Onderhoudsgelden worden objectiever berekend

Print
11 JUNI 2009 - De Kamer heeft vandaag een wetsvoorstel van Clotilde Nyssens (cdH) goedgekeurd waardoor onderhoudsgelden voor kinderen van gescheiden ouders in de toekomst objectiever zullen worden berekend. De rechter die ze toekent zal op grond van een aantal criteria duidelijk moeten maken hoe hij tot zijn beslissing komt. Er komt een nationale commissie om een formule uit te dokteren om het nog objectiever te doen. Het wordt ook makkelijker om achterstallig alimentatiegeld te krijgen. Gisteren, woensdag, heeft de Kamercommissie Familierecht dan weer een akkoord bereikt over een vereenvoudiging van de nieuwe echtscheidingswet.

In 2007 hadden 30.081 echtscheidingen plaats, 3,1% meer dan in 2006. Dat zijn 2,84 echtscheidingen per 1000 inwoners. De mediane leeftijd voor mannen is 42 jaar en tien maanden, voor vrouwen is hij 40 jaar en 5 maanden.

De mediane scheiding vindt plaats na dertien jaar huwelijk. (De mediaan is een soort gemiddelde. Terwijl een gewoon gemiddelde kan vertekend worden door een paar extreme waarden, is de mediaan de lijn die een verzameling zo in twee deelt dat de delen links en rechts van die lijn even groot zijn, nvdr).

In 2004 hadden zo'n 600.000 Belgen een echtscheiding achter de rug en bijna 1 op de 4 minderjarigen groeit op in een gescheiden gezin.

De plenaire Kamer keurde vandaag na meerdere jaren discussie en na vele hoorzittingen een wetsvoorstel van Clotilde Nyssens (cdH) over onderhoudsgelden goed.

WAT IS HET PROBLEEM?

* Momenteel kunnen de onderhoudsgelden voor kinderen van gescheiden ouders nogal eens verschillen per rechter. Vaak is er weinig uitleg waarom ze zo hoog of zo laag zijn.

Tijdens de hoorzittingen die aan de wet voorafgingen gaf Jean-Louis Franeau, de eerste voorzitter van het Hof van Beroep van Bergen, het voorbeeld van een vonnis van de Brusselse jeugdrechtbank van 19 december 2007. Daarin werd een vader veroordeeld tot een onderhoudsbijdrage van 500 euro per maand en per kind in de maand mei 2007, 375 euro per maand per kind van juni tot einde december 2007 en 200 euro per maand en per kind vanaf 1 januari 2008. Als motief zegt de rechter: "Ik baseer mij op de analyse van de documenten".

* Dat schept een gevoel van willekeur. Dat gevoel is er zeker, maar professor Patrick Seynaeve (familierecht, KULeuven) wilde het tijdens de hoorzittingen toch niet over "willekeur" hebben. "Om meerdere redenen. De rechter kan geen hoger bedrag toekennen dan wat gevraagd is en ook geen lager dan wat aangeboden wordt. De financiële situaties van gezinnen kunnen bovendien erg verschillen, zodat ook de onderhoudsuitkeringen uiteenlopen. Tenderde: extreme gerechtelijke uitspraken kunnen nog altijd in beroep gecorrigeerd worden. En tenslotte: meestal ontstaan betwistingen omdat de rechter een schatting moest maken doordat de juiste gegevens over de financiële situatie van de betrokkenen niet gekend zijn omdat ze inkomsten hebben uit zwart werk of uit vernootschappen e.d.".

* Door dit gevoel van willekeur is een aantal mensen niet geneigd om ze te betalen. Volgens Clothilde Nyssens (cdH) krijgt 40% van de mensen die onderhoudsgeld voor hun kinderen moeten ontvangen dat geld niet of onregelmatig. 18% krijgt helemaal niets, 23% krijgt het geld te laat of te onregelmatig.

* Het is ook een heel gedoe om de regelingen voor onderhoudsgeld te wijzigen.

