Het veiligheidsprobleem in Brussel

Print
5 FEBRUARI 2010 - De veiligheidsproblemen in Brussel waren de voorbije week niet uit de media weg te branden. Het Brusselse parket kondigde in de Anderlechtse wijk Kuregem een nultolerantie af, de Vlaamse partijen eisten een fusie van de zes Brusselse korpsen, justitieminister De Clerck beloofde snelrecht en de Kamercommissie justitie keurde een wet goed om de straffen voor geweld tegen de politie te verdubbelen. Een overzicht van de discussie en een evaluatie van sommige maatregelen.

Naar aanleiding van de verhuizing van een school uit Anderlecht omdat te veel jonge scholieren werden gepest door allochtone jongeren, naar aanleiding van een bankoverval, waarvan de dader snel werd gevat en een schietpartij met kalasjnikov tussen de politie en de overvallers, ontstond een ware mediahype over het veiligheidsprobleem in Brussel.

WELKE MISDAAD?

1. De geregistreerde criminaliteit.

In 2008 werden in Brussel 178.554 criminele feiten geregistreerd. Dat zijn er 9,1% meer dan in 2000. Nationaal steeg de geregistreerde criminaliteit in dezelfde periode slechts met 1,47% tot 1.018.056 feiten. In Brussel steeg de geregistreerde criminaliteit dus zes keer zo snel als in België.

Maar het criminaliteitsprofiel is divers. De geweldmisdrijven stegen in Brussel in de bewuste periode sneller dan elders, nl. met 30% (tot 11.928 feiten in 2008). De slagen en verwondingen op zich klommen met 35,1%, de moorden en de pogingen daartoe met 25% (tot 143 in 2008). Het aantal verkrachtingen steeg met 20% (tot 411 feiten), het aantal groepsverkrachtingen verdubbelde (tot 46 in 2008).

De autodiefstallen daalden met 56%, de carjackings met 60%, de handtasdiefstallen met 17%. De woninginbraken stegen dan weer met 24%, de kredietkaartenfraude met 596% (tot 954 feiten) en het aantal sackjackings klom van 2 in 2005 naar 2.174 in 2008. Ook het aantal nepagenten steeg enorm: van 5 in 2000 naar 103 in 2008. (Voor de misdaadcijfers van 2009, zie de update onderaan net voor het onderdeel over snelrecht, nvdr).

2. De Veiligheidsmonitor.

Opmerkelijk zijn ook de resultaten van de Veiligheidsmonitor, een bevraging die om de twee jaar wordt georganiseerd om na te gaan hoe veilig de burgers zich voelen. Die staan haaks op de geregistreerde misdaadstatistieken. Uit de Veiligheidsmonitor bleek dat in 2008 52% van de Brusselaars zich "zelden of nooit" onveilig voelde. Dat was 5% meer dan in 2006. Alle vormen van "mijdingsgedrag" zijn in Brussel tussen 2006 en 2008 afgenomen. Mijdingsgedrag heb je als mensen de deur niet opendoen voor onbekenden, waardevolle voorwerpen buiten hun huis onderbrengen, niet meer buitenkomen na het donker, vermijden het openbaar vervoer te nemen.

Toch dacht 26% van de Brusselaars dat ze in de komende 12 maanden slachtoffer konden worden van een inbraak, 28,3 vreesde slachtoffer te worden van een diefstal zonder geweld, 16,4% van fysiek geweld en liefst 39,3% van een misdrijf in het verkeer.

Uit de Veiligheidsmonitor blijkt verder dat de Brusselse huishoudens meer slachtoffer worden van de meeste misdrijven dan de Vlaamse of Waalse. 46% van de Brusselse ondervraagden zegt dat zijn gezin in 2008 slachtoffer werd van een automisdrijf (gestolen, bestolen, beschadigd), tegen slechts 17% van de Vlaamse. Bij vernielingen zien we dezelfde tendens. Verder valt op dat Brussel ook de meeste slachtoffers telt van een vluchtmisdrijf in het verkeer: 4,8% van de ondervraagden zegt dat ze dit in 2008 meemaakten, tegen slechts 2,8% van de Vlamingen.

De Brusselaars zijn ook het minst tevreden over hun politie. Terwijl 89,2% van de Belgen vindt dat de politie goed of zeer goed werk verricht, geldt dat "slechts" voor 85,8% van de Brusselaars. Liefst 64,8% van de Brusselaars zegt niet te weten wie zijn wijkagent is. Het nationaal gemiddelde is 50,3%.

De discussie ging echter niet over deze cijfers, maar spitste zich vooral toe op de werking van politie en gerecht. We behandelen achtereenvolgens: het probleem van de politiezones; de personeelsproblemen bij de politie; het vermeende geldtekort; het geweld tegen de politie; de afgekondigde nultolerantie en de acties voor gewapend bestuur; het snelrecht; enkele algemene bedenkingen.

ZES ZONES OF EEN?

Brussel heeft zes politiezones. De oorzaak hiervan gaat terug naar de fusies van gemeenten uit 1977. Brussel deed daar niet aan mee, zodat de 19 gemeenten afzonderlijk bleven bestaan, met hun eigen korpsen. Begin jaren negentig stelden sommige kabinetsmedewerkers van toenmalig justitieminister Melchior Wathelet (PSC) al voor om voor Brussel één politiekorps te creëren, maar daar kwam niets van. De debatten waren toen min of meer dezelfde als nu.

Door de politiehervorming kwamen er overal politiezones. In Brussel smolten de 19 korpsen begin deze eeuw samen tot 6 zones in plaats van tot één.

Sommige zones hebben heel veel werk: de bewuste zone-Anderlecht-Sint-Gillis-Vorst, waarrond de hele discussie ontstond, heeft drie gevangenissen (met mogelijks stakingen) op zijn grondgebied, een groot voetbalstadion (met mogelijks rellen), de concertzaal van Vorst-Nationaal, bepaalde probleemwijken zoals Kuregem, naast het Brusselse Zuidstation met 90.000 dagelijkse reizigers (maar voor dat laatste is vooral de federale politie bevoegd), e.d.

De Brusselse zones hebben in het algemeen veel meer werk dan de andere politiezones door de vele betogingen tegen de Europese Unie en door de aanwezigheid van ambassades die moeten worden beveiligd. Je kan een Brussels korps dus moeilijk vergelijken met een ander Belgisch korps.

