ingevoerd."

"De grote vernieuwing van de WHP 1971 was het handhavingsysteem. De vordering tot staken (stopzetten) van een verboden praktijk werd het algemene model van handhaving. De wet van 14 juli 1991 vernieuwde ook weer op het vlak van de handhaving. Een systeem van verwittigingsbrieven dat voordien beperkt bestond, werd veralgemeend. De Minister kan een brief schrijven naar wie de wet niet naleeft en de administratie kan een administratieve transactie voorstellen."

"Sinds 1975 is er ook op het Europese niveau aandacht besteed aan het belang van de consument en vanaf de jaren tachtig kwamen er Europese richtlijnen."

"Die moesten de handel tussen de lidstaten vergemakkelijken en de wetgevingen van de lidstaten harmoniseren. Het gaat dan vooral om punten die van belang zijn in de handel tussen kopers en verkopers uit een verschillende land: internetverkoop en andere "verkoop op afstand" (postorder), verkoop buiten de onderneming van de verkoper (op een reis), deur-tot-deurverkoop (ambulante handel), reclame (misleidende en vergelijkende reclame), wettelijke garanties voor producten, contractclausules."

"De wetgevingen van de lidstaten moesten worden aangepast. Ook nu nog zeggen onze ministers dat zij iets "realiseren" terwijl het gaat om de verplichte uitvoering van Europese richtlijnen."

"De Europese regelingen voldeden echter niet. Het ging om minimumnormen. Alle lidstaten moéten de regeling invoeren, maar ze mogen zelf verder gaan in de "bescherming". Maar dat systeem werkte niet goed. De Europese overheid heeft nu gekozen voor een andere aanpak. De harmonisatie wordt een "volledige" harmonisatie. De Europese regelgeving wordt de standaard in alle lidstaten. De lidstaten mogen niet minder rechten geven aan handelaren of consumenten maar ook niet meer. Dit systeem is al van toepassing op de eerlijke handelspraktijken in de verhoudingen tussen professionelen en consumenten. Oneerlijke praktijken worden verboden. De regeling bevat voorts een lijst van verboden misleidende praktijken en een lijst van verboden agressieve praktijken. Zij bevat ook een algemene norm. Oneerlijkheid, in de betekenis van die algemene norm, moet echter geval per geval beoordeeld worden. Die regels zijn in de nieuwe wet Marktpraktijken en Consumentenbescherming (WMC) opgenomen, maar niet volledig."

"In de toekomst komt er een voorstel van Europese richtlijn consumentenrechten, met daarin een volledige verplichte harmonisatie van o.a. garanties en algemene contractvoorwaarden." De huidige wet zal dus binnen enkele jaren alweer moeten worden herzien.

WAT ZEGT DE WET?

1. DE SOLDEN

1.1. De wet

Solden kunnen voortaan voor alle goederen. Het mag, zoals nu, twee keer per jaar, in januari en juli. Maar de sperperiode geldt alleen nog voor kleding, schoenen en lederwaren. Die sperperiode wordt ingekort tot een maand (nu: 6 weken). Ze start voortaan op 6 december en 6 juni. De verkoper moet de goederen niet meer een maand voor de solden in de rekken hebben gezet, maar hij moet ze wel "in het verleden" ooit een maand hebben verkocht.

Bovendien moet het gesoldeerde product vooraleer de solden starten, niet noodzakelijk in de winkel waar gesoldeerd wordt, verkocht zijn. Het mag ook vroeger in een andere winkel van hetzelfde bedrijf in een andere stad verkocht geweest zijn.

Apart goederen inkopen met het oog op de solden blijft echter verboden.

De verkoper krijgt ook meer mogelijkheden om zijn prijzen aan te duiden. Zo moet hij bij een solden niet meer de beide prijzen (de vroegere en de huidige) weergeven, maar het percentage vermindering volstaat. De consument kan dit dan zelf berekenen.

