"Opel Antwerpen is rendabeler dan Bochum"

Opel Antwerpen is rendabeler dan Bochum

"Opel Antwerpen is rendabeler dan Bochum"

Print
Berlijn, GM en Magna zouden in interne documenten toegegeven hebben dat Opel Antwerpen rendabeler is dan de fabriek in Bochum. Een sluiting zou dus om politieke en niet om economische redenen gebeuren.

De deal tussen het Canadees- Oostenrijkse Magna en General Motors over de verkoop van Opel ligt niet alleen in Duitsland onder vuur. Tegelijk begint ook de Europese Commissie meer en meer vragen te stellen nu duidelijk is geworden - althans volgens het Duitse weekblad Der Spiegel - dat GM en Magna zichzelf pijnlijk in de voet zouden hebben geschoten.

Volgens Der Spiegel ontdekte de Europese Commissie bij het onderzoek van de documenten die Magna en Berlijn indienden de schriftelijke verklaring dat de Opel-fabriek in Antwerpen rendabeler werkt dan deze in Bochum. Toch verklaarde GM-topman John Smith vorige donderdag ijskoud in Berlijn dat Antwerpen geleidelijk zal worden gesloten. Niet alleen gaat een dergelijke aankondiging regelrecht in tegen de Europese Renaultwetgeving: die stelt dat een intentie tot sluiting eerst aan de ondernemingsraad dient te worden meegedeeld.

Belangrijker nog is dat die intentie tot sluiting dan kennelijk om niet-economische redenen - lees politieke - zou gebeuren vermits de interne documenten zelf zeggen dat Antwerpen een betere fabriek is. En dat kan voor Europa absoluut niet door de beugel.

Politiek offensief

Wellicht kaartte federaal minister van Buitenlandse Zaken Yves Leterme de kwestie reeds gisteravond aan tijdens een Europese informele top in Brussel. Vlaams minister- president Kris Peeters laat er zondag alvast geen gras over groeien en eist dat de rapporten ten voordele van Antwerpen openbaar zouden worden.

“Als men de Europese spelregels laat spelen, blijft Antwerpen open. Het is één van de meest performante fabrieken. Wij blijven geloven in het bedrijf.” Sp.a-fractieleider Peter Vanvelthoven riep de Vlaamse regering eveneens op “ervoor te zorgen dat de Europese concurrentieregels worden gevolgd”.

PVB