Het racismerapport van het CGKR voor 2008

Print
8 JULI 2008 - Het aantal meldingen van hatespeech op het internet is in 2008 met 25% gestegen. Doorgaans gebeurt dit in kettingmails, een uniek Belgische fenomeen. Daarom moet er een zwarte lijst van racistische websites komen, die geblokkeerd worden. Dat beweert het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding in zijn jaarrapport van 2008 over racisme en discriminatie. Het CGKR formuleert een reeks beleidsvoorstellen: zo moet ook discriminatie van mensen die met gehandicapten geassocieerd worden verboden worden. De brandweer moet eenvormige regels maken om gehandicapten te evacueren uit brandende gebouwen. De politie moet meer referentieagenten in de strijd tegen het antisemitisme hebben. Het noodzakelijke Koninklijke Besluit om positieve acties voor achtergestelde groepen mogelijk te maken, ontbreekt nog steeds. De negationismewet moet worden uitgebreid tot alle erkende genocides. Een kritische analyse van het rapport.

In 2008 kreeg het CGKR 2.207 meldingen van discriminatie en racisme binnen. Voor 20,5% verklaarde het zich onmiddellijk onbevoegd. Voor de 1.754 andere meldingen bestond de top drie uit: meldingen voor discriminatie op grond van nationale of ethnische afstamming (39,2%), op grond van handicap (13,3%), op grond van geloof 8,3%.

De sectoren waarin volgens de melders het meest gediscrimineerd wordt zijn: werkgelegenheid (21,8%), internet (20,4%) en samenlevingsproblemen (9,9%).

De meeste discriminaties vind je dus nog steeds bij de tewerkstelling. Ongeveer de helft betreft allochtonen, de andere helft gehandicapten en oudere mensen.

Van de zaken waarvoor het CGKR zich bevoegd verklaarde (Dat aantal is plots (op p. 102) 1.586, terwijl het eerder 1.754 (op p. 100) was, nvdr), besluit het CGKR zelf in slechts 39% van de gevallen dat de antidiscriminatiewet (ADW) of antiracismewet (ARW) is overtreden. Het gaat dan nog om 619 zaken. Dat is nog slechts 28% van alle meldingen.

Hoe behandelt het CGKR de zaken (het aantal zaken waarvoor het CGKR zich bevoegd heeft verklaard is nu alweer veranderd zonder enige verklaring; plots (op p. 104) is het 1.518, nvdr) waarvoor het zich bevoegd heeft verklaard?

In 59% geeft het gewoon advies, in 11,5% geeft het informatie, in 10,4% probeert het te verzoenen. In 38 zaken (2,5% van de 1.518) werd een gerechtelijke procedure gestart. Welke zaken dat zijn en waarom uitgerekend voor deze zaken een procedure werd gestart, wordt niet vermeld.

Het CGKR publiceert ook de cijfers van de politie en van de parketten. De cijfers van de politie dateren nog van 2007. Toen stelden de agenten 1.300 racisme- of discrminatiezaken vast. 60,6% betrof "aanzetten tot discriminatie of haat tegen een persoon" en nog eens 18% "aanzetten tot discriminatie of haat tegen een groep". Op de derde plaats staat de discriminatie bij het aanbieden van goederen of diensten (8,3%). De inspecteurs stelden ook vier overtredingen van de negationismewet vast.

De parketten kregen in 2008 860 echte racismezaken binnen, naast nog eens 103 zaken van discriminatie. Bovendien waren er 61 gewone zaken met een racistisch of discriminerend motief, de zogenaamde "haatmisdrijven". In deze laatste groep tekent het misdrijf "schuldig verzuim" voor 39% met 24 zaken. Het totale aantal racisme- en discriminatiezaken bedroeg 1.024, ongeveer evenveel als de jaren voordien. Op 10 januari 2009 was zo'n 61% van die nieuwe racismezaken geseponeerd, slechts 1,86% had al tot een dagvaarding voor de strafrechter geleid.

HANDICAP

In 2008 verklaarde het CGKR zich bevoegd voor 234 meldingen van discriminatie tegenover gehandicapten. Ze gaan voornamelijk over discriminatie bij tewerkstelling (28%), bij private dienstverlening (16,7%), bij openbare dienstverlening (9,4%). Deze laatste twee betreffen hoofdzakelijk slechte toegankelijkheid van infrastructuur of openbaar vervoer.

Het CGKR prijst de NMBS omdat die sinds november 2008 in 100 stations bijstand verleent aan gehandicapten.