1.2. De Raad van State over de wet

De Raad van State vreest dat de regeling van de solden en de sperperiodes niet strookt met de Europese regelgeving.

Minister van Middenstand Sabine Laruelle (MR) repliceerde hierop dat de sperperiode alvast zeker kan volgens een arrest van het Brussels Hof van Beroep van 12 mei 2009, maar Laruelle gaf toe dat het behoud van de solden en de sperperiode er vooral kwam op verzoek van de KMO's en de middenstand en dat het "een regeling op zijn Belgisch is" (sic).

1.3. De geschiedenis van de solden

Vooraleer zijn bedenkingen te uiten geeft professor Swennen een korte historiek van de wet op de solden:

"De solden dateren uit de jaren dertig. Ze stammen uit de schoen- en kledingssector en dienden toen om seizoensartikelen die niet verkocht geraakten, die wat verkleurd waren of waarvan men niet meer alle maten had, toch te verkopen. De soldenwet verbiedt niet dat winkels op andere tijdstippen in de loop van het jaar hun prijzen verlagen, want dat mag altijd. De soldenwet beschermt alleen de naam "solden", "koopjes" e.d."

"In de WHP werd een sperperiode ingevoerd en maar liefst van zes weken. Dat kwam omdat je in begin jaren zeventig in Mechelen al einde november solden had, twee maanden voor ze mochten beginnen. Dat heette toen weliswaar niet "solden", maar er waren toch forse prijsverminderingen, net zoals in de solden. Mechelen was toen nog een belangrijke stad voor kleren en schoenen. De handelaars moesten hun lentecollectie in oktober inkopen en moesten die betalen. Maar dan zaten ze zonder geld. Dus deden ze "solden", vooraleer de officiële soldenperiode begon! Zo ontstond er een dodenkoers. Iemand begint en de anderen moeten volgen en de eerste overtroeven. Dat kan alleen door grotere prijsverminderingen te geven. Om die dodenkoers te vermijden werd de sperperiorde ingevoerd: een periode waarin je geen prijsverminderingen mag aankondigen én toepassen. Een absurde toestand: een sperperiode van 6 weken voor een solden van 4 weken."

"Na verloop van tijd gingen ook andere bedrijven "solden" houden. Meubelzaken, Hifi, mediamarkt, er kwam overal solden. Er zijn echter geen zomer- en wintercomputers! Maar als de consumenten na de feestdagen of net voor zijn vooraf betaalde vakantie zijn laatste geld nog wil uitgeven aan kleren of schoenen, dan willen de andere handelszaken toch ook een graantje meepikken, anders is al het consumentengeld op."

"En dan had je nog de verkopers van tuinmeubelen en skimateriaal. Zij kunnen natuurlijk geen solden doen in juni of in januari, want dan moeten hun producten nog volop tegen de gewone prijs verkocht worden. De WHP moest voor deze sectoren een afzonderlijke regeling treffen, maar die is er nooit gekomen."

"Bovendien groeide het systeem van de progressieve solden. Op 3 januari is een jurkje te koop voor 30% vermindering, op 28 januari voor 80% vermindering in vergelijking met de prijs van voor de solden. Dat leverde grote problemen op. Bij een prijsvermindering moest men verwijzen naar de prijs die een volle maand voor de solden werd toegepast. Het jurkje is in de maand voor de solden niet verkocht voor de volle honderd procent van de prijs, maar grotendeels voor 70% van de prijs, omdat er in het begin van de maand al een vermindering van 30% was."

"In de nieuwe WMC-wet worden deze regels versoepeld: de handelaar moet verwijzen naar de laagste prijs die hij voor de solden heeft gevraagd. Het belangrijkste is dat de zaak duidelijk is voor de consument."

