De zaak-Iassir: het failliet van het beroep vanuit de gevangenis

De zaak-Iassir: het failliet van het beroep vanuit de gevangenis

De zaak-Iassir: het failliet van het beroep vanuit de gevangenis

Print
16 DECEMBER 2008 - Minister van Justitie Jo Vandeurzen (CD&V) kreeg vandaag, dinsdag, in de Kamer van alle politieke partijen steun voor zijn beslissingen in de zaak-Iassir, één van de vermeende doders van Kitty Van Nieuwenhuysen (foto), die het voorbije weekend bijna vrij kwam. De minister was verontwaardigd omdat dit soort vrijlatingen niet uitzonderlijk is. Hij heeft aan het College van Procureurs-generaal gevraagd om een modernere manier uit te denken om gevangenen in beroep te laten gaan. Hij wilde bovendien dat het parlement eens nadenkt over de gevolgen die aan procedurefouten moeten worden gehecht.

Zaterdag kwam Hassan Iassir (32), één van de verdachten van de schietpartij in Lot, waarbij de politieagente Kitty Van Nieuwenhuysen om het leven kwam, bijna vrij door een procedurefout. Iassir had aan een cipier meegedeeld dat hij in beroep wilde gaan tegen de verlenging van zijn aanhouding. Deze penitentiair beambte had dit in zijn schriftje ingeschreven, maar er was nooit een akte van beroep toegekomen bij de Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI).

Vermoedelijk was het document niet doorgegeven aan de griffie van de gevangenis, die de akte van beroep moet opstellen, of zelfs moedwillig achtergehouden. Voor de KI was er dus geen beroep en als de KI ten laatste vijftien dagen nadat beroep is aangetekend niet beslist heeft, dan moet de verdachte worden vrijgelaten. Dat dreigde zaterdag te gebeuren.

Het zou voor Vandeurzen een grote blamage geweest zijn. Na druk overleg tussen het Brussels parket en het kabinet-Vandeurzen werd beslist dat het Brusselse parket Iassir zou laten oppakken in een andere zaak van gewapende overvallen in Charleroi, waarin Iassir ook een verdachte is, maar nooit was aangehouden. Het gaat volgens het Brussels parket om tientallen feiten tussen november 2006 en december 2007 in Wallonië, zowel in de streek rond Nijvel als in die rond Charleroi. Onder andere: overvallen en ramkraken.

Iassir zou dan in dié zaak voor een Brussels onderzoeksrechter worden geleid en die zou hem dan aanhouden voor die feiten. Zo zou Iassir zeker in de bajes blijven. En zo geschiedde.


Minister Dewael brengt hulde aan Kitty Van Nieuwenhuysen

De zaak veroorzaakte heel wat heisa. Vandeurzen zelf reageerde emotioneel en ging persoonlijk thuis bij de ouders van Kitty Van Nieuwenhuysen de situatie uitleggen.

In de pers verschenen enkele kritische geluiden. Sommige advocaten vonden dat Vandeurzen zijn boekje was te buiten gegaan door opdrachten aan het Brussels parket te geven in een individuele zaak die al bezig was.

Volgens de advocaten mag het ministerieel injunctierecht, zoals die opdrachten heten, niet meer gebruikt worden als er al een onderzoek is opgestart en was er dus sprake van misbruik. Ook wees men erop dat Iassir tenminste enkele uren tegen alle wettelijke bepalingen in was vastgehouden, wat het misdrijf van wederrechtelijke vrijheidsberoving inhoudt. Verder vond men het "een kunstgreep" dat een ander gerechtelijk onderzoek, waarin Iassir tot nu toe niet was aangehouden, werd gebruikt om Iassir in de gevangenis te houden in afwachting van zijn berechting in de zaak-Van Nieuwenhuysen. Kortom: nogal wat advocaten vonden dat de minister zijn boekje te buiten ging.

Dat vond dinsdag evenwel niemand in de Kamer, waar Vandeurzen werd ondervraagd door een tiental parlementsleden. Iedereen steunde Vandeurzen, iedereen vond dat hij "correct had gehandeld", maar iedereen voegde er ook aan toe dat "we cruciale feiten nog niet kennen".

