Vrijzinnigen tegen strafbeleid van Vandeurzen

Vrijzinnigen tegen strafbeleid van Vandeurzen

Vrijzinnigen tegen strafbeleid van Vandeurzen

Print
16 OKTOBER 2008 - De Belgische vrijzinnigen hebben nogal wat kritiek op het strafbeleid van Minister van Justitie Jo Vandeurzen (CD&V). Te repressief, te veel de klemtoon op het bijbouwen van cellen, terwijl dat de overbevolking niet vermindert. Vorige week uitte het Internationaal Observatorium voor de Gevangenissen al een soortgelijke kritiek. Maar is die reductionistische visie nog van deze tijd?


De CVR (Centrale Raad der Niet-Confessionele Levensbeschouwelijke Gemeenschappen van België, nvdr) stuurde zopas een brief met een reactie op het strafbeleid naar minister Vandeurzen.

CVR-woordvoerster Sonja Eggerickx gaat ermee akkoord dat de oude cellen gerenoveerd worden, maar ze is tegen het bijbouwen van extra gevangeniscellen. Volgens de CVR moet integendeel een beleid worden gevoerd om de gevangenisbevolking te beperken. Dat kan door minder voorlopige hechtenissen, door kortere straffen en door sneller voorwaardelijke invrijheidsstelling toe te staan.

De CVR is totaal tegen de idee om de strafrechter de mogelijkheid te geven om zelf te beslissen hoeveel tijd (tussen een derde en twee derde van de straf) de veroordeelde zeker moet zitten. Voor de CVR is dat een soort van "onsamendrukbare straf" en dat is onterecht. (Merkwaardig is wel dat zeker in socialistische hoek hierover terzake grote verdeeldheid bestaat, nvdr).

De Raad wil ook dat de wet waardoor buitenlanders die hier criminele feiten plegen hun straf in het buitenland moeten gaan uitzitten, wordt afgeschaft en niet gestimuleerd. De buitenlanders hebben immers hier sociale banden opgebouwd en ook hier hun feiten gepleegd.

Hij keert zich tegen Vandeurzens idee om het elektronisch toezicht als alternatief voor de voorlopige hechtenis te gebruiken en vindt dat de slachtoffers te veel inspraak krijgen bij de vrijlating van hun dader.

De CVR is bovendien tegen de opname van DNA-stalen van verdachten in de DNA-databank, zoals Vandeurzen voorstelt en zoals in Groot-Brittannië al jarenlang het geval is.


Belgische gevangenis

Internationaal Observatorium Gevangenissen

Dezelfde reductionistische visie deelt het Internationaal Observatorium voor de Gevangenissen (IOG) in een rapport over de bajessen in Franstalig België. "Er is een totaal gemis aan samenhang, logica en intelligentie in het gevangenisbeleid van Jo Vandeurzen", zo luidt het streng.

Ook het IOG vindt dat helemaal geen nieuwe cellen moeten worden bijgebouwd. Justitie moet de gevangenisbevolking integendeel verminderen door minder voorhechtenissen op te leggen en gedetineerden makkelijker vrij te laten. "Het masterplan van Vandeurzen voor de bouw van nieuwe bajessen is superrepressief. Er is geen budget om de alle cellen een WC en sanitair te geven of om de ratten en de kakkerlakken uit te roeien." (Dat laatste is overigens niet juist, nvdr.)

Het IOG is echter vooral boos omdat de wet-Dupont, die gedetineerden rechten geeft, maar half is uitgevoerd. "Vandeurzen verschuilt zich achter het bijbouwen van gevangenissen om vier jaar niets te doen aan deze wet." De wet-Dupont vereist nl. één gedetineerde per cel. Overbevolking verhindert de uitvoering van de wet en Vandeurzen wil daarom eerst dàt varkentje wassen.

De organisatie vreest ook dat het fout was om de penitentiair beambten niet te betrekken bij de uitbouw van die wet. Dat kan tot een repressievere opstelling bij de cipiers leiden.

Het IOG vindt verder dat gevangenen onder de sociale zekerheid moeten kunnen vallen en wil dat de kantineprijzen verlaagd worden tot gewone prijzen, die andere mensen ook betalen.