1.4. De controle

Het aantal controles op de naleving van de sperperiode bij de solden is enorm gedaald: van 40.500 in de zomer van 1992 naar 969 in de winter van 2009. Maar het aantal processen-verbaal, die meer zijn dan een waarschuwing, steeg in dezelfde periode van 20 naar 73. Dat bleek uit het antwoord van minister voor middenstand Sabine Laruelle (MR) op een schriftelijke vraag van senator Hugo Vandenberghe (CD&V).

1.5. De kritiek van prof. Swennen

"De nieuwe regeling van de solden is oncontroleerbaar. Het heeft daarom weinig zin om zo'n wetgeving te maken. Ze is nog geschreven op maat van een middenstand, die vasthoudt aan de wetgeving uit de jaren dertig en die wil dat de staat alles voor haar regelt. Bestaat die middenstand overigens nog in de kledingsector? Bestaat die kledingsector niet vooral uit ondernemingen die filialen of franchisenemers zijn van een groot bedrijf en die op een of andere manier gebonden zijn aan de marketing van de leverancier?"

2. ANDERE BEPALINGEN

2.1. De Bedenktijd

2.1.1. De wet

De consument krijgt voortaan een bedenktijd van 14 dagen (nu: 7) om een aankoop via het internet op via postorderbedrijven te herroepen. Maar die aankopen op afstand zal de consument vooraf - nog tijdens de bedenktijd - moeten betalen, dus vooraleer de goederen thuis geleverd zijn. Nu mag tijdens de bedenktijd niets betaald worden en is de regeling dus andersom. Overigens: bij verkoop van goederen buiten de firma (op beurzen, salons, aan huis en op homepartyverkoop) blijft de bedenktijd 7 dagen. In die 7 dagen mag niets betaald worden, behalve op salons en beurzen.

2.1.2. Kritiek op de wet

De sp.a was erg tegen deze verandering omdat de fraude bij verkoop via het internet in België jaarlijks 30 miljoen euro bedraagt en de verandering volgens de partij de misbruiken nog zal doen toenemen.

Professor Rik Swennen: "Er zijn twee zaken. Eerst en vooral de verlenging van de bedenktijd. Neem het voorbeeld van postorderbedrijven als La Redoute of 3 Suisses. De meeste bestellingen krijgen ze onmiddellijk nadat ze hun cataloog uitbrengen. Daardoor moeten deze bedrijven nu - met besteltijd, levertijd, bedenktijd, - al bijna 30 dagen wachten vooraleer ze weten of ze iets verkocht hebben of niet."

"Daarnaast heb je het voorschot. In de toekomst mag de verkoper een voorschot vragen tijdens de bedenktijd. Het Europees Hof van Justitie in Luxemburg besloot in het arrest Ghysbrechts/Santurel van 16 december 2008 dat de manier waarop België tijdens de bedenktijd een betaalverbod invoerde, indruiste tegen het vrij verkeer van goederen en diensten. En wel omdat de Belgische wet zegde dat de verkoper tijdens de bedenktijd niet het nummer van de betaalkaart van de consument mocht vragen. En dus moesten wij onze wet wel wijzigen. Trouwens in het voorstel van Europese richtlijn over de consumentenrechten dat in de maak is en waarvan wij helemaal niet meer kunnen afwijken, is er geen verbod om tijdens de bedenktijd een voorschot te vragen."

"De verlengde termijn verhoogt het risico van de verkoper dat hij zijn goederen niet meer kwijt raakt als de consument toch besluit om ze niet te kopen. Daarom mag een klein voorschot wel."

"Maar ik vrees dat het een tweesnijdend zwaard is. Een Deens postorderbedrijf kan hier grote problemen hebben met mensen die niet betalen, maar wel al de goederen geleverd kregen. Het is een ingewikkeld en kostelijk gedoe om dan toch je geld te krijgen. Maar nu krijgt dat Deens bedrijf een ander probleem. Als de consument moet betalen vooraleer hij de goederen geleverd krijgt, zal hij geneigd zijn om te kopen bij bedrijven die hij vertrouwt of beter kent. Dat zullen meestal bedrijven uit zijn buurt zijn. Als hij afziet van de verkoop, moet hij immers het geld dat hij al betaald heeft, terugkrijgen. Wellicht zal de verkoop op afstand bij buitenlandse bedrijven nu teruglopen."

