Politieraad evalueert tien jaar politiehervorming

Print
3 AUGUSTUS 2009 - In de herfst starten Kamer én Senaat met hoorzittingen over de politiehervorming. Die kwam tot stand na de ontsnapping van Marc Dutroux uit het gerechtsgebouw van Neufchateau en werd het Octopusakkoord genoemd. Na tien jaar maakte de Federale Politieraad een evaluatie. Die is vrij positief, volgens de FPR is de politiehervorming geslaagd, maar een vergelijking van de kosten van de politie toen en nu is er niet. En de FPR is niet blind voor bepaalde pijnpunten. Hij wil meer wijkinspecteurs, meer mensen om financiële misdaad en terrorisme op te sporen, meer volk bij de autowegenpolitie. Hij betreurt dat de politie een Mexicaans leger is geworden en dat procentueel gezien te veel geld naar personeel gaat. Een analyse.

België heeft géén eenheidspolitie, maar een geïntegreerde politie op twee niveaus: lokaal en federaal. Er is één federale politie en daarnaast heb je 196 lokale politiezones (118 Vlaamse, 72 Waalse en 6 Brusselse), van wie er vijftig slechts één gemeente bestrijken. De Belgische politie stelt momenteel 47.526 personen tewerk, van wie 8.000 burgers zonder politiebevoegdheid. Dat zijn er - volgens het rapport - 14% meer dan voor de hervorming. De lokale zones hebben tussen de 50 en de 2.800 mensen in dienst.

Elk lokaal korps moet minimaal zeven diensten realiseren: wijkwerking, onthaal, interventie, slachtofferbejegening, opsporing, openbare ordehandhaving, verkeersveiligheid. De politie werkt op basis van vierjaarlijkse veiligheidsplannen. Lokaal valt de politie onder de burgemeester(s) en de procureur, federaal onder de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie.

De Federale Politieraad, onder leiding van oud-rijkswachtkolonel Willy Bruggeman, moest een evaluatie maken van tien jaar Octopushervorming. Die evaluatie moet dienen voor hoorzittingen in Kamer en Senaat. Beide parlementaire organen hebben al de visie van Bruggeman zelf gehoord en zetten in de herfst hun debatten over de plus- en minpunten van de Octopushervorming verder.

Volgens de Federale Politieraad is de politiehervorming geslaagd, ze werkt in de praktijk. Zowel de bevolking als burgemeesters en gerecht zijn heel tevreden, zo luidt het. Er moet dus niet getornd worden aan het model, dat efficiënt en democratisch werkt.

PLUSPUNTEN


Er zijn een heleboel pluspunten:

* De politie ziet zichzelf als één geheel. Er is één statuut en één opleiding, één uniform, één logo, één gemeenschappelijke visie over welk soort politiezorg moet worden verzekerd. Er is ook eensgezindheid over de missie en de waarden van alle politiediensten.

* Er is voldoende politie. De huidige capaciteit volstaat.

* De informatie stroomt nu beter door van de ene dienst naar de andere dan vroeger.

* De kwaliteit en het professionalisme zijn toegenomen.

* De politie maakt nu veiligheidsplannen op, waarin ze bepaalt welke misdaadvormen ze de komende vier jaar bij voorrang gaat aanpakken en hoe ze dat gaat doen. Ze denkt resultaatsgericht.

VERBETERPUNTEN

Het rapport gaat vervolgens in op een aantal bijzondere thema's. Dat deel vertegenwoordigt negen tiende van het rapport.

PLANNEN EN STURING

* "Heel wat" veiligheidsplannen hebben geen meetbare doelstellingen, zodat je niet kan nagaan of ze gelukt dan wel mislukt zijn.

* De statistieken van de federale politie en die van de zonale korpsen blijven verschillen. Niet alleen zijn de twee informaticasystemen niet compatibel, maar ook worden bepaalde misdrijven en situaties soms nog anders gedefinieerd. Zo kan het resultaat vertekend worden.

