De Groof: "Mijn vrouw werd bedreigd"

Tijdens de nachtzitting van de Fortiscommissie werd Jan De Groof gehoord. Hij vertelde vooral hoe zijn vrouw was bedreigd.

kscherpenberg

Jan De Groof is regeringscommissaris voor de universiteiten van Antwerpen en Hasselt en professor in het onderwijsrecht. Hij is de echtgenoot van Christine Schurmans, één van de drie raadsheren die in de achttiende kamer van het Brusselse Hof van Beroep het Fortisarrest moest vellen. Schurmans werd net voor de uitspraak ziek, vreesde voor een “dramatische wending” in de zaak en De Groof belde dan de kabinetschef van premier Leterme en minister van Justitie Jo Vandeurzen op om zijn beklag te doen.

Hij stelde ook voor om zijn echtgenote tijdelijk weg te halen uit het hof van beroep en te benoemen bij de Lamfalussy-commissie, die door de regering pas is opgericht om de financiële wereld door te lichten en wetgevende voorstellen te doen. De commissarissen wilden weten of zo geen ongeoorloofde politieke druk was ontstaan.

“Geschandaliseerd”

De Groof begon met te zeggen dat hij “niets over de inhoud van het beraad” zou zeggen, maar “ongewild geconfronteerd werd met zeer laakbare praktijken tegen mijn echtgenote. Ik ben hiervan nog steeds geschandaliseerd”, zo stelde hij.

Volgens hem doet de achttiende kamer van het Brusselse hof normaal gezien nooit zaken zoals de Fortiszaak en had Schurmans “er bij eerste voorzitter Guy Delvoie op aangedrongen om die zaak niet door deze kamer te laten behandelen. De kamer heeft bovendien een grote achterstand”. Volgens De Groof gaf Delvoie “geen enkel argument om dit toch te doen, behalve zijn gezag”.

De Groof zegde dat Schurmans, die in november was geopereerd en daarbij een infectie had opgelopen, “het ontwerp van het arrest moest opstellen”. De tijd om dat te doen, werd plots ingekort en toen ze ziek werd, stelden de twee andere raadsheren van de achttiende kamer haar een ontwerp van arrest voor, waarover “desnoods nog één minuut kon gedelibereerd worden” en dan moest ze het maar op haar ziekbed tekenen.

Schorsing

Na deze uitspraken werd de zitting geschorst door de experten van de parlementaire onderzoekscommissie. Zij waren van oordeel dat De Groof het geheim van het beraad in de achttiende kamer had geschonden door bekend te maken dat Schurmans het arrest moest opstellen en dat hierin later verandering kwam.

Expert en ex-procureur-generaal Jean du Jardin zegde dit zelfs uitdrukkelijk. De Groof ging hiermee niet akkoord. Volgens hem mag je praten over de wijze waarop wordt beraadslaagd in een kamer, zolang je maar niet over de inhoud van die beraadslaging praat.

Onderzoeksraadsheer Heymans, die de strafklacht wegens schending van het beroepsgeheim tegen Schurmans onderzoekt, scheen hiermee akkoord te gaan.

Na de schorsing schetste De Groof uitvoerig hoe de voorzitter van de achttiende kamer, Paul Blondeel, zijn vrouw en kinderen had bedreigd toen ze bij hen thuis in Boechout kwamen om het arrest door Schurmans te laten ondertekenen. Blondeel zou tegen de kinderen hebben gezegd dat hij “haar rechterlijke carrière zou breken als ze niet zou tekenen”.

De echtgenoot van Schurmans maakte ook duidelijk hoe de advocaten van de staat al op 12 december ’s ochtends konden weten dat Schurmans ziek was en dat er dus problemen konden rijzen als de debatten heropend zouden worden in de namiddag.

“Ik heb het ziektebriefje van mijn vrouw gemaild naar het adres van de griffie, want alleen dat kreeg ik, niet dat van Delvoie. Het is dus mogelijk dat de advocaten via de griffie wisten dat mijn vrouw ziek was”.