2.2. De koppelverkoop

2.2.1. De wet

Het verbod op koppelverkoop wordt afgeschaft, behalve voor financiële diensten. (Voor deze laatste diensten kondigt minister van Economie Van Quickenborne een nieuwe wet aan.)

Dat moest van het Total-arrest van het Europees Hof van Luxemburg van 23 april 2009.

2.2.2. Kritiek

Swennen: "De manier waarop WHP de koppelverkoop regelde was bizar. In het belang van de consument was ze zeker niet. Want twee zaken verkopen voor de prijs van één mocht niet, maar drie voor de prijs van twee wel! Als je wil vermijden dat de consument dingen koopt die hij niet nodig heeft, is dat geen goede regeling. Hoe was de regel? Twee identieke producten mocht men samen aanbieden, op voorwaarde dat ze ook apart werden verkocht en dat de prijsvermindering niet groter was dan een derde van de samengetelde prijzen van de twee producten. Daardoor mochten twee kostuums voor de prijs van één niét, maar drie kostuums voor de prijs van twee wel. Maar wat ook mocht, is: 50% korting geven op een kostuum. Want er was geen regeling die prijsverminderingen van meer dan 50% verbood. Als je er dan twee koopt, heb je er twee voor de prijs van één. Zijn de consumenten zo dom dat ze dit niet zien?"

"Nu wordt koppelverkoop dus toegelaten, behalve voor financiële producten. Maar toch houdt de WMC geen rekening met de principiële draagwijdte van het Total-arrest. Volgens dat arrest kunnen handelspraktijken slechts geval per geval oneerlijk worden genoemd, als ze niet uitdrukkelijk op de lijst van oneerlijke handelspraktijken in de de Europese richtlijn staan."

"Er zijn in de WMC nog regelingen die de toets aan die uitspraak en aan de Europese regelgeving niet kunnen doorstaan. Omdat ze praktijken verbieden of aan voorwaarden koppelen die ze in het algemeen niet mogen verbieden of aan voorwaarden koppelen."

"De opmerking van de Raad van State over de solden is al genoemd. Een ander voorbeeld is het verbod van verkoop met verlies. Dat beschermt in werkelijkheid de concurrenten: zo moeten de prijzen niet te diep zakken en moeten de verkopers niet te diep in de buidel tasten. Maar de Belgische wetgever verbiedt de verkoop met verlies zogenaamd in het belang van de consument. Die wordt volgens de wetgever naar winkelzaken gelokt met de promotie-aanbod van een gekend merkproduct dat tegen een zeer lage prijs te koop is. Dat is dus verkoop met verlies. Maar als de consument in de winkel komt, blijkt dat product er niet meer te zijn en dan koopt de consument iets anders, omdat hij nu toch is binnengelokt."

"Zo'n verkooppromotie is volgens Europa én volgens de Belgische WMC een handelspraktijk die misleidend is. Zaken aanbieden zonder een normale voorraad te hebben, is op zich verboden. Tot daar is alles in orde."

"Maar dat geldt niet voor het verbod van verkoop met verlies. Dat verbod staat niet in de lijsten van de verboden oneerlijke praktijken van de Europese richtlijn. Ondertussen verbiedt de Belgische wet het de facto, maar ze zet het niet in de rubriek "oneerlijke handelspraktijken", want dan zou het te duidelijk zijn dat het niet kan. Ze zet het in een ander onderdeel van de WMC. Het blijft echter zo dat oneerlijke handelspraktijken, die niet uitdrukkelijk in de richtlijn staan, niet in het algemeen verboden kunnen worden. Dat moet geval per geval bekeken worden door de rechter."

