Liégeois strijdt tegen de gerechtelijke achterstand

Print
11 MEI 2009, UPDATE VAN 27 NOVEMBER 2009 - De Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois heeft samen met zijn collega's een plan klaar om de gerechtelijke achterstand in strafzaken terug te dringen. Hij wil de burgerlijke partijstelling als manier om een gerechtelijk onderzoek te starten afschaffen. Ieder arrondissement moet een "scharniermagistraat" krijgen om ervoor te zorgen dat gerechtelijke onderzoeken niet uitdeinen naar nevenaspecten. De huidige referentiemagistraten (voor mensenhandel, racisme, milieu...) moeten op provinciaal niveau georganiseerd worden in plaats van arrondissementeel en er komen samenwerkingsverbanden tussen de gerechtelijke arrondissementen binnen één provincie. Liégeois legde een en ander uit aan justitieminister De Clerck. Hij had de minister uitgenodigd omdat hij verontwaardigd was dat De Clerck bij zijn aantreden gezegd had dat er "op justitie niets veranderd was in tien jaar tijd". Liégeois wil ook een versneld strafrechtelijk kort geding als alternatief voor de voorgestelde diamantwet.

(UPDATE 27 NOVEMBER 2009: Dit stuk bevat een update naar aanleiding van nieuwe gegevens die Liégeois vandaag voorstelde tijdens een studiedag naar aanleiding van het vijftienjarig bestaan van de Dienst voor Strafrechtelijk Beleid. De cijfers over de duurtijd van het gerechtelijk onderzoek mogen nu ook per gerechtelijk arrondissement meegegeven worden. De updates maken géén deel uit van het interview zelf, maar zijn een samenvatting van de auteur op basis van de voordracht, nvdr)


***************

"Tien jaar lang, tussen 1998 en 2009, gebeurde er niets op Justitie". Dat zegde de kersverse Justitieminister Stefaan De Clerck bij zijn aantreden. Deze uitspraak verbaasde de Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois en die reageerde. Een gesprek.

Waarom was U verbaasd?

Die uitspraak beantwoordt helemaal niet aan de werkelijke evolutie. We hebben de minister uitgenodigd in Antwerpen om hem uit te leggen welke fundamentele veranderingen er tussen 1998 en 2009 hebben plaatsgegrepen in het gerecht. We willen zo ook tot een nieuw vertrouwen komen tussen de machten na de Fortisaffaire.

Wat vond U daar dan van?

We zijn stomverbaasd dat een interne ruzie tussen drie rechters over één enkele zaak, zulke belangrijke effecten heeft gehad. We betreuren zeer erg dat dit leidde tot de val van de regering en tot het weggaan van minister Vandeurzen met wie wij een doorgedreven samenwerking hadden.

Wij hadden veel respect voor wat Vandeurzen deed en onze waardering heeft hij ook voor de toekomst. Er is weer vertrouwen tussen de machten nodig. Ook daarom hebben wij minister De Clerck uitgenodigd. Daarom heb ik ook voorgesteld om al wat wij hem hebben uitgelegd ook eens in het parlement te komen uitleggen. Want sommigen staan daar soms te negatief over ons werk, ook al omdat ze er geen kennis van hebben, en ze zien tegenwerking waar er absoluut geen is.

GERECHTELIJKE ACHTERSTAND

Liégeois haalde tijdens het onderhoud met de minister een recent intern onderzoek aan van het openbaar ministerie over de doorlooptijden van de gerechtelijke dossiers: hoe lang duurt het vooraleer een strafzaak voor de rechter komt, voor welke misdrijven duurt dat langer, welke parketten doen er langer over en hoe kan dat veranderd worden? We spreken hier enkel over de zaken waarvoor een gerechtelijk onderzoek werd geopend, dus de meest ernstige misdrijven die uiteindelijk voor de correctionele rechtbank of voor het Hof van Assisen worden behandeld.

De cijfers zijn nog niet definitief en worden verder gecontroleerd door de parketten, maar toch is al een eerste voorzichtige reactie mogelijk.

Wat blijkt hieruit?

