Modeste Van den Bogaert (86)

Print

Modeste Van den Bogaert (86)

“Ik hoop dat er nog eens 175 jaar bijkomt”
BR>
Koppig? Ik? Ja, dat ben ik wel, maar ik weet ook waarom”, vertelt de 86-jarige Modeste Van den Bogaert. “Ik heb al die jaren vastgehouden aan de originele receptuur van De Koninck.
Waarom? Omdat het gewoon een zeer goed bier is. Juist die koppigheid, traditiegetrouwheid noem ik dat eigenlijk, is ons geluk geweest. Voor mijn zonen Bernard en Dominique, die sinds 2000 de die sinds 2000 de brouwerij leiden, is het niet altijd even gemakkelijk. Maar zolang het lukt om de zaak in de familie te houden, familie te houden, is het goed. Dit jaar vieren we onze 175ste verjaardag. Ik hoop dat er nog eens 175 jaar bijkomt.”


U was 27 toen u mee aan het hoofd van de brouwerij kwam.

Ik zat op de poësis, de voorlaatste klas van de humaniora, in het Onze- Lieve-Vrouwecollege in de Frankrijklei in Antwerpen toen de oorlog begon. Als vrijwilliger sloot ik aan bij de Belgian Forces in Great- Britain. In het eerste bataljon! Op 6 september landden we in Normandië. Na de oorlog stelde ik vast dat ik geen diploma had. Ik ging mijn humaniora-diploma halen voor de Middenjury in Brussel. Vervolgens deed ik landbouwingenieur met een specialisatie in de brouwerijschool in Louvain-la-Neuve. Ik weet het nog heel goed. Pas afgestudeerd, begon ik op 16 augustus in de brouwerij. Als manusje-van-alles. Ik moest de stiel nog leren. Twee weken later, op 2 september, stierf mijn vader totaal onverwacht. Door dat overlijden werd ik nogal rap betrokken bij het algemeen bestuur van de brouwerij. Ik werd er eigenlijk ingesmeten. Dat was moeilijk. Na de oorlog telde Antwerpen nog een 18-tal brouwerijen?

Zoiets. Brouwerij Tivoli en De Zwaan in Hoboken waren de grootste, maar er was ook Mathieu, Vandermolen, De Preter,... In die tijd hadden de katholieken een brouwerij, maar ook de liberalen, de socialisten,... Die brouwerijen verdwenen een na een. Door gebrek aan opvolging of door overname.

De Koninck is de enige brouwerij die standhield. Waarom?

Omdat ik altijd een tamelijk attente student van professor De Clercq van de Leuvense universiteit was. Op wetenschappelijk vlak was dat een eminentie, echte wereldklasse. Toen ik 27 was en pas afgestudeerd, nodigde ik De Clercq samen met twee andere profs uit op de brouwerij. Door de plotse dood van mijn vader stond ik voor een redelijk onmogelijke opdracht. Ik moest me voor 200 procent inzetten om het weer in orde te krijgen.
De brouwerij zag er verschrikkelijk uit. Op nog geen honderd meter was er een V1-bom gevallen. Door de ontploffing waren de daken opgetild. Het gebouw was totaal onderkomen. In die tijd lag het rendement hoger wanneer het regende. De gistvaten stonden onder het dak en dat had nogal wat gaten... (lacht smakelijk)
Ook met het bier zat het niet helemaal goed. Het kon een buitengewoon bier zijn. Helaas had het ’defecten’! In die tijd ondervond het bier hinder van allerlei infecties. Het stond niet op punt. En dat begon ik te bestuderen.

U hebt het bier verbeterd. Hoe hebt u De Koninck zijn typische smaak gegeven?