Het Centrum maakte een studie van de gehandicapten en de culturele en -evenementen sector. De problemen hier waren: gebrekkige informatie over hoe je speciale plaatsen kan reserveren; de plaatsen voor gehandicapten zijn extra duur of het zijn slechte plaatsen; de liften zijn onbruikbaar; de gehandicapten kunnen niet bij hun familie of vrienden zitten.

Het CGKR doet een aantal aanbevelingen terzake:

* De minister van Economie moet verplichte VIP-kaarten voor gehandicapten verbieden. Ook dure telefoonlijnen om specifieke informatie voor gehandicapten te krijgen, moeten worden verboden.

* De brandweer moet weten dat de reglementering voor evacuatie van gehandicapten uit gebouwen erg gebrekkig is. Hij moet de informatie hierover in kaart brengen en uniforme normen ontwikkelen.

Voorstellingszalen moeten integraal toegankelijk worden voor gehandicapten.

* De organisatoren en de ticketverkopers moeten elk een persoon aanwijzen die zich specialiseert in de toegankelijkheid van de evenementengebouwen voor gehandicapten.

* Het CGKR wil een gratis lijn voor de reservatie van tickets voor gehandicapten.

* Bij de ticketverkoop moet duidelijk zijn welke plaatsen voor gehandicapten beschikbaar zijn.

* Bij het verbod op discriminatie van gehandicapten moet ook een verbod van discriminatie van "mensen die met gehandicapten worden geassocieerd" worden toegevoegd. Want uit sommige arresten van het Europees Hof van Luxemburg blijkt dat ook zij wel eens slachtoffer zijn van discriminatie.

* Een andere behandeling van gehandicapten dan van gewone burgers is toegelaten bij de levering van financiële diensten (zicht- en spaarrekening, hypotheken, leningen, verzekeringen), wanneer die behandeling steunt op precieze en relevante gegevens. Maar, zo meent het CGKR, het verzamelen van gegevens over het verhoogde risico dat een handicap zou meebrengen, moet door een onpartijdige en onafhankelijke instelling gebeuren. Niet door de banken en verzekeringen.

HAATMISDRIJVEN

De jongste ADW en ARW maakt een strengere bestraffing mogelijk als een misdrijf (slagen en verwondingen) is ingegeven door haat tegen een persoon, omdat hij allochtoon, homo, moslim, vrouw e.d. is. In 2008 diende het CGKR 9 keer bij het parket klacht in op basis van deze bepaling en bovendien stelde het zich nog eens in 5 dossiers burgerlijke partij bij de correctionele rechtbank.

Het CGRK stelt vast dat de meeste dossiers gaan over opzettelijke slagen en verwondingen.

Racisme en homohaat zijn de meest voorkomende verwerpelijke beweegredenen.

De rechters spreken vaak werkstraffen uit.

Sinds deze mogelijkheid tot extra bestraffing voor een haatmotief bestaat, wordt artikel 20 van ARW (aanzetten tot haat) minder gebruikt, behalve voor hatespeech op het internet.

In 2008 kreeg het CGKR 430 meldingen binnen van hatespeech op het internet, 25% meer dan in 2007. Een derde van deze meldingen betreft kettingmails tegen ethnische minderheden, maar ook 30% (130 meldingen) gaat over blogs, discussiefora, YouTube, Facebook. Bij de meldingen over homohaat had zelfs 14% betrekking op het internet.

Kettingmails zijn mails met foutieve berichten over ethnische groepen. Ze zijn bijna altijd tegen de moslims gericht en zijn een Belgisch fenomeen. Volgens het CGKR bestaat dit niet in het buitenland.

Het CGKR heeft nu zelf een webpagina geopend waarop het de kettingmails die het binnenkrijgt juridisch en inhoudelijk duidt. Iedereen kan dus nagaan of een kettingmail klopt.

Volgens het CGKR kwam al één op de vier jongeren tussen 12 en 18 jaar in contact met hatespeech op het internet.

Het CGKR heeft hier nogal wat beleidsaanbevelingen:

* Het wil dat de minister van justitie de wet van 11 maart 2003 over de diensten van de informatiemaatschappij herziet. De verantwoordelijkheden van wie een discussieforum inricht of een blog aanbiedt moeten duidelijk worden vastgelegd.

* Ook moet de Justitieminister een protocol van de Raad van Europa goedkeuren, zodat hatespeech vanop websites die in het buitenland zijn gemaakt, hier efficiënt kan worden vervolgd.

