Naar een woonverbod voor pedofielen?

16 APRIL 2009 - Moet de strafrechtelijke aanpak van pedofielen strenger? Alvast Renaat Landuyt (sp.a) en Bert Schoofs (VB) willen een woonverbod voor seksdelinquenten met minderjarige slachtoffers, nadat ze hun straf hebben uitgezeten. De Kamercommissie Justitie organiseerde hierover hoorzittingen en de meeste getuigen spraken zich tégen dat voorstel uit. Sommigen vonden dat het woonverbod ruimer (Europees en voor meerdere misdrijven) moest worden opgevat. (Een tweede artikel over de hoorzittingen rond pedofilie gaat over de voorstellen om de verjaringstermijn voor pedofiele misdrijven te verlengen van 10 naar 30 jaar. Een link naar dat artikel vindt U helemaal onderaan, nvdr).

John De Wit

Renaat Landuyt (sp.a) wil dat de strafrechter, die iemand veroordeelt voor zedenfeiten met minderjarigen, de dader ook een woonverbod kan opleggen. Dat verbod start na het strafeinde of bij de vrijlating en het kan tot twintig jaar duren. Het gaat niet alleen over wonen, maar ook over verblijven. Het verbod kan gelden voor één of meer gemeenten. De strafuitvoeringsrechtbank kan de duur van het woonverbod inkorten.

Bert Schoofs (VB) gaat nog een stapje verder. Hij wil de strafrechter de mogelijkheid geven om een levenslang woonverbod op te leggen. Bovendien moet een veroordeelde pedofiel die na zijn straf ergens gaat wonen, hiervan de politie inlichten. En die politie licht dan op haar beurt alle inwoners binnen een straal van 1 km van het adres van de pedofiel in.

Schoofs vindt zijn voorstel "gematigd", want in VS heb je door de staat georganiseerde, openbare registers van veroordeelde pedofielen, waarop naam, foto, woon- en werkplaats en veroordelingen staan. Zover wil Schoofs niet gaan.

Zijn voorstel wil bovendien dat veroordeelde pedofielen niet langer meer in aanmerking komen voor eerherstel.

WAAROM?

Beide voorstellen kwamen er naar aanleiding van herrie in de wijk Bosveld van het Limburgse Hechtel in 2008. Een pedofiele ex-mijnwerker van 48 jaar, die seks met zo'n 20 minderjarigen had gehad in de jaren tachtig, daarvoor was veroordeeld én behandeld, wilde opnieuw in zijn vroegere buurt komen wonen om voor zijn ouders te zorgen. Alle straffen waren beëindigd, de slachtoffers waren vergoed, maar een aantal woonde nog steeds in die buurt. Dit plan leidde tot heel wat verzet van de buurtbewoners. Landuyt en Schoofs speelden kort op de bal en willen de wet wijzigen.

WAT KAN NU AL?

Momenteel kan de strafrechter een veroordeelde zedendelinquent met minderjarige slachtoffers verbieden om in het onderwijs te werken, om als vrijwilliger bij de scouts of op chirofeestjes mee te draaien of om in bestuursorganen te zetelen van verenigingen die werken met minderjarigen én bovendien om te werken op plaatsen waar hij een vertrouwens- of gezagsrelatie met minderjarigen kan ontwikkelen. Dat verbod kan tot 20 jaar duren vanaf de vrijlating.

Een woonverbod kan ook, maar het kan alleen opgelegd worden door de strafuitvoeringsrechtbank in het kader van een voorwaardelijke invrijheidsstelling, een probatie, een vrijlating (van een voorlopig gehechte) onder voorwaarden. Het woonverbod kan dus maar zolang duren als de proeftijd duurt. Landuyt en Schoofs willen dat het ook na die straftijd nog kan doorlopen en dat het dus een bijkomende straf wordt.

WELKE REACTIES?

De voorstellen om een woonverbod na het einde van de straf in te voeren, oogstten een massa aan negatieve kritieken van de getuigen die de Kamercommissie Justitie net voor het paasreces hoorde.

