Federaal parket evalueert terrorismewet

Federaal parket evalueert terrorismewet

Federaal parket evalueert terrorismewet

Print
3 JANUARI 2009 - In 2008 heeft het federaal parket 53 nieuwe strafonderzoeken voor terrorisme opgestart, de helft van in 2007 (111). Daar komen nog eens 18 zaken bij de lokale parketten bij. Dat deelde federaal procureur Johan Delmulle (foto) dinsdag mee in de Kamercommissie Justitie. Die organiseert momenteel hoorzittingen over de Belgische antiterrorismewet. Delmulle zegde dat opruiing via het internet strafbaar moet worden. Hij vond verder dat bijzondere opsporingsmethoden ook op ontvluchte gevangenen moeten worden toegepast.

De Kamercommissie Justitie organiseert momenteel hoorzittingen over de antiterrorismewet. Dinsdag werden federaal procureur Johan Delmulle, de Gentse procureur-generaal Frank Schins en Europees terrorismecoördinator Gilles de Kerchove gehoord.

Cijfers

Delmulle gaf eerst een aantal cijfers.

In 2008 werden 53 nieuwe strafonderzoeken opgestart door het federaal parket. Van die 53 waren er 27 in Brussel, 4 in Antwerpen, 1 in Turnhout en geen enkel in Limburg. Daarnaast waren er nog eens 18 nieuwe strafonderzoeken inzake terrorisme, die niet naar het federaal parket werden doorgestuurd, of waarover nog niets is beslist. Hiervan waren er 7 in Brussel, 5 in Antwerpen en 2 in Hasselt. Samen goed dus voor 71 nieuwe terrorismeonderzoeken.

Waarom startte het federaal parket maar half zoveel dossiers op dan in 2007?

Federaal procureur Delmulle gaf twee redenen op voor de daling van het aantal onderzoeken in vergelijking met 2007:

* Men moest zich vanaf nieuwjaar na het terreuralarm in Brussel bezighouden met één groot dossier, waarop 80 speurders zaten en daardoor konden andere zaken niet behandeld worden.

* Bovendien werden vroeger alle verzoeken van de Cel voor Financiële Informatieverwerking, die de financiering het het terrorisme bestudeert, automatisch in onderzoek gestoken. Nu bestudeert men eerst de context en daardoor vallen er een aantal weg.


Terreuralarm in Brussel

De bijzondere opsporingsmethoden of BOM-methoden (infiltratie, schaduwen, gebruik van informanten e.d.) worden maar weinig benut in terrorismezaken.

Sinds einde 2003, toen de BOM-wet van toepassing werd op terrorismeonderzoeken, voerde de politie 3.271 langdurige observaties uit, waarvan slechts 91 (2,4%) in terrorismezaken.

De politie infiltreerde sinds dan 220 keer in een bende, maar slechts 4 keer (1,8%) in een terreurgroep.

De agenten gebruikten vaak informanten, maar de terrorismedossiers tekenen ook daar slechts 5% van de gevallen. (Het aantal informanten wordt traditioneel niet bekend gemaakt, nvdr).

Wat moet veranderen?

Delmulle stelde dat de nieuwe terrorismewet een goede zaak was omdat er nu eenzelfde juridisch kader is voor alle lidstaten van de Europese Unie. "En dat is nodig, want alle terrorismeonderzoeken die wij opstarten hebben internationale vertakkingen."

Toch kan er nog van alles verbeteren, zo meende Delmulle.

* België moet dringend een wet maken waardoor opruien via het internet strafbaar wordt. Er zijn momenteel 5.000 sites die krachtig oproepen tot de jihad, er zijn sites waarop men gifbommen leert maken en waarop allerlei geheime documenten van de inlichtingendiensten worden te grabbel gegooid, maar strafbaar is dat niet omdat de oproepen zich niet tot één specifieke persoon richten, noch één specifieke daad beogen, maar wel algemeen en vaag zijn. Ook die vage oproepen moeten in de toekomst strafbaar worden, meende Delmulle, die daarmee gewoon de Europese Unie volgde.


Opruiende video van Al Qaida

* De identiteitsgegevens van politiemensen moeten afgeschermd worden voor de verdachten en bovendien moet wie de identiteit van een informant of een undercoveragent bekend maakt ook gestraft kunnen worden.

* De rechter moet een terreurgroep kunnen verbieden en ontbinden. Nu kan dat niet. Hij moet ook een verbod kunnen opleggen om de uiterlijke tekens van die groep te dragen en hij moet zelfs kunnen verbieden dat vervangingsorganisaties (onder een andere naam) worden opgericht om zo de activiteiten van de verboden groep voort te zetten.

* De wet op de beschermde getuigen moet soepeler. Door die wet kunnen mensen die een terreurnetwerk verklikken een andere identiteit krijgen. In 2008 behandelde Delmulle, die ook voorzitter is van de getuigenbeschermingscommissie, die de bedreigde getuigen moet beschermen, vier nieuwe aanvragen en nog eens twee vanuit het buitenland.