De parketten beschikken nog altijd niet over de gegevens uit de processen-verbaal van de politie, tenzij ze ze met de hand zelf overtikken. Politie en parket maken dus elk hun eigen cijfers op.

* In een aantal korpsen worden de veiligheidsplannen niet geëvalueerd.

* De onderzoeksrechters worden niet betrokken bij de opmaak van die plannen, zodat ze er zich dan ook niet aan houden.

* De Federale Politieraad hoort wel overal negatieve geluiden over de politieraden, die de werking van de zonale politie controleren. Het rapport pleit ervoor om de leden van deze raad intenser te betrekken bij de opmaak van het zonale veiligheidsplan.

* Het Nationaal Veiligheidsplan werd niet geëvalueerd vooraleer een nieuw plan werd opgesteld. Het parlement hield hierover geen groot debat en evenmin over de werking van de federale politie. De regering heeft nog altijd geen Kadernota Integrale Veiligheid, die het Veiligheidsplan in concrete doelstellingen moet vertalen, opgesteld.

DE LEIDING

* De meeste korpschefs functioneren goed en iedereen is tevreden over het mandaatsysteem, waarbij een korpschef maximum vijf jaar mag aanblijven. Maar, zo meent het rapport, het aantal mandaten in dezelfde functie moet in de toekomst worden beperkt tot twee. Eventueel kan een mandaat wel langer dan vijf jaar duren.

* Er moet een Instituut voor Leiderschap worden opgericht om de leidinggevenden te vormen, te ondersteunen en te begeleiden in hun carrièreplanning.

STATUUT EN TUCHT

* Het statuut van het personeel is zwaar, te gedetailleerd, te omslachtig en te bureaucratisch. Op korte termijn moeten de regels voor mobiliteit (overplaatsing naar een andere dienst of korps), de regels over evaluatie, over de arbeidstijd, over de verlofregelingen en over de medische vrijstellingen worden herbekeken. De meeste van deze regels zijn letterlijk overgenomen uit het statuut van de ambtenaren. Maar wat voor ambtenaren kan, kan niet noodzakelijk ook voor de politie, die nu eenmaal 24 uur op 24 beschikbaar moet zijn. Op korte termijn moet ook het heel complexe systeem voor premies en toelagen worden herdacht.

Op langere termijn moet het statuut helemaal worden herzien. Allerlei verworven rechten maken het nu eenmaal te moeilijk dat politiemensen soepel kunnen worden ingezet. Het statuut moet eenvoudiger, doorzichtiger en de verloning moet worden gekoppeld aan de functie die men daadwerkelijk bekleedt.

* Het tuchtstatuut is te complex, de burgemeesters kennen de rechtspraak niet en in kleine zones hebben ze onvoldoende juridisch geschoold personeel om dit op te volgen. Op korte termijn moeten de leidinggevenden een opleiding terzake krijgen én ondersteuning van een help desk. Op langere termijn moet het tuchtstatuut worden herzien. (In welke zin, zegt het rapport er niet bij, nvdr).

RECRUTERING EN SELECTIE

* Veel mensen willen flik worden, maar de kwaliteit van de politie mag niet dalen. De promotiecampagnes moeten realistischer worden en niet alleen het mooiere, interventiegerichte deel van het politiewerk belichten, maar ook de plichten van een agent.

* De politie weet niet goed hoe ze de integriteit van de kandidaten moet peilen. Het rapport formuleert zelf geen voorstellen, maar hekelt dat het nog altijd niet wettelijk verplicht is om de kandidaten en hun omgeving te contacteren als de politie een voorbereidend moraliteitsonderzoek doet naar een kandidaat-agent. En tenslotte selecteert men te weinig boekhouders en mensen met een financieel profiel.

OPLEIDING EN EVALUATIE

* Er zijn nu meerdere scholen, in principe één in elke provincie. Die hebben een grote autonomie en een verschillende financiering. De kwaliteit van de opleiding verschilt van regio tot regio. Zeker voor vaardigheden als het optreden in geweldssituaties is eenzelfde opleiding in heel België nodig.