* Is er wel een probleem? Er is geen enkel onderzoek over hoe vaak het voorkomt dat daders koste wat kost in de buurt van hun slachtoffer willen wonen en dat dit ook problemen stelt. De Franstalige Orde van Advocaten denkt dat dit zelden voorkomt. Zonder empirisch onderzoek wil de Orde dit voorstel niet.

* Landuyt en Schoofs voeren de verbanning opnieuw in. Dit druist in tegen de filosofie van de veroordeling, die gericht moet zijn op reïntegratie in de samenleving en niet op uitsluiting uit de samenleving. Dat betoogde de Franstalige Orde van Advocaten en professor Thierry Moreau (UCL).

* Het is een heel zware bijkomende straf met gevolgen voor anderen: de echtgenote, de kinderen, de familie en de vrienden van de dader. De procureurs-generaal vroegen zich zelfs af op het proportionaliteitsbeginsel niet wordt geschonden door zo'n langdurige bijkomende straf, gezien er toch ook nog de vrijheid van komen en gaan is.

* Het verbod is te vaag en te ruim. Niet alleen wonen, maar ook zich vertonen en verblijven zijn verboden. Betrokkene kan de gemeente niet met de auto doorkruisen, hij kan er niet naar het ziekenhuis worden gebracht of het graf van zijn ouders op het kerkhof bezoeken, zo stelde Freddy Gazan van de Dienst voor Strafrechtelijk Beleid.

* Het verbod is ook erg ruim op het vlak van misdrijven. Ook wie schunnige advertenties plaatst, wie schunnige liederen zingt of pamfletten verspreidt, en exhibitionisten vallen er onder als hun slachtoffers minderjarigen zijn. En dan is de regel misschien wat buitensporig.

* Het verbod houdt geen rekening met de verschillen tussen de gemeenten. Een gemeente als Zoersel is veel kleiner dan een stad als Brussel. Het verbod heeft voor beide gemeenten een heel verschillend effect. Bovendien kan de rechter een aantal gemeenten opgeven en daar is geen beperking op. Het zou zelfs voor heel België kunnen. De rechter krijgt een te ruime beoordelingsmarge.

* Door het verbod wordt het slachtoffer verplicht om te blijven wonen in de gemeente waar de dader niet in mag. Als het slachtoffer verhuist, verandert de plaats van het verbod immers niet.

* Zo'n verbod laten opleggen door de strafrechter heeft het voordeel van de onmiddellijke duidelijkheid, maar het heeft vele nadelen. "De kans op overreactie is groot gezien het recente karakter van de feiten. En dan neemt de rechter misschien een beslissing die geen zin meer heeft als de veroordeelde vrijkomt. We moeten van iedere veroordeelde trouwens geen levenslang veroordeelde maken", aldus Kristine Kloeck van Child Focus, die zich tegen de voorstellen uitsprak.

"De daders van zedenfeiten met minderjarigen verschillen heel erg op het vlak van gevaarlijkheid en risico. En dat kan veranderen. Ook hun situaties kunnen erg uiteenlopen. Daarom verdient een soepel systeem zoals dat nu wordt toegepast door de strafuitvoeringsrechtbanken de voorkeur", betoogde directeur Bernard Pihet (Unité de Psychopathologie Légale van Doornik, die seksdelinquenten begeleidt).

* Dit voorstel zal de kans op recidive zeker niet verminderen, betoogde criminoloog Roel Verellen (Universitair Forensisch Centrum, Antwerpen). Onderzoek van Levenson uit 2008 toonde aan dat een woonverbod negatief werkt en des te negatiever bij jongere daders. De dader moet zich immers onttrekken aan een ondersteunende leefomgeving en eventuele tewerkstelling. Sociale en emotionele isolatie, werkloosheid en depressie zijn voorspellers van recidive, zo wees onderzoek van Hanson uit 2001 uit.

* De doelstellingen van het verbod kunnen makkelijk door bestaande andere wetten worden bereikt. Zo kan een woon- en verblijfverbod nu al worden opgelegd door de strafuitvoeringsrechter voor de duurtijd van de straf. Maar als de dader daarna opnieuw zijn slachtoffer lastigvalt kan ook de wet op de belaging (met straffen tot twee jaar) worden toegepast.

EUROPEES REGELEN?

Professor Gert Vermeulen wilde het verbod enerzijds beperken, maar anderzijds ook verruimen.