* In 2008 werden 16.540 gerechtelijke onderzoeken gestart. Maar de verschillen tussen de gerechtelijke arrondissementen zijn groot. Het nationaal gemiddelde bedraagt 2,48% van het totaal aantal zaken of de "instroom" van de parketten. In de grootstedelijke arrondissementen zoals Antwerpen of Brussel is dat percentage veel hoger.

(UPDATE 27 NOVEMBER 2009: Hoei staat samen met Kortrijk helemaal onderaan: amper 1,26% van het totale aantal zaken leidt tot een gerechtelijk onderzoek. Het nationaal gemiddelde bedraagt 2,48%, maar in Antwerpen gaat het om 5,36%. Antwerpen prijkt torenhoog bovenaan, voor Brussel met iets minder dan 4%.)

* De oorsprong van die gerechtelijke onderzoeken verschilt. Gemiddeld vloeit 25% van de gerechtelijke onderzoeken voort uit een burgerlijke partijstelling.

(UPDATE 27 NOVEMBER 2009: In Brugge, Kortrijk en Oudenaarde is bijna 40% het gevolg van een burgerlijke partijstelling, twee keer zoveel als in Antwerpen en Tongeren.)

* In 2008 leidde 72,57% van de gerechtelijke onderzoeken tot een verwijzing naar de rechtbank. Dat is een lichte stijging in vergelijking met 2004 (69,11%). Maar bij burgerlijke partijstellingen leidt praktisch de helft (47%) van de onderzoeken tot een buitenvervolgingstelling. Als het onderzoek aanvankelijk is gestart door het parket geldt dat slechts voor 14,2%.

* Tussen het binnenkomen van een zaak op het parket en de vaststelling op de raadkamer verloopt 509 dagen of ongeveer 17 maanden. Maar ook hier zijn de verschillen tussen de arrondissementen groot. Ik stel met genoegen vast dat de arrondissementen van de provincies Antwerpen en Limburg, mijn ressort, goed scoren en dus snel werken.

(UPDATE 27 NOVEMBER 2009: In Bergen, Oudenaarde en Doornik is die duurtijd meer dan 2,5 keer zo lang als in Turnhout of Antwerpen. Alle arrondissementen die onder het nationaal gemiddelde zitten zijn Nederlandstalig, op Charleroi na. Alle arrondissementen van de provincies Antwerpen en Limburg werken sneller dan dat nationaal gemiddelde. In Vlaanderen zitten alleen Oudenaarde, Brugge, Kortrijk en Leuven boven het nationaal gemiddelde. Kortom: het Vlaamse gerecht werkt over het algemeen sneller dan het Waalse.)

* Andere vaststellingen zijn dat als een onderzoek is opgestart door een burgerlijke partij, de doorlooptijd gemiddeld bijna 800 dagen duurt.

* De doorlooptijd verschilt ook enorm per soort misdrijf. Fiscale fraude prijkt bovenaan met 1.856 dagen of meer dan vijf jaar. Ook de onopzettelijke doding zit twee keer boven het algemeen gemiddelde. Milieu en stedenbouw zitten eveneens ruim boven het algemeen gemiddelde. Het snelst verlopen de drugszaken: ze duren bijna zes keer korter dan de fiscale fraude. Ook de opzettelijke slagen gaan vier keer zo snel als de fiscale fraude.

* Tussen 2004 en 2008 velden de correctionele rechters 58.613 vonnissen in de zaken waarin een gerechtelijk onderzoek werd geopend. In 83% ging het om een veroordeling, in 8% om een opschorting van de uitspraak.

* Wanneer de zaak is opgestart door een burgerlijke partijstelling, dan stijgt het aantal vrijspraken tot 18,8%, vier keer zoveel als wanneer de zaak door het parket is opgestart.

* In 2008 duurde het gemiddeld 654 dagen tussen het binnenkomen van de zaak op het parket en het eerste vonnis ten gronde: 1 jaar en 10 maanden. Maar ook hier zijn de verschillen tussen de arrondissementen enorm.

