Bemiddeling bij echtscheiding flopt

12 NOVEMBER 2009 - De bemiddeling in echtscheidingszaken flopt. In Vlaanderen vraagt minder dan 10% van de scheidende koppels ze aan. Meestal gaat het om rijke, elitaire paren uit de bourgeoisie. Amper één op de vier scheidenden heeft ooit van bemiddeling gehoord. En dan nog begrijpt een vijfde van wie er uitleg over kreeg van de rechter, die uitleg niet eens. Dat blijkt uit de eerste resultaten van de kersverse IPOS-studie over echtscheiding in 2008. Ze werd woensdag voorgesteld in besloten kring op het kabinet van staatssecretaris voor het Gezinsbeleid, Melchior Wathelet (cdH).

John De Wit

Wat is bemiddeling?

Bemiddeling is een procedure, die sinds 19 februari 2001 wettelijk is geregeld. Bij bemiddeling proberen de ruziënde partners toch nog tot een akkoord te komen om zo een pijnlijke, lange en dure gerechtelijke procedure te vermijden of te beperken.

Bemiddeling gebeurt op vrijwillige basis, ze blijft vertrouwelijk en als ze mislukt kunnen argumenten uit de debatten niet in een echtscheidingsprocedure voor de rechter worden gebruikt. Bemiddeling grijpt plaats onder leiding van een neutrale, door de overheid erkende bemiddelaar: een notaris, een advocaat, een maatschappelijk assistent.

Bij een echtscheiding door onherstelbare ontwrichting moet de rechter een bemiddeling voorstellen, maar de partners moeten daar niet op ingaan. Ze kunnen ook een bemiddeling altijd stoppen en overgaan op een gerechtelijke procedure.

Welke soorten echtscheiding zijn er?

België kent sinds 1 september 2007 nog twee soorten echtscheiding:

* de echtscheiding door onherstelbare ontwrichting (EOO).

Die kan in drie gevallen: één partner vraagt ze aan na 1 jaar feitelijke scheiding; beide partners vragen ze aan na 6 maanden feitelijke scheiding; het huwelijk kan redelijkerwijze niet meer voortgezet worden. Deze EOO kan snel en er moet geen akkoord zijn over kinderen, boedelverdeling e.d.

* de echtscheiding door onderlinge toestemming (EOT).

In dat geval moeten beide partners over alles (kinderen, geld…) een akkoord hebben vooraleer ze naar de rechter stappen.

De EOO zou aanvankelijk de enige vorm van echtscheiding worden, maar het parlement wilde de EOT niet afschaffen wegens te groot succes.

De cijfers over de nieuwe wet.

Om te weten of de nieuwe wet van 2007 een succes is moeten we de aanvragen tot echtscheiding uit 2006 vergelijken met die van 2008. In 2006 verliep echtscheiding nog in vier vormen, in 2008 definitief in twee. 2007 was een overgangsjaar. Kamerlid Raf Terwingen (CD&V) maakte die vergelijking. Wat leren we hieruit?

* Het aantal verzoeken tot echtscheiding steeg van 32.825 in 2006 naar 36.938 in 2008: + 12,5%.

* Het aantal uitgesproken echtscheidingen steeg van 28.976 in 2006 naar 36.281 in 2008: + 25,2%.

* De verhouding tussen de aanvragen tot EOT en die tot EOO (in 2006: de andere vormen van echtscheiding dan EOT) was in 2006: 36,9%-63%. Maar in 2008 was ze: 50,3% - 49,7%. Het aantal EOT's is dus met 13% gedaald.

* De verhouding bij de uitgesproken echtscheiding kent dezelfde evolutie: van 69,4% EOT's in 2006 zakten we naar 52,8% in 2008.

Vlaanderen heeft toch een ander profiel: 42,9% van de 18.047 aanvragen om te scheiden waren EOO's en 57,1% EOT's. Vlaanderen wijkt daarmee af van het Belgische profiel. In Vlaanderen heeft alleen Hasselt veel meer EOO's (718) dan EOT's (443) en Dendermonde een zevende meer (803 EOO's tegenover 716 EOT's).

Het IPOS-onderzoek.

Om te weten hoe de nieuwe echtscheidingswet en de bemiddelingswet worden toegepast financierde Vlaanseren een studie: het Interdisciplinair Project voor de Optimalisatie van Scheidingstrajecten, of kortweg: de IPOS-studie. Die staat onder leiding van professor Ann Buysse en ze loopt vier jaar lang, maar de eerste resultaten zijn binnen. Ze werden woensdag in een besloten zitting op het federale kabinet van Wathelet voorgesteld.