Daar staat tegenover dat andere grote steden, zoals Parijs, Londen of New York nog veel groter zijn, even zware problemen hebben en toch behoorlijk functioneren. Kleinschaligheid is dus niet noodzakelijk een must.

Het bestaan van zes aparte zones leidt soms tot gekke toestanden. Wie met zijn hond gaat wandelen aan het Zuid-station moet twee politiereglementen kennen: in Brussel gelden andere regels over de plaats waar een hond zijn behoefte mag doen dan in Anderlecht. Of nog: het Comité P hekelde enkele jaren terug de problematiek van de prostitutie aan het Noordstation. Daar tippelen hoertjes. Eén politiezone voert een beleid om die ongemoeid te laten en eerder de pooiers en de georganiseerde misdaad in hun geldbuidel te treffen, een andere zone wil alle hoertjes oppakken. Dat leidt tot komische verhuiseffecten als een politiecombi aankomt: hoertjes vluchten naar de "juiste" plaats, waar ze niet kunnen worden opgepakt. Of nog: de combi's van de verschillende politiezones kunnen soms niet rechtstreeks met elkaar communiceren.

De zes zones liggen soms eigenaardig gespreid over probleemwijken: de Kuregem- en Ribeaucourtbuurt liggen op de grens van twee zones (met een ander politiebeleid) en sommige zones worden door grote wegen of parken letterlijk in twee gesneden. Anderzijds valt één grote laan soms onder meerdere politiezones, wat voor de burger tot veel verwarring aanleiding geeft als een combi passeert, maar de agenten niet optreden omdat ze van de verkeerde zone zijn.

Alle Vlaamse partijen pleiten daarom voor een fusie van de zes zones tot één. Dat zou heel wat kosten besparen. Een reeks ondersteunende diensten worden nu zes keer georganiseerd, terwijl het in een keer zou kunnen. Daardoor zou heel wat politiecapaciteit vrijkomen voor straatwerk. Maar deze herorganisatie kan natuurlijk niet ten koste gaan van de nabijheidspolitie. Ze mag er niet toe leiden dat gemeenten of wijken waar de politie nu goed functioneert, dan minder goed zouden draaien.

De Franstalige partijen zijn tegen een fusie van de zones. Sommigen onder hen, zoals Fouad Lahssaini (Ecolo), vonden tijdens het Kamerdebat dat het huidige systeem "zeer goed werkt", anderen zoals Karin Lalieux (PS) meenden dat "fusie geen mirakeloplossing is", alsof iemand dat ooit beweerd zou hebben.

Francis Delpérée (cdH) zag een communautaire agenda achter het fusieplan. "Als men de korpsen fuseert, rijst de vraag of ook niet beter de gemeenten zouden fuseren. En als Brussel één burgemeester zou krijgen in plaats van negentien, waarvoor is het Brussels gewest dan nog nodig?". De Franstaligen vrezen dus dat de Vlamingen via een ommetje langs de politiezones het Brussels Gewest willen afschaffen. (De vraag stellen is ze beantwoorden. Het zou een enorme kostenbesparing zijn omdat een boel diensten die nu dubbel werk doen in administraties waar een kat haar jongen niet meer vindt, zouden kunnen worden samengesmolten. Uiteraard zouden dan ook nogal wat politieke mandaten verdwijnen. Dit idee is dus volkomen onhaalbaar, nvdr).

Maar...de Franstaligen zijn het ook niet eens over wat er wel moet gebeuren. Sommige politici willen de zone Brussel-Elsene opnieuw splitsen omdat de stad Brussel teveel aandacht opeist ten nadele van de andere wijken (Haren, Laken e.d.). Zo'n vrijwillige defusie is mogelijk gemaakt door de mozaïekwet van einde vorig jaar. Maar minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom (Open Vld) heeft alvast duidelijk gemaakt dat er geen extra zones mogen bijkomen in Brussel. Een eventuele defusie moet dus zeker tot een herstructurering leiden. Andere Franstalige politici willen de situatie houden zoals ze is. Geen eensgezindheid over het alternatief dus.

Minister-president Charles Picqué (PS) heeft nog andere ideetjes. Hij wil naast de lokale korpsen ook een gewestelijke politie creëren. Die zou bevoegd zijn voor de jongerenbendes, de wapenhandel en andere problemen die de gemeenten overstijgen, terwijl de lokale korpsen dan de "nabijheidspolitie" zouden vormen. Picqué wil bovendien dat de federale overheid bepaalde taken van van de lokale politiekorpsen overneemt: de bewaking van gevangenen bij stakingen, het gevangenenvervoer, de bewaking van ambassades.

Ook François-Xavier de Donnea (MR) is voor een extra-bovenlokaal korps om bepaalde lokale acties te coördineren. Hij wil de structuur van de Brusselse politie enten op die van het hele land, hij wil voor Brussel een "geïntegreerde politie op twee niveaus" installeren. (De creatie van nieuwe instellingen dreigt de problemen eerder te compliceren dan te versimpelen. Want als het idee van de Donnea werkelijkheid wordt dan ontstaat er in Brussel een geïntegreerde politie op drie niveaus: de federale politie van België is er namelijk ook nog. "Boven" de lokale Brusselse korpsen komen dan twee korpsen die hun werk moeten "coördineren", ook met elkaar. Is dat dan de oplossing?, nvdr).

Deskundigen menen dat een mogelijke fusie van korpsen zich niet noodzakelijk moet richten op institutioneel vastgelegde grenzen, maar wel op het sociaal-economisch profiel van de bewoners van de zone en op de aard van de criminaliteit in die zone. Criminelen trekken zich immers niets aan van allerlei grondwettelijk vastgelegde taalgrenzen. Vanuit deze visie zou Dilbeek beter met Molenbeek fuseren en Ukkel met Hoeilaart, of de wijk Zuun uit Sint-Pieters-Leeuw zou best bij Kuregem in Anderlecht komen (met fysiek geografische zonegrenzen zoals het Zoniënwoud). De vraag rijst wie in zo'n geval het commando zou voeren en hoe de taalproblemen zouden worden opgelost. Uiteindelijk is dit een pleidooi voor één nationale korpschef. Het idee kan sociologisch verleidelijk zijn, het is in België totaal onhaalbaar omdat aan de taalgrenzen zou worden gemorreld.

Minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom wil wel een fusie, maar ze wil die "niet opdringen". Ze gelooft dat door de oprichting van een overleg tussen de korpschefs na verloop van tijd het idee van een fusie wel vanzelf zal rijpen. Probleem met de creatie van overlegplatformen is dat de bevoegdheidsverdeling nog ingewikkelder wordt en dat bovendien steeds meer politiemensen in kantoren vergaderen en overleggen in plaats van op straat de problemen van de mensen aan te pakken. In plaats van organen af te schaffen, creëerde Turtelboom er dus één bij. Deskundigen wijzen er trouwens op dat dit overlegplatform al geruime tijd bestond.

Toen Renaat Landuyt en Ludwig Vandenhove (sp.a) donderdag in de Kamer een wetsvoorstel indienden om de zes korpsen te fuseren tot één, vroegen zij daarvoor de hoogdringende behandeling. Dat idee werd donderdag weggestemd door àlle Franstalige partijen en door CD&V en Open Vld, waarvan de tenoren nochtans voor de fusie hadden gepleit.

Een fusie komt er dus niet. Ze zou inderdaad geen mirakeloplossing zijn. Het probleem zit veel dieper, bij het model dat door de Octopushervormers in 1998 werd gekozen. Problemen zoals deze in Brussel nu kunnen zich immers overal in het land voordoen. Toen de politie werd hervormd koos men voor 196 aparte korpsen, die naast elkaar bestaan en - vooral in de grote steden - hun eigen zin doen. Nochtans had de Commissie-Huybrechts, die de hervorming had voorbereid, gepleit voor één nationale politiechef, die overal zou kunnen ingrijpen. Dat kan nu dus niet. De meeste lokale korpsen vallen bovendien onder burgemeesters, die van politiewerking geen kaas gegeten hebben. Dat maakt de korpschefs veel machtiger dan de korpschef van de federale politie, die wel onder een competente controle staat.

De politiehervorming van 1998 wilde wel een geïntegreerde politie, maar ook die kwam er niet helemaal: de integratie tussen de lokale en de federale politie werkt onvoldoende, er is nog geen eenheid van management. Het was dan ook erg kort door de bocht van minister Turtelboom om de politiehervorming zonder meer "een succes" te noemen.

Het is echter ook kortzichtig om de problemen die momenteel in Brussel tot uiting komen, te herleiden tot louter Brusselse toestanden, zoals bijna alle politici doen.

PERSONEELSTEKORT?

Hebben de Brusselse politiekorpsen te weinig manschappen? Volgens de vakbonden zouden er 735 mensen tekort zijn. In de zone-Anderlecht zouden 's nachts amper twee combi's beschikbaar zijn. Ze moeten al hun tijd steken in het afhandelen van de 101-oproepen en die zouden dan soms vals zijn. Veel te weinig agenten, menen de bonden.

De Molenbeekse burgemeester Philippe Moureaux (PS) steunt deze visie helemaal: "De voorbije drie jaar steeg de bevolking in mijn gemeente met 10%, maar ik heb nog altijd maar evenveel politiemensen. Er zouden er tien procent bij moeten komen, willen we in de toekomst ernstige toestanden vermijden". In de Kamer hekelde Karin Lalieux (PS) eveneens de "chronische onderfinanciering" van zowel de Brusselse gemeenten als het Brusselse gerecht. En ook Brussels minister-president Charles Picqué wil dat de federale overheid meer geld steekt in de Brusselse politiekorpsen. Volgens hem dragen de 19 gemeenten momenteel 67% van de kosten van de politie en dat vindt hij genoeg. "De Brusselaar betaalt meer voor de politie dan voor het OCMW", zo zegt hij.

Minister van Binnenlandse Zaken Turtelboom ontkende evenwel dat er te weinig volk is. "In 2004 telden de Brusselse korpsen 2.645 agenten, in 2009 5.033. Dat is dus een verdubbeling in vijf jaar tijd. Bovendien zitten alle Brusselse korpsen boven de KUL-norm (de norm die door de Universiteit van Leuven is vastgesteld om te berekenen hoeveel agenten een korps nodig heeft, ndvr)."

Turtelboom zegde dat zij na de rellen in Molenbeek einde vorig jaar 50 extra federale politiemensen aan de Brusselse politiezones heeft toegewezen, bovenop de 150 die Brussel al eerder kreeg. Maar die 50 worden niet efficiënt ingezet. Ze zouden veel meer misdaadanalyses moeten maken en niet gewoon meedraaien in de dagelijkse interventie.

Turtelboom zegde bovendien dat ze de zes korpschefs gevraagd heeft om een protocol te ondertekenen waardoor de zones elkaar bijstand in nood kunnen verlenen. De minister kondigde verder aan dat de KUL-norm wordt herzien. Daarvoor is een studie besteld. Maar meer personeel extra komt er niet.

Deskundigen wijzen erop dat het probleem genuanceerder ligt. Brussel heeft een groot recruteringsprobleem. Weliswaar krijgt iedere agent die in Brussel komt werken een extra Brusselpremie die oploopt van 699 tot 1.338 euro per jaar, als hij er minstens vijf jaar blijft. Toch vinden de Brusselse korpsen nauwelijks agenten binnen hun eigen Brusselse bevolking. En al evenmin agenten die in de hoofdstad komen wonen. In het Brussels Gewest woont slechts 11,4% van de agenten binnen de eigen zone, in de zone Anderlecht-Sint-Gillis-Vorst amper 5%. Gemiddeld woont 43,4% van de agenten in België in zijn eigen zone. De meeste nieuwe jonge agenten pendelen dus vanuit een andere gemeente naar Brussel. Een huis kopen kost in de hoofdstad gemiddeld al 350.000 euro en daarom wordt veel gependeld.

Dat heeft tot gevolg dat de jongere agenten de Brusselse bevolking minder goed kennen. Omdat de werklast in Brussel veel hoger is dan elders en omdat het werk veel moeilijker is (door de vele culturen met vreemde talen is de communicatie sowieso al veel moeilijker), zijn nogal wat nieuwe inspecteurs geneigd om na vijf jaar weer te vertrekken. Dat leidt tot een groot verloop van nieuwe inspecteurs. Kortom: het is voor de Brusselse korpsen moeilijk om voldoende jonge politiemensen operationeel te houden. Honderden vacatures geraken niet ingevuld of moeten telkens opnieuw ingevuld worden. Terzake vraagt minister-president Picqué dat de recruteringsvereisten versoepeld worden en dat moet z.i. ook voor de taaleisen gelden.