* De afgestudeerden hebben onvoldoende kennis van strafrecht en strafvordering. De wet wordt verschillend uitgelegd per school.

* De basisopleiding voor de gewone inspecteurs en de functionele of gespecialiseerde opleidingen zijn onvoldoende op elkaar afgestemd. De permanente vorming houdt te weinig rekening met de behoeften van de mensen zelf.

* De opleiding zou moeten worden uitgebreid met externe stages.

* Er moet veel meer worden samengewerkt met het gewone reguliere onderwijs, dat zelf bepaalde onderdelen van de opleiding kan doen, bv. het computeronderwijs.

* De FPR pleit voor de oprichting van een Onderwijsraad om een globale opleidingsstrategie te ontwikkelen. In die raad moeten ook mensen uit het gewone onderwijs en uit de samenleving zetelen.

* Alle werkende politie-inspecteurs moeten regelmatig worden geëvalueerd, maar de evaluatieprocedures zijn te zwaar, ze moeten simpeler.

CAPACITEIT

* Er is 14% politiepersoneel meer dan vroeger. En dat terwijl alle politici in de periode van Octopus zegden dat er geen extra politie mocht bijkomen, omdat België per burger al meer agenten had dan alle ons omringende landen.

Maar bij de federale politie geraken 380 voltijdse functies toch niet ingevuld. Dat komt grotendeels omdat meer inspecteurs uitstromen (naar andere korpsen, dichter bij hun huis) dan er binnenkomen. Tekorten zijn er ook in de grotere steden, de kustgemeenten en in Vlaams-Brabant.

De FPR vindt nochtans de huidige capaciteit voldoende en ook de sleutel om personeel te verdelen over de verschillende politietaken moet niet veranderen. Wel moet meer worden gerationaliseerd en kunnen bepaalde taken door technische snufjes (camera's bv.) worden overgenomen. Ook zouden meer taken aan één inspecteur alleen moeten worden toegewezen.

* De Belgische politie is een Mexicaans leger. België telt 585 hoofdcommissarissen, 3.330 commissarissen, 8.190 hoofdinspecteurs, 23.437 inspecteurs en 1.160 agenten. Er is een regel voor de verhouding tussen het aantal officieren, hoofdinspecteurs en inspecteurs. Die verhouding moet 1/3/9 zijn. Ze is nu: 1/2,1/6. Vooral bij de federale politie is de situatie verontrustend. Er zijn dus te veel leidinggevenden, zo zegt de FPR, maar ze stelt geen oplossingen voor. Daardoor is de politie natuurlijk ook erg duur.

* De samenwerking tussen de verschillende onderdelen "is in de praktijk een spanningsveld", zo schrijft de FPR. De Raad wil dat de dirco's, die in ieder arrondissement de bestuurlijke politie en dus de ordehandhaving coördineren, op de hoogte zijn van alle afspraken tussen zones om samen te werken. Onderzoek van het Comité P wees uit dat dit bepaald niet het geval is.

* De grenzen van de politiezones moeten niet worden aangepast. Eerder vonden opeenvolgende ministers sommige zones te klein om alle politietaken efficiënt te kunnen organiseren. De FPR volgt die redenering niet.

MIDDELEN

* Het politiebudget is "gestaag toegenomen", schrijft de FPR, maar een cijferanalyse van hoeveel de politie nu precies meer kost dan voor Octopus is er niet. Wel zijn er bijlagen met cijfers tussen 2002 en 2008. In 2008 bedroegen de twee dotaties van de twee componenten van de politie (federaal en lokaal) samen 2,178 miljard. Dat was 25,3% meer dan in 2002. Maar de grote kostensprong is ongetwijfeld voor 2002 gemaakt, toen onder druk van Euro 2000 het statuut werd verbeterd. Bovendien kreeg de politie voor Octopus nog géén geld voor Europese toppen en evenmin subsidies uit het verkeersveiligheidsfonds. (Deze gelden zijn nog niet meegerekend in de som van 2,178 miljard euro). Het gaat volgens het FPR-rapport om "een aanvaardbare meerkost".