De oppositie steunde de Justitieminister. Dat is vrij logisch voor het VB, maar ook Stefaan Van Hecke (Groen!) was "blij dat de minister zijn hart had laten spreken" en Renaat Landuyt (sp.a) sprak van een "krachtdadig beleid, zoals dat altijd zou moeten zijn, niet alleen tijdens het weekeinde". Landuyt vond het heel goed dat "de minister de magistratuur wat aanport, want anders gebeurt er toch niets".

Hij riep Vandeurzen op om "iedere dag minister van Justitie te zijn en zijn nevenambten van vice-premier en minister van institutionele hervormingen aan iemand anders over te laten".

Wat bleek uit de antwoorden van minister Vandeurzen?

De fraude

Was er fraude? Had een cipier of een andere ambtenaar misschien de aanvraag van Iassir om in beroep te gaan achtergehouden voor de griffie met de bedoeling om een incident te scheppen, waardoor Iassir zou kunnen vrijkomen?

De Brusselse procureur Bruno Bulthé had dit tijdens het weekeinde gesuggereerd, maar uit een eerste onderzoek bleek dat "er geen aanwijzingen van fraude in de gevangenis van Vorst zijn". Toch is het onderzoek naar mogelijke fraude nog niet geseponeerd. Vandeurzen zegde wel dat een tuchtonderzoek is gestart tegen de betrokkenen. Vermoedelijk gaat het hier dus om nalatigheid.


Bruno Bulthé
Was er beroep?

Had Iassir effectief beroep aangetekend? De procedure om in beroep te gaan verloopt voor gevangenen in drie stappen. Eerst deelt de gevangene aan een cipier mee dat hij in beroep wil gaan en die schrijft dat in zijn schriftje. De cipier gaat vervolgens met het schriftje naar de griffie, die officieel een akte van beroep opstelt. En die akte moet dan naar de Kamer van Inbeschuldigingstelling worden gestuurd. Ze moet daar toekomen binnen de vijftien dagen na de beslissing waartegen beroep wordt aangetekend.

In deze zaak werd wel het schriftje met de notificatie van de cipier teruggevonden, maar er was geen akte van beroep. Volksvertegenwoordigster Carina Van Cauter (Open Vld) stelde dat er "dus geen beroep was en er dus eigenlijk ook geen probleem had mogen zijn".

"Als ik aan mijn deurwaarder zeg dat hij in beroep moet gaan tegen een bepaalde beslissing en hij doet dat niet: dan is er dus géén beroep he. Zo is dat ook hier".

Vandeurzen antwoordde dat hij dit grondig had onderzocht. "Het Hof van Cassatie heeft terzake tegenstrijdige arresten geveld", zo zegde hij in de Kamercommissie. En zijn kabinetschef Herman Dams verduidelijkte achteraf: "Nu eens vindt Cassatie dat de mededeling aan een cipier en de notering in zijn schriftje volstaan om in beroep te gaan (20 december 1995, 11 december 1996), dan weer meent het dat die eerste fase onvoldoende is (20 januari 2004). Het Brusselse parket heeft één van deze twee visies gevolgd en Vandeurzen heeft het Brussels parket gevolgd omdat hij niet wilde tussenbeide komen", aldus Dams.

Waarom het Brussels parket ervan uit ging dat Iassir effectief beroep had aangetekend zo gauw hij dit had meegedeeld aan een cipier, werd niet duidelijk. Maar op wederrechtelijke vrijheidsberoving staat minstens twee jaar cel en de kans dat Cassatie het Brussels parket zou terugfluiten als het had geoordeeld dat Iassir géén beroep had aangetekend, was groot omdat de verschillen tussen de Nederlandstalige en Franstalige Kamers van Cassatie terzake opvallend zijn. Deze zaak zou voor een Franstalige kamer komen en die had al uitdrukkelijk beslist dat een vermelding in het cipiersschriftje volstond.


