Altijd zondag in Dominicaanse Republiek

Altijd zondag in Dominicaanse Republiek

Vakantie

Altijd zondag in Dominicaanse Republiek

Print
"Het mooiste land dat menselijke ogen ooit hebben gezien”, schreef een enthousiaste Columbus toen hij in 1492 na een lange en vermoeiende reis was geland op de noordkust van de huidige Dominicaanse Republiek. Westerse toeristen die vandaag deze bestemming aandoen, verlaten vaak amper hun resort. Toch loont het de moeite af en toe de neus buiten te steken.

Er is niks mis met een strandvakantie, zo af en toe. En dan mag de Dominicaanse Republiek met haar witte zandstranden en wuivende palmbomen wel cliché klinken, het is lang geen slechte keuze.

In de begindagen van het toerisme in de jaren ‘80 trok vooral de noordkust aan. En Puerto Plata is nog altijd zeer geliefd bij surfers en duikers, maar momenteel zijn de kusten van het oosten en zuidoosten toch meer in trek.

De all-in-formule, die hier werd uitgevonden, laat toe dat gasten dag en nacht in hun hotel kunnen genieten van spijs, drank en animatie. Geen wonder dus dat de toeristen hun Caraibisch resort amper verlaten. In de onmiddellijke omgeving valt er ook weinig te bezoeken: er zijn geen dorpen of steden.

Aan de nochtans paradijselijke (maar ontoegankelijke) kokosnootkust van Punta Cana hebben nooit mensen gewoond, maarnu schieten de resorts er als palmen uit de grond. Zo ecologisch mogelijk, dat wel. De bouwwerken mogen niet ‘boven de palmbomen’ uittorenen. De Dominicaanse Republiek wil niet dezelfde fouten maken als de Spaanse costa’s.

1. Vissers van Saona

Wie niet genoeg heeft aan het privéstrand van zijn resort, moet zeker aanmonsteren voor een speedbootuitstap langs de lage en lege kust van het Parque Nacional del Este naar het uiterst zuidoostelijk gelegen eiland Saona.

Dat maakt deel uit van het 430 km² grote natuurreservaat en telt twee kleine, maar kleurrijke nederzettingen. De vissers van weleer vangen nu wel voornamelijk dollars en euro’s. Het eiland heeft geen hotels, dus je kan er niet overnachten. Wel een siësta houden op de strandzetels na een plaatselijke lunch.

2. Indianengrot

Tussen de steden La Romana en Santo Domingo ligt de Cueva de los Maravillas, een pas sinds enkele jaren toegankelijk grottencomplex. De ecologisch uitgebate grotten fascineren door de talrijke 800 à 1.000 jaar oude, naïeve schilderingen van de Taino-indianen.

Deze oorspronkelijke bewoners van Columbus’ Hispaniola werden in enkele tientallen jaren tijd volledig uitgeroeid: door geweld, slavernij of Europese ziekten. Anders dan in de rest van Midden- en Zuid- Amerika bleven geen genetische sporen over.

De huidige Dominicaanse bevolking bestaat uit mulatten (vermenging van Spaanse kolonisten met zwarte slaven), zonder een greintje indianenbloed. Ze leeft om de heupen te wiegen op de ritmische merengue en met hart en ziel beisbol (honkbal) te spelen.

3. Safari binnenland

Een glimp van die bevolking vang je op tijdens een safari door het groene en heuvelachtige binnenland. De rit zelf vormt een sensatie op zich. In de laadbak van een grote pick-up donder je over het Dominicaanse wegennet. Hier wordt niet rechts van de weg gereden. Maar links evenmin. Het is slalommen tussen de gaten en kuilen in het wegdek.

De Bavaro Runners voeren je langs een dorpsschooltje (kinderen van alle leeftijden in één klas) en door een suikerplantage. De safari doet ook een batey, een Haïtiaans krottendorp, aan.

Naar schatting 2 miljoen onderbetaalde Haïtianen werken in de Dominicaanse Republiek, vooral in de suiker- en bouwsector. Je houdt ook halt in een artisanale koffie- en cacaobranderij, waar je kunt kennismaken met lokale vruchten en kruiden. En met mamajuana, de Dominicaanse viagra, naar verluidt ook goed bij hoofd-, rug- en maagklachten.

4. Santo Domingo

Hoofdstad Santo Domingo is een metropool met 3 miljoen inwoners (op een totaal van 9 miljoen). Ze werd op de zuidelijke kust in 1496 gesticht, op een zondag (vandaar: santo domingo). Voor er goud werd gevonden in Mexico en Peru, was dit de belangrijkste stad in de Caraïben. 500 jaar later staat dat koloniale verleden voor enkele toeristische troeven.

Zowat alles is hier de eerste of de oudste van de Nieuwe Wereld: het eerste stenen gebouw, het eerste klooster, de oudste kathedraal, enz. Of de eerste aangelegde straat van Amerika, de Calle las Damas, waar de echtgenote van Diego Colón (zoon van) met haar hofdames flanerend haar heimwee trachtte te vergeten. Het echtpaar woonde in het Alcazár de Colón dat de Plaza España domineert.

Het gebouw werd destijds geplunderd door kaper Francis Drake en door de voormalige Dominicaanse dictator Trujillo heringericht met uit Europa aangesleepte spullen.

Trujillo, die de stad ooit naar zichzelf noemde, wou zich vereeuwigen met bouwwerken als obelisken, het protserige Palacio Nacional waar de regering zetelt, en de herinrichting van een jezuïetenkerk tot het Pantéon Nacional, waar de vaderlandse helden begraven liggen. Trujillo zelf is door zijn zoon begraven op Père Lachaise toen hij in ‘61 werd doodgeschoten op de kustboulevard.

Ook de latere president Balaguer had een droom, toen de 500ste verjaardag van de ontdekking van Amerika eraan kwam. Resultaat is een nachtmerrie van een gebouw, de Faro a Colón (fotootje links). Bedoeling was dat deze vuurtoren van Columbus elke nacht met spots een kruis in de lucht zou vormen. Toen er echter in de stad nog meer stroompannes plaatsvonden dan gewoonlijk, werd dat één nacht per week, later één keer per maand en nu helemaal niet meer. Binnenin bevindt zich het praalgraf van Columbus. De moeite, als hij daar ook werkelijk ligt...

NIET TE MISSEN