De Ruyver: "Coffeeshopbeleid is mislukt"

De Ruyver: Coffeeshopbeleid is mislukt

De Ruyver: "Coffeeshopbeleid is mislukt"

Print
3 DECEMBER 2008 - Het drugsbeleid wordt stilaan repressiever. In Antwerpen wil burgemeester Patrick Janssens (sp.a) illegale dealers onmiddellijk het land laten verwijderen en hij heeft daarover een akkoord gesloten met migratieminister Annemie Turtelboom. In Nederland willen sommige regeringspartijen alle coffeeshops sluiten. Enkele weken terug pleitten de criminologen Brice De Ruyver (Universiteit van Gent) en Cyrille Fijnaut (Katholieke Universiteit van Brabant) voor meer gewapend bestuur in de strijd tegen drugs. Ook in België moeten burgemeesters private drugspanden voor langere tijd kunnen sluiten, vinden zij.

De Ruyver en Fijnaut formuleerden die voorstellen in een studie over de drugsproblemen in de regio rond Maastricht. Maar hun voorstellen gelden in het bijzonder voor België. Een overzicht.

Sinds de eerste coffeeshops gedoogd werden is er veel veranderd. Het beleid tegenover cannabis is overal versoepeld, niet alleen in Nederland, maar ook in Duitsland en Frankrijk: de kleine gebruiker wordt nu meestal met rust gelaten.

Tezelfdertijd is overal een serieus netwerk voor drugsverslaafden uitgebouwd.

Ook de drugssector zelf veranderde: steeds meer verhandelde en gebruikte men niet één drug, maar meerdere tegelijkertijd en dat leidde tot meer problemen.

Het coffeeshopbeleid is mislukt, zo menen Fijnaut en De Ruyver. Doel van het beleid was om de markten te scheiden: de softdrugsgebruikers zouden hun cannabis uitsluitend in de coffeeshop kopen en niet in contact komen met hard drugs. Die cannabis zou ook zeker zuiver zijn.


Coffeeshop in Amsterdam

Die scheiding van de markten is evenwel mislukt. Volgens de auteurs om meerdere redenen.

Eerst en vooral omdat de productie van wiet verboden bleef. Niemand stelde zich vragen over de manier waarop de coffeeshops zich moesten bevoorraden. Ze mogen weliswaar maar 500 gram in huis hebben, maar waar ze die halen werd niet bevraagd. De praktijk wees uit dat de criminele organisaties op deze wijze toch in de coffeeshops binnendrongen.

Bovendien toonde onderzoek van Korf aan dat zelfs in steden met veel coffeeshops toch nog gemiddeld 30% van de cannabis illegaal werd verkocht. In de shop mag je immers niet verkopen aan minderjarigen, op straat natuurlijk ook niet, maar daar kan je het wel proberen, zo vonden de dealers.

De coffeeshops trokken bovendien een massa buitenlandse toeristen aan die zich wilden komen bevoorraden. Zij waren voor de georganiseerde misdaad een gedroomde markt en de drugstoeristen worden door honderden drugsrunners bewerkt.

Fijnaut en De Ruyver pleiten voor een grondig onderzoek van de organisaties die de shops bevoorraden.

Drugsrunners

De auteurs belichten ook het recente fenomeen van de drugsrunners.

Drugsrunners zijn criminelen die de gebruikers in contact brengen met de dealers. Ze dealen dus niet zelf.

Gewoonlijk werkt een dealer met 4-5 runners, in Maastricht zijn zo'n 50 cellen actief, elk met één drugpand.

Volgens de onderzoekers zijn de runners in Maastricht meestal jonge Marokkanen tussen de zestien en de vijfentwintig jaar afkomstig uit de Randstad.

De drugshandel in Maastricht wordt georganiseerd vanuit Utrechtse en Rotterdamse probleemwijken, waar runners worden gerecruteerd in theehuizen en hangplekken. De drugs worden in de Randstad verwerkt, verdund, geperst of geproduceerd tot voor de handel geschikte partijen. Wekelijks worden meerdere kilo's naar Zuid-Limburg gebracht.


Professor Brice De Ruyver

De drugsrunners proberen de gebruikers weg van de coffeeshops naar drugspanden te lokken, waar de dealers dan illegaal allerhande drugs verpatsen. De drugsrunners zijn volgens het onderzoek heel agressief en scheren met hun auto's tegen 210 km door het landschap.

Ze selecteren de klanten op basis van de nummerplaat (Frans of Belgisch), hun uiterlijk en hun leeftijd en ze rijden hen soms gewoon van de baan om ze bij de dealers te brengen.

Ze verdienen zo'n 2.000 euro per maaand (een Maastrichtse dealer strijkt maandelijks zo'n 12.000 euro op). Het is erg moeilijk om ze aan te houden omdat ze vaak geen drugs bij zich hebben.