Herman Dams

Vandeurzen zegde verder dat deze "beroepsprocedure in drie fasen (schriftje van cipier, afgifte op de griffie van de gevangenis, akte bij de KI) archaïsch is". Hij zegde dat hij als minister had moeten vaststellen dat eenzelfde soort problemen als deze in de zaak-Iassir "al meerdere keren was voorgekomen en al vele jaren bekend was bij de gevangenisdirecties en het gerecht". Hij vond het "ongelofelijk dat deze instanties zelf geen maatregelen hebben genomen om dat te voorkomen.

"Ik heb nu aan het college van procureurs-generaal - ik moet helaas zeggen: spijtig genoeg - gevraagd om een betere beroepsprocedure uit te denken".

De minister liet terzake nog weten dat "hem niet duidelijk was hoe het Brusselse parket precies uitrekende wanneer iemand moet worden vrijgelaten, wanneer dus de termijn van vijftien dagen begint te lopen". Vandeurzen heeft daarover een brief gestuurd aan de Brusselse procureur Bruno Bulthé. Misschien verschilt die rekenkunde ook wel van parket tot parket. Ook dat zal het College van pg's moeten onderzoeken.

Procedurefouten

De minister riep het parlement op om eens na te denken over de gevolgen die moeten worden gehecht aan procedurefouten. Moeten die fouten automatisch de vrijlating van de voorlopig gehechte tot gevolg hebben, of moeten andere sancties worden bedacht? Hij vond dat het parlement dringend werk moest maken van een andere manier van sanctioneren en verwees naar de debatten in de Senaat over de Grote Franchimont.

Bart Laeremans (VB) vond dat allemaal goed en wel "maar deze Kamer heeft die Grote Franchimont net afgeschoten omdat de procureurs-generaal ons kwamen vertellen dat nog veel meer gedetineerden zouden moeten worden vrijgelaten tengevolge van procedurefouten als die Grote Franchimont wet zou worden". Het VB was voorstander van een verdere beperking van de gevolgen die aan procedurefouten moeten worden gehecht.

Injunctierecht

Vandeurzen ontkende dat hij het beginsel van de scheiding der machten had geschonden, zoals door advocaten was beweerd. Hij stelde dat hij alleen bij het parket informatie had opgevraagd en telkens had beklemtoond dat het parket zelf de beslissingen moest nemen. Hij had de visie van het parket (bv. over de zaak of Iassir eigenlijk wel in beroep was gegaan) soms zelfs een beetje met tegenzin gevolgd.


Minister Vandeurzen

Renaat Landuyt vond dat er nu een duidelijke omschrijving moet komen van wat het "injunctierecht van een minister in inviduele dossiers precies inhoudt en wanneer het mag worden gebruikt". Traditioneel gaat men er immers van uit dat de minister van Justitie wel een vervolging kan opstarten, maar niet meer kan tussenkomen (om bv. een getuige te horen of een aanhouding te doen) eens die vervolging is gestart. En in dit geval wàs de vervolging tegen Iassir al gestart.

Landuyt meende dat het injunctierecht correct was gebruikt in dit ene geval-Iassir, "maar we moeten naar de toekomst kijken". De politicus wil al lang de parketten onder rechtstreeks gezag van de minister van justitie brengen, maar dat herhaalde hij dinsdag niet.

Geen antwoord

Geen antwoord kwam er op de vragen van Bart Laeremans (VB) en Stefaan Van Hecke (Groen!) waarom men pas nu Iassir ging aanhouden in het dossier van Charleroi. De minister wist niet over welk dossier het ging en hij wist ook niet waarom Iassir niet eerder in deze zaak was aangehouden.

Een verklaring kan zijn dat er - tot aan de vrijlating van Iassir in de zaak-Van Nieuwenhuysen - geen vluchtgevaar was, omdat Iassir toch al in de bajes zat voor die zaak. En als het onderzoek in handen blijft van het parket omdat het openbaar ministerie meent dat geen aanhouding (in de zaak van Charleroi) nodig is, dan kan de verdachte ook het dossier niet inzien. Dat kan hij vanaf nu dus wel. Maar dan nog blijft dit punt onopgehelderd.


MEEST RECENT