"Ook de uitverkoop en de openbare verkoop zijn strikt geregeld. Men kan er dezelfde vragen over stellen als de vraag van de Raad van State over de solden."

"Kan de Belgische overheid zomaar vasthouden aan ongeldige wetgeving en daardoor ondernemingen op hoge kosten jagen om die wetgeving aan te vechten? Kennelijk doet België dat om op het Europese niveau te kunnen marchanderen over nog komende Europese regelgeving. Ook andere lidstaten doen dat soms. Maar het getuigt toch van misprijzen tegenover de bevoegde Europese regelgever en vooral van misprijzen tegenover de ondernemingen dat men regelen die kennelijk de toets van het Europese recht niet kunnen doorstaan, opnieuw in de WMC heeft opgenomen."

2.3. Opzegtermijnen

2.3.1. De wet

Wie een dienstencontract van bepaalde duur dat telkens stilzwijgend wordt verlengd (internetabonnement, abonnement gas, elektriciteit, gsm bv.) opzegt, zal nog twee maanden moeten doorbetalen in plaats van één nu. De middenstand had graag een termijn van drie maanden gewild.

2.3.2. Bedenkingen

Tijdens de debatten was de sp.a tegen deze verlenging: "De consument zal nu twee maanden extra moeten betalen voor een dienst die hij niet meer wenst."

Professor Rik Swennen: "De hervorming is beperkt. De meeste consumenten hebben helemaal geen dienstencontract van beperkte duur dat daarna stilzwijgend wordt verlengd. Als zij een contract van beperkte duur hebben, krijgen ze voor het einde daarvan doorgaans een telefoon met een voorstel om, met een snoepje erbij, een nieuw contract van vaste duur te sluiten. De verandering van de wet geldt slechts voor een kleine minderheid van consumenten. En daar liggen de problemen niet."

2.4. Prijsverhogingen

2.4.1. De wet

De verkoper zal de prijs van een lopende dienst eenzijdig mogen verhogen bovenop de index.

2.4.2. Bedenkingen

Ook hier was de sp.a grondig tegen.

Professor Rik Swennen: "Het is een verbetering tegenover vroeger omdat die verlengingen alleen nog kunnen voor diensten van onbepaalde duur. Bovendien moet de eenzijdige prijsverhoging worden aangekondigd, waarna de consument één maand de tijd heeft om het contract zonder kosten op te zeggen. Vroeger werd zo'n prijsverhoging zelfs toegelaten in contracten voor vaste, bepaalde duur. Het zijn de experts van de Commissie voor Onrechtmatige Bedingen die hebben aangedrongen om dit laatste te schrappen."

2.5. Definitie "consument"

Het begrip consument wordt anders gedefinieerd op twee vlakken:

A. De wet beschermt niet "de" consument tegen bedrieglijke reclame, maar de "gemiddelde consument". De sp.a vreesde dat de zwakke en onervaren consument hierdoor minder beschermd wordt dan vroeger. De partij wijst erop dat 10% van de Belgen analfabeet is…

Professor Swennen: "Het gaat niet om de doorsnee-consument die alles koopt, maar om de gemiddeld aandachtige consument waarop een bepaalde reclame is gericht. Dàt zegt de Europese wetgeving en de rechtspraak en die moeten wij volgen."

B. Rechtspersonen, zoals vzw's, vallen niet meer onder de wet. Alleen een natuurlijke, lichamelijke persoon kan een consument zijn. Ook tegen deze verandering was veel verzet van de socialisten. Zij wilden dat kleine vzw'tjes die een kaas- en wijnavond organiseerden ook beschermd moesten zijn tegen bepaalde praktijken en bedingen in contracten. Maar dat wil Europa niet. Wie een rechtspersoon heeft moet zich maar zo kunnen organiseren dat hij geen aparte bescherming nodig heeft.