In de oorlog, maar ook ervoor, werd De Koninck gebrouwen met Belgische hop, de groene belle van asse genaamd. Een goed, maar geen uitstekend ras. Na de oorlog werd duidelijk dat Saaz, genaamd naar de stad Saaz in het voormalige Tsjechoslovakije, de duurste maar ook de beste hop ter wereld was. En het bleek ook het meest geschikt voor De Koninck. Ik begon een brouwsel te maken met uitsluitend Saaz-hop en het bier was veel beter. Maar dat was niet het enige. Ik begon het bier ook te filteren. In die tijd hadden we geen filter. Mijnheer Van Bauwel, mede-eigenaar en een man van tachtig, was heel erg voor traditie. Hij was tegen een filter, want dan zou de toets, de typische smaak van De Koninck, verdwijnen. Op zekere dag ging hij met vakantie. Een maand kuren in Spa. Ik zag mijn kans schoon en liet een filter op proef komen om het bier te filteren. Na een maand kwam mijnheer Van Bauwel thuis. Twee uur later zat hij al op café om zijn bier te proeven. Hij zei niets, ik ook niet. Twee dagen later zei hij: ’Uw bier is goed, Modeste.’ Ik zweeg. Veertien dagen later zei hij: ’Ik moet u feliciteren, want uw bier is heel goed.’ Ik zweeg nog. Pas na een maand bekende ik. En het was goed voor mijnheer Van Bauwel. Sindsdien is er niets veranderd. Het bolleke is altijd een lekker, bitter bierke gebleven, met een schone kraag en niet te veel alcohol.

De brouwerij ligt in de stad.
De Koninck buiten Antwerpen is een onmogelijke gedachte?


Buiten de stad? Nee, gelukkig is dat er nooit van gekomen. In 1993 was er een hele polemiek rond een mogelijke verhuis. Het was blijven of verhuizen naar Wijnegem. De oude brouwzaal was te klein. We hadden te veel mankracht nodig. Het kostte allemaal te veel. Toen is beslist om in Antwerpen te blijven en te investeren in een nieuwe brouwzaal. Mijn emotionele betrokkenheid bij de stad was te groot. Ik ben een enorm grote fan van Antwerpen. De Koninck hoort hier thuis, bij die grenssteen waar tol moest worden betaald en waar alles 175 jaar geleden begon. Na de oorlog bezat de brouwerij een 30-tal werkmanshuizen in Berchem. Die waren erg in trek. Om te kunnen investeren in nieuwe uitrusting verkocht ik een paar huisjes. Later gebeurde dat nog eens.

“Wie in Antwerpen op café gaat, ziet de dokwerker een bolleke drinken, maar ook de dokter. En ze hebben evenveel betaald. Dat vind ik nu typisch Antwerps.”

De Koninck bezit ook veel traditionele Antwerpse cafés.

Toen ik begon, bezat de brouwerij een 8-tal cafés. Vooral in Berchem, zoals De Smit in de Wasstraat of de Duivenbond. Zeer goed gelegen en druk bezochte cafés. Intussen hebben we zowat alle typische, volkse, echte Antwerpse cafés in eigendom of in hoofdhuur. Een 100-tal in totaal. Den Engel, De Boer van Tienen, Quinten Matsijs,... Ik heb daarvoor een aparte maatschappij opgericht: Padeko, Patrimonium De Koninck. Ik heb die cafés opgekocht om zeker te zijn van afzet in de stad, maar ook omdat ik van de Antwerpse geschiedenis hou. Ik vind het fantastisch dat De Koninck er voor een stuk voor gezorgd heeft dat Antwerpen zijn rijk patrimo-nium kan bewaren. Destijds heb ik ook cafés in Holland gekocht. Veel Nederlanders die graag in Antwerpen vertoeven, hebben zo een stukje Antwerpen dichtbij huis.

Wat is er zo Antwerps aan het Antwerps bolleke?

Ik heb nooit toegegeven aan een modegril. Toen iedereen ineens pils moest hebben, bier van lage gisting dus, ben ik alleen bier van hoge gisting blijven brouwen. Dat eigenzinnige, ook in onze slogan, is typisch Antwerps. En als je in Antwerpen op café gaat, dan zie je de dokwerker een bolleke drinken, maar ook de dokter. En ze hebben evenveel betaald. Dat vind ik nu typisch Antwerps.