* De FPR is bezorgd omdat het personeel voor 85% van de kosten tekent bij de lokale politie en voor 82% bij de federale politie. Er blijft daardoor te weinig geld over voor werkingskosten en investeringen. Als er bezuinigd moet worden zal het op werkingskosten en investeringen moeten gebeuren en die budgetten zijn al zo krap.

* De huisvesting van de lokale politie is gevoelig verbeterd sinds de politiehervorming. Maar de gebouwen van de federale politie zijn ronduit dramatisch in Brussel, bij de spoorweg- en de scheepvaartpolitie en op de schietstanden. De FPR wil dat de Regie der Gebouwen een speciaal budget opstelt om deze problemen aan te pakken.

* Er zijn strikte richtlijnen nodig voor de kledij, want er zijn te veel verschillende uitrustingsstukken.

* De lokale korpsen en de federale politie hebben nog altijd een ander informaticasysteem om processen-verbaal op te stellen. Er moet één systeem komen. De kwaliteit van die pv's "blijft een permanente zorg".

* De informatie die de politie doorstuurt naar haar Algemene Nationale Gegevensbank is soms onvoldoende nauwkeurig. En die databank wordt te vaak bevraagd voor persoonlijke doeleinden, zonder dat dit nodig is. Dat is een schending van de privacy. Voorstellen om dit op te lossen formuleert de FPR niiet.

* Alle korpsen zijn nu aangesloten op het beveiligd radionetwerk Astrid. Maar in Brussel, in gebouwen en stations is de bereikbaarheid van Astrid niet goed. De FPR stelt voor om privébeveiligingspartners in te schakelen. Dat zou ook een oplossing zijn voor de verliezen van Astrid.

TAKEN

Volgens de FPR is de burger steeds meer tevreden over de politie. In 2006 vond 87% van de bevolking dat de politie goed werk levert, tegen nog maar 78% in 2002. Maar, zo geeft de FPR toe, de "gemeenschapsgerichte politiezorg", het kroonjuweel van de hervorming, blijft "nog te dikwijls abstract". Ook heeft men te veel de neiging om de zeven basistaken toe te wijzen aan een dienst, zodat de andere inspecteurs zich er dan niet meer mee bezig hoeven te houden. Dat kan voor de FPR niet.

1. Interventie

* De meeste kandidaten willen voor deze taak bij de politie. Het aantal interventieploegen is sterk uitgebreid sinds Octopus, omdat de politie nu 24 uur op 24 beschikbaar moet zijn. Maar toch halen "steeds minder zones" de norm. (Hoeveel, welke, waarom: men zegt het rapport niet, nvdr).

* De FPR stelt vast dat de interventietijd bij 80% van de oproepen tussen de 11 tot 20 minuten bedraagt. De FPR vindt dat "een grote verbetering", maar hij spreekt zich uit tegen één nationaal opgelegde interventietijd. (Deze interventietijd is eerder lang, als je bedenkt dat de ploegen toch al met de combi's patrouilleren. Voor de brandweer, die niet patrouilleert en vast in een kazerne zit, wil Binnenlandse Zaken één nationale interventietijd van 12 minuten voor professionele korpsen, nvdr).

* De patrouilles handelen hun interventies nog te vaak routineus af, er zijn echter maar weinig klachten van burgers (tussen de 50 en 70 per jaar) over de interventies, maar politioneel toezicht op de kwaliteit van die interventies is in de meeste korpsen geen prioriteit.

2. Wijkwerking

* Volgens de wet moet er minstens één wijkagent per 4.000 inwoners zijn, het nationale gemiddelde ligt op één wijkinspecteur per 2.550 inwoners. Maar toch zijn er in "heel wat" zones "te weinig wijkinspecteurs". (Antwerpen heeft 120 wijkinspecteurs of 1 per 3.750 inwoners).