* In de wet moet komen dat België strafrechtelijk bevoegd is voor hatespeech als de dader op Belgisch grondgebied verbleef, ook al was alles wat hij gebruikte buitenlands. België moet bovendien bevoegd zijn als via een informaticasysteem op zijn grondgebied hatespeech wordt gespuid, ook al was de dader in het buitenland. Kortom: als de hatespeech geheel of gedeeltelijk in België is gepleegd of door één van de Belgen is begaan of in het voordeel is van een bedrijf dat in België is gevestigd, dan moet België bevoegd zijn.

* Verder moet er een zwarte lijst van racistische websites komen.

Het Centrum zelf is in augustus 2008 lid geworden van het INACH (International Network Against Cyberhate), dat in 2007 wereldwijd meer dan 3.000 racistische websites van het net liet halen. (In België gebeurde dat tot nu toe niet één keer, nvdr).

ANTISEMITISME

In 2008 ontving het CGKR 66 klachten over antisemitisme, één minder dan in 2007. Slechts in 5 gevallen werd fysiek geweld gepleegd, in 7 gevallen was er vandalisme en er waren 8 klachten over negationisme. De meerderheid van de klachten ging over "verbale agressie" en bedreiging (16).

Het CGKR concentreerde zijn activiteiten in 2008 vooral op de kwaliteit van de opvang in de politiebureaus van "sommige grote steden". Aan minister van Binnenlandse Zaken Guido De Padt (Open Vld) wordt gevraagd om meer "referentieagenten", die specifiek bekend en bezig zijn met dit probleem, te benoemen.

ISLAMOFOBIE

Het CGKR kreeg in 2008 141 meldingen van discriminatie op grond van geloof binnen (p. 110). Bijna de helft gaat over het internet. In 2008 gingen 94 van de 105 (p. 59) meldingen over de islam. Het CGKR maakte in 2008 een studie over de islamofobie.

Volgens het CGKR moet het islamofobiedebat gezien worden tegen de achtergrond van: de strijd tegen het terrorisme; de integratie van de moslimgemeenschap in onze samenleving; de "dreiging van de islam" (de haakjes zijn van het CGKR zelf, nvdr); de problematiek van gelijkheid van man en vrouw; het neutraliteitsdebat. Het is voor het CGKR duidelijk dat "er een groeiend wantrouwen is tegenover moslims, die steeds vaker geconfronteerd worden met uitingen van angst, wantrouwen, misprijzen en zelfs haat wegens hun geloof".

Het CGKR besluit dat de huidige ARW en ADW niet moeten worden aangepast om de islamofobie, die een onrechtstreekse haatcampagne tegen allochtonen kan zijn, aan te pakken. Maar… het wil ook een "structurelere aanpak om het groeiende wantrouwen tegen (vermeende) moslims in te dijken".

Het CGKR deelt de meldingen in drie groepen in:

1. Islamofobe daden die onder de ADW vallen.

Het CGKR geeft deze voorbeelden: meldingen van fysiek geweld tegen moslims; heiligschennis van een moskee in Tienen, waar een plas bloed aan de ingang werd nagelaten en ruiten werden ingeslagen; discriminatie in het dagelijkse leven: een man die op bedevaart naar Mekka ging en daarna zijn werk verloor.

2. Islamofobe daden of uitspraken die niet onder ADW vallen.

Hier gaat het volgens het CGKR over "openlijke uitspraken - meestal van extreem-rechts - , tegen moslimmigranten". Als voorbeelden geeft het CGKR de film Fitna van Geert Wilders en de oproep van "een parlementslid" (Filip Dewinter, nvdr): "Een hoofddoek betekent zoveel als een retourkaartje".

3. Niet-islamofobe daden

Hieronder plaatst het CGKR de "weigering om aanpassingen voor religieuze redenen door te voeren" (zoals bv. de weigering om een gebedplaats voor moslims te creëren).

Vervolgens schetst het CGKR de problemen op het internet. Daar kent de islamofobie drie vormen: wansmakelijke berichten; "informatieve" berichten, die foute informatie bevattten; gewelddadige filmpjes. Hoe deze drie vormen gerangschikt moeten worden in de drie soorten islamofobie staat er niet bij. Evenmin wordt duidelijk hoe een bepaalde uitlating of gedraging in één van die groepen kan worden gestopt.

VERDERE AANBEVELINGEN

* Op het vlak van huisvesting.

Verhuurders mogen momenteel in formulieren allerlei vragen stellen over hun kandidaat-huurders. Maar het CGKR wil dat de eigenaars geen vragen meer stellen over iemands nationaliteit of etnische herkomst.

Het parlement moet de huurwet wijzigen zodat duidelijk wordt met welke eigenschappen van een kandidaat-huurder de verhuurder rekening mag houden. Het kan niet dat nog uittreksels uit het strafregister of uit het medisch dossier van de huurder worden opgevraagd. Ook moet het aantal bewijsstukken, die aantonen dat iemand voldoende inkomsten heeft, worden beperkt.