De IPOS-studie ging bij 1.029 scheidenden in de gerechtelijke arrondissementen Antwerpen, Gent, Kortrijk en Mechelen na hoe beide echtscheidingssystemen én de bemiddeling worden toegepast. De studie werd uitgevoerd bij een representatieve steekproef tussen maart en november 2008. Het gaat om de eerste resultaten, want de bedoeling is te komen tot 2.000 ondervraagden.

Wat leert IPOS over echtscheiding?

* In tegenstelling tot wat verwacht werd stapt amper 6% over van een EOT naar een EOO. Men verwachtte dat een veel grotere groep zou overstappen naar de EOO, omdat een EOO veel sneller gaat en de partners niet over alles een akkoord moeten hebben.

* Het aantal EOT's is ook niet spectaculair gedaald (althans niet in Vlaanderen), zo meent de IPOS-studie.

* De EOT'ers werken gemiddeld langer (3 uur meer per week) en ze verdienen ook meer dan de EOO'ers: 1.818 euro per maand tegenover 1.677 euro.

* EOT'ers hebben minder conflicten over geld vooraleer ze scheiden.

* EOO'ers zijn minder lang samen als ze hun aanvraag tot scheiding indienen (63 maanden) dan EOT'ers (72 maanden) én ze leggen de schuld ook veel meer bij hun ex.

* Bij een EOT moet men op voorhand over alles akkoord gaan. Een derde doet dat zonder tussenkomst van andere personen. 62% van de hele groep EOT'ers heeft een overeenkomst over hun ouderschap (maar dat geldt voor 90% van de ouders), 87% heeft er een over hun goederen en 80% over hun huis.

* 43% van de ouders in EOT beslist tot verblijfsco-ouderschap, waarbij de kinderen nu eens bij de ene partner dan weer bij de andere wonen.

* 22% van de EOO'ers laat zijn regelingen bekrachtingen door de rechter, 63% vraagt aan de rechter om voorlopige maatregelen te nemen en 15% doet de twee.

16% EOO'ers heeft eigen regelingen over de kinderen ontworpen en vraag aan de rechter om die te bekrachtigen. In deze groep kiest 40% voor verblijfsco-ouderschap.

Maar: 30% van de ouders in een EOO heeft geen regelingen over de kinderen laten bekrachtigen of maatregelen laten opleggen.

* EOT'ers leven de afgesproken regelingen beter na dan EOO'ers en ze hebben er ook minder ruzie over.

Wat leert IPOS over bemiddeling?

* Bemiddeling wordt weinig toegepast. In slechts 3% van de EOO's, in slechts 11% van de EOT's. Samen: minder dan 10%.

* Slechts één op de vier scheidenden op EOO zegt dat de rechter uitleg gaf over bemiddeling, terwijl dat verplicht is bij een EOO. En dan nog begreep één op de vijf mensen die wel uitleg kregen, die uitleg niet.

* Wie kiest voor bemiddeling?

Mensen met kinderen: 10% van de scheidenden met kinderen gaat in bemiddeling tegen slechts 3% van de mensen zonder kinderen. En verder: mensen met een hogere sociaal-economische status. Relatief gezien zijn er ook meer EOT'ers (waar er nochtans op voorhand over alles een akkoord moet zijn). Wie kiest voor bemiddeling legt de schuld van de scheiding ook vaker bij zijn partner.

De bemiddeling is iets voor hooggeschoolde, 'beschaafde' mensen uit de bourgeoisie.

De onderzoekers menen dat de EOT het op alle gebieden beter doet.

Wat besluit Wathelet?

Staatssecretaris Melchior Wathelet is verbaasd over de resultaten van de studie. "Als je over bemiddeling praat is iedereen enthousiast, iedereen zegt: beter bemiddelen dan een lange gerechtelijke procedure. Maar toch wordt bemiddeling nauwelijks toegepast. De vraag rijst dus: waarom?"

En Wathelet trekt drie besluiten uit de studie:

1. "Drie op de vier mensen die scheiden hebben nog nooit van bemiddeling gehoord. En als ze ervan gehoord hebben, dan weten ze niet wat het is, wie het mag doen, hoeveel het kost, waar ze een bemiddelaar kunnen vinden e.d. Bemiddeling blijft iets voor de hogere bourgeoisie. We moeten een culturele omslag nastreven, zodat bemiddeling ook elders kan. Dat kan door meer en betere informatie."