Maastrichtse toestand

Maastricht had op het moment van het onderzoek dertien coffeeshops. Die trokken jaarlijks zo'n 1,8 miljoen drugstoeristen aan. Achttien criminele bendes probeerden die naar ruim 50 drugspanden te lokken, om daar hun drugs (niet alleen cannabis, maar ook hard drugs) te slijten. Zestien van deze 18 bendes houden zich ook bezig met handel in hard drugs (8 doen bovendien in cocaïne, 6 in heroïne, 11 in XTC en amfetamines).

Deze toeristen en de runners zorgen voor behoorlijk wat overlast bij de bevolking.

Maastricht had drie mogelijkheden om te reageren:

* de wietteelt gedeeltelijk legaliseren en zo de criminele bendes de wind uit de zeilen nemen door de shops wettelijk te bevoorraden;

* de shops verbieden om nog aan buitenlanders te verkopen. Dat laatste werd geprobeerd, maar de rechtbank floot de stad terug. De zaak hangt momenteel bij het Europees Hof van Luxemburg. Dat moet antwoorden op de vraag of het vrij verkeer van goederen en diensten niet geschonden wordt door dit verkoopverbod aan buitenlanders.

* De derde manier was een deel van de shops verplaatsen naar de rand van de stad. Aanvankelijk dacht men aan acht shops, vervolgens aan drie en nu op korte termijn nog aan één.

Fijnaut en De Ruyver vinden dit laatste een goed idee, maar de voorwaarden waaronder de verplaatsing gebeurt, moeten worden overlegd met de randgemeenten. De auteurs willen dat voor 1 juni 2009 over de plaats van de nieuwe coffeeshops is beslist.

Ze bepleiten verder dat een euregionale begeleidingscommissie wordt aangeduid om dit verplaatsingsexperiment te evalueren en om later advies over de evoluties rond de drugspolitiek in de regio uit te brengen.


Professor Cyrille Fijnaut

Bovendien moet men zeker opnieuw een integriteitsonderzoek doen door de data van het gerecht en de fiscus in te kijken, vooraleer een coffeeshop aan de grens opent.

Dat soort onderzoek was al nodig vooraleer de stad een vergunning kon geven aan een shop, maar bij de verhuizing zou ze het niet meer doen, omdat de shops de verhuizing zelf moeten betalen. Dat vinden Fijnaut en De Ruyver niet goed. Ze willen dat het opnieuw gebeurt om te verhinderen dat de georganiseerde misdaad de boel overneemt.

Bovendien moet het Damoclesbeleid, waarbij een shop wordt gesloten als de regels worden overtreden, onverkort blijven gelden, menen Fijnaut en De Ruyver.

Maastricht moet ondertussen nagaan hoe het coffeeshops kan uitkopen.

Welke beleidsaanbevelingen?

Fijnaut en De Ruyver stellen een resem dingen voor die tot doel hebben de grootschalige wiet- en XTC-productie terug te dringen en de drugsrunners die overlast veroorzaken aan te pakken.

* De ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken moeten duidelijk de wil hebben om de drugsproblemen samen op te lossen. Ze moeten daarvoor een officieel mandaat aan hun diensten geven.

* Er moet een gezamenlijk forum komen waarop politie, justitie en de bestuurlijke overheid (de burgemeesters) uit de hele Euregio een beleid kunnen uitstippelen.

In Maastricht bestaat het BES (Bureau Euregionale samenwerking) om alle vervolgingen terzake op elkaar af te stemmen, maar België heeft als enige van de drie landen daar nog geen parketmagistraat naar afgevaardigd.

* Ze willen op termijn ook een Eurocrime, één gezamenlijke recherche-eenheid op één vaste plaats.

"Maar momenteel hoeft dat nog niet", aldus De Ruyver. "Het zou het al veel zijn als alle landen uit de Euregio een vast aantal speurders ter beschikking houden om vanop hun eigen locatie gezamenlijk punctuele onderzoeken te doen".


Wietplantage

* De administratieve regelingen voor gewapend bestuur in alle landen van de Euregio moeten op elkaar worden afgestemd. Dat betekent vooral voor België een heleboel, want ons land kent nauwelijks gewapend bestuur (waarbij alle bestuurlijke diensten samenwerken met de politie om een bepaald crimineel verschijnsel onder de knoet te krijgen, nvdr).

* In België moet er een regeling komen om drugsrunners aan te houden ook als ze geen drugs bij zich hebben. Dat kan nu niet.

* De Belgische burgemeesters moeten ook privéwoningen waar drugs worden gedeald voor langere tijd kunnen sluiten, zelfs als die verder geen overlast veroorzaken. Nu kan de burgemeester sinds 2006 alleen een voor het publiek toegankelijke plaatsen sluiten als daar drugs worden gedeald.

Weliswaar kan het gerecht drugspanden sluiten, maar volgens De Ruyver is dat meestal maar voor een heel korte tijd in de loop van het onderzoek.

* Het gebruik van lokauto's om de drugsrunners van de weg te halen, moet ook in België mogelijk worden.