Wat betekent de stad voor u?

Alles. Antwerpen is mijn stad, mijn leven. Ik wandel er graag in rond, doe graag mijn toer langs de cafés. Ge weet toch dat bijna alle cafés van de stad een tapkraan van De Koninck hebben? Ik controleer dat nog af en toe. En vroeger, als ik vreemdelingen op bezoek had -en dat zijn er veel geweest- dan was ik altijd fier om de stad te laten zien. De Zoo, de Schelde, maar ook de typische steegjes en musea zoals het Mayer van den Bergh-museum in de Lange Gasthuisstraat of het Rockoxhuis in de Keizerstraat en een paar kerken. Daarna ging ik steevast naar Quinten Matsys, het oudste café van Antwerpen. Voor een bolleke of twee.

1827

Joseph Henricus De Koninck koopt De Plaisante Hof, grens Antwerpen- Berchem bij stenen grenspaal met hand (nu hoek Prins Albertpark- Albertlei). Kooplui betaalden er tol.

1833

Weduwe De Koninck hertrouwt met Johannes Vervliet.
Eerste brouwsel: donker bier, caramelsmaak, romige kraag.
Oprichting brouwerij De Hand, Grote Steenweg, Berchem. Verhuis naar hoek Boomgaardstraat- Steenweg op Mechelen.

1845

Stiefzoon Carolus De Koninck neemt 3.223 brouwerijen over in België.
Eigenares Josephina De Koninck neemt graanhandelaar Florent Van Bauwel in dienst.
Later wordt Van Bauwel bedrijfsleider.
1912: Brouwerij De Hand wordt Brasserie Charles De Koninck. Na de Eerste Wereldoorlog helpt Joseph Van den Bogaert (de vader van Modeste) om de brouwerij herop te starten.
1919: 352 Antwerpse brouwerijen.
1933: na gersten, Excelsior, biersoort De Koninck.

1940

Modeste Van den Bogaert wordt oorlogsvrijwilliger in Engeland.
Brouwerij is gehavend door de oorlog.
775 brouwerijen in België, 28 in Antwerpen.
1949: Modeste Van den Bogaert (27) neemt brouwerij over na de dood van zijn vader.

1959

Overname brouwerij De Valk.
Bouw limonaderie. De Valk wordt productie- en distributie-eenheid.
1977: Modest Van den Bogaert is voorzitter van de Confideratie der Brouwerijen van België.
1979: investering van 50 miljoen euro in stookhuis en bottelarijcomplex dat 40.000 flesjes/uur aankan.

1980

143 brouwerijen in België.
De Koninck koopt en restaureert Het Vliegend Peerd, ’t Exter, Tafeltje Rond, Quinten Matsijs, Sint-Jacob, de Wieg,...
1983: export naar Nederland, later ook Rusland, Zuid-Afrika, Frankrijk, Spanje, Japan...

1993

Lancering Cuvée 93 n.a.v. Antwerpen Culturele Hoofdstad.
1995: opening nieuwe brouwzaal.
1998: Antoon-bier n.a.v. 400ste verjaardag Antoon Van Dyck.
2002: zonen Dominique en Bernard Van den Bogaert nemen de fakkel over.
Lancering Winterkoninck.
2003: Modeste krijgt ereteken Commandeur in de Kroonorde.

2005

Productie in 4 jaar gedaald van 130.000 hectoliter tot 80.000 hectoliter.
Oorzaak: dalend bierverbruik en overheersing van Inbev en Alken Maes.
De Koninck is verplicht om de productielijn drie vrijdagen per maand stil te leggen.
2007: De Koninck Vlaams Streekproduct ’Speciale Belge’.

2008

Kwaliteitslabel Belgian Family Brewers.
Viering 175ste verjaardag.
Lancering nieuw glas Het Handje, Gusto 1833 Ruby Red en Golden Blue.
Tweede editie Bollekesfeesten Antwerpen.
Eerste Bollekesloop met aankomst aan brouwerij.