(UPDATE 27 NOVEMBER 2009: In Bergen zit men flink boven de 1.000 dagen, in Doornik en Neufchâteau net onder de 1.000. In de twee snelst presterende arrondissementen, Gent en Antwerpen, gaat dit hele proces respectievelijk 2,5 en 2 keer zo snel als in Bergen. Alle Franstalige arrondissmenten, behalve Charleroi dat even hoog staat als het nationaal gemiddelde, liggen boven het nationaal gemiddelde van 654 dagen. Boven dat gemiddelde liggen ook Oudenaarde, Tongeren, Brugge, Leuven en Kortrijk. En bovendien: een rechter in Bergen heeft vier keer zoveel tijd nodig om een vonnis te vellen als een rechter in Gent en bijna vier keer zoveel als in Antwerpen. Eén in Nijvel heeft drie keer zoveel tijd nodig.)

BURGERLIJKE PARTIJSTELLING

Wat besluit U uit dit onderzoek?

De burgerlijke partijstelling zou beter worden afgeschaft, of minstens drastisch worden beperkt of bijvoorbeeld worden voorgelegd aan het parket voor goedkeuring. Bijna de helft van de burgerlijke partijstellingen leidt immers tot een buitenvervolgingstelling. De onderzoeken duren bijna twee keer zolang als de andere onderzoeken en van de 42% die dan toch tot een vervolging leiden is er in een derde van de gevallen niet eens een veroordeling.

De burgerlijke partijstelling is niet meer van deze tijd en ze is een kolossale rem op het doorstromen van de zaken.

Nog erger is de rechtstreekse dagvaardig, die aan geen enkele moderne kwaliteitsvereiste meer voldoet: de feiten zijn omzeggens nooit exact omschreven, er is geen dossier, de slaagkansen zijn gering, maar toch wordt de beklaagde onmiddellijk in de openbaarheid gebracht.

Moet ook het gerecht niet zelf orde op zaken stellen?

Inderdaad. Door de wet-Franchimont zijn we te veel met papier bezig en te weinig met inhoud. We moeten alles en nog wat motiveren en de procedures swingen de pan uit. Daar kruipt te veel tijd in, tijd die we beter zouden gebruiken voor het zoeken naar de waarheid in een rechtszaak.

GERECHTELIJK RANGEERSTATION

Wat kan het parket zelf doen aan de gerechtelijke achterstand?

Ik pleit voor één "rangeerstation" per gerechtelijk arrondissement. Dat is een voortdurend overleg tussen parket en politie over welke zaken hoogdringend zijn, welke politiemensen bij voorkeur waarop moeten werken, welke experten moeten worden ingeschakeld. Dit overleg moet er voor zorgen dat onderzoeken niet eindeloos blijven aanslepen en niet uitdeinen naar nevenaspecten. Wat we binnenkrijgen moeten we ook kunnen verwerken.

Daarnaast willen we een "scharniermagistraat", een ervaren magistraat, vrijmaken om de onderzoeken binnen de parketten op te volgen. Hij moet ervoor zorgen dat er geen prutszaken in onderzoek gaan, dat de vorderingen niet uitdeinen en zich beperken tot de kern van de zaak, en dat er niet te veel kwalificaties op de dagvaarding komen.

Mijn advies is: laat het bij de kern van de zaak en de hoofdkwalificatie, want telkens moeten alle constitutieve elementen van elk misdrijf bewezen worden en daar kruipt veel tijd in.

We hebben voor iedere subsituut een draaiboek van 120 pagina's klaar waarin alles staat wat hij moet doen: van het binnenkomen van een zaak tot de eindvordering. Het gaat niet enkel om de zuiver juridische aangelegenheden, maar ook om de taken van management zoals de betere omlijning, controle en opvolging van het gerechtelijk onderzoek, het opstellen van de eindvordering tijdens het verloop van het onderzoek.

De pg's hebben een richtlijn voorbereid om dit alles mogelijk te maken, iedere substituut is daardoor gebonden, maar toch zijn er ervaren - of zogenaamde "scharnier-magistraten" nodig om ervoor te zorgen dat de organisatorische regels gevolgd worden.

Moeten de onderzoeksrechters hier niet bij betrokken worden?