Maar nog 323 functies zijn onbemand. De functie van wijkagent wordt onvoldoende naar waarde geschat.

* In de media klaagt men er voortdurend over dat de bevolking zijn wijkinspecteur niet kent. De FPR vindt dat niet zo erg, zolang de wijkinspecteur zijn wijk maar kent.

* De FPR vindt verder dat de informatie die de wijkinspecteur heeft onvoldoende doorstroomt naar andere diensten (interventieploegen, slachtofferbejegening e.d.).

3. Onthaal en slachtofferbejegening

* Hier zijn er nogal wat problemen met de kwaliteit. De inspecteurs vinden het minderwaardig om onthaal te doen, er is onvoldoende geschikt en bovendien onvoldoende opgeleid personeel voor deze functie. "Steeds minder" zones halen nog de minimumnorm.

* Op het vlak van slachtofferbejegening haalt 75% van de zones de wettelijke norm en ongeveer de helft van de zones heeft een aangepast lokaal om slachtoffers op te vangen.

4. Recherche

* De capaciteit van de federale recherche is nu hoger dan die van de gerechtelijke politie en de Bijzondere Opsporingsbrigade van de Rijkswacht vroeger, maar cijfers hiervoor geeft de FPR niet. Maar toch is er nog te weinig volk voor financiële onderzoeken en informaticacriminaliteit. En er ontbreken mensen om het terrorisme te bestrijden.

* Het sporenonderzoek is in tien jaar tijd fel verbeterd, maar ook bij de technische en wetenschappelijke recherche is er een groot personeelstekort.

5. Bestuurlijke taken

* De politie is goed in staat om betogingen en stakingen te "begeleiden", dank zij onderhandelingen met de organisatoren. Grote, gewelddadige betogingen bleven daardoor uit. Maar ze is wellicht onvoldoende beschikbaar bij grote rampen die een langere tijd duren. Dat had het Comité P al gezegd en de FPR herhaalt het nu.

* De FPR vindt het goed dat een CIK (Centraal Interventiekorps) is opgericht dat overal te lande wordt ingezet om bij te springen om de orde te handhaven. Het bestaat uit 500 leden, maar er waren er 700 gevraagd. De FPR vreest dat zeker niet op alle vragen kan worden ingegaan. Dat is een risico. Aan de andere kant zou vooral de Brusselse politie wat "zelfredzamer" mogen zijn.

* De lokale politiediensten moeten ook gevangenen overbrengen en de veiligheid in de bajessen handhaven. Deze opdrachten staan ter discussie. Een reeks burgemeesters wil ze gewoonweg niet meer doen. De FPR pleit voor een minimumdienst bij stakingen van cipiers. Het kan niet dat de lokale politie altijd voor de problemen bij cipiersstakingen moet opdraven, terwijl de politie bij zijn eigen stakingen verplicht is om een om een minimumdienst te realiseren.

Politiehulp bij de overbrenging van gevangenen zou volgens de FPR dan weer niet altijd moeten gebeuren, maar alleen bij (vlucht)gevaarlijke gedetineerden.

* Ook VIP's zouden volgens de FPR alleen maar politiebescherming moeten krijgen als er een echte dreiging is. De VIP's zonder dreiging kunnen door buitenlandse zaken beschermd worden. Voor politie-escortes moet een aparte eenheid worden opgericht, waarvan ook het leger deel uitmaakt.

* Alle geldtransporten worden nu altijd op dezelfde manier beschermd. Het systeem slorpt veel energie op en is uniek in Europa. De aard van de politiebescherming zou in de toekomst best verschillen al naar gelang de dreiging.

6. Verkeer

* De politiediensten halen wel het aantal snelheidscontroles dat door de Staten-Generaal voor de Verkeersveiligheid werd vooropgesteld, maar "helemaal niet het aantal controles voor rijden onder invloed en ook niet voor controles op de gordeldracht".