WAT ZEGT DE WET-NYSSENS?

1. Er komt een nationale commissie die ieder jaar zal berekenen hoeveel een kind kost. Ze ontwikkelt een formule om die prijs te berekenen en als de rechter daarvan wil afwijken, moet hij dat grondig motiveren.

Volgens de Gezinsbond kost een kind 418 euro per maand (als de ouders een netto inkomen hebben van 1.925 euro). De Leuvense echtscheidingsadvocate, Liliane Versluys, begroot een minimale onderhoudsbijdrage voor een kleuter en lagereschoolkind op 125 euro. Voor een kind in de middelbare school begroot ze de bijdrage op 150 euro, voor een kind dat hogere studies doet op 200 euro.

Het lijkt allemaal dus heel simpel. Tijdens de hoorzittingen pleitten sommigen al onmiddellijk voor de opname van een "wiskundige formule" in de wet. Die zou vele voordelen hebben:

* Ze voorkomt versnippering van beslissingen.

* Ze stimuleert de ouders om rationeler te beslissen over hun goederen.

* Ze maakt het bedrag van de uitkering voorspelbaar en zorgt er voor dat er zeker een minimum zal zijn.

* Ze schept het gevoel dat de bedragen op een objectieve manier berekend zijn en dat iedereen gelijk behandeld wordt.

* Ze maakt de beslissingen van de rechters makkelijker aanvaardbaar en daardoor wordt het makkelijker om de bijdragen te innen.

De bekendste wiskundige formule, die vooral in Wallonië veel door rechters wordt gehanteerd is de formule-Renard. In Vlaanderen werkt men vaak met een formule van de Gezinsbond, die op CD-rom beschikbaar is en van dezelfde idee als de formule-Renard vertrekt.

De formule-Renard werd al in 1986 ontwikkeld en vertrekt van de idee dat een koppel met één kind 20% meer geld moet hebben om van dezelfde levensstandaard te genieten als een koppel zonder kind. Renard stelde ook vast dat de kosten van een kind verdubbelen tussen nul en achttien jaar.

De formule is populair, maar er zijn een aantal duidelijke kritieken:

A. Ze houdt geen rekening met de rang van het kind, waardoor de kosten van kleine gezinnen worden onderschat en die van grote gezinnen onderschat.

B. Ze houdt ook geen rekening met de scharniermomenten in de schoolloopbaan van het kind.

C. "Bovendien vertrekt ze van de ideologisch gekleurde idee dat mensen met kinderen dezelfde levensstandaard moeten heben als mensen zonder kinderen. Moet men mensen die kinderen willen niet voor de verantwoordelijkheid stellen die ze op zich namen?", zo betoogde advocaat Jacques Tremmery tijdens de hoorzittingen over het voorstel-Nyssens. Tremmery, die zelf een eigen formule ontwikkelde, stelde dat men eerst een multidisciplinaire studie moet doen om na te gaan hoeveel een kind reëel kost.

Er zijn dus nu al meerdere formules en ze hebben alle hun gebreken. De nieuw op te richten Commissie zal vele vragen moeten beantwoorden, die allemaal draaien rond de vraag hoe de kostprijs van een kind berekend moet worden:

* Hebben de kinderen na de echtscheiding recht op dezelfde levensstandaard als voor de echtscheiding? Advocaat Tremmery betoogde dat dit beginsel onmogelijk gerealiseerd kan worden omdat mensen met vijf kinderen dan niet zouden kunnen scheiden, want ze zouden hun hele inkomen aan hun kinderen moeten besteden!

* Met welke en hoeveel parameters moet men rekening houden bij de berekening van die kostprijs?

Een tweede kind kost minder dan een eerste of een enig kind. Maar een tweede kind doet tegelijkertijd ook de kostprijs van de twee kinderen samen dalen.

Een kind tot drie jaar kost minder dan een kind van 18 jaar dat universiteit studeert.

Een kind in een gezin dat slechts 1.500 euro netto heeft en de helft van dat geld aan zijn woning besteedt, kost minder dan een kind in een gezin met een netto-inkomen van 5.000 euro.

Er is dus geen eenvoudige manier om de kostprijs van een kind te berekenen en de regel is: hoe meer parameters voor de berekening van die kostprijs, hoe moeilijker het wordt om hem te berekenen en hoe vaker hij zal moeten worden gewijzigd als de situatie verandert.

* Met welke inkomsten en financiële middelen mag men bij de berekening van ieders bijdrage rekening houden en met welke niet? De rechtspraak is het momenteel niet eens over de vraag of de woninglast mag worden afgetrokken vooraleer men de berekening start. Het maakt immers een groot verschil of een echtgenoot met 1.500 euro netto nog zelf moet huren, dan wel of hij een eigen huis heeft.

Mag de rechter bij de bepaling van ieders onderhoudsbijdrage rekening houden met het feit dat men tot 48% van die onderhoudsgelden kan recupereren via de fiscus of niet?

Die wiskundige formule staat dus vooralsnog niet in de wet. De nieuw op te richten Commissie moet - naar Nederlands model - zo'n formule uitdokteren.

In Nederland doet men dat al sinds 1979, maar Patrick Seynaeve is pessimistisch: hij denkt dat het niet mogelijk is om een uniforme regeling voor de berekening van het onderhoudsgeld op te leggen. "In Nederland houdt de Commissie rekening met 146 verschillende elementen en de rechters zijn niet verplicht om de formule te volgen".

De Belgische rechters zullen daartoe trouwens ook niet worden verplicht, ze zullen er nog gemotiveerd mogen van afwijken.

Dit onderdeel van de wet treedt pas later in werking, omdat de Commissie eerst moet worden samengesteld.

2. De onderhoudsgelden worden automatisch geïndexeerd.

3. De rechter zal de hoogte van het onderhoudsgeld dat hij toekent grondig moeten motiveren. Hij moet een aantal elementen in zijn vonnis opnemen (financiële middelen van de ouders, onkosten van het kind, verblijfsregeling, kinderbijslag, inkomsten van de ouders…). Hij moet in de toekomst verduidelijken hoe hij deze elementen inschat om de onderhoudsbijdrage vast te stellen. Dat maakt latere wijzigingen makkelijker. Deze regeling wordt onmiddellijk van kracht.

4. Er is nu een definitie van buitengewone kosten, die bovenop de forfaitaire onderhoudsbijdrage betaald moeten worden. Over die buitengewone kosten was helemaal geen eensgezindheid (Sneeuwklassen? Plotse weesziekte? Een duur privépensionaat?).

Die definitie is er nu wel. Het gaat om "uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorziene uitgaven, die voortkomen uit toevallige of onverwachte omstandigheden en die het gebruikelijke budget voor het dagelijks onderhoud van het kind overschrijden".

5. De rechter wordt verplicht om met een aangetekende brief van zijn griffie bij de werkgever achterstallig onderhoudsgeld op te vragen, als degene die dat moet betalen al twee maanden niets van zich liet horen. Nu is die verplichting er niet. Hierdoor wordt het veel makkelijker om achterstallige bijdragen effectief te ontvangen.

6. De rechter kan, op verzoek van een van de ouders, een rekening op naam van het kind zelf laten openen, waarop de kinderbijslagen en het onderhoudsgeld worden gestort.

7. De rechter kan in zijn eerste vonnis beslissen dat het onderhoudsgeld op een bepaalde leeftijd met een bepaald percentage zal verhogen.

8. Beslissingen over onderhoudsgeld worden onmiddellijk uitvoerbaar, ongeacht of er beroep wordt aangetekend of niet. Nu is dat maar in een heel beperkt aantal gevallen zo. Het wordt de algemene regel.

De wet geldt voor alle verzoeken die worden ingediend na de inwerkingtreding ervan, de oude wet blijft gelden voor iedere vroegere procedure.