Vervolgens moeten vervangingsinkomens uitdrukkelijk worden erkend als een inkomstenbron, waarmee de verhuurder bij een onderzoek naar de solvabiliteit van zijn huurder, rekening moet houden.

Het CGKR wil voorts dat er een onderzoek komt naar de gevolgen van het "taalstimuleringsbeleid" op de situatie van allochtonen. Het gaat dan om maatregelen die een verplichting om de taal te leren koppelen aan het toekennen van een sociale woning. Het CGKR vraagt zich bovendien af of de initiatieven om in een bepaalde buurt een "sociale mix" te creëren door bv. senioren of werkenden voorrang te geven, niet ten koste gaan van de mogelijkheden van gediscrimineerde groepen.

* Er moeten nog twee Koninklijke Besluiten komen op de ADW. Eén moet bepalen onder welke voorwaarden en in welke situaties positieve actie mogelijk is. Door positieve actie geeft men leden van minderheidsgroepen tijdelijk een streepje voor. Maar momenteel kan positieve actie niet.

Een tweede moet duidelijk maken wat de "wezenlijke kenmerken van een beroep" zijn. Momenteel mag je bij een aanwerving nooit discrimineren op bv. huidskleur, maar dat mag wel als die huidskleur een wezenlijk kenmerk van het beroep is. Een filmregisseur maakt een film over Martin Luther King en als hij kandidaat-acteurs oproept voor die rol, mogen die wel allemaal zwart zijn. Dat is immers een "wezenlijk kenmerk van hun beroep". Maar meestal is het helemaal niet zo duidelijk wat de wezenlijke kenmerken van een beroep zijn. Het CGKR wil een KB met daarin voorbeelden van beroepen en hun wezenlijke kenmerken.

* De negationismewet moet worden uitgebreid tot alle genocides, die definitief zijn erkend door een Belgische rechtbank of een internationaal gerecht. Nu is alleen het ontkennen of schromelijk minimaliseren van de moord op 6 miljoen Joden door het naziregime strafbaar. Het CGKR wil dat die wet geldt voor àlle erkende genocides en het wil dan ook bevoegd zijn voor de vervolging ervan. Om welke genocides het gaat heeft het CGKR niet opgezocht.

* Het verbod op leeftijdsdiscriminatie moet duidelijker worden omschreven. Er moet een "niet-uitputtende lijst" worden toegevoegd met toelaatbare verschillende behandelingen op basis van iemands leeftijd.

BEDENKINGEN

1. Het CGKR is in dit rapport nogal slordig met cijfers. Op één en dezelfde pagina (96) is het totale aantal meldingen dat het CGKR binnenkreeg nu eens 2.917, dan weer 2.207. Het aantal ontvankelijke meldingen van discriminatie bedraagt nu eens 1.754, vervolgens 1.586, dan weer 1.518. Het aantal meldingen van de gediscrimineerde groepen schommelt navenant: zo zijn er nu eens zijn er 141 meldingen van discriminatie op grond van geloof, dan weer 105. Dat kan bij de percentages een redelijk verschil geven. Vergelijkingen met vroegere rapporten zijn niet mogelijk. En wanneer het CGKR de parketcijfers brengt, lijkt het niet nodig om uit te leggen wat de precieze inhoud is van de "codes 56, 56A en 56B".

2. Een aantal gediscrimineerde groepen, die vroeger al stiefmoederlijk werden behandeld, komen ook nu weer weinig aan bod. Over homo's vinden we welgeteld één pagina. Er is nog altijd geen plan om via campagnes allochtonen homovriendelijker te maken, er is nog altijd geen plan tegen homofobie.

Over discriminatie van alleenstaanden wordt met geen woord gerept, terwijl alle internationale rapporten al jarenlang de fiscale discriminatie van alleenstaanden aankaarten.

De beleidsmaatregelen die worden voorgesteld om discriminatie van senioren en oudere werknemers te voorkomen vallen heel mager uit.

De ene groep gediscrimineerde minderheden weegt nog altijd veel zwaarder door dan de andere in het beleid van het CGKR. Enige problematisering van de verhouding tussen de gediscrimineerde groepen onderling is er nog altijd niet.

