"Europees herstelplan aanslag op milieu in Oost-Europa"

Print
Het economisch herstelplan dat de Europese Commissie in november vorig jaar lanceerde, versnelt in de nieuwe lidstaten projecten die het milieu aftakelen. Landen als Polen, Roemenië, Bulgarije en Tsjechië kunnen nu vlotter geld krijgen voor de bouw van omstreden afvalverbrandingsinstallaties, kerncentrales en wegen die door natuurgebieden voeren.

Het Europees Economisch Herstelplan voorziet onder meer in de versnelde uitbetaling van 23 miljard euro uit de Europese Structuur- en Cohesiefondsen en van de Europese Investeringsbank aan nieuwe lidstaten.

De investeringen moeten extra arbeidsplaatsen scheppen en het economische herstel in de zwaar getroffen landen in Oost-Europa bespoedigen. De EU pleit in het herstelplan voor “slimme” investeringen in milieuvriendelijke technologieën, kleine ondernemingen en de omscholing van werknemers.

Zwarte lijst

Maar milieugroepen zeggen dat het geld ook naar projecten dreigt te vloeien die schadelijk zijn voor het milieu en waarvoor betere alternatieven bestaan. Bankwatch, een onafhankelijke waakhond die grote investeringen in Europa volgt, heeft een lijst met 55 projecten die in aanmerking komen voor financiering via het herstelplan en die “het milieu bedreigen en economisch onverantwoord” zijn. Op die lijst staan 22 afvalverbrandingsinstallaties – 12 daarvan in Polen – en verscheidene transportwegen die door natuurgebieden voeren.

De omstreden projecten staan hoog op het prioriteitenlijstje van de betrokken landen en maken veel kans te worden gefinancierd. “Kleinschalige projecten hebben meestal een groter ontwikkelingseffect voor lokale gemeenschappen en de regio”, zegt Keti Medarova van Bankwatch. “Maar het geld dat wordt toegewezen voor kleine initiatieven kan vaak niet worden geabsorbeerd, waardoor het dan herbestemd wordt om de almaar aanzwellende kosten van grote infrastructuurwerken te financieren.” Volgens Bankwatch doet de EU te weinig om de capaciteit in de nieuwe lidstaten te verhogen om kleine projecten te beheren.

De Europese financiering voor de 55 projecten is nog niet goedgekeurd. Bankwatch hoopt dat de EU twee keer nadenkt en in elk geval een strenge milieueffectrapportering en openbare consultatieprocessen voorschrijft.

Ovens in plaats van recyclage

Een aantal van de projecten stuit op hevig plaatselijk protest. In het Poolse Warschau en Krakau zien veel mensen de geplande afvalverbrandingsinstallaties niet zitten. Maar de Poolse regering trok het aantal geplande ovens op van 8 tot 12. Volgens Bankwatch is zelfs bij moderne ovens het risico groot dat er kankerverwekkende stoffen vrijkomen.

Het alternatief is meer investeren in afvalvermijding en recyclage. Polen recycleert nog maar 3 procent van zijn huishoudelijk afval. Maar als alle verbrandingsovens worden gebouwd, heeft Polen meteen twee derde van de Europese middelen opgebruikt die het voor afvalbeheer kan inzetten.

In Tsjechië is veel te doen rond de aanleg van de snelweg R52 die Brno met Wenen zou verbinden. Het traject doorkruist verscheidene natuurgebieden die beschermd zijn in het kader van het Europese Natura 2000-initiatief. De Tsjechische regering liet het milieueffect van de omstreden route en ook die van een alternatief traject onderzoeken, en besloot in juni 2008 beide wegen te bouwen, al voeren ze in dezelfde richting.

Bulgarije zou het Europese geld in de eerste plaats willen gebruiken voor de bouw van een kernreactor in Belene. Milieuorganisaties en experts trekken al jaren ten strijde tegen die plannen. De constructie van de reactor begon in 1985 maar werd stilgelegd in 1990. Tegenstanders zeggen dat het ontwerp verouderd is en dat er in de omgeving veel aardbevingen voorkomen.

PD (IPS)

.

Nu in het nieuws