De organisatie keurt de verstrenging van de jeugdbeschermingswet af, is blij omdat het plan van sommige partijen om de mogelijkheid te scheppen om minderjarigen vanaf 14 jaar naar de rechter voor volwassenen te sturen niet doorging en is tegen de uitbreiding van extra plaatsen in de gesloten gemeenschapsinstellingen. In Everberg is het regime volgens het IOG te streng: "Maximum 3 telefoontjes per week, maximum 3 bezoeken per week en maximum 5 bezoekers tegelijkertijd en dat moet dan nog op voorhand worden aangekondigd", zo gispt het. Plaatsing in Everberg wordt gebabanaliseerd. "Terwijl de opsluiting van minderjarigen door meerdere internationale teksten wordt aangeklaagd, sluit België almaar meer op", zo heet het. (Totaal foutief, want opsluiting van criminele minderjarigen wordt zelfs door het Verdrag van de Rechten van het Kind gebillijkt, nvdr).


Gevangeniscellen

Het IOG vindt voorts dat illegalen niet mogen worden opgesloten in afwachting van hun uitzetting uit het land. Dat geldt niet alleen voor kinderen, maar ook voor volwassenen.

De reductionisten

Beide groepen, zowel de CVR als het IOG, gaan uit van het reductionisme als model voor de penitentiaire politiek. Dat reductionisme wil de gevangenisstraf zoveel mogelijk terugdringen omdat de veroordeelde slechter uit de bajes komt dan hij er in gaat. Door de gevangenisstraf wordt de reklassering van de dader bemoeilijkt en de recidive wordt zeker niet verminderd. Daarom moet men volgens de reductionisten de gevangenisstraf zoveel mogelijk vervangen door alternatieven.

Het reductionisme beroept zich op onderzoek van het Amerikaanse ministerie van Justitie. Abt Associates onderzocht in de VS het hechtenisbeleid tussen 1955 en 1976 en het stelde vast dat iedere bijgebouwde cel na twee jaar alweer vol zat, zodat er alweer een cellentekort was. Na vijf jaar was er opnieuw 30% overbevolking. Het Amerikaanse ministerie van Justitie besloot dat hoe meer cellen men bouwt, hoe meer mensen worden opgesloten. Maatregelen om de gevangenisbevolking te verminderen, zouden die nu net doen toenemen.

Het reductionisme werd in de jaren tachtig al bevraagd in de VS, het is ook al zo'n vijf jaar lang - in tegenstelling tot wat de IOG en de CVR bewerken - niet meer het Nederlandse beleid. In België drong het reductionisme pas in de jaren tachtig door tot de universiteiten, waar het nu nog altijd de belangrijkste criminologische theorie is. Vooral VUB-criminologen Sonja Snacken en Krist'l Beyens zijn, samen met de Liga voor Mensenrechten, vurige aanhangers van het reductionisme.

Deze theorie had en heeft veel aanhang in sociaal-geïnspireerde milieus, waar men de klemtoon legt op de maatschappelijke determinanten van iemands gedrag en daardoor de neiging heeft om de dader "ook als een slachtoffer" te zien.


Minister Declerck

De theorie drong met Stefaan Declerck door tot het ministerie van Justitie. Tijdens zijn eerste interview als minister pleitte Declerck ervoor om te stoppen met "warehousekeeping" van gedetineerden, hij wilde tijdens zijn bewind méér alternatieve straffen dan celstraffen laten opleggen. In die periode werden zo'n 240.000 celstraffen per jaar opgelegd. Maar dan kwam Marc Dutroux en van het reductionisme kwam in België niet veel in huis.

Waarom werd het reductionisme elders verlaten?

Omdat het teveel de klemtoon legde op één van de doelen van de celstraf en de andere verwaarloosde en omdat andere doeleinden opgeld vonden.

De gevangenisstraf heeft meerdere doelen: leedtoevoeging (straf, zeg maar), afschrikking van de dader die gestraft is (individuele preventie), afschrikking van burgers die misdrijven zouden willen plegen (generale preventie), reklassering van de dader.

In de jaren zestig van de vorige eeuw werd de klemtoon vooral gelegd op de reklassering van de dader, deels vanuit een humanitaire aanpak, deels vanuit een efficiency-kijk (criminaliteit in de toekomst voorkomen, door de veroordeelde van zijn criminele neigingen te genezen).