Terzake pleit een groep van professoren van de UCL onder leiding van professor Marquet voor "proefprojecten". Maar de proffen willen ook de school inschakelen. Het onderwijzend personeel zou gesensibiliseerd kunnen worden rond conflictbeheer en hierover kunnen lessen worden opgenomen in de programma's.

Marquet en co vinden dat achter de bemiddeling een "cultureel model" schuilgaat. Dat bevat volgende elementen: individualisme; het democratisch ideaal; de gelijkheid tussen mannen en vrouwen; het communicatie-ideaal; de idee om conflicten op te lossen via overleg en het ideologisch en cultureel pluralisme. Volgens hen kan je de bemiddeling niet promoten zonder ook dit model te promoten.

2. Terug naar Wathelet. "Overal heb je een reeks goede initiatieven. Die moeten we nu bundelen, want de verschillen tussen de gerechtelijke arrondissementen zijn te groot."

3. "Bemiddeling wordt nu toegepast in het begin van de echtscheiding. Maar het moet in alle fasen van het proces kunnen, ook bij een EOT als er achteraf discussie rijst over de interpretatie van het akkoord. Bemiddeling en gerecht moeten complementair zijn in alle fasen. De Hoge Raad voor de Justitie is al bezig met een herwerking van het model. Hij zal ook wettelijke hervormingen voorstellen".

Hoever staat het met de familierechtbank?

Zoals geweten wil staatssecretaris Melchior Wathelet een familierechtbank oprichten. Hij kondigde al op 3 juni 2009 een initiatief daarover aan. Dat wordt momenteel afgetoetst in de Atomiumwerkgroep, die de gerechtelijke arrondissementen moet hertekenen. De meeste partijen gaan akkoord met de oprichting van zo'n rechtbank, maar daarom niet met alle concrete punten uit Wathelet's voorstel.

Wat houdt zijn voorstel in?

* Iedere rechtbank van eerste aanleg krijgt een JEFA-afdeling om de jeugd- en familiezaken te behandelen. Die heeft drie kamers: een familiekamer voor alle burgerlijke zaken binnen het gezin (echtscheiding, voorlopige maatregelen rond alimentatie of bezoekrecht...), een jeugdkamer (voor minderjarigen in problemen, geesteszieke en criminele minderjarigen) en een specifieke kamer voor criminele boefjes die naar de strafrechter voor volwassenen of naar assisen worden gestuurd. Intrafamiliaal geweld en incest blijven zoals nu bij de strafrechter.

* Iedere familie krijgt één dossier. Bij de jeugdkamer krijgt iedere minderjarige één dossier.

* In vier gevallen wordt hoogdringendheid verondersteld: in geschillen over het ouderlijk gezag, over gescheiden verblijfplaatsen van de echtgenoten, de verblijfsregeling voor de kinderen en over het recht op persoonlijk contact met kinderen. De procedure wordt in deze zaken veel sneller en soepeler. Bovendien blijft dezelfde rechter altijd bevoegd. Ook voor ruzies over onderhoudsuitkeringen blijft altijd dezelfde rechter bevoegd.

* Als de rechter problemen behandelt waar kinderen bij betrokken zijn, is de zitting met gesloten deuren.

* Minderjarigen hebben het recht om gehoord te worden vanaf het moment dat ze het vereiste onderscheidingsvermogen hebben, maar zeker vanaf 12 jaar. Ze krijgen ook recht op een advocaat.

* De bevoegdheden van de vrederechters worden uitgebreid. Nu zijn ze bevoegd voor alle geschillen tot 1.860 euro. Dat bedrag wordt geïndexeerd.

Bedenking bij het IPOS-onderzoek

De steekproef uit het IPOS-onderzoek is (nog) niet representatief voor Vlaanderen. Zo bestaat ze voor 76% uit EOT'ers terwijl dat percentage in heel Vlaanderen slechts 57% is. De trend is juist, maar het verschil tussen steekproef en samenleving is te groot. De vraag rijst bovendien of het wel mogelijk is om de problemen alleen maar in vier arrondissementen te bestuderen. De verschillen tussen de arrondissementen zijn op het vlak van de verhouding EOT-EOO enorm groot.

********************************

Een absolute aanrader, een boek waarin alle juridische problemen bij huwelijk en scheiden in klare mensentaal worden uitgelegd, is beslist: VERSLUYS, LILIANE, Je rechten in je relatie bij huwelijk en samenwonen, 2008, 759 p., Epo, Berchem

Wie een bemiddelaar zoekt kan zich wenden tot deze website.

********************************

Lees ook:

Wat staat in de nieuwe echtscheidingswet van 2007?

Nieuwe echtscheidingswet op komst

Onderhoudsgelden worden objectiever berekend