3. De redenen waarom een bepaalde melding onontvankelijk wordt verklaard, blijven onbekend. Die redenen zullen in de meeste gevallen heel evident zijn. Maar zeker niet altijd. Het CGKR kreeg in 2008 een reeks klachten binnen van Vlamingen die anti-Vlaamse haatcampagnes van Le Soir en de RTBf aankaartten. Het CGKR verklaarde zich onbevoegd, omdat "de wet zegt dat het CGKR niet bevoegd is voor taalconflicten". Het gaat hier echter niet om een taalconflict, maar om het aanzetten tot haat tegen een ethnische gemeenschap op grond van haar ethnische en nationale afstamming (want de campagnes hadden alleen betrekking op Vlamingen, niet op andere mensen die Nederlands praten). Meerdere deskundigen op het vlak van discriminatierecht (o.a. Jogchum Vrielink) vinden dat het CGKR terzake wel bevoegd is. Er werd zelfs een boek over geschreven (ALEN, A., e.a. Taaleisen juridisch getoetst, Kluwer, 2009, 190 p.) en een studiedag over gehouden. Het CGKR wijdt hier geen letter aan, het definieert zijn bevoegdheid duidelijk te strikt.

In de zaak van Père Samuel deed het CGKR echter het omgekeerde. Daar probeerde het alles uit om een hatelijke uitspraak over de islam onder de strafbare ARW te krijgen, door ze als aanzetten tot haat op grond van etnische afstamming te definiëren. Voor die stelling werd CGKR teruggefloten door de rechter.

Bij de ene discriminatiegrond bekijkt het CGKR alles héél strikt en héél eng, bij de andere volgens de rechtbanken veel te ruim. Het CGKR interpreteert ADW en ARW dus partijdig.

4. Bovendien brengt het CGKR eens te meer geen overzicht van zijn gerechtelijke acties. In welke gevallen stapt het Centrum naar de rechter, wat zijn de criteria om die beslissing te nemen, welk beleid wordt terzake gevoerd en waarom, welke resultaten leverde dat op, wat heeft het gekost?

We vernemen hierover niets, terwijl dit het meest zichtbare optreden van het CGKR in de media is. En terwijl het kleinste politieparket inzake vervolgen en seponderen een publiek en toetsbaar beleid moet bekend maken. Onder de vorige directeur, Johan Leman, werden die gerechtelijke acties nog wel meegedeeld, maar daar blijft niets van over. De transparantie van het beleid van het CGKR is verminderd. Hierdoor worden democratische controle op het beleid van het CGKR en een onafhankelijke kosten- en batenanalyse van hun acties onmogelijk.

5. Het stuk over de islamofobie is zwak. Het CGKR maakte een "grondige analyse" en vindt dat islamofobie "bijzondere aandacht" verdient, maar een definitie van islamofobie is er niet. Het is bovendien onduidelijk op welke grond bepaalde gedragingen en uitlatingen in een van de drie groepen wordt gerangschikt.

Cruciale vragen rond de term 'islamofobie' worden niet gesteld. Is islamofobie een irrationele angst, is het gewoon een angst, is het vermomde haat of is het een ziekte, zoals pleinvrees of een fobie voor spinnen? Maar als het een ziekte is, kan je dit dan wel wettelijk gaan aanpakken? En wanneer is islamofobie een vermomming om haat te kunnen spuien tegen allochtonen, waar ligt hier de grens?

Ook de discussie over de strafbaarstelling van godslastering en de debatten binnen de VN in Durban-II waarbij een meerderheid van staten islamofobie als een vorm van strafbaar racisme wilde definiëren, worden niet behandeld. Over al deze punten zijn kilo's literatuur gespuid, maar het CGKR besteedt er geen aandacht aan.

Merkwaardig voor een "fenomeen dat - aldus het CGKR p. 57 - bijzondere aandacht verdient".

De vraag rijst ook waarom er wel een beleid zou moeten zijn tegen islamofobie en geen tegen homofobie. Er zijn minstens drie goede redenen waarom dat laatste dringender is: er zijn meer homo's dan moslims; homo zijn is geen keuze, in tegenstelling tot moslim zijn; voor de angst voor homo's vind je geen aanknooppunten in de werkelijkheid: er worden geen terreuraanslagen gepleegd uit naam van de Homoseksualiteit.

Ook de verhouding van beide - volgens de ADW - beteugelbare fobieën wordt niet geproblematiseerd: wie de belangen van de islam verdedigt kan al gauw van homofobie worden beschuldigd, wie de belangen van de homo's bepleit van islamofobie. Hoe zit dat?

Het onderzoek van het CGKR over dit thema is dus pover.


Lees ook:

Centrum Racismebestrijding: jaarverslag 2007

Centrum Racismebestrijding: jaarverslag 2006

Parketten registreerden 41 haatmisdrijven in 2006


Nu in het nieuws