Vanzelfsprekend. Voor die onderzoeken waarvoor zij gevat zijn. Maar de parketten moeten de gerechtelijke onderzoeken ook voortdurend opvolgen terwijl ze bezig zijn. De substituten moeten tijdens het onderzoek zelf al een ontwerp van eindvordering neerschrijven dat ze telkens aanpassen. Als het gerechtelijk onderzoek dan afgelopen is, dan is de eindvordering van het parket ook zo goed als klaar en gaat daarmee alvast geen tijd meer verloren. De tijd dat men in fiscale zaken soms drie jaar deed over een eindvordering moet gedaan zijn.

Kan U die "scharniermagistraten" zomaar van hun gewone werk houden?

Neen. Daarom hebben we berekend dat in totaal zo'n 33 extra juristen nodig zijn op de parketten, waarvan bijvoorbeeld 6 in Brussel en 4 in Antwerpen. Zij kunnen helpen bij het gewone werk zodat ervaren parketmagistraten kunnen worden vrijgesteld voor die scharnierfunctie. De strijd tegen de gerechtelijke achterstand vereist dit.

En als we de middelen krijgen is er van onze kant ook een resultaatsverbintenis: de gerechtelijke achterstand moet dan naar omlaag. We zullen dan ook ieder jaar de cijfers vergelijken en zien wat nodig is en wat niet meer nodig is.

OMPTRANET

Jullie hebben sinds kort ook een intern communicatienetwerk?

We hebben de minister uitgelegd wat Omptranet is. Dat is een intern communicatienet voor alle leden van het openbaar ministerie. Daarop kan iedere magistraat alles vinden over wachtdiensten, werkregeling, omzendbrieven, belangrijke rechtspraak per tak (mensenhandel, hormonen) en ook onze 15.000 voorbeeldfiches om de misdrijven te rangschikken, te kwalificeren en te vervolgen.

Er zijn sites opgenomen voor elk expertisenetwerk en dat is nodig vermits er nu reeds zeventien expertisenetwerken binnen het Openbaar Ministerie werken. Dit gaat dus zeer ver. Men kan er zelfs instrumenten op vinden voor het aanmaken van verzoeken van internationale strafrechtshulp.

SAMENWERKINGSVERBANDEN

Zijn bepaalde arrondissementen niet te klein?

Dat is onmiskenbaar zo. Maar in tegenstelling tot tien jaar geleden is iedereen er nu van overtuigd dat dit moet veranderen. Ik heb de minister uitgelegd dat de parketten nu al - in afwachting van een schaalvergroting van de gerechtelijke arrondissementen - allerlei samenwerkingsverbanden ontwikkelen omdat het niet meer mogelijk is voor ieder parket om zich in alles te specialiseren.

Zo sloten Kortrijk en Ieper een samenwerkingsverband. Kortrijk doet gespecialiseerde milieuzaken en Ieper hormonen en voedselveiligheid. Hasselt en Tongeren gaan dan weer samenwerken rond milieu en stedenbouw. Hasselt zou dit laatste op zich nemen.

In de provincie Antwerpen willen we de financiële dossiers centraliseren, maar daar wachten we op een nieuwe procureur in Antwerpen zelf. Mechelen en Turnhout hebben een beheerscomité opgericht en willen samenwerken inzake leefmilieu en bijzondere wetgeving. De arbeidsauditoraten doen eenzelfde beweging wat hun materies betreft. Er is dus van alles bezig.

We willen bovendien orde scheppen in de "referentiemagistraten" - dat zijn bijzonder gespecialiseerde magistraten. Nu heb je er voor schijnhuwelijken, mensenhandel, milieu, racisme, de BOM-wetgeving, namaak en nog een hele mondvol. Is dit nog wel nodig op arrondissementeel vlak? We willen dit zoveel mogelijk provinciaal organiseren. Eén provinciale referentiemagistraat zou dan al de dossiers uit zijn vakdomein behandelen. Ook de arbeidsauditeurs werken hieraan mee.

U wil ook een nieuwe steundienst?

We hebben bij minister De Clerck gepleit voor een gemeenschappelijke steundienst voor het college van procureurs-generaal, de raad van procureurs en de raad van auditeurs. Die steundienst moet zowel juridische als managementsteun bieden en hij moet op termijn ook interne audits kunnen uitvoeren. Binnen die dienst worden de statistieken en de werklastmeting uitgewerkt en moet een kwaliteitscel worden opgericht. Het moet de draaischijf worden waar het strafrechtelijk beleid wordt voorbereid, waar het werk van de expertisenetwerken wordt gecoördineerd en waar voor een goede interne en externe communicatie wordt gezorgd.