* Sinds de politiehervorming is de verkeershandhaving verbeterd bij "heel wat lokale polities" en verzwakt bij de federale. Daarom zou bij die federale een "Actiecentrum Verkeer" moeten worden opgericht, samen met het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid.

* De werking van de DAH (de autowegenpolitie) moet dringend worden verbeterd en ook daar is meer personeel nodig.

* De FPR pleit voor incassobureau's om onmiddellijke inningen, minnelijke schikkingen en boetes af te handelen, omdat de huidige werkwijze te veel administratieve overlast voor de lokale politie meebrengt.

WELKE BESLUITEN?


De FPR formuleert tot slot een aantal voorstellen voor de toekomst.

* De politieministers (Annemie Turtelboom en Stefaan De Clerck) moeten op basis van deze evaluatie een actieplan uitwerken.

* De opdrachtbrieven moeten worden veralgemeend voor mandaatfuncties. In zo'n opdrachtbrief schrijft een pas aangestelde korpschef neer wat hij tijdens zijn mandaat van vijf jaar zeker wil bereiken en hoe hij dat wil doen op basis van het (zonale) veiligheidsplan.

* Er is "op korte termijn een debat nodig over de lange termijn". De FPR wil een debat over de politie van de toekomst. Daarin moeten zeker aan bod komen:

- de verwachte en gewenste evolutie van het aantal politiemensen en de financiën;

- de verhouding tussen private en publieke veiligheidsdiensten;

- de relatie veiligheid-privacy (bv. in de strijd tegen het terrorisme);

- de vraag of de politie eeder technologisch georiënteerd (camera', heli's e.d.) moet zijn dan wel bemenst;

- de verhouding tussen uniform- en recherchediensten; de verhouding tussen wijkpolitie en de kerntaken (boeven vangen); de internationale positie van de Belgische politiediensten.

* Er moet ieder jaar één vast moment komen waarop men over de politie nadenkt. Daarom zouden de verslagen van de verschillende organen (Comité P, Algemene Inspectie en bijzondere verslagen) best op hetzelfde moment worden gepubliceerd.

WAT ER NIET IN STAAT


Hoeveel zinvolle bedenkingen het rapport van de Federale Politieraad ook aandraagt, een aantal cruciale punten worden niet besproken.

* Hoeveel kost de huidige politie nu precies meer dan die van voor Octopus, per agent en per burger na correctie voor de inflatie? Wat zijn de oorzaken daarvan? Welke remedies kunnen worden bedacht? Een vergelijkend kostenplaatje ontbreekt.

* Soms ontbreken concrete beleidsvoorstellen, terwijl die echt toch wel nuttig zijn. Met betrekking tot de problematiek van het Mexicaanse leger (het overtal aan officieren en het tekort aan voetvolk) zijn er geen beleidsvoorstellen.

* Met betrekking tot het tuchtstatuut zijn er geen cijfers en buiten de vermelding dat het te log en te ingewikkeld is, is er eigenlijk ook nauwelijks een probleemstelling. Het feit dat inspecteurs die een scheve schaats rijden, bijna nooit worden gesanctioneerd wordt niet vermeld, hoewel het Comité P bij herhaling hierover heeft geklaagd.

* Over belangrijke rapporten van dat Comité P, die toch de kwaliteit van de politie controleert, wordt niets gezegd. Denken we slechts aan: de beveiliging van de wapens van de inspecteurs als ze hun job verlaten; de (slechte) kwaliteit van de amigo's; het gebruik van handboeien; de werking van het wapenregister; het gebrek aan enige regeling voor het verhoor en de implicaties van het Europese Salduz-arrest (dat de aanwezigheid van een advocaat verplicht vanaf het eerste politieverhoor, nvdr) op dat verhoor; het (vermeende?) politieracisme… Andere pijnpunten die het Comité P aankaartte worden slechts in beknopte of vage bewoordingen vermeld. Terwijl al deze dingen toch van groot belang zijn voor de burger.