Bernard Van den Bogaert (56), technisch directeur De Koninck

“Snotaap, gij kent er niets van, zei vader”

“Na mijn studies burgerlijk ingenieur wilde ik in de zaak van mijn vader stappen. ’Gij snotaap, ge weet van niets’, was zijn reactie. Ik heb twee jaar brouwerijschool gevolgd en heb nadien stage gelopen bij Jupiler. In 1981 ben ik in de brouwerij aan de slag gegaan. Eerst tanks schoonmaken, brouwer gespeeld, bij de centrifuge gestaan, bij de filtratie. Vader is op zijn tachtigste met pensioen gegaan. We hebben de brouwerij dus lang samen gerund. Nu volgt hij de activiteiten nog altijd op de voet. Zijn leeftijdgenoten spelen Sudoku, hij vraagt cijfers op en wijst boekhouders op hun fouten. Hij is nog altijd bezeten door de geschiedenis van de brouwerij, door het familiale bedrijfsleven, door de smaak van De Koninck en door de evolutie die we doormaken. Het is niet evident om overeind te blijven in de biermarkt. Maar zolang we genoeg vruchten plukken, loont onze onafhankelijkheid. Om met de grote brouwerijen te kunnen kampen, moeten we wel iets speciaals aanbieden en dat is De Koninck wel.”
“Voorts hopen we dat onze export verder groeit, want de bierconsumptie in België is drastisch gedaald. De Nederlandse markt is intussen goed voor 30% van onze productie, maar die markt moet worden opgevolgd en dat kost handenvol geld. Daarom hopen we van De Koninck niet alleen een typisch cafébier, maar ook een flessenbier voor thuis én op restaurant te maken. Het potentieel is er en de authenticiteit is een sterk punt. Met moderne marketing en een look moet dat lukken. Iedereen kent De Koninck. Helaas drinkt niet iedereen elke dag een bolleke.”

Brigitte Van den Bogaert (49), verantwoordelijke evenementen De Valk

“Pa tikte de ambassadeur op de vingers”

“Onze papa was heel streng, vooral als het op moraliteit aankwam. Jongens kwamen er niet gauw in.”
“Het liefste van al ga ik met mijn vader op reis. Ondanks zijn hoge leeftijd is hij de boeiendste reisgezel die ik kan dromen. Hij kan over alles meepraten, ook over alles meepraten, ook over cultuur. Ook in hoog gezelschap is hij op zijn plaats. En hij komt altijd op voor zijn De Koninck.”
“Onlangs was ik met hem in Londen, voor de 63ste verjaardag van de bevrijding. In de oorlog heeft mijn vader meegevochten met de Belgian Forces in Engeland. Tijdens een uitstap met onze ambassadeur in Londen heeft hij zich erg boos gemaakt omdat er geen De Koninck te drinken was.
Tegen de ambassadeur! Die is getrouwd met een Braziliaanse en zoals je weet is Interbrew gefuseerd met het Braziliaanse Anbev. Papa kon er niet mee lachen. Er is hem beloofd dat er volgend jaar De Koninck zal zijn.”
“In de brouwerij was vader altijd heel kordaat: je moest gewoon hard werken. Tegelijk is hij heel emotioneel. Hij voelt mee met andere mensen. Hij heeft dan ook een zwaar leven Hij heeft dan ook een zwaar leven gehad. Vooral de dood van mijn zus Michelle, die aan kanker is overleden, heeft hem heel diep geraakt. Tot het laatste heeft hij haar verzorgd.”
“Door de combinatie van wijsheid, gevoeligheid en kordaatheid is mijn vader bij veel mensen geliefd. En bekend.
Heel Antwerpen kent hem als mijnheer Modeste. ’s Zaterdags neemt hij altijd de tram naar ’t Stad. Om naar de kathedraal te gaan. En nadien gaat het dan steevast naar Den Engel.”