Daarbij komt nog dat de meeste nieuwe agenten niet geïnteresseerd zijn in de wijkwerking, deels omdat hier geen extra premie tegenover staat, deels omdat interventie en recherche bij jongere macho's hoger aangeschreven staan.

Dat probleem van de falende wijkwerking stelt zich echter overal in het land, maar in Brussel is het door het samenwonen van vele culturen met vreemde talen nog complexer.

GELDTEKORT?

Hebben de Brusselse politiekorpsen geld te weinig? Bijna alle Brusselse burgemeesters én Brussels minister-president Charles Picqué beweren dat. Maar uit een interne studie van volksvertegenwoordigster Leen Dierick (CD&V) blijkt eerder het omgekeerde.

“De zes Brusselse korpsen krijgen 15,7% van de totale federale dotatie voor de lokale politie, of 103,6 miljoen. Daar komt nog een onbekend aandeel bij uit twee andere sociale fondsen van respectievelijk 97,4 en 11 miljoen ter financiering van de sociale lasten op de lonen van het personeel”, zo stelt de studie.

Brussel krijgt bovendien jaarlijks 25 miljoen om de veiligheid van de Europese Toppen te garanderen. “Daarvan ging in 2009 5,45 miljoen naar premies om agenten aan te moedigen in Brussel te komen werken. 1,55 miljoen ging naar het bevorderen van de tweetaligheid van de Brusselse korpsen. Om de aansluiting op het communicatienetwerk Astrid te verzekeren werd 5 miljoen besteed. Aan welke andere projecten het gros van de middelen van het Europees toppenfonds evenwel wordt uitgegeven, is volkomen onduidelijk”, aldus nog de studie van Dierick.

“En dan krijgen de Brusselse zones nog eens 5,84 miljoen extra via de veiligheidscontracten én nog een belangrijk deel uit de 40 miljoen die worden besteed in het kader van het veiligheidsfonds.”

Dierick twijfelt aan sommige dure uitgaven: “Brussel heeft speciale noden inzake veiligheid, maar het nut van sommige van deze kosten is beperkt. Ondanks de Brusselpremie hebben de zones de grootste moeite om agenten te vinden. En tweetalig zijn de meeste inspecteurs ook al niet. En wat is het nut van 5 miljoen aansluitingskosten op het Astridnetwerk als de inspecteurs uit verschillende zones niet rechtstreeks met elkaar kunnen communiceren?”

De studie stelt dat bij een aantal bestedingen “zelfs niet duidelijk is waar ze feitelijk naartoe gaan.” Dierick wil dat dit allemaal eens grondig wordt uitgeklaard en dat de geldstromen naar de Brusselse korpsen in de toekomst veel doorzichtiger worden.

En ze besluit: “Brussel lijkt wel een bodemloos vat! Nog meer middelen voor de Brusselse politiezones zijn niet nodig. Laat de korpsen eerst efficiënter werken onder meer door de versnippering tegen te gaan".

MINDER ADMINISTRATIEF WERK?

Meer politie kan je ook ter beschikking stellen door de agenten minder werk te geven. Al jaren pleiten alle politici ervoor om de politie te ontlasten van administratieve taken. Maar onder druk van de gebeurtenissen in Brussel gebeurde er deze week ook iets. De Kamercommissie Justitie stemde woensdag een wetsvoorstel van Carina Van Cauter (Open Vld) waardoor de politie niet meer moet instaan voor de bezorging ("betekening") van documenten in strafzaken.

Momenteel is de regeling zo. Deurwaarders moeten vonnissen, akten en oproepingsbevelen gaan afgeven bij de betrokkene, maar als die niet thuis is, moeten ze het document naar de politie brengen. Die schrijft dat in een register in en probeert ervoor te zorgen dat de documenten effectief ter plekke komen. Meestal door een briefje in de bus te deponeren waarop staat dat de betrokkene bij de politie iets moet gaan afhalen. Soms gaan de agenten bij de betrokkene thuis herhaalde malen aanbellen, zelfs tot vijf keer.

In heel België moet de politie jaarlijks zo'n 336.000 strafdocumenten afgeven aan gedaagden of veroordeelden. In Antwerpen alleen al ging het vorig jaar om 33.500 documenten. Als je slechts een kwartier werk per document rekent, dan weet je dat dit werk 1% van de politietijd in beslag neemt. Al gauw 62 politiemensen zijn hiermee voltijds bezig. Dat zal niet meer hoeven.

Op voorstel van Carina Van Cauter (Open Vld) zullen de deurwaarders die documenten voortaan niet meer bij de politie bezorgen als de betrokkene niet thuis is, maar mogen ze een kopie onder zijn deur schuiven. Ze moeten de volgende dag dan nog wel een aangetekende brief naar betrokkene sturen. De politie verdwijnt dus helemaal uit deze procedure en daardoor kunnen minstens 62 mensen (mogelijk: 100) vrijgemaakt worden voor echte politietaken. Dat is beslist een verbetering, maar het is slechts een druppel op een hete plaat en voor Brussel lost het maar weinig op.

GEWELD TEGEN DE POLITIE

De Brusselse politie klaagt ook over toenemend racistisch geweld vanwege voornamelijk allochtone minderjarigen. Ook dat was één van de discussiepunten naar aanleiding van de incidenten.

Het aantal gewelddaden tegen politiemensen steeg deze eeuw in heel België met 14 procent, tot 982 feiten in 2008 tegenover 860 in 2000. Dat blijkt uit cijfers van de federale politie. In het eerste semester van 2009 bedroeg het aantal geweldsfeiten tegen de politie 426, waarvan 296 in Vlaanderen. De stijging van het geweld tegen de politie tussen 2000 en einde 2008 komt alleen voor rekening van Vlaanderen, waar ze 27,5% bedraagt. In Brussel en Wallonië is er nauwelijks sprake van een stijging. In Brussel zakte het aantal geweldfeiten tegen de politie zelfs lichtjes: van 197 in 2000 naar 184 in 2008. In het eerste semester van 2009 waren er in Brussel 54 feiten.

Deze toename van het geweld tegen de politie in heel België kan enorm lijken maar het totale aantal geweldfeiten buiten het gezin steeg in dezelfde periode bijna twee keer zo snel, met 25,5% tot 50.082 feiten in 2008. Relatief gezien is het geweld tegen de politie dus gedaald.