Maar al in de jaren tachtig nam de thinktank van toenmalig president Ronald Reagan, en meer bepaald Ernest van den Haag in zijn geruchtmakend boek Punishing Criminals op agressieve wijze afstand van het reductionisme.

De nieuwe denkers gingen uit van de vaststelling dat de recidive niet verminderde door al die hulpverlening in de gevangenissen. Tegelijkertijd kwam mede dank zij het feminisme een slachtofferbeweging op gang, die respect eiste voor vrouwen en andere slachtoffers, want daarvoor was in de jaren zestig maar weinig oog. Toen mocht men ook niet zeggen dat de gevangenis een "straf" was, maar door de acties van de slachtofferbeweging, die in de VS soms heel extreem waren, mag dat weer wel.

Het nieuwe denken vond dus dat de gevangenis er niet was om de dader te helpen, maar om hem te straffen. Van den Haag ging zover om in bepaalde gevallen lijfstraffen te bepleiten. Hij beriep zich daarvoor zelfs op het ideeëngoed van de seksuele revolutie en het feminisme, die aanrakingen en knuffels bepleitten en volgens hem was de tegenhanger daarvan de lijfstraf. Zover kwam het niet.

Maar de centrale doelstelling van de criminele politiek werd wel voortaan de "incapacitatie", het buiten de samenleving houden van gevaarlijke personen. Zelfs als alle doelstellingen met betrekking tot recidive en reklassering mislukken, dan nog houdt de gevangenis nu eenmaal bepaalde gevaarlijke mensen binnen.


Clinton bevraagt zijn beleid

In de VS leidde dat onder Clinton tot extremen zoals "Three strikes and you're out", waarbij mensen na een derde veroordeling definitief werden opgeborgen voor hun hele leven lang. Waardoor volgens sommige criminologen, zoals Loic Warrant, Clinton een van de weinige presidenten was die een flink deel van zijn electoraat liet opsluiten.

Zover ging men in Europa niet, maar zoals gebruikelijk sijpelden de ideeën van de VS met een respectabele vertraging van 25-30 jaar ook nu weer door naar Europa.

Ook in Europa had de reklasseringsdoelstelling averij opgelopen (in België des te meer omdat ze nooit goed gerealiseerd was voor ze werd becritiseerd). Ook in Europa was de criminaliteit dermate veranderd, veel gewelddadiger en koeler geworden, zodat een therapietje of wat menselijke investeringen in werk en relaties buiten, in steeds meer gevallen al van in het begin tot mislukken gedoemd waren.

Bovendien waren ook in Europa - in vergelijking met de jaren zestig - mensen uit zoveel verschillende culturen in de criminaliteit verzeild, dat het wel onbegonnen werk lijkt om die in de gevangenis allemaal aan te passen aan de Belgische samenleving. De slachtofferbeweging eiste meer respect voor slachtoffers.

Gevolg was dat hier - net als in de VS - de verwachtingen van het strafbeleid wat naar beneden werden bijgesteld en dat ook hier de "incapacitatie", het buiten de samenleving houden van gevaarlijke delinquenten, de belangrijkste doelstelling van de criminele politiek werd.

Het beleid van minister Vandeurzen is een symptoom van die nieuwe evolutie, die zich nog verder zal doorzetten en die momenteel gesteund voor door àlle politieke partijen, ook door de socialisten en zelfs door de Groenen. Bij de socialisten was men al eerder tot het inzicht gekomen dat het handhaven van wetten en normen door bestraffing in het voordeel van de zwakkeren was, omdat het alternatief de jungle met zijn recht van sterkste was.

Het is dus eerder een realistisch no nonsense-beleid dat de naïeve visie uit de jaren zestig verlaat. De reductionistische visie met haar focus op de dader en zijn reklassering kon misschien haar nut hebben in een een monoculturele samenleving waar het gezag door de overgrote meerderheid van de burgers nog niet in vraag werd gesteld, maar in een samenleving met honderden nationaliteiten door elkaar, elk met hun culturen en waardenpatronen, is ze bovendien steeds minder haalbaar.


MEEST RECENT