2.6. Ruimere toepassing

De wet wordt ook ruimer van toepassing. Ze geldt voortaan voor "ondernemingen" (niet meer alleen voor "verkopers") en consumenten. Onder "ondernemingen" vallen nog altijd de handelaren in de wettelijke betekenis, maar ook overheidsbedrijven en verenigingen met een economische activiteit en zelfs sociale organisaties zoals mutualiteiten en werknemersverenigingen met zo'n acitviteit. Beoefenaars van vrije beroepen vallen evenwel niet onder de wet, hoewel dat van de Europese richtlijn ook zou moeten.

ALGEMENE KRITIEK

Professor Swennen heeft nog drie algemene bedenkingen op de wet.

"1. Kijk eens naar de maatschappelijke kosten van deze wet. De vrije beroepen vinden dat zij niet aan 'commerce' doen en vinden dus dat zij buiten deze wet moeten vallen. België volgt hen. Maar de Europese regelingen die België moet invoeren, zijn juist wel van toepassing op de beoefenaren van vrije beroepen. Dus moet er voor hen een apart wetje gemaakt worden. Vrije beroepen die niet zo chique zijn zoals tandartsen en kinesisten, moeten nog eens apart worden vermeld. Nog een ander wetje om dezelfde regeling in te voeren. Schone schijn is dan toch duur!"

"2. De wetgever moet bovendien leren dat bepaalde praktijken niet geregeld kunnen worden door een wet. De regels worden dan te detaillistisch. En als de verkopers de dag nadien hun praktijken veranderen, is de wet een maat voor niets geweest. Of erger: de zaak wordt slechter voor de consument".

"Het is soms beter om algemene principes in een wet te schrijven en de harde misbruiken te verbieden in algemene termen. De rest kan worden ingevuld door gedragscodes die onder toezicht van de overheid worden opgesteld, en waarvan de naleving ook door de overheid kan worden gehandhaafd."

"Gedragscodes en toepassingen door panels kunnen werken. Neem nu de Commissie voor Onrechtmatige Bedingen, waar ik zelf als expert bij betrokken ben. De laatste jaren heeft deze commissie de contracten van de vastgoedmakelaars bekeken. Die zijn nu "opgekuist" door de sector zelf. Dan hebben we de contracten van advocaten onder de loep genomen. De Orde van de Vlaamse balies heeft nu een modelcontract aan de commissie voorgelegd en dat is ook verbeterd. Onlangs heeft de commissie de contracten van de architecten doorgelicht. Ook daaruit zullen een aantal zaken worden geschrapt. Stilaan dringt het bestaan van de wettelijke regeling die oneerlijke bedingen in contracten verbiedt ook door tot geschillen voor de rechtbanken. Hoe belangrijk dat laatste is, die toepassing is alleen weggelegd voor gevallen die het de moeite waard zijn om een proces te voeren. De overheid kan hier een belangrijke rol spelen door processen voor type-gevallen te financieren."

"3. De nieuwe wet marktpraktijken bevat dus te veel regeltjes waarvan men zich kan afvragen of die nodig zijn en ook hoe die kunnen worden toegepast."

"Dat verstevigt ook de indruk die bij "de mensen" leeft over wat recht is: regeltjes die door de overheid moeten worden gemaakt en gecontroleerd. "De mensen" mondig maken, wordt in die filosofie: ze hard leren roepen dat de overheid er iets moet aan doen, en dat er nog wat hulpverleners op de zaak moeten gezet worden, "diensten" waar men terecht kan."

"Men moet breken met deze filosofie. Zou het niet tijd worden dat men "de mensen" leert om zelf kordaat tegen verkopers te zeggen dat ze de flauwekul van de verkoper niet moeten hebben? Dan kunnen we ook de overheid de grote problemen laten aanpakken."

MEER OVER John De Wit

Nu in het nieuws