Omdat de betogende bonden zo flink op de nagel van het geweld tegen de politie klopten, heeft de Kamercommissie Justitie deze week in zeven haasten het wetsvoorstel-Claes goedgekeurd. Dat verdubbelt de minimumstraffen en ook de meeste maximumstraffen voor antipolitie-geweld. Die maxima worden nu twee keer zo hoog als die voor dezelfde gewelddaden tegen gewone burgers en zelf voor die tegen buschauffeurs, leraars, artsen, maatschappelijk assistenten e.d.

De Raad van State had erop gewezen dat de samenhang tussen de straffen voor soortgelijke misdrijven wel eens op de helling kon komen door het voorstel, te meer daar de motivering maar summier is. Justitieminister De Clerck zegde dat de verhogingen van de strafmaxima voor (bewapende) politiemensen (met een gevarenpremie) een doordrukje waren van de straffen voor geweldsdaden op minderjarigen (!). Of dit motiveringstechnisch volstaat is maar zeer de vraag.

In ieder geval had de Kamercommissie Justitie woendag geen oren naar mogelijke kritiek. Ze organiseerde niet eens een algemene bespreking over het voorstel, de meeste parlementsleden kwamen te laat, liepen binnen en buiten, sommigen dachten dat de bespreking over een ander voorstel ging. Justitieminister Stefaan De Clerck (CD&V) vroeg ook om het voorstel dringend te stemmen, omdat hij woensdagmiddag de politiebonden moest ontvangen en hen "iets wilde voorleggen".

En zo geschiedde. Stefaan Van Hecke (Groen!), Els De Rammelaere (N-VA) en Karin Lalieux (PS) vroegen om alleen de minimumstraffen te verhogen en de verzwaring van de maximumstraffen later te bespreken, De Clerck beloofde hierover later een ruim debat, maar vroeg toch de goedkeuring voor het huidige ontwerp. Groen! en N-VA onthielden zich, de sp.a-er Renaat Landuyt ging op het juiste moment even buiten. Na de stemming (!) liet Justitie een vergelijkende tabel ronddelen waaruit moest blijken hoe de straffen voor geweld tegen de politie nu precies zullen worden. De gehele discussie had hooguit twintig minuten geduurd.

Naast deze wet kondigden Turtelboom en De Clerck de voorbije week nog drie nieuwe maatregelen aan met betrekking tot het geweld tegen de politie:

* Volgens De Clerck is er nu al een nultolerantie voor geweld tegen de politie in het hele Brusselse Gewest. Turtelboom kondigde aan dat die in de toekomst in het hele land zal gelden.

* Turtelboom wil referentiemagistraten die alle zaken rond politiegeweld coördineren, zoals je referentiemagistraten hebt voor milieu, partnergeweld, racisme.

* Turtelboom zegde ook dat de rechtsbijstand van inspecteurs tegen wie geweld is gepleegd, zal worden verbeterd. Nu krijgen politiemensen gratis rechtsbijstand als ze minstens één dag werkonbekwaam zijn. Die vereiste valt weg. Bovendien zullen de agenten ook bij verbale agressie gratis rechtsbijstand krijgen.

NULTOLERANTIE?

Veel was te doen over de nultolerantie voor criminaliteit in Kuregem. Nultolerantie betekent dat op ieder crimineel feit een proces-verbaal én een strafrechtelijke reactie volgt. Die reactie moet niet noodzakelijk een vervolging zijn, ze kan ook bestaan uit een minnelijke schikking of een strafbemiddeling e.d.

Justitieminister De Clerck zegde in de Senaat dat die nultolerantie voor alle misdrijven door het Brussels parket werd ingevoerd op 1 februari, althans in de wijk-Kuregem. Hij voegde daar eerder in de Kamer aan toe dat nog niet vaststaat waar die nultolerantie nog verder zal worden toegepast buiten Kuregem.

Deskundigen hebben de grootste vragen bij die nultolerantie.

* Heeft men wel voldoende politiepersoneel om die nultolerantie af te dwingen? Nee, zo luidt het dan.

* Moet ze - zoals de Brusselse procureur wil - voor alle misdrijven van alle burgers in Kuregem gelden? Ook voor illegaal verblijf? Is dit haalbaar? Willen de betrokken burgemeesters dit? En kennen de burgers én de politiemensen alle regeltjes en wetten wel?

* Heeft het gerecht voldoende personeel en voldoende wil om al die daders ook te vervolgen?

* Zou men niet beter eerst via acties van gewapend bestuur (het samenwerken van allerlei overheidsinstanties, inspectiediensten en de politie om een bepaald fenomeen onder controle te krijgen, nvdr) optreden tegen de illegale autohandel en andere criminele activiteiten in Kuregem, vooraleer alle burgers lastig te vallen met nultolerantie?

Turtelboom kondigde in de Kamer gezamenlijke acties met de inspectiediensten aan, maar tot op heden is nog niet veel te merken van dat gewapend bestuur.

Dat hoeft niet te verbazen, want het is om meerdere redenen bepaald niet makkelijk.

Burgemeesters klagen er over dat ze illegale tenten (cafés, telefoonshops, goktenten…) moeilijk kunnen sluiten omdat de betrokkenen achteraf van de Raad van State te veel gelijk krijgen in soms "wereldvreemde arresten", die archi-strenge eisen stellen aan de motiveringsplicht voor zo'n sluitingsbevel.

Bovendien worden acties van de politie tegen deze illegale handel vaak tegengewerkt door relletjes. De volwassen criminelen schakelen minderjarigen in om keet te schoppen. Ze jutten de jongeren op door de politie "racisme" te verwijten en geven zo een antiracistisch alibi aan rellen, die uiteindelijk vooral moeten dienen om politiebemoeienis in de no-go-areas zoals die in Kuregem te bemoeilijken.

Gewapend bestuur wordt bovendien bemoeilijkt door de privacycommissie, die eerder al een Antwerps voorstel met betrekking tot illegalen afschoot wegens "schending van de privacy".

En gewapend bestuur is voor een aantal Brusselse burgemeesters onhaalbaar omdat ze niet willen optreden tegen de illegalen die op hun grondgebied verblijven.

Voor een echt gewapend bestuur zijn er dus nogal wat taboes die zouden moeten sneuvelen.