BEDENKINGEN


1. De FPR stelt dat het Octopusmodel ongetwijfeld goed werkt en dat "hieraan niet mag worden getornd". Maar er wordt geen vergelijking gemaakt met alternatieve modellen uit de pre-Octopustijd. In die dagen bepaalde de Commissie-Huybrechts, die door de toenmalige regering was aangesteld om de politiehervorming voor te bereiden, dat de politie één korpschef moest hebben die ook zou kunnen ingrijpen in de werking van de lokale korpsen. Octopus deed dat niet en creëerde 196 min of meer onafhankelijke zones, waarop men nu met moeite zicht krijgt. Dat versnippert de verantwoordelijkheden, bemoeilijkt de controle én het hervormingsproces. De FPR problematiseert dat niet.

2. De FPR zegt dat er nu voldoende politie is. Maar de FPR somt verder - volkomen terecht - een reeks diensten op die dringend veel meer personeel nodig hebben: de wetenschappelijke politie, de Federal Computer Crime Unit, de diensten die financiële misdaden opsporen, de autowegenpolitie, het centraal interventiekorps, de wijkwerking. Vanwaar moeten al deze mensen komen, als de capaciteit voldoende is? Dat vertelt de FPR er niet bij.

3. De FPR hekelt terecht veiligheidsplannen die onvoldoende concreet zijn, zodat ze achteraf niet kunnen worden getoetst. Helaas is het rapport soms in hetzelfde bedje ziek. Vaak ontbreken cruciale cijfers en schetst men het probleem in termen van "heel wat korpsen" of "steeds meer zones".

De FPR doet ook een aantal "vaststellingen" zonder bewijs (bv. "het gerecht is tevreden over de hervorming", "de politie voelt zich één"). Het rapport is op bepaalde plaatsen geschreven in potjeslatijn vol gedrongen zinsconstructies, managementstermen en begrippen die niet worden verduidelijkt. Dat verbaast van een orgaan dat wordt voorgezeten door een superintelligent iemand die bekend staat om zijn zeer begrijpelijke no-nonsense-stijl. Het is voor een rapport dat bij parlementsleden en bij de bevolking de discussie wil aanzwengelen, evenwel not done.

4. Uiteindelijk is het FPR-rapport zoals de hele politiehervorming zelf: net iets teveel vanuit de belangen van het personeel geschreven en net iets te weinig vanuit de belangen van de burger. Dat is niet eens een verwijt. Het is zelfs normaal, want het FPR-rapport is de evaluatie is die de politie van zichzelf maakt.

Voor een goed debat zou het FPR-rapport moeten worden aangevuld met een soortgelijk rapport van het Comité P. Wie de politiediensten de jongste tien jaar heeft gevolgd, weet dat nogal wat belangrijke positieve, kwaliteitsverhogende evoluties bij de politie er kwamen dank zij rapporten van het Comité P. Maar dat Comité had niets met de Octopushervorming te maken.

Octopus bleef eigenlijk te veel een personeelsherschikking en een statuutverbetering. Dat hoeft niet te verbazen omdat de politici de uitwerking van het akkoord grotendeels hebben overgelaten aan knappe koppen die gepokt en gemazeld zijn in de politiebonden. Daardoor werd het Comité P de vaandeldrager van de kwaliteit van de politie.

En het parlement zat erbij en keek er naar. De democratische controle op de politiediensten blijft gebrekkig functioneren…


Lees ook:

Moet advocaat al bij eerste politieverhoor aanwezig zijn?

Arrestanten hebben voortaan duidelijke rechten

Eindelijk minimumnormen voor politiecellen

Criminele agenten krijgen zeven keer meer opschorting van straf dan gewone burgers

Comité P: "Politie kan groot oproer niet aan"

.

Nu in het nieuws