Cyberpesten raakt een op vier jongeren

Heel wat jongeren minimaliseren het fenomeen van cyberpesten en wraak is het belangrijkste motief van daders. Dat besluiten laatstejaarsstudenten Kathleen Leemans en Timi Goberecht in hun masterproefschriften in de Psychologie aan de Vrije Universiteit Brussel.

wverhaert

Het duo ondervroeg 1022 jongeren uit de eerste graad van het secundair onderwijs, verspreid over vijf Vlaamse scholen. Uit hun onderzoek blijkt dat een kwart van de jongeren het voorbije schooljaar in aanraking kwamen met cyberpesten - als slachtoffer, dader of getuige.

Slachtoffer

Zelf verklaarde één op tien slachtoffer geweest te zijn van cyberpestgedrag, maar impliciete metingen geven aan dat dit aantal in realiteit oploopt tot vijftig procent. De slachtoffers hebben duidelijk de neiging om het cyberpesten te minimaliseren.

Getuigen schatten de hardheid van het cyberpesten een stuk zwaarder in. Ze grijpen vaak in, maar toch blijft een groot aantal jongeren die getuige zijn van cyberpesten ook passief aan de zijlijn staan.

Wraak

Jongeren moeten volgens de onderzoekers leren inzien dat anderen viseren met negatieve berichten via internet of gsm wel degelijk een vorm van pesten is. Ook de daders beseffen immers vaak niet dat hun gedrag pestend is.

Zo verklaart amper één op de twintig jongeren zelf een dader te zijn, terwijl de impliciete vragen aantonen dat dit er in werkelijkheid vier op de tien zijn. Hun motief is meestal wraak, wat uiteindelijk kan leiden tot een negatieve spiraal zonder einde.

Cyberpesten

Men spreekt van cyberpesten wanneer iemand herhaaldelijk en gedurende een bepaalde periode gepest wordt door middel van elektronische media. De psychologische impact van cyberpesten kan echter groter zijn dan die van het traditionele pesten. Dat de dader zijn identiteit verborgen kan houden, geeft hem bijvoorbeeld nog meer macht. Ook het feit dat het pesten 24 uur op 24 kan doorgaan, is zenuwslopend.