Een bedrijf moet slank, wendbaar en pezig zijn

Een bedrijf moet slank, wendbaar en pezig zijn

Een bedrijf moet slank, wendbaar en pezig zijn

Print
"Een bedrijf moet slank, wendbaar én pezig zijn" Hoeveel vet heeft uw bedrijf? Waar worden overbodige dingen gedaan? Dat kunnen we zien met de Company Mass Index, zegt professor Luc Chalmet (Universiteiten Antwerpen en Gent).

"We kunnen het niet beter vergelijken dan met een persoon, die een te hoge Body Mass Index (BMI) heeft. In dat geval spreken we van overgewicht. Zit hij te laag, dan lijdt hij aan anorexia. Daartussen is gezond. Dat is met bedrijven ook zo. Zij doen vaak een aantal overbodige dingen. Vet dus, dat kan worden weggehaald. En daarbij houden we dan nog eens bijkomend rekening met de wendbaarheid."

Hoe snel kunnen ondernemingen inspelen op veranderingen?

"De principes kunnen op elke sector worden toegepast", zegt Chalmet. Eerst moeten we ons afvragen wat de klant wil. Dan hoe je daaraan kunt beantwoorden. Vervolgens hoe je dat zo efficiënt mogelijk kunt doen, bijvoorbeeld door dingen die geen toegevoegde waarde creëren weg te snijden. Voorts doe je alleen het werk dat echt gevraagd wordt door de klant. En tenslotte probeer je steeds maar te verbeteren. Toyota, dat het principe bedacht, is al zestig jaar bezig, maar ziet nog altijd mogelijkheden."

"Om wendbaar te zijn moet je geobsedeerd met je klanten bezig zijn en alles doen om zijn problemen te helpen oplossen. Iedereen in de onderneming moet zich voortdurend aanpassen aan steeds sneller vernieuwende omstandigheden. Sommige bedrijven zijn wel wendbaar, maar niet pezig genoeg." Op het lijstje met klanten dat Chalmet intussen doorlichtte, prijken namen als Massive en DuPont de Nemours.

Hoe meet je in de praktijk hoeveel vet er in een bedrijf aanwezig is?

Ik probeer groepen te vormen van 3 à 4 middenkaders uit diverse afdelingen van het bedrijf. Zonder hun baas wel te verstaan. Want die zal altijd proberen om de controle naar zich toe te halen en de zaken te mooi voor te stellen. Hen leg ik een batterij van minstens 120 concrete stellingen voor. Bijvoorbeeld: "De productie wordt dagelijks bezocht door de klanten." Daarop kunnen ze antwoorden: van toepassing of niet. De vragen worden wel aangepast per bedrijfstak.

Wordt u er niet vaak bijgehaald om een besparingsplan door te drukken?

De term 'slanke productie' wordt inderdaad vaak misbruikt om besparingen te doen, maar je kan zodanig diep snijden dat je in een toestand van anorexia komt. Dan is je bedrijf niet meer wendbaar. Dus dit is niet altijd een oplossing. Het komt er trouwens niet alleen op aan om slank te zijn. Je moet ook durven denken in functie van oplossingen voor je klant. In plaats van alles zelf te doen, kan je dat ook vaak bereiken door samen te werken met andere bedrijven. Dat is iets wat velen nog niet onder de knie hebben.

Hoe evalueert u de situatie in de bedrijven die u al heeft doorgelicht?

De situatie is heel divers, maar algemeen kan ik wel zeggen dat bedrijven te weinig oog hebben voor wat zich rondom hen afspeelt. Er is te veel navelstaarderij. Vooral productiebedrijven hebben dat. Vaak hebben ze ook te weinig oog voor continue verbeteringen. Het belangrijkste is de interpretatie van de resultaten. Het is niet zo dat je even snel iets invult op het internet om te zien hoe je scoort. Elk bedrijf is anders.

Misschien een gemeenplaats: Belgische bedrijven hechten veel waarde aan kwaliteit, terwijl Nederlandse betere verkopers zijn.

Dat klopt wel. Je moet niet meer kwaliteit leveren dan de klant vraagt. Als je daar te veel boven gaat, doet dat alleen maar de kosten toenemen.

Hoe wordt uw werk onthaald in de bedrijven?

Goed. Ik word gevraagd door bedrijven die openstaan voor veranderingen. En een groot voordeel daarbij is dat de doorlooptijd van het project maar twee à drie weken is. Je hebt dus snel resultaat.

Johan Van Geyte

www.cimes.be

.

Nu in het nieuws