Er zijn twee uitzonderingen. Eén: de regeling om het geld van de niet-betalende ex onmiddellijk op je eigen rekening te laten storten, geldt voor ieder verzoek van na de inwerkingtreding van de wet. Ook als dit verzoek gebaseerd is op een vonnis van van vóór de nieuwe wet.

Twee: als iemand kan aantonen dat nieuwe omstandigheden buiten zijn wil zijn financiële situatie aanzienlijk hebben gewijzigd, dan kan hij de onderhoudsbijdrage laten aanpassen op grond van de regels in de nieuwe wet.

SCHEIDEN WORDT SIMPELER

De nieuwe wet-Nyssens, die nog naar de Senaat moet, is niet het enige nieuwe initiatief over echtscheidingszaken dat de voorbije week werd goedgekeurd. De Commissie Familierecht, een onderafdeling van de Kamercommissie Justitie, heeft woensdag op voorstel van Raf Terwingen (CD&V) de echtscheidingswet van 2007 vereenvoudigd.

Terwingen wilde een resem onduidelijkheden wegwerken, want de ene rechter paste de nieuwe echtscheidingswet van 2007 anders toe dan de andere.

Wat verandert er?

* Er komt een duidelijke regeling voor de gerechtskosten van een echtscheiding door onherstelbare ontwrichting (EOO). Als beide echtelieden de echtscheiding samen aanvroegen, dan betalen ze in de toekomst elk de helft van de kosten. Als de echtscheiding tot stand kwam na één jaar feitelijke scheiding of na 'feiten' (slagen, overspel) dan betaalt ieder zijn eigen kosten.

* Een versimpeling komt er ook bij de manier waarop de echtscheiding bij het gerecht moet worden aangekaart. Bij een echtscheiding op grond van feiten zal dit alleen nog maar via een dagvaarding kunnen en niet meer door een verzoekschrift bij de griffie van de rechtbank. Het verschil zit hier in de prijs: een dagvaarding heeft extra deurwaarderskosten (300 euro) tot gevolg, een verzoekschrift niet, want in dat geval roept de rechtbank zelf de tegenpartij op. De echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek en die na één jaar feitelijke scheiding kunnen in de toekomst nog wel op beide manieren gestart worden.

* Ook de mededeling van de uitgesproken echtscheiding (de "betekening") wordt simpeler. Voortaan moet iedere echtscheiding betekend worden, ook als beide echtgenoten de scheiding samen hebben aangevraagd.

* Tenslotte worden de termijnen om in beroep te gaan nu voor alle EOO's hetzelfde gemaakt. De persoon die niet akkoord gaat met de voorwaarden van de echtscheiding heeft één maand de tijd om in beroep te gaan en drie maanden om in Cassatie te gaan. Telkens na de betekening van het vonnis of arrest. Momenteel verschillen die termijnen nog al naargelang het soort echtscheiding.

Terwingen: "Aan de echtscheiding door onderlinge toestemming (EOT) veranderen we niets. Daar zijn de beroeps- en cassatietermijnen dezelfde als bij de EOO, maar ze starten vanaf de uitspraak, niet vanaf de betekening. En de gerechtskosten worden bij een EOT door de overeenkomst tussen de scheiders geregeld."

De Kamercommissie Justitie moet het voorstel nog goedkeuren, maar daar worden geen problemen meer verwacht gezien de unanimiteit in de Kamercommissie Familierecht. Daarna moet het nog naar de plenaire Kamer en mogelijk nognaar de Senaat.

 

Een absolute aanrader, een boek waarin alle juridische problemen bij huwelijk en scheiden in klare mensentaal worden uitgelegd, is beslist: VERSLUYS, LILIANE, Je rechten in je relatie bij huwelijk en samenwonen, 2008, 759 p., Epo, Berchem

 

 

Lees ook:

 

Kamer volgt Senaat over echtscheidingswet

Kinderen moeten bezoekrecht van beide gescheiden ouders krijgen

 

MEEST RECENT