Milieubewust tot in de kist

Milieubewust tot in de kist

Milieubewust tot in de kist

Print
Overledenen krijgen hun laatste rustplaats meestal in een groene omgeving, maar het kan nog veel milieuvriendelijker. Ecologisch begraven wint geleidelijk terrein in Europa. België loopt achterop.

Hoewel natuur- of ecologisch begraven al tientallen jaren bestaat, was het tot voor kort een relatief onbekend begrip. In Nederland is het bezig aan een gestage opmars, maar in België is er nog geen enkele natuurbegraafplaats.

Een natuurbegraafplaats is een relatief ongerept stukje natuur. Grafmonumenten zijn alleen toegelaten als ze volledig uit natuurlijke materialen bestaan. Datzelfde geldt voor de kist. Daarin mogen geen kunststoffen, lijmen of metalen verwerkt zijn en het bijleggen van voorwerpen in de kist is verboden. De overledene mag ook alleen in natuurlijke stoffen gekleed zijn.

Mooier

Luc Verguts, gemeenteraadslid voor Open VLD in het Belgische Geel, stelde daar in 2007 al tevergeefs voor om een natuurbegraafplaats naar Nederlands voorbeeld in te richten. De Gelenaar ziet enkel voordelen: “Zo’n begraafplaats is niet alleen veel mooier dan een typisch kerkhof, ze kost ook veel minder aan onderhoud. Je geeft het lichaam echt terug aan de natuur, iedereen is gelijk. Geen opzichtige, gepolijste zerken maar kleine, persoonlijke tekens die in de natuur zijn verwerkt eren de overledene.”

“De burgemeester deed mijn voorstel toen af als onzin”, zegt Verguts. “Het bleek wel dat de inwoners van Geel graag meer groen op de kerkhoven wilden, dus zijn er daar vorig jaar wat bomen geplant, maar dat is absoluut geen compromis.”
De Open VLD’er houdt voet bij stuk: “Ik blijf bezig met de materie, verzamel zoveel mogelijk documentatie en over onbepaalde tijd doe ik een nieuw voorstel. Politiek is een werk van lange adem. Ik wil graag dat Geel de eerste Belgische gemeente met een natuurbegraafplaats wordt.”

Kritiek

De Nederlandse hoogleraar milieukunde Lucas Reijnders vindt natuurbegrafenissen een illusie. “Het is een lovenswaardig initiatief om geen extra kunststoffen te begraven, die in de kleding of de kist verwerkt zijn”, verklaart hij. “Maar het grote probleem bij elke begrafenis is de mens. We zijn lopende afvalcontainers, in ons lichaam nemen we gedurende ons hele leven afvalstoffen op. Zink, kwik, lood, cadmium en nog veel meer. Wanneer het lichaam ontbindt, komt dat allemaal weer in de grond en in de voedselketen terecht.”

Crematie is overigens niet meer of minder schadelijk. Er komen nog altijd afvalstoffen vrij, in dit geval in de lucht. Zware metalen blijven wel in de as, dus als de nabestaanden die niet uitstrooien, komen die niet terug in de natuur. Dat eventuele voordeel weegt niet op tegen de CO2 die vrijkomt bij de verbranding.

Alternatief

De Zweedse biologe Susanne Wiigh-Mäsak begon zich in de jaren negentig te interesseren in milieubewuste vormen van begraven. Om schadelijke stoffen uit het lichaam te verwijderen kwam ze op het idee om het lichaam te vriesdrogen met stikstof om eerst alle vloeistoffen - ongeveer zeventig procent van het menselijk gewicht - uit het lichaam te verwijderen.

Daarna wordt het broze, gevriesdroogde lichaam tot stof getrild. Daaruit worden de zware metalen verwijderd met behulp van magnetisme. Net zoals crematie verbruikt het hele proces wel veel energie, maar Wiigh-Mäsak zegt alleen groene stroom te gebruiken. Ten slotte doet men het stof in een kist van maïs- of aardappelzetmeel.

“Op die manier ontstaat er een organische massa die na begraving tussen de zes en de twaalf maanden in compost verandert”, legt Wiigh-Mäsak uit. “Nadat ik dit concept heb ontwikkeld, heb ik in 2001 mijn bedrijf, Promessa, opgericht. Het bleek aan te slaan. Ik heb amper reclame moeten maken, milieubewuste mensen zijn blijkbaar actief op zoek om hun ecologische voetafdruk ook na hun dood te verkleinen. Ondertussen hebben we ook filialen in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Spanje.”

JL

IPS

MEEST RECENT