De Groof gaf toe dat hij over de problemen van zijn vrouw belde met Hans D’Hondt, de kabinetschef van premier Leterme. Hij zegde dat hij als tijdelijke oplossing voor de problemen een benoeming van zijn vrouw in de Lamfalussy-commissie voorstelde (“omdat dit perfect aansloot bij de expertise van mijn vrouw”), maar dat Hans D’Hondt dit onmiddellijk van de hand wees. De Groof zegde verder dat hij ook nog Jo Vandeurzen over deze problemen had gebeld, maar die was toen reeds op de hoogte.

De Commissie besloot tenslotte om – buiten de politici – geen verdere getuigen meer te horen en ook geen confrontaties te organiseren over onopgehelderde punten.

Wandelgangen

In de wandelgangen werd vrijdagavond druk gespeculeerd over het gedrag van De Groof. Door te vertellen dat zijn vrouw het ontwerparrest moest opstellen, gaf hij immers toe dat zijn vrouw hem dat had verteld en volgens de interpretatie van expert du Jardin, - als voormalig procureur-generaal bij het Hof van Cassatie toch niet de minste - leverde hij daarmee extra-bewijsmateriaal om zijn vrouw vervolgd te krijgen voor schending van het beroepsgeheim. De Groof kon dit volgens kwatongen alleen maar doen met de bedoeling om de strafrechtelijke en tuchtrechtelijke vervolgingen tegen zijn vrouw nietig te laten verklaren, wegens procedurefouten. Hij moest dan maar gewoon zeggen dat hij de wet over het geheim van het beraad anders interpreteerde.

Waarbij natuurlijk wel het punt blijft dat De Groof niet de enige is die die wet anders interpreteert dan du Jardin.

In de wandelgangen kon ook worden vernomen dat Schurmans het arrest moest uitschrijven omdat alle drie de raadsheren aanvankelijk akkoord gingen om het (regeringsvriendelijke) Fortisvonnis uit de eerste aanleg te bevestigen. Maar later veranderde voorzitter Paul Blondeel van idee en hij kon zijn collega Salmon overtuigen. Schurmans zou daarmee niet akkoord zijn gegaan en zou dit zeer persoonlijk opgevat hebben. Daardoor zou al de herrie ontstaan zijn.

Hénin

Zaterdagmorgen liet commissielid Servais Verherstraeten (CD&V) weten dat de kabinetschef van Didier Reynders, Olivier Hénin, mogelijk heeft gelogen over zijn rol toen de Fortiszaak in eerste aanleg voorkwam.

Hénin had de commissarissen gezegd dat hij op de middag van 6 december aan de kabinetschefs van de vicepremiers had verteld dat hij van de advocaten van de staat vernomen had dat het openbaar ministerie in deze zelfde namiddag van 6 december zijn advies in de Fortiszaak zou voorlezen. Hij wist – naar eigen zeggen – niet wat de inhoud van dat advies was. De christendemocratische kabinetschefs beweren dat hij dat wel al wist en ook had meegedeeld.

Volgens Verherstraeten kan deze verklaring van Hénin niet juist zijn. “Al op 30 oktober besliste kortgedingrechter De Tandt dat de Fortiszaak zou worden voortgezet op 6 november. Het feit dat het advies op 6 november zou worden voorgelezen was dus al zes dagen vroeger geweten. Het is onmogelijk dat de advocaat van de staat op 6 november ’s middags nog Hénin zou gebeld hebben met de ‘onrustwekkende’ mededeling dat het advies die namiddag zou worden uitgesproken. Want dat wist men al. Als die advocaat Hénin gebeld heeft, dan zal hij wel meer te vertellen gehad hebben”, aldus Verherstraeten, die aan minister van Financiën Didier Reynders (MR) hierover meer uitleg zal vragen maandagnamiddag.

John De Wit