Dominique Van den Bogaert, commercieel directeur De Koninck

“Man met snor en bierbuik heeft afgedaan”

“Het was al gauw duidelijk dat ik net als mijn broer in de zaak zou stappen. Na mijn studies in Antwerpen ben ik in de Verenigde Staten gaan studeren. Ik heb stage gelopen bij Miller, de tweede grootste brouwerij in de VS. Bij De Koninck ben ik als vertegenwoordiger begonnen en sinds 1993 ben ik er commercieel directeur.”
“Voor mij is Antwerpen De Koninck, en De Koninck is Antwerpen. Zoals de kathedraal en Rubens. Antwerpen is een wereldstad, maar dan in het klein. Zoals De Koninck een wereldbier is, maar eigenlijk zijn we een kleine kmo. Een bedrijf dat weliswaar al 175 jaar standhoudt. En dat is allemaal aan mijn vader te danken. Hij is een selfmade man. Ik bewonder hem om zijn gedrevenheid en zijn doorzettingsvermogen. Hij heeft nooit willen toegeven. Ook aan de smaak heeft hij niets veranderd. Omdat we zo’n natuurlijk kwaliteitsbier in familieverband produceren, kunnen we onafhankelijk blijven. We zijn fier dat we het label Belgian Family Brewers hebben. Elf brouwerijen die minstens 50 jaar op traditionele wijze brouwen, maken daar deel van uit.”
“Met Antwerpen zijn we dikke vrienden, maar we willen de export vergroten. Naast Nederland doen we het weer goed in Frankrijk, Italië, Zweden en de VS. Ook Finland gaat steeds beter, met zo’n 18 cafés waar De Koninck wordt geschonken.”
“Om als kleine brouwerij te overleven, moeten we nieuwe markten aanboren. En op het thuisfront moeten we een steviger imago hebben. Dat betekent verjongen. Het beeld van de man met snor en bierbuik uitwissen en vervangen door een frisser beeld.”

Linda Van Heymbeeck (53), Uitbaatster Den Engel

“Nieuw glas kan jongeren verleiden”

“Ik baat café Den Engel sinds 1984 uit.Vooral de jongste vijftien jaar heb ik een bijzonder goed contact met mijnheer Modeste. Eigenlijk komt dat door mijn zwaar gehandicapte zoon. Mijnheer Modeste, en bij uitbreiding de hele familie Van den Bogaert, is zeer begaan met mensen die het minder goed hebben. Mijnheer Modeste goed hebben. Mijnheer Modeste bleef ook niet gespaard. Dat schept een speciale band.”
“Ik ken hem als iemand met een neus voor zaken, maar ook als iemand die heel beleefd en attent is. Hij heeft al een hoge leeftijd. Lichamelijk speelt hem dat zeker parten, maar geestelijk niet, hoor. Ik ken niemand met een beter geheugen dan hij!
Hij heeft een brede kennis. Niet alleen van de brouwerijwereld, ook van andere dingen. Ik heb veel respect voor hem, en ik ben zeker niet de enige. Hij dwingt dat respect af. De zonen hebben het nu overgenomen, maar mijnheer Modeste is nog altijd nauw betrokken bij zijn brouwerij.
Dat zie je vandaag niet meer zo vaak.”
“Mijnheer Modeste komt hier wekelijks. Jarenlang was hij present onze topdag, de verjaardag van Fonske, op onze topdag, de verjaardag van Fonske, onze oudste klant die vorig jaar op 101-jarige leeftijd is overleden. Dan ging hij naast Fonske zitten, op zijn vaste plek op de bank.“
“Tegenwoordig doen we goede zaken met de bollekes. De jeugd begint weer bollekes te drinken, en da’s toch wel nieuw. Blijkbaar werkt het wel om af en toe van glas te veranderen, want dat nieuwe glas, dat niet meer bol is, vinden de jongeren blijkbaar veel leuker.“
MEEST RECENT