Jeugdvakantie en seniorenvakantie

Werknemers hebben elk jaar recht op vakantie. In principe wordt het aantal vakantiedagen tijdens een bepaald jaar (het vakantiejaar) bepaald door het aantal prestaties die werden geleverd tijdens het daaraan voorafgaande jaar (het vakantiedienstjaar).

jvangeyte

Aldus heeft iemand die in 2008 een volledig jaar heeft gewerkt in 2009 recht op het maximale aantal vakantiedagen, namelijk twintig.

Deze fundamentele regel zou in principe tot gevolg hebben dat een jongere werknemer, die na zijn studies in 2008 gezwind aan de slag ging, nooit een volledige vakantie zou kunnen hebben in 2009. De wetgever is deze jonge werknemer ter hulp gesneld door het concept van de jeugdvakantie. De jonge werknemer zal in eerste instantie gewone vakantiedagen krijgen in functie van de effectieve prestaties in 2008 en deze vakantiedagen worden betaald door de werkgever. Nadat hij deze gewone vakantiedagen heeft opgenomen kan hij bovendien aanspraak maken op een aantal bijkomende vakantiedagen. Hij kan aldus zijn totale vakantie aanvullen tot een maximum van vier weken vakantie. De extra vakantiedagen worden dan betaald door de RVA.

Om dit jaar aanspraak te kunnen maken op deze jeugdvakantiedagen moet de jongere aan de volgende voorwaarden voldoen: 1) op 31 december 2008 de leeftijd van 25 jaar niet hebben bereikt, 2) in de loop van 2008 zijn studies, leertijd op opleiding hebben beëindigd, 3) na deze beëindigingsperiode ten minste één maand als loontrekkende arbeid hebben verricht in 2008.

De jeugdvakantiedagen kunnen in één of meerdere keren worden opgenomen per volledige of halve dag. De jongere moet de jeugdvakantie-uitkering vragen aan de RVA aan de hand van een formulier C103. Dit formulier dient gedeeltelijk door de jongere en gedeeltelijk door de werkgever te worden ingevuld. De jeugdvakantie-uitkering bedraagt 65% van het normale loon, echter begrensd tot 1.832,49 euro per maand.

Oudere werknemers

Ook oudere werknemers kunnen het aantal vakantiedagen waarop ze normaal recht hebben op basis van de effectieve prestaties in 2008 opkrikken met een aantal extra seniorvakantiedagen tot dat ze aan de magische grens van vier weken vakantie komen.

Hiertoe dient men op 31 december 2008 de leeftijd van 50 jaar hebben bereikt, tewerkgesteld zijn met een arbeidsovereenkomst en ingevolge een periode van volledige werkeloosheid of invaliditeit (dus niet ingevolge tijdskrediet, overmacht, onbetaald verlof) in 2008 geen recht hebben op vier weken betaalde vakantie.

Tijdens deze extra vakantieperiode geniet de oudere werknemer van een seniorvakantie-uitkering, die hij met een formulier C 103 moet aanvragen bij de RVA. Ook hier geldt de begrenzing van een uitkering tot 65% van het maandloon met een maximum van 1.832,49 euro. Om die reden kan een oudere werknemer niet verplicht worden om seniorenvakantie op te nemen, gezien hij sowieso minder zal verdienen dan tijdens de effectieve uitvoering van zijn job.

Filip Tilleman Advocaat Tilleman van Hoogenbemt Antwerpen