(UPDATE 11 FEBRUARI 2010: De nultolerantie leidt nu duidelijk tot acties om het wapenbezit in de bewuste Brusselse wijken te ontmoedigen. In de Kamer zegde minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom (Open Vld) vandaag dat stelselmatig dergelijke acties zullen plaatsgrijpen. Ook zullen de minimumstraffen voor het bezit, vervaardigen, herstellen, vervoeren, dragen en verhandelen van verboden wapens van 1 maand op 1 jaar worden gebracht, zodat dit misdrijf (artikel 8 van de nieuwe wapenwet) effectiever kan beteugeld worden. Het maximum blijft op 5 jaar. De regeling zal gelden voor alle verboden wapens. Volgens artikel 3 van de nieuwe wapenwet zijn dat niet alleen oorlogswapens, kalasjnikovs, blindmakende laserwapens, raketplatformen en dergelijke, maar ook boksbeugels, vlindermessen, stroomstootwapens, nunchaku’s, vuurwapens met geluiddempers..(zie hier). De regering wil de verandering snel doorvoeren omdat het aantal schietincidenten (waarbij een burger in de lucht of op iemand anders schiet) in één jaar tijd is verdubbeld van 117 in 2008 naar 223 in 2009. In Brussel worden de meeste zware wapens en ook oorlogswapens gebruikt, hoewel het aantal schietincidenten daar in het voorbije jaar “slechts” van 19 naar 27 (+ 42%) steeg. Een bijna identieke stijging had je in Antwerpen (van 19 naar 25, of: + 32%). Absolute toppers zijn Charleroi (van 14 naar 41: X 3) en Luik (van 17 naar 39: X 2). De sterkste relatieve stijging was er in Bergen (van 4 naar 19: X 4).

Eveneens vandaag, donderdag, diende CD&V-Kamerlid Kristof Waterschoot een wetsvoorstel in om telefoontap mogelijk te maken bij het verhandelen en bezitten van verboden wapens in België (bij artikel 8 van de wapenwet dus). Momenteel is telefoontap wel mogelijk bij verdachten die kalasjnikovs vanuit Rusland in België invoeren, maar niet bij verdachten die deze wapens binnen België opslaan en verhandelen.EINDE UPDATE 11 FEBRUARI 2010)

(UPDATE 31 MEI 2010: Ondertussen heeft ontslagnemend minister Turtelboom de eerste resultaten van de nultolerantie in de Zone-Zuid (Anderlecht, Sint-Gillis, Vorst) voorgesteld. Ze gaf de cijfers voor vijf misdrijven in de eerste vier maanden van 2010 en vergeleek die met dezelfde cijfers in 2009: voertuigdiefstallen (- 31%), sack-jackings (- 34,4%), gewapende diefstal met geweld (- 17,4%, maar het absolute aantal (19) lag in de eerste vier maanden van 2010 hoger dan in dezelfde periode in 2008, toen het maar 16 bedroeg), straatcriminaliteit (- 31%), diefstal in een voertuig (- 48, 3%). Turtelboom besloot hieruit dat de nultolerantie zeker werkt.

Dat is juist voor die vijf misdrijven. Maar veralgemenen is voorbarig. De misdrijven die spectaculair dalen, vertegenwoordigen samen 960 feiten, terwijl de globale misdaad in heel 2008 (voor 2009 zijn er nog geen volledige cijfers, nvdr) in deze zone afklokte op 36.076 feiten. Omdat je vier maanden natuurlijk niet kan vergelijken met een jaar, moeten we de 960 feiten uit Turtelboom's analyse extrapoleren tot 2.880 feiten. Dat kan misschien een beperkte vertekening tot gevolg hebben. Maar als we dat toch doen, dan hebben de resultaten van de nultolerantie die Turtelboom voorstelde, slechts betrekking hebben op 7,98% van alle criminele feiten in de zone. In Turtelboom's statistieken zoek je vergeefs naar de evolutie van de misdrijven: diefstal en afpersing (met 21.441 feiten meer dan de helft van het totale aantal misdrijven in 2008), illegaal verblijf, slagen en verwondingen, zwart werk, inbraken in woningen, zakkenrollerij, winkeldiefstal. Ook een kosten-baten-analyse van de nultolerantie kan nu zeker nog niet gemaakt worden. Even afwachten dus. EINDE UPDATE 31 MEI 2010.)

(UPDATE 16 JUNI 2010: Gisteren werden de criminaliteitsstatistieken van 2009 gepubliceerd. En dat leverde wel een verrassing op. De criminaliteit is in 2009 in Brussel niet gestegen, maar gedaald. En wel met 8,9% tot 163.612 feiten. Deze daling staat in schril contrast met de stijging van de misdaad in heel België met 1,9%. In Brussel is de daling dus al gestart vooraleer er sprake was van de veiligheidsproblemen begin dit jaar, waarover dit artikel gaat, en dus zeker vooraleer de nultolerantie werd ingevoerd. De Brusselse criminaliteit is nu zelfs lager dan in 2000, zij het maar 0,01%. Maar toch is er het laatste kwartaal van 2009 een lichte stijging van 1,2% in vergelijking met het laatste kwartaal van 2008.

Volgens socioloog-demograaf Jan Hertogen is het toenemend aantal migranten verantwoordelijk voor de daling van de misdaad in Brussel. Hij betoogt dat de migrantenbevolking steeds meer boeven aan de politie aangeeft en het zo voor de agenten makkelijker maakt om op te treden. Hij prijst terzake ook het werk van de Brusselse Foyer, de migrantenorganisatie van voormalig directeur van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding, Johan Leman.

Hertogen wijst erop dat ook de criminaliteit per inwoner in Brussel daalt, omdat er een forse toename van het aantal migranten was de voorbije jaren.

In vergelijking met 2000 is de criminaliteit in Brussel echter alleen gedaald in Koekelberg, Sint-Pïeters-Woluwe, Schaarbeek en Brussel zelf. In Anderlecht, Molenbeek en Sint-Gillis steeg ze - in vergelijking met 2000 - met respectievelijk 14,7%, 4,9% en 31,7%. Maar…wie 2009 vergelijkt met 2008 ziet ook in deze gemeenten, waar in 2010 de nultolerantie werd ingevoerd, een daling van respectievelijk 5,7%, 8,7% en 9%. Ook in die gemeenten was de criminaliteit dus al aan het dalen vooraleer de nultolerantie werd ingevoerd!

Ter vergelijking: In Antwerpen steeg de criminaliteit tussen 2008 en 2009 met 5,6%, in Gent met 8,4%, in Mechelen met 14,6%. Als we 2009 vergelijken met 2000 dan heb je in Antwerpen zelfs een stijging van 24,8%, in Gent van 37,6% en in Mechelen van 34,4%.

