Kabinetschef Vandeurzen: "Kabinet vroeg alleen maar inlichtingen"

Kabinetschef Vandeurzen: Kabinet vroeg alleen maar inlichtingen

Kabinetschef Vandeurzen: "Kabinet vroeg alleen maar inlichtingen"

Print
“Het kabinet heeft alleen maar inlichtingen opgevraagd bij het parket en dat behoort tot onze taak. Wij waren niet bekommerd om het resultaat van het Fortisarrest, maar wel om het goede imago van Justitie”. Dat zei Herman Dams vrijdagmorgen tegen de Fortiscommissie.

Die Fortiscommissie moet nagaan of politici druk uitoefenden op het Brusselse gerecht om een regeringsvriendelijk Fortisarrest te vellen. Dams was kabinetschef van Justitieminister Jo Vandeurzen en jarenlang parketmagistraat in Antwerpen, wat hij ook nu weer is.

Voor Dams spitste de zaak zich toe op twee interventies: in eerste aanleg tegenover substituut Paul D'haeyer, die op 6 november als parketmagistraat een advies in de zaak moest uitbrengen. Een advies dat overigens negatief was voor de regering; en in beroep, op 12 december, de dag van het arrest, tegenover procureur-generaal Marc de le Court.

1. Eerste aanleg

Dams zegde dat advocaat Van Buggenhout, de advocaat van de staat in het Fortisdossier, hem opbelde met “een technische vraag over hoe het parket een advies in burgerlijke zaken opstelt”. Van Buggenhout was hem was voorverwezen door Olivier Henin, de kabinetschef van Didier Reynders.

Dams vond zo’n vraag “bizar” voor zo’n bekend advocaat. Hij belde op de middag met procureur Bulthé om het te vragen. “Als ik wist dat het advies nog niet was voorgelezen, zou ik nooit gebeld hebben, ik dacht dat het al was voorgelezen was.”

Dams ontkende dat hij tijdens het onderhoud met Bulthé zou gevraagd hebben naar de politieke kleur van Paul Dhaeyer, de substituut die het advies had geschreven. Dhaeyer had op een vorige zitting beweerd dat Bulthé hem dat zo had gezegd. “Waarom zou ik dat doen? Ik kende Dhaeyer, want hij was één van de aanbevolen kandidaten om op het kabinet-Vandeurzen te komen werken.”

Discussie

Op de vraag of hij het niet vreemd vond dat advocaten voor inlichtingen over rechtszaken bellen naar het kabinet van justitie, antwoordde Dams: “Iedere burger kan ons bellen voor inlichtingen. Dat gebeurt dagelijks. Het is niet ongebruikelijk dat een advocaat van de Belgische staat contact heeft met vertegenwoordigers van de Belgische staat.”

Er ontstond tussen de commissarissen een hele discussie over een telefoontje van adjunct-kabinetschef Eric de Formanoir en over het gesprek van Dams met Bulthé. Renaat Landuyt en Jean-Marie Dedecker willen beiden ook nog horen als getuigen, maar de meerderheid wees dat eerder al af. Bart Tommelein zegde nu: “We beslissen daarover later.”

2. Beroep

Was er dan druk bij de behandeling in beroep?

Dams: “Op de middag voor de uitspraak belde Jo Vandeurzen mij op dat hij van Hans Dhondt, de kabinetschef van premier Leterme, had vernomen dat er proceduriële problemen waren tijdens een zitting die in de namiddag moest plaatsgrijpen en dat er zelfs ruzie was tussen de raadsheren. Ik wist toen nog niet dat de zaak al in beraad was.” Dams moest dit uitzoeken.

Dams zegde dat hij hierover alleen maar mocht informeren bij de procureur-generaal, Marc de le Court. Hij wilde weten of die informatie klopte en wat de pg ging doen om de goede rechtsgang te handhaven. Dams: “De pg wist van niets en ging zich informeren. Ik vernam later van hem dat de zitting op 15 december zou hernomen worden met andere raadsheren. Voor mij was de zaak toen gesloten.”

Maar om 17 uur kreeg Dams een telefoon van Olivier Henin, kabinetschef van Reynders, die hem zegde dat “de advocaten van de staat hem hadden gezegd dat er om 18 uur een uitspraak zou zijn en dat die advocaten de kamer die die uitspraak zou doen, wilden wraken”.

Verbaasd

Dams zegde “verbaasd te zijn omdat de informatie van de pg niet klopte met die van Henin”. Hij belde de pg om inlichtingen en “die wist helemaal niet van een zitting of een uitspraak”. Dams suggereerde dat de pg “zijn werk moest doen”.

Om 18 uur belde de pg nog terug met de melding dat er “geen zitting en geen arrest zou zijn”. Maar kort daarna belde dan weer de kabinetschef van premier Leterme, Hans Dhondt, dat “het arrest per mail zal worden opgestuurd”.

Dams zegde dat hij om 20 uur een volledig verslag van de pg kreeg. Die deelde mee dat de partijen de debatten wilden heropenen, maar raadsheer Schurmans was ziek. Dan greep er maar een “informele zitting” plaats, waarop “geen conclusies mochten worden neergelegd”. De advocaten van de staat stelden daarna een verzoekschrift op om het hof te wraken, maar de griffie was al dicht.

Dams: “Dit was du jamais vu. Wat een informele zitting is weet ik niet. Later kregen we dan weer het bericht dat het arrest om 22 uur zou gemaild worden. Wij dachten dat de pg in het ootje was genomen door het hof van beroep en vroegen hem dat hij de volgende ochtend een verslag zou komen doen op het kabinet.”

Misbruik

Kon dit wel, wilden de commissarissen weten.

Dams zegde dat hij “gewoon inlichtingen heeft opgevraagd bij de pg over een toch wel onregelmatige procedure: een arrest dat per mail wordt verstuurd, een uitspraak waar de procureur-generaal niet bij is, een informele zitting waar je geen conclusies mag neerleggen, een arrest waar in staat dat over de heropening van de debatten is gediscussieerd met twee raadsheren en niet met de verplichte drie. Wij wilden weten wat er precies gebeurd was”.

Volgens Dams stelde procureur-generaal de le Court de zaterdagmorgen na het arrest voor dat de minister van Justitie een cassatieprocedure zou opstarten omdat een rechter zijn boekje was te buitengegaan en zijn macht had misbruikt. Dat kan op basis van artikel 1088.

Zwarte dag voor Jusitie

Volgens Dams hebben enkele collega-ministers in de week daarna ook gevraagd om die procedure toe te passen.

Om die reden liet procureur-generaal de le Court het hele Fortisdossier op 15 december naar het kabinet van Vandeurzen brengen. Dams: “Niemand keek er in, ik niet en de minister niet, het stond daar drie dagen het kantoor van de minister. Maar die had al besloten om artikel 1088 niet toe te passen omdat je dit alleen maar kan doen als alle andere partijen in de rechtszaak niets gemerkt hebben van dat machtsmisbruik en zelf geen procedure meer kunnen instellen. Welnu dat kon nog.”

Dams besloot: “Voor ons was 12 december (de dag van het Fortisarrest) een heel zwarte dag voor Justitie. En de dertiende startte dan op de koop toe de zaak-Iassir (een veroordeelde die door een fout van de gevangenisgriffie werd vrijgelaten, nvdr)”.

Dams hield dus voet bij stuk dat hij alleen maar inlichtingen had ingewonnen over verhalen over misstanden die hij of zijn minister hadden gehoord en dat hij dit perfect mag. Hij had geen druk uitgeoefend.

MEEST RECENT