* In België moeten aanvragers van vergunningen in bepaalde sectoren van de economie op hun integriteit kunnen worden gescreend.

De gemeentebesturen moeten de mogelijkheid krijgen om de gerechtelijke, politionele en fiscale gegevens in te zien om na te gaan of ze wel te betrouwen zijn.

In Nederland kan dat al lang via de BIBOB-regeling, in België, waar de scheiding tussen de fiscus, het gerecht en de bestuurlijke overheid veel strenger is niet. Nochtans heeft dat tot gevolg dat dealers en runners steeds meer naar ons land afzakken.

* De procedure om alles te vernietigen wat in een drugslabo of een hennepplantage wordt aangetroffen moet in België drastisch worden vereenvoudigd.

De Ruyver: "Nu moet men alles bewaren tot na het proces. In Nederland mag men een staal bewaren en de rest onmiddellijk vernietigen, waarom kan dat hier niet?".

Welke maatregelen wil Nederland?

De Nederlandse politiek wil zelf optreden tegen de coffeeshops. De regeringspartij CDA wil ze overal dicht, er zijn al richtlijnen om ze te verbieden in de buurt van scholen en aan de grens.

Bergen-Op-Zoom, Terneuzen en Breda sloten hun shops aan de grens en in Amsterdam gingen er 43 dicht.

Maar de burgemeesters van de 105 gemeenten die coffeeshops op hun grondgebied hebben, zaten toch met een ei. Zij wilden zelf in Eindhoven experimenteren met een wietplantage om de achterdeurproblematiek op te lossen. De regering wees er hen echter op dat dit uitdrukkelijk niet kon.


Coffeeschop in Breda

Welke maatregelen neemt België?

Naar aanleiding van het rapport van Fijnaut en De Ruyver kondigden de ministers van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open Vld) en Justitie (CD&V) maatregelen aan. Welke?

Wat gebeurde al?

Dewael liet twee weken geleden aan de Kamer weten dat hij blij was dat ook de wetenschappers nu inzien dat het drugsbeleid repressiever moet. Hij deelde verder mee dat de politie al zeer actief is. Vorig jaar deed ze samen met de Nederlandse politie 80 gemengde patrouilles. Er waren ook 60 gecoördineerde acties met Nederlandse en Franse agenten, waarin 700 Belgische mensen van de politie en de douane deelnamen. Zij controleerden 2.500 auto's en 3.400 personen.

Wat is gepland?

Maar de ministers kondigden een reeks nieuwe maatregelen aan:

* De voorbije jaren kwamen 35 leden van het federale ininterventiekorps naar Limburg, maar die zitten volgens Dewael te veel lokaal ingebed. Hij wil ze fenomeengericht laten werken, ze inschakelen in grote drugsacties. In de lente van 2009 wordt dit korps geëvalueerd.

* Omdat men in Visé geklaagd had over het vele werk bij grote drugsacties komen er nog dit jaar 30 extra politiemensen bij uit de Algemene Reserve van de federale politie. Zij zullen helpen bij het inzamelen van het bewijsmateriaal.

Dewael kondigt voor volgend jaar ook nog eens dertig zulke mensen aan. Twee tot drie keer per week zullen 10 tot 15 agenten kunnen worden ingezet tegen drugstoeristen en drugsrunners.

* Er komt een lik-op-stuk-beleid vanuit de justitie. Wie overlast veroorzaakt zal een boete krijgen of zijn voertuig in beslag genomen zien. (Fijnaut en De Ruyver melden in hun onderzoek evenwel dat vele drugsrunners helemaal niet met hun eigen wagen rijden, om dit soort inbeslagnames tegen te gaan, nvdr). De parketten van Luik, Verviers, Tongeren en Hasselt worden daarvoor warm gemaakt.

* Dewael stelde tot zijn genoegen vast dat de Nederlandse regering meer en meer afstand neemt van het beleid van Maastricht en dat het CDA afwil van de coffeeshops. "Leers is hardleers, hij staat met zijn visie over coffeeshops alleen, maar aanvankelijk wilde hij 7 coffeeshops aan de grens, nu is er dat nog maar één".

Hij kaart de problemen met Nederland zowel aan op een bilateraal overleg met zijn Nederlandse collega Guusje ter Horst, vandaag in Brussel als op het komende Beneluxoverleg.

Dewael hoopt dat het geschil met onderhandelen kan worden opgelost, anders zal hij zich beroepen op de Schengenovereenkomst om in te grijpen. Die overeenkomst zegt immers dat landen geen maatregelen mogen nemen die bij hun buurlanden overlast veroorzaken.

Maar, zoals Fijnaut en De Ruyver in hun rapport schrijven, het is niet bepaald hoe ver dat mag gaan en er is momenteel geen gezamenlijk overlegorgaan in de Euregio om dat te bespreken.

Lees ook:

Het Nederlandse gedoogbeleid voor cannabis doorgelicht

België telt 15.000 cannabistelers


Nu in het nieuws