Deze cijfers relativeren de drukte rond de veiligheidsproblemen in Brussel slechts in beperkte mate. Want de veiligheidsproblemen blijven nog erg groot. EINDE UPDATE 16 JUNI 2010.)

SNELRECHT?

Grote discussies waren er ook over de bestraffing van gevatte daders. De politie had zich geërgerd over jonge boefjes die onmiddellijk nadat ze waren opgepakt weer vrijkwamen en hen uitlachten. Daar komt bij dat nogal wat daders uiteindelijk ongestraft blijven. Anderen voelen zich door een plaatsing in een jeugdinstelling of een contact met het gerecht eerder gesterkt in hun criminele carrière dan afgeremd. Terzake zegde socioloog Marc Elchardus dat het huidige justitiebeleid de criminaliteit eerder bevordert dan beteugelt. Die straffeloosheid zet kwaad bloed bij vele burgers, die sinds de wet op de gemeentelijke administratieve sancties voor het kleinste vergrijp (hondepoep, spuwen op straat...) een boete tot 250 euro kunnen krijgen.

De Clerck wil dit oplossen door het snelrecht te activeren.

Juridisch gezien heb je momenteel twee soorten snelrecht.

Het snelrecht-met-aanhouding werd in 2000 ingevoerd door toenmalige Justitieminister Marc Verwilghen (Open Vld) na EURO 2000. Stadscriminelen die op heterdaad werden betrapt, kunnen aangehouden worden én binnen de 7 dagen voor de snelrechter worden gebracht. Op het misdrijf moet wel een straf van minstens 1 en hoogstens 10 jaar staan. Verwilghens' snelrecht wordt al sinds oktober 2000 niet meer toegepast en de wet is op 28 maart 2002 door het toenmalige Arbitragehof vernietigd wegens discriminerend. De wet werd nooit aangepast aan dit arrest. Het is dit soort snelrecht dat door de politie wordt geëist.

Maar daarover ging het debat niet. Het snelrecht dat justitieminister De Clerck wil activeren is het snelrecht-zonder-aanhouding. Dat werd ingevoerd in 1994 door Justitieminister Melchior Wathelet (PSC). Het houdt in dat verdachten onmiddellijk van de procureur een dagvaarding meekrijgen om ten vroegste binnen de tien dagen en ten laatste binnen de twee maanden voor de correctionele rechter te verschijnen. Die moet dan binnen de twee maanden vonnissen. De betrokkene is niet aangehouden. De feiten moeten wel bewezen of bijna niet betwistbaar zijn.

Dit soort snelrecht was ook op stervan na dood. Uit het antwoord van minister De Clerck op een parlementaire vraag van Renaat Landuyt (sp.a) bleek dat het in 2008 nog op 1.618 verdachten werd toegepast. Tussen 2004 en einde 2008 gebeurde dat met 7.954 verdachten. Zeker sinds 2005 raakte het systeem in onbruik in de meeste gerechtelijke arrondissementen. Luik, Charleroi, Kortrijk, Bergen en Leuven tekenen voor 90% van deze snelrechtzaken. De top drie van de misdrijven in de periode tussen 2005 en einde 2008 bedraagt: slagen en verwondingen (22,6%), winkeldiefstal (13,5%), inbraak (8,5%). Maar als je alle misdrijven optelt dan vertegenwoordigen de eigendomsdelicten de helft van de feiten. Hun aandeel daalt wel tussen 2005 en 2008, het aandeel van alle geweldsmisdrijven samen verdubbelt zelfs in deze vijfjarige periode (tot 29,2% in 2008). In Brussel werd het snelrecht-zonder-aanhouding door voormalig justitieminister Jo Vandeurzen opnieuw geactiveerd. In de hoofdstad waren er twee kamers die het sinds november 2009 toepasten tussen gewone zaken van traag recht door.

Justitieminister De Clerck wilde een aparte kamer oprichten speciaal voor snelrecht voor de feiten die door de nultolerantie in Brussel worden geverbaliseerd. Maar dat wilde de Brusselse rechtbank niet doen. Rechtbankvoorzitter Luc Hennart beweert dat hij hiervoor vijf extra magistraten nodig heeft. Personeel verplaatsen wil Hennart liever niet, want hij vindt dat deze - relatief kleinere - feiten niet zo'n buitensporig belang moeten krijgen in vergelijking met de veel ernstigere zware financiële dossiers.

Na enig onderhandelen bereikte De Clerck dat de rechtbank zich toch zo zal organiseren dat op de feiten, waarvoor het Brusselse parket de nultolerantie afkondigde, snelrecht zal kunnen worden toegepast. De Clerck had betoogd dat de Brusselse rechtbank op een kader van 140 magistraten momenteel slechts 5 vacatures heeft, zodat volgens hem snelrecht mogelijk moet zijn. In het Senaatsdebat over de Brusselkwestie schoot voormalig Justitieminister Marc Verwilghen (Open Vld) De Clerck ter hulp. Hij stelde dat de Brusselse rechtbank in 2000 een kaderuitbreiding heeft gekregen om zijn snelrecht toe te passen. Dat snelrecht is nu weg, maar de magistraten zitten er nog steeds. De rechtbank moet dus niet klagen over personeelstekort, vond Verwilghen.

Bij dit soort snelrecht blijven meerdere problemen:

* Voor de ontmoediging van de politiediensten biedt het geen oplossing, want de verdachte komt sowieso onmiddellijk vrij.

* Omdat dit snelrecht toch meestal over eerder kleinere vergrijpen gaat, zitten we met het probleem van de strafuitvoering. Celstraffen onder de drie jaar worden bijna niet meer uitgevoerd en in ieder geval herleid tot een derde, waarbij die celstraf dan wordt omgezet in elektronisch toezicht. Een onmiddellijke reactie heeft maar zin als de straf ook wordt uitgevoerd.

* Dit soort snelrecht is alleen van toepassing op meerderjarigen. Minderjarigen vallen er sowieso buiten en zij zijn nu net verantwoordelijk voor heel wat criminele feiten.

CRIMINELE MINDERJARIGEN

Een ander probleem betreft de criminele minderjarigen. Tot 18 jaar ben je in België straffeloos, hoewel je vanaf je zestiende bij zware criminaliteit en als je niet meer opvoedbaar wordt geacht, toch naar de gewone rechter voor volwassenen kan worden gestuurd. Uithandengeving noemt men dat. Het gebeurt zo'n 135 keer per jaar.