We hebben in ons bestaand secretariaat kriskras 41 mensen in dienst, maar daarvan komen er 11 van de vroegere militaire rechtbanken. Die zullen moeten vervangen worden. In totaal willen we zeker 52 personen voor deze steundienst, waaronder zoveel mogelijk hooggeschoolden. We hebben hiervoor in 2009 zo'n 300.000 euro gevraagd voor een eerste fase, maar het is ten zeerste de vraag of dat er komt in deze crisistijd. Als we meer personeel hebben moeten we ook in een ander gebouw met het college, want het huidige is te klein.

DIAMANT

Liégeois heeft ook een alternatief voor de zogeheten diamantwet. Dit wetsvoorstel kwam er op initiatief van de Antwerpse diamantsector. Om te verhinderen dat speurders te veel schade aan de diamantsector zouden berokkenen door tijdens huiszoekingen te veel steentjes in beslag te nemen, wilden de indieners dat iemand uit de sector zelf naast de onderzoeksrechter zou meebeslissen over wat in beslag mocht worden genomen.

Het voorstel was door bijna alle politieke partijen ondertekend, maar het stuitte op enorm verzet van de onderzoeksrechters en de parketten. Volgens Yves Liégeois zelf was het een volledige uitholling van het huidige gerechtelijk onderzoek. De onderzoeksrechter dreigde zijn onafhankelijkheid te verliezen.

Het voorstel, dat ondertussen al zo'n twee jaar oud is, werd begraven. Er gebeurde twee jaar lang niets mee, het werd niet eens besproken en niemand vroeg ook de bespreking ervan. De parketten-generaal stelden voor een overleg op te starten met de diverse betrokken economische sectoren. Minister Vandeurzen ondersteunde dit overleg.

In dit kader stelden de parketten-generaal meerdere initiatieven voor die ook passen in de strijd tegen de fiscale en de sociale fraude. Liégeois: "We zijn onder meer voor een versnelling van het strafrechtelijk kortgeding. In plaats van de huidige procedure tot teruggave van inbeslaggenomen goederen helemaal te doorlopen en dus eerst naar de onderzoeksrechter of de procureur te stappen, zou de betrokkene in de toekomst rechtstreeks naar de Kamer van Inbeschuldigingstelling kunnen gaan. Dat kan als hij vindt dat teruggave van het inbeslaggenomen goed (diamanten, computers e.d.) echt heel dringend is en de inbeslagneming bijvoorbeeld het voortbestaan van de onderneming in gevaar brengt. De KIB zal dan ook via een versnelde procedure beslissen binnen de 15 dagen. Maar als het verzoek wordt afgewezen, moet de betrokkene drie maanden wachten om een nieuw verzoek in te dienen."

Anderzijds werd een voorstel uitgewerkt om de mogelijkheid voor het Openbaar Ministerie om een minnelijke schikking voor te stellen uit te breiden tot de gehele duur van het strafproces.

Liégeois beklemtoont dat aan deze alternatieven ook advocaten, zoals professor Raf Verstraeten, hebben meegewerkt. "Ik wil de balie trouwens in de toekomst meer bij het expertisenetwerk strafrechtspleging betrekken om gezamenlijk na te denken over de wijze waarop het strafprocesrecht in zijn geheel zou moeten evolueren in de toekomst. Alle actoren van het strafproces moeten geherwaardeerd worden, en dat geldt ook voor de rol van de balie. Ik heb zelf steeds ervaren dat de bijdrage van een goede advocaat een garantie is voor een eerlijk proces, en zo'n proces waarborgen is en blijft het hoogste streefdoel voor ons allen. We hebben dus duidelijk een gemeenschappelijk belang aan weerszijde van de balie."


Lees ook:

Liégeois wil de parketten hervormen

Liégeois leidt vanaf 1 september 2007 het college van procureurs-generaal.

Wat stelt het college voor aan de minister van Justitie?

Liégeois: "Privacywet buiten de strafprocedure houden".


MEEST RECENT