Delmulle zegde dat hij al meerdere malen tot versoepeling van deze wet had opgeroepen. Meer bepaald wil het federaal parket dat de procedure veel eenvoudiger wordt. Ook moet de identiteit van de politiemensen die beschermde getuigen volgen, afgeschermd worden: nu is die nog bekend, zodat de terroristen zich op de politiemensen kunnen richten om aan de weet te komen waar een beschermde getuige verblijft.

Delmulle vond het ook niet gepast dat getuigen, die zelf vervolgd worden voor de misdrijven waarover ze getuigen, niet in zo'n beschermingsprogramma kunnen worden opgenomen.

En hij wilde tenslotte dat zijn commissie inlichtingen bij de banken, de belastingen en het kadaster over de beschermde getuige kan opvragen om na te gaan of hij extra financiële middelen nodig heeft.

* Ook de BOM-wet, de wet die de bijzondere opsporingsmethoden van de politie regelt moet worden bijgespijkerd op meerdere vlakken.

De politiediensten moeten ook computers kunnen hacken en de beveiliging van bepaalde computers kunnen opheffen. De inlichtingendiensten zullen dat in de toekomst kunnen, maar de politie niet.

Momenteel is het onmogelijk om BOM-methodes te gebruiken bij een ontsnapte gevangene. De politie kan hem - of de woning van zijn liefje - niet langdurig observeren, ze kan niet infiltreren in zijn milieu om te zien waar hij zit. Vroeger kon dat wel, maar het Grondwettelijk Hof vernietigde de regeling en de wet werd nog altijd niet aangepast.


Terreuraanslag in Mumbai

Als de politie binnendringt in een woning om een "inkijkoperatie" te doen, dan moet ze in de toekomst ook gesloten voorwerpen kunnen openen en die zelfs tijdelijk meenemen als dat niet onmiddellijk gaat. De inlichtingendiensten zullen dat in de komende BIM-wet (wet op de bijzondere inlichtingenmethodes, nvdr) wel kunnen en daardoor voelt de politie zich gediscrimineerd.

* De federale politie is ook bevoegd voor terreuraanslagen tegen gebouwen van de Europese Unie in België. Maar alleen als de verdachte in België wordt gevonden. En dan hol je die bevoegdheid om op te treden uit, meent Delmulle. Hij wil dat het federaal parket voor aanslagen tegen de Europese Unie bevoegd is, ongeacht waar die dader wordt gevonden.

* Alle tolken moeten een veiligheidsverificatie hebben: ze moeten op hun veiligheid worden gecontroleerd. Nu is dat niet zo, maar 't is wel nodig als ze moeten tolken in terrorismezaken.

* De politie heeft veel te weinig volk om het terrorisme aan te pakken. Dat is vooral in Brussel en Antwerpen zo en het is al herhaaldelijk aangeklaagd, maar er verandert niets.

Een bijkomend probleem is dat de federale procureur zelf geen eigen politie ter beschikking heeft. Hij moet soms een beroep doen op lokale politiediensten en dat verloopt allemaal te traag en weinig efficiënt.

Delmulle vroeg zich af of er geen nationale onderzoekseenheid terrorisme bij de federale politie moet komen.

* Tenslotte rijst de vraag of het begrip "terroristische organisatie" nog wel aangepast is aan de evolutie van het terrorisme zelf. Volgens de wet moet een terreurorganisatie een strikt hiërarchisch systeem zijn met duidelijke omschreven rollen en taken voor iedereen. Maar in de praktijk zijn de terreurgroepen steeds meer kleine, losse verbanden van extremisten, die nu eens wel en dan weer niet samenwerken. Moet de wet niet worden aangepast aan die evolutie?

Wat wil Europa?

Dat stelde ook de Europese coördinator voor de strijd tegen het terrorisme, de Belg Gilles de Kerchove.


Osama bin Laden

Hij pleitte er bovendien voor dat het ronselen van extremisten in België voor reisjes naar de Koranscholen in Pakistan om daar een terreuropleiding te volgen, een apart misdrijf wordt. Momenteel worden dit soort ronselpraktijken en de deelname aan die trainingskampen in België al vervolgd als "deelname aan een terroristische groepering".

Maar volgens de Kerchove is een apart misdrijf nodig, omdat Pakistan anders niet kan of wil optreden.

De Kerchove pleitte er ook voor om de termijn waarbinnen iemand die opgepakt is mag worden vastgehouden zonder voor een rechter te verschijnen, wordt opgetrokken. Nu is die 24 uur en dat is in terrorismezaken wellicht te weinig, vreesde hij.

Hij stelde dat het gerecht in terreurzaken veel vroeger dan nu zou moeten kunnen tussenkomen, om terreuraanslagen te verhinderen.

Voor hem waren er drie soorten bedreiging:

* Al Qaida, in de bergen van Afghanistan en Pakistan

* de franchising van Al Qaida: de groepen die met Al Qaida gelieerd zijn in de Magreblanden en die een beroep doen op kleinere cellen in de Europese landen

* de radicalisering in Europa zelf. Daarbij moet men vooral oog hebben voor de gevaren van het internet, hét middel bij uitstek dat door deze radicalen wordt gebruikt om terreuraanslagen voor te bereiden; en ook voor de ronselpraktijken naar Pakistan.

Nu in het nieuws