Minderjarigen worden echter vaak gebruikt door meerderjarige boeven omdat ze niet kunnen worden gestraft. Uit het antwoord op een schriftelijke vraag van Michel Doomst (CD&V) aan toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Guido De Padt (Open Vld) bleek dat 23% van de gevatte daders van overvallen minderjarigen zijn.

En dat er een "criminele reservearmee" is, is wel duidelijk. Zo zijn in Brussel 619 minderjarigen niet ingeschreven in een school. Zij hangen rond op straten en pleinen en kunnen als mogelijke crimineel "gerecruteerd" worden. Het parket treedt niet op tegen hen en ook niet tegen hun ouders. In de Vlaamse Gemeenschap treedt men wel op tegen spijbelaars. Eerdere voorstellen om de kinderbijslag af te nemen bij spijbelen, zoals in Nederland nochtans het geval is, stierven een stille dood.

Brussels minister-president Charles Picqué (PS) pleitte er deze week voor om de strafrechtelijke meerderjarigheid op 16 jaar te brengen. Dan zouden alle criminelen boven die leeftijd automatisch naar de rechtbanken voor volwassenen gaan. Of Picqué bovendien ook nog de mogelijkheid wil behouden om nog jongere minderjarigen onder bepaalde voorwaarden ook nog naar de volwassenenrechter te sturen, is niet geweten.

Maar Picqués visie is verrassend. Nog tijdens de vorige legislatuur had justitieminister Laurette Onkelinx (PS) de mogelijkheid om minderjarigen naar de volwassenenrechter te sturen bemoeilijkt en een veel strengere voorwaarden gekoppeld dan vroeger het geval was. Ook de plaatsing van minderjarige criminelen in gesloten centra werd bemoeilijkt. Met Picqué klinkt nu een ander geluid.

Justitieminister Stefaan De Clerck blokte het idee af. De wet op de jeugdbescherming wordt voorlopig niet herzien. Tot grote spijt van kamerleden als Carina Van Cauter, die pleiten voor de afschaffing van de leeftijd om een criminele minderjarige naar de volwassenenrechter te sturen.

BEDENKINGEN

1. Het Brusseldebat werd sterk gestuurd door de visie van de politiebonden. Door sommige partijen werd het bovendien gecommunautariseerd om de discussie over een mogelijke fusie van de politiekorpsen te smoren. Dat is ongetwijfeld een verenging van de problematiek.

2. De gestemde wetten zijn weinig doeltreffend om de aangeklaagde criminaliteit in Kuregem en Brussel aan te pakken. De verzwaring van de maximumstraffen voor politiemensen werd onvoldoende doordacht en zal mogelijke daders maar weinig afschrikken. Ook de wet waardoor deurwaarders in plaats van politiemensen strafdocumenten betekenen, heeft slechts een marginaal effect in Brussel.

3. Uiteindelijk staan allerlei taboes een degelijk veiligheidsbeleid in de weg: de macht van de 19 burgemeesters over "hun" korpsen, het falende migratiebeleid, het falend jeugdbeschermingsbeleid, de institutionele blokkeringen... om er slechts enkele te noemen. Deze taboes verhinderen een degelijk gewapend bestuur en dat laatste is cruciaal om de illegale handel in Kuregem te stoppen. En dat moet je eerst doen, vooraleer je een nultolerantie afkondigt. Hoe langer deze taboes overeind blijven, hoe moeilijker het later wordt om het probleem op te lossen.

Het is bovendien erg naïef om te denken dat de onderliggende problemen tot Brussel beperkt zullen blijven. In Brussel komen ze nu acuut naar boven, mede door het institutionele imbroglio dat criminaliteitsbestrijding in het hoofdstedelijk gewest bemoeilijkt. Maar dit deint op termijn uit naar de rest van het land.

4. Wanneer jongeren met kalasjnikovs op de politie beginnen schieten, moeten keuzes worden gemaakt. Dan lijkt de jeugdbeschermingswet van 1965 niet meer aangepast aan deze tijd. Die wet kwam tot stand in een monoculturele samenleving waarin het gezag van Oom Agent en Mijnheer Pastoor nog pal overeind stonden, de gezinnen nog samenhingen en de criminele feiten veel minder gewelddadig waren dan die van nu. Ze is gemaakt in een optimistische periode, toen de sociale wetenschappen overspannen verwachtingen hadden over de maakbaarheid en de opvoedbaarheid van de mens, die onbeperkt schenen. In haar toepassing vertrekt ze nu nog altijd vanuit een westerse sociaal-wetenschappelijke aanpak, terwijl haar cliënteel voor een flink deel niet-westers is geworden. En tenslotte: een veertienjarige van 1965 was een heel andere persoon dan een veertienjarige van 2010. Maar de jeugdbeschermingswet bleef - op enkele kleine wijzigingen na - dezelfde. Deze wet grondig aanpassen zou dus een eerste prioriteit moeten zijn, zoals Charles Picqué terecht heeft gesteld. Maar dàt willen de meeste politici nu net niet.

5. Dit was een televisiehype. Zo'n hype heeft het voordeel dat het probleem wordt aangekaart. Maar dan wel vaak in simpele en emotioneel gekleurde termen. En daarmee kan je complexe problemen als deze van de Brusselse veiligheid niet oplossen. Steeds meer laten parlementsleden zich meeslepen door dit soort hypes. Ze stemmen wetten zonder kennis te nemen van de empirische gegevens, die ze niet eens opvragen en die soms doelbewust door ministers worden achtergehouden.

De politici leggen verklaringen af die ze later niet kunnen waarmaken of die gevolgen hebben op andere terreinen waaraan ze niet gedacht hadden. Te veel parlementsleden springen te lichtzinnig om met hun taak. Soms is er onwil om een debat met argumenten te voeren. Kreten zijn veel leuker. Te vaak zijn er allerlei taboes. Dat alles samen dreigt het land onbestuurbaar te maken.


Lees ook:

Straffen voor geweld tegen de politie worden verzwaard

Veiligheidsgevoelens en tevredenheid over politie stijgen

Politiebonden: "Er is nu minder blauw op straat"

Politieraad evalueert tien jaar politiehervorming

Wat zegt de nieuwe wapenwet?

Van Cauter wil minderjarige veelplegers straffen als volwassenen

Jeugdcriminaliteit steeg lichtjes in 2008

Het multiculturele drama van Paul Scheffer



Nu in het nieuws