"Als je een woonverbod invoert, beperk het dan echt tot wonen en werken. Regel het Europees, zodat iedereen in Europa op de hoogte is van veroordelingen in elkaars land, en niet alleen in België. Pas het toe op meer misdrijven, niet alleen bij slachtoffers van seksuele misdrijven, maar bv. ook bij slachtoffers van geweld of van ernstige verkeersongevallen. Laat het slachtoffer hierover adviseren en modaliseer deze verboden, zodat ze soepel kunnen worden toegepast én aangepast".

Maar voor Vermeulen zijn er voorlopig wel andere prioriteiten. "Er zijn nog twee kaderbesluiten van de Europese Unie die omgezet moeten worden. Eén kaderbesluit van 24 juli 2008 biedt de rechter de mogelijkheid om rekening te houden met eerdere veroordelingen in een ander land (en dus niet alleen in België). Een tweede van 27 november 2008 gaat over het toezicht op de uitvoering van vonnissen en alternatief gestraften. Deze kaderbesluiten moeten worden omgezet in Belgisch recht".

Vermeulen wees er de Commissieleden op dat hij op verzoek van de Europese Commissie al in 2002 een blauwdruk uitschreef voor een Europees Strafregister. Sinds 2006 bestaat ECRIS, maar nog onvoldoende gebruikt. Vermeulen pleitte voor een Europees bewijs van goed zedelijk gedrag. België moet hier dringend werk van maken.

DE BUURT INLICHTEN?

Alle deskundigen spraken zich uit tégen het voorstel van Bert Schoofs om de buurt in te lichten als een veroordeelde pedofiel daar na zijn straf komt wonen. Ze zijn er ook tegen om namen en foto's van veroordeelde pedofielen op websites te zetten, wat Schoofs overigens niét voorstelt.

"De privacywet en de verdragen van de Raad van Europa en de Europese Unie verbieden en bestraffen dat", zo zegde Gert Vermeulen.

En Kristine Kloeck (Child Focus) voegde daar aan toe: "In zo'n geval gaan de ouders hun eigen angsten op de kinderen overdragen. Ze gaan overbeschermend reageren in plaats van hun kinderen op te voeden tot weerbaarheid. De kinderen moeten gewoon worden aan de gevaren van de openbare ruimte. Een publieke schandpaal jaagt de dader misschien op de vlucht, maar hij versterkt de seksuele fantasiewereld van de dader en vergroot het risico op nieuw slachtofferschap".

WEBSITES?

De uitbaters van de website Stopkinderporno.com, waarop notoire Belgische pedofielen bekend gemaakt worden, blijven strafbaar, ook als die site nu vanuit Zuid-Amerika opereert. De site zou vanavond nieuwe data verspreiden.

Want die gegevens worden hoe dan ook onwettig verspreid in België. Daarmee overtreden de betrokkenen niet alleen meerdere bepalingen van de privacywet (o.a. dat je geen computerbestanden met gerechtelijke gegevens mag aanleggen; dat je de mensen die je in een geautomatiseerd bestand opneemt daarvan op voorhand moet verwittigen en dat je ze een correctierecht moet geven; dat je je site aan de privacycommissie moet melden…) en kunnen daarvoor alleen al 550.000 euro boete krijgen. De providers kunnen medeplichtig gesteld worden aan dit misdrijf.

Omdat de privacycommissie deze site afkeurt en het federaal parket de site eerder al van het net liet halen, valt te verwachten dat dit ook nu weer gebeurt.

Maar bovendien kunnen de organisatoren ook nog vervolgd worden voor laster en eerroof wanneer de weergegeven feiten onjuist zijn en de slachtoffers klacht indienen. Dat is mogelijk een persmisdrijf, dat voor een assisenhof moet komen. Alles hangt daarbij af van de vraag of de publicatie van de namen als een "mening" wordt gedefinieerd. Hiervoor kunnen de daders nog eens een jaar cel en 1.100 euro boete krijgen.

De hoorzittingen over pedofilie in de Kamercommissie Justitie gingen ook nog over andere aspecten van de wetgeving. Zie daarvoor:

Mogen pedofiele misdrijven pas